Opnieuw relevant, want
Minister Carola Schouten zit vanavond bij Zomergasten.
Op een hypermoderne, biologisch-dynamische boerderij in het Zuid-Hollandse Delfgauw presenteerde minister Carola Schouten in september haar nieuwe visie op de toekomst van de landbouw in Nederland. Het huidige, op kostenverlaging en productieverhoging gerichte systeem leidt tot uitputting van de bodem, verschraling van de natuur en steeds kleinere marges voor de boeren en moet daarom plaatsmaken voor duurzame ‘kringlooplandbouw’. Daarin worden grondstoffen hergebruikt en teruggegeven aan de bodem, wordt de balans met de natuur hersteld en kunnen de boeren op verantwoorde wijze hun geld verdienen.
Daar is een reusachtige omslag voor nodig: volgens de plannen van Carola Schouten moet Nederland zich in 2030 hebben ontwikkeld tot internationaal koploper in de circulaire landbouw. De baanbrekende visie van de minister werd niet alleen door de natuurorganisaties omarmd, maar ook door LTO Nederland, de machtige boerenlobby, die tot dusver vaak dwarslag als er vanuit Den Haag duurzame plannen werden gelanceerd. Hoe kreeg Carola Schouten (41), iets langer dan een jaar minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de ChristenUnie, dat zo snel voor elkaar?
‘Ik dacht: als we verder willen komen, móét ik de verschillende partijen bij elkaar brengen.’
‘In mijn eerste weken als minister heb ik veel werkbezoeken gebracht en een hele serie gesprekken gevoerd met boeren, tuinders en natuurorganisaties,’ zegt Schouten in haar kamer in het fraai gerenoveerde gebouw van het ministerie. De afgelopen kabinetsperiodes was Landbouw ondergebracht bij een staatssecretaris op het ministerie van Economische Zaken, maar bij de laatste formatie werd het eigenstandige Ministerie van Landbouw in ere hersteld.
‘Ik merkte hoe de verhoudingen in de discussie over de landbouw de afgelopen jaren zijn gepolariseerd, in de samenleving en in de Tweede Kamer, alsof je óf voor de landbouw óf voor de natuur moet zijn. De boeren en de natuurorganisaties zijn recht tegenover elkaar komen te staan. Het is vast heel comfortabel om vanuit je eigen positie te roepen naar de ander wat-ie allemaal niet goed doet, maar daardoor vond het gesprek over gezamenlijke oplossingen nauwelijks plaats. Daarom dacht ik: als we verder willen komen, móét ik de verschillende partijen bij elkaar brengen.’
Brede steun
U wilde de boeren en de natuurorganisaties uit de loopgraven krijgen?
‘Ja, dat was nodig. Tijdens die eerste gesprekken ontdekte ik ook dat de boeren én de natuurorganisaties het erover eens zijn dat het huidige systeem tegen zijn grenzen is aangelopen. Intussen hebben de boeren vanuit de politiek telkens wisselende boodschappen gekregen en merken ze dat de maatschappelijke waardering voor hun werk afneemt. Dan is de grote vraag: hoe moet het verder? De boeren zeiden zelf: geef ons richting.’
Hebben uw voorgangers dat dan niet gedaan?
‘Tijdens de eerste kabinetten-Balkenende zag ik nog wel enige richting. Maar in de laatste paar kabinetsperiodes ben ik geen groter verhaal over het landbouwbeleid tegengekomen.’
‘Het zijn gepolariseerde werelden, maar als je echt doorvraagt, is er ook veel gemeenschappelijks.’
Uw visie op de kringlooplandbouw heeft brede steun gekregen, niet alleen van natuurorganisaties, maar ook van de boeren. Hoe is u dat gelukt?
‘Voordat ik mijn visie heb geformuleerd, heb ik heel veel gesprekken gevoerd met boeren en tuinders, vertegenwoordigers van de voedselbranche, natuurorganisaties zoals het Wereld Natuur Fonds en Natuurmonumenten, financiers en wetenschappers. We hebben een serie diners georganiseerd waar ze in wisselende samenstellingen in alle vrijheid met elkaar konden spreken over de toekomst van de landbouw. Het waren gepassioneerde discussies, maar er werd ook goed geluisterd. Het zijn gepolariseerde werelden, maar als je echt doorvraagt, is er ook veel gemeenschappelijks. Dat heeft me hoopvol gestemd. De verslagen van die gesprekken heb ik gebruikt toen ik de visie ging schrijven.’
Is dat de reden waarom uw visie zoveel steun heeft gekregen, dat ook de felste tegenstanders iets van hun eigen ideeën in het eindresultaat konden herkennen?
‘Ze zullen het zeker niet allemaal met alles in de visie eens zijn – uiteindelijk ben ik zelf verantwoordelijk voor het verhaal – maar voor het draagvlak heeft dat ongetwijfeld geholpen.’
Vertrouwen
Volgens de peilingen wordt u van alle ministers het meest vertrouwd. Hoe verklaart u dat?
Moet ik een recensie van mezelf gaan geven? Dat vind ik lastig, hoor. Toen ik begon, heb ik me in elk geval voorgenomen om helder te zijn in wat ik wel en niet kan doen, en wat ik goed en niet goed vind. En daar probeer ik vervolgens naar te handelen. Ten diepste betekent het dat ik dicht bij mijn eigen overtuiging en mijn eigen waarden moet blijven. Ik kan ook niet zo goed anders: dit is wie ik ben. Als ik het op een andere manier aan zou aanpakken, zou ik mezelf geweld aandoen, en dat zou ik niet lang volhouden.’
U bedoelt ook: dichtbij uw christelijke overtuiging? In dit geval: de zorg voor de schepping?
‘Ik ben op een boerderij opgegroeid. Mijn vader was melkveehouder, hij had zestig koeien. Hij overleed toen ik negen was. Daarna hebben mijn moeder, mijn zusjes en ik het bedrijf nog een aantal jaren voortgezet. Mijn vader was wat we nu een “gangbare boer” noemen, en hij leefde dicht bij de natuur. In ons huis hingen posters van weidevogels en bloemensoorten. Als er gemaaid werd, wist je dat er hekjes gezet moesten worden om de nesten te beschermen.
Mijn vader had helemaal geen uitgesproken gedachten over ecologie, maar de zorg voor de natuur was totaal vanzelfsprekend. Toen ik opgroeide, heb ik nooit een tegenstelling gevoeld tussen de natuur en het boerenbedrijf. Zulke principes staan voor mij nog steeds recht overeind. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we goed zijn voor de natuur, voor de schepping, en dat we ook een plek geven aan mensen die voor ons voedsel zorgen? Daarom vond ik het ook zo raar, toen ik als minister begon, dat er zo’n scherpe tegenstelling is gegroeid tussen de boeren en de natuurorganisaties.’
‘Als je steeds alleen maar bezig moet zijn met de productieprijs, gaat dat op een gegeven moment ten koste van de zorg voor de natuur.’
Hoe verklaart u dat de boeren en de natuurbeweging zo tegenover elkaar zijn komen te staan?
‘Er is de afgelopen decennia steeds grotere druk gekomen om maximaal te produceren tegen de laagste prijs. Ik heb helemaal niets tegen innovaties zoals de melkrobot. Integendeel: daar is niets mis mee. Maar als je steeds alleen maar bezig moet zijn met de productieprijs, gaat dat op een gegeven moment ten koste van de zorg voor de natuur en de omgeving. Het principe van zo hoog mogelijke productie tegen zo laag mogelijke kosten kan niet meer leidend zijn.’
Oog voor het geheel
Betekenen uw ideeën over de kringlooplandbouw dat de productie dus onherroepelijk omlaag zal moeten?
‘Nou, niet om me er makkelijk vanaf te maken, maar er zijn heel veel manieren om bewuster met de kringloop om te gaan die niet ten koste van de productie hoeven te gaan. Ik heb bijvoorbeeld veel boeren gesproken die bewuster omgaan met de randen van de akkers. Als die niet kort worden gemaaid maar worden bezaaid met kruidenmengsels, zijn er minder gewasbeschermingsmiddelen nodig door natuurlijke bestuiving.
Dat scheelt kosten, is beter voor de bodem en de biodiversiteit en gaat niet ten nadele van de opbrengst van zo’n akker. Tot nu toe is de optimalisatie van processen in de landbouw meestal gericht op onderdelen van de keten. Daar zijn we in Nederland heel goed in, misschien wel het best in de wereld. Maar er is voor het evenwicht met de natuur veel winst te halen als we meer oog hebben voor het geheel.’
Landbouwwetenschapper Louise Fresco pleitte laatst in Vrij Nederland voor het inzetten van technologie voor een ‘ecologische kringloopeconomie’. Maar dat hoeft volgens haar niet te betekenen dat we terug moeten naar kleinschaligheid.
‘Dat ben ik met haar eens. Er is bijvoorbeeld veel te winnen met “precisiebemesting”. Door nieuwe technologie is het mogelijk exact de goede hoeveelheid te bemesten op verschillende delen van de akkers, per vierkante meter. Dat gaat overbemesting tegen, is beter voor het milieu én voor de oogst. Ik ben erg voor zulke combinaties van innovatie en boerenslimheid.’
Europa
Wat betekent uw visie voor het Europese landbouwbeleid? De Europese subsidies zijn al sinds de jaren vijftig gericht op maximale productie. Hoe wilt u dat gaan doorbreken?
‘Ik ben net in Luxemburg geweest om met andere Europese landbouwministers te praten. We zitten midden in de discussie over de toekomst van het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Mijn inzet is dat we landbouwsubsidies steeds meer gaan richten op de maatschappelijke opgave van boeren en tuinders, zoals de klimaatdoelstellingen en de bijdrage die boeren kunnen leveren aan biodiversiteit.’
Is daar animo voor bij andere Europese landen?
‘Nederland loopt erin voorop, maar het is best een taai debat, dat ontken ik niet. In de nieuwe voorstellen van Phil Hogan, de eurocommissaris van Landbouw, zijn dit soort duurzame principes meer doorgedrongen dan voorheen, al had het van ons wel iets ambitieuzer gemogen. Maar er zijn ook Europese lidstaten die de andere kant op hangen. Dat zijn vooral landen in Oost- en Zuid-Europa waar veel boeren voor hun inkomen volledig van de landbouwsubsidies afhankelijk zijn. Er verandert ook veel, zoals in Frankrijk, waar de laatste minister van Landbouw net weer door Macron is vervangen. Af en toe is het lastig schakelen.’
‘We zijn langzamerhand vergeten dat goed voedsel waardevol is en dat er een goede prijs voor moet worden betaald.’
Zolang er goedkoop geproduceerd voedsel uit andere Europese landen wordt geïmporteerd, zullen Nederlandse boeren zeggen: leuk hoor, die kringlooplandbouw, maar we worden eruit geconcurreerd.
‘Je moet jezelf niet uit de markt prijzen. Maar er begint in Nederland ook een grotere markt te ontstaan voor landbouwproducten van hoge kwaliteit. Het keurmerk “Beter Leven” voor vlees in de supermarkt is een goed voorbeeld. Dat is een initiatief van boeren, dierenbeschermers en supermarkten: partijen die elkaar niet vanzelf in de armen vallen. Doordat consumenten meer oog beginnen te krijgen voor kwaliteit heeft dat een hoge vlucht genomen. Mensen zijn bereid er meer voor te betalen, als ze maar zeker weten dat het geproduceerd is op een manier waar zij achter staan.’
Rijk en arm
Duurzaam geproduceerd voedsel is ook iets dat mensen met hogere inkomens zich beter kunnen veroorloven. Hoe gaat u ervoor zorgen dat u de tweedeling niet versterkt?
‘Ik ben me er zeer van bewust hoe belangrijk de betaalbaarheid van voedsel is. Maar ik ken geen onderzoek dat laat zien dat er in rijkere wijken meer dure, diervriendelijke producten worden gekocht. Het is ook belangrijk om te bedenken dat we de afgelopen jaren een steeds kleiner deel van ons inkomen aan voedsel zijn gaan besteden. Begin jaren zeventig was het nog rond de 20 procent, nu rond de 12 procent.
We zijn langzamerhand vergeten dat goed voedsel waardevol is en dat er een goede prijs voor moet worden betaald. Door de lage voedselprijzen wordt er ook enorm veel voedsel weggegooid. Ik vind het een uitwas van onze maatschappij dat we daar niet meer bij stilstaan. En ik erger me enorm aan de rigide manier waarop we met houdbaarheidsdata omgaan, bijvoorbeeld op pakken rijst en pasta en vacuümverpakte koffie. Die gaan vaak – húp – bij het vuilnis.
Dat is een gevolg van Europese regelgeving. Het is nog niet gelukt daar iets aan te doen, maar ik ben ermee bezig. Gelukkig worden er steeds vaker slimme alternatieven verzonnen. Een mooi voorbeeld vind ik de “verspillingsfabriek” in Veghel. Daar maken ze bijvoorbeeld soep van tomaten die anders zouden worden weggegooid en adviseren ze bedrijven hoe ze verspilling kunnen tegengaan.’
Volgens ‘De Staat van de Boer’, een groot onderzoek van dagblad Trouw, wil 80 procent van de boeren overstappen naar natuur- en diervriendelijker productie. Als ze dat zo graag willen, waarom hebben ze dat dan niet allang gedaan?
‘Boeren zitten vaak vast aan langlopende contracten. Dat maakt het heel lastig naar duurzamer methoden over te stappen. Mijn visie is niet alleen een verhaal voor de boer, maar ook voor de financier, de supermarkt en de consument. Ik ga met álle betrokken partijen praten over hun rol in een duurzamer voedselproductie. Ik kan ze niet allemaal dwingen te doen wat ik voor me zie, maar ik kan ze wel aansporen met me mee te denken hoe we de landbouw maatschappelijk verantwoord kunnen laten produceren.’
Warme sanering
Er is ook kritiek op uw visie. Zo zou u te weinig doen aan de intensieve veehouderij.
‘In het regeerakkoord is al afgesproken dat er een “warme sanering” komt van de varkenshouderij in gebieden waar de hoeveelheid varkens leidt tot overlast en veiligheidsrisico’s voor de omgeving. Dat is het geval in Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg. Daar zijn ook veel varkenshouders met grote schulden die geen kant op kunnen. We hebben de afgelopen decennia allemaal geprofiteerd van de lage prijzen. Dan is het ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid dat we zulke boeren een way out bieden. Ook de melkveehouderij is de afgelopen jaren vrij rigoureus ingekrompen.’
Maar in uw plannen heeft u het niet over drastische inkrimping van de veestapel. Volgens critici probeert u te veel de kool en de geit te sparen.
‘Als ik begin over inkrimping van de veestapel worden de loopgraven meteen weer betrokken. Juist daar staan twee werelden tegenover elkaar. Ik heb gedacht: ik kan daar de focus op leggen en terechtkomen in een discussie waar ik niet uitkom, of ik kan op zoek gaan naar gemeenschappelijke ideeën en van daaruit de verandering op gang brengen.
Het zijn ook lastige dilemma’s. Ik heb mijn visie bijvoorbeeld gepresenteerd op een biologisch-dynamische boerderij waar ze meer dan vierhonderd koeien hebben. Volgens de gangbare definitie zou dat een megastal zijn. We willen ook graag dat kippen buiten lopen omdat het goed is voor het dierenwelzijn, maar dat zorgt voor grotere fijnstof-emissie dan wanneer ze in de stal verblijven.
‘Ik wil niet handelen vanuit wantrouwen, want dat leidt alleen maar tot méér regels en méér wantrouwen.’
Dat heb ik in mijn eerste jaar als minister wel geleerd: er zijn geen eenvoudige oplossingen. Mijn eigen dogma’s zijn ook opgeschud. Ik dacht aanvankelijk ook dat alleen kleinschaligheid duurzame oplossingen kon bieden, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Daarom ga ik niet snel zeggen: u hebt de verkeerde overtuiging. Ik stel heldere randvoorwaarden, maar daarbinnen mag de creativiteit zijn loop hebben.’
Ruimte voor het experiment
U stelt in uw visie dat de Rijksoverheid ‘naast de boeren en tuinders zal gaan staan’. Wat bedoelt u daarmee?
‘Ik wil duidelijke kaders stellen, waardoor boeren weten waar ze aan toe zijn en waar ze op afgerekend zullen worden. En tegelijkertijd wil ik ruimte geven aan experimenten. Dan is het cruciaal dat je elkaar vertrouwt. Vertrouwen geven is spannend, want misschien word je wel een keer genept en ga je een keer op je muil. Maar ik wil niet handelen vanuit wantrouwen, want dat leidt alleen maar tot méér regels en méér wantrouwen. Die dynamiek wil ik doorbreken.’
In uw eerste jaar als minister bent u al geconfronteerd met grootschalige mestfraude en fraude met de registratie van kalveren. Dat geeft weinig reden tot vertrouwen.
‘Ik was vooral geschokt door de mestfraude. Dat was niet het werk van individuen, maar van hele serie mensen die de fraude faciliteerden of de andere kant op keken, van keiharde criminelen tot boeren die in het nauw zaten en dachten: nou, toe maar, ik doe er één keertje aan mee. Natuurlijk is dat fout en moet de overheid dan hard optreden. Maar ik zie ook heel veel boeren die wél het goede willen doen.
‘Dat zoveel verschillende partijen de visie nu steunen, geeft me ook het vertrouwen dat de plannen niet sneuvelen als dit kabinet voorbij is.’
Misschien ligt dat in het ene zinnetje besloten dat de overheid naast de boeren wil gaan staan. Dat je naast elkaar staat, betekent niet dat je alles maar accepteert wat er gebeurt. Je moet elkaar ook aanspreken als dingen níét goed gaan. Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor de boeren onderling. Die cultuur kan je alleen vanuit vertrouwen stimuleren.’
Zoeklicht op verschillen
Wie waren het moeilijkst mee te krijgen in uw visie: de boeren, de natuurorganisaties of de politiek?
‘De politiek. Ik heb zelf in de Kamer gezeten, dus ik weet hoe het werkt. Voor politici is het vaak lastig hun standpunt los te laten. Ik heb veel met Kamerleden gesproken om steun voor mijn visie te krijgen, ook met die van de coalitiepartijen. Ik heb hier op het ministerie nog een hele avond zitten praten met de landbouwspecialisten van het CDA, de VVD, D66 en de ChristenUnie, met een fles wijn op tafel, om verder te komen. Dat waren de meest intensieve gesprekken.’
Uw coalitiegenoten waren lastiger te overtuigen dan boeren en natuurorganisaties?
‘In de politiek staat altijd een zoeklicht op de verschillen. Daar zijn politici zich voortdurend van bewust. Af en toe is dat goed, maar soms moet je bereid zijn je eigen opvattingen bij te stellen als je het land vooruit wil helpen. Als we allemaal op onze eigen tegel blijven staan, komen we geen millimeter verder. Wat ik hier heb geprobeerd, is iedereen – inclusief mezelf – van die tegel af te laten komen. Dat was moeilijk, maar uiteindelijk is het gelukt. Dat zoveel verschillende partijen de visie nu steunen, geeft me ook het vertrouwen dat deze plannen niet sneuvelen als dit kabinet voorbij is.’
Dit artikel maakt onderdeel uit van de VN-special ‘Zo verbeteren we de wereld’. Harm Ede Botje, coördinator van de special, vertelt waarom het klimaat actueler is dan ooit, en wat het concept ‘praatje-plaatje-daadje’ van de judoleraar van zijn kinderen daarmee te maken heeft. Kijk voor een overzicht van de artikelen op vn.nl/eco.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.