Dit artikel is ook te beluisteren.

Op 24 december heeft de Hoge Raad met een arrest uitspraak gedaan in een massaal-bezwaarprocedure die spaarders hebben aangespannen tegen de Nederlandse staat. Zij hebben de afgelopen jaren namelijk nul rendement gehaald op hun spaargeld en moesten toch inkomstenbelasting betalen. Maar in box 3 doet de fiscus alsof alle mensen een gelijk rendement behalen op hun vermogen, ongeacht hoe ze dat vermogen beleggen. Vervolgens wordt dat rendement met 31 procent belast.

Naar het oordeel van de Hoge Raad is box 3 in tegenspraak met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Mensen betaalden inkomstenbelasting over een door de overheid verondersteld, fictief rendement dat belastingplichtigen nooit in werkelijkheid hebben behaald.

De Hoge Raad vindt Box 3 ook discriminerend. Dat fictieve rendement is hoger verondersteld naarmate mensen meer vermogen hebben, omdat mensen dan meer risico zouden nemen met hun beleggingen. Maar omdat niet iedereen ook risicovoller belegt, oordeelde de Hoge Raad dat box 3 risicomijdende spaarders discrimineert.

De ‘forfaitaire vermogensrendementsheffing’ in box 3 is een eufemisme gebleken voor ‘belastingheffing over verzonnen inkomsten’. De Hoge Raad heeft daarom geoordeeld dat box 3 illegaal is.

Ik was totaal verrast door het arrest. De forfaitaire vermogensrendementsheffing is namelijk mijn nemesis als econoom.

Tijdens mijn promotie begon ik ooit met onderzoek naar optimale onderwijsfinanciering, op het snijvlak van macro-economie, openbare financiën en onderwijseconomie. Maar toen ik net was begonnen, in 1997, barstte onder economen een verhitte discussie los over de belastingplannen van Willem Vermeend (PvdA).

Box 3 is een mesjogge fiscaal curiosum. Geen enkel ander ontwikkeld westers land stelt vermogensinkomsten op privéniveau helemaal vrij van belastingheffing en stelt daarvoor een vermogensbelasting in de plaats.

Die plannen zouden later uitmonden in Belastingherziening 2001. Die belastingherziening is de reden dat ik uiteindelijk hoogleraar overheidsfinanciën ben geworden. Sinds 1997 heb ik me namelijk geweldig kwaad gemaakt over het feit dat box 3 werd ingevoerd en het heeft me geïnspireerd om academisch onderzoek te doen naar de optimale belastingheffing op kapitaalinkomen.

Box 3 is namelijk een mesjogge fiscaal curiosum. Geen enkel ander ontwikkeld westers land stelt vermogensinkomsten op privéniveau – rente, dividend, huurinkomsten (tweede huis) of vermogenswinsten op de verkoop van bezittingen zoals aandelen en huizen – helemaal vrij van belastingheffing en stelt daarvoor een vermogensbelasting in de plaats.

Want dát is wat Nederland doet. Door alleen verzonnen inkomsten te belasten, hangt de te betalen belasting slechts af van de hoeveelheid vermogen die mensen hebben en niet van het inkomen dat ze daarmee verdienen.

Volkomen inferieur

De vermogensbelasting in box 3 is economisch volkomen inferieur aan een belasting op werkelijke vermogensinkomsten, inclusief vermogenswinsten.

Want als de overheid zonder veel economische schade belasting wil heffen, dan moet ze vooral onverdiend inkomen belasten – inkomen dat is vergaard zonder een economische inspanning te leveren. Zulke belastingen zijn niet schadelijk voor de economie.

Bovennormaal hoge rendementen op beleggingen ontstaan bijvoorbeeld omdat mensen superieur beleggingsinstinct hebben, of aandelen hebben gekocht in bedrijven die veel marktmacht hebben, of getalenteerde ondernemer zijn met een bv, of omdat mensen huizen hebben die steeds meer waard worden zonder dat ze daarvoor iets hebben hoeven doen.

Inkomen dat is vergaard met grote economische inspanningen – bijvoorbeeld minder consumeren, dragen van financieel risico, of ondernemerschap – moet daarentegen juist minder zwaar worden belast, omdat het zinvolle activiteiten ontmoedigt.

Een vermogensbelasting heft vooral belasting op het verdiende inkomen en niet op het onverdiende inkomen en is daarmee veel slechter voor de economie dan een belasting op vermogensinkomsten.

Het is niet alleen veel beter voor de economie om een belasting op vermogensinkomsten te heffen, het is ook rechtvaardiger. Mensen met hetzelfde vermogen, maar met totaal verschillende inkomens uit dat vermogen, betalen bij een vermogensbelasting exact hetzelfde. Mensen met alleen spaargeld betalen toch belasting, terwijl ze geen inkomen hebben. Mensen met alleen beleggingen betalen belasting over een verzonnen rendement, terwijl het werkelijk behaalde rendement veel hoger kan zijn, zoals de afgelopen jaren is gebleken.

Met een belasting op vermogensinkomsten en -winsten betalen alle mensen met hetzelfde inkomen dezelfde belasting, ongeacht of ze sparen, beleggen, een huis verhuren of hun bezittingen met winst verkopen. En mensen met een hoger kapitaalinkomen betalen gewoon meer belasting.

Met een belasting op vermogen deelt de overheid bovendien minder in de pech en het geluk van mensen dan met een belasting op vermogensinkomsten en -winsten. Immers, bij pech moeten mensen nog altijd belasting betalen en bij geluk wordt hun belasting steeds lager ten opzichte van hun inkomen.

Fiscale miskleun

Deze argumenten zijn niet nieuw. Al in 1997 was volstrekt duidelijk dat vrijwel niemand in Nederland met enig verstand van zaken voor het belasten van verzonnen vermogensinkomsten was.

Hoogleraar fiscale economie Sijbren Cnossen stuurde een brief namens alle Nederlandse fiscaal economen en fiscaal juristen – op twee na – naar leden van de Tweede Kamer. Een van de twee die de brief niet ondertekenden was hoogleraar fiscale economie Leo Stevens, maar ook hij heeft later afstand genomen van box 3.

Van de Nederlandse politieke partijen kwam alleen GroenLinks – onder aanvoering van toenmalig financieel woordvoerder Kees Vendrik – met een doordacht alternatief voor een gecombineerde vermogenswinst en -aanwasbelasting waarmee werkelijke vermogensinkomsten werden belast. Ook dat heeft niet mogen baten. Bij de andere partijen bleef het oorverdovend stil.

De hele fiscaal-economische professie heeft de afgelopen twintig jaar zonder enig zichtbaar succes de fiscale miskleun van box 3 bekritiseerd.

Willem Vermeend heeft destijds iedere criticus van zijn box 3 op verbaal hardhandige en onvriendelijke wijze de mond geprobeerd te snoeren. Zonder wezenlijke maatschappelijke of politieke discussie werd Belastingherziening 2001 vervolgens beklonken in de formatie van Paars II. De rest is geschiedenis.

De hele fiscaal-economische professie heeft de afgelopen twintig jaar zonder enig zichtbaar succes de fiscale miskleun van box 3 bekritiseerd. Totdat de Hoge Raad vorige maand een streep trok door dit Fremdkörper in de inkomstenbelasting.

Dat arrest heeft enorme gevolgen.

Staatssecretaris van belastingzaken Marnix van Rij (CDA) heeft nu in allerijl besloten om de meer dan 1 miljoen mensen te compenseren die een rechtszaak hebben aangespannen tegen de staat of dat nog gaan doen. Na het toeslagenschandaal moet Nederland zijn hart vasthouden voor de ordentelijke afwikkeling hiervan.

Ook heeft Van Rij besloten om de belastingheffing in box 3 helemaal stop te zetten, waardoor mensen met vermogen voorlopig helemaal niets aan belasting hoeven te betalen.

De overheid dreigt nu vele miljarden aan belastinginkomsten mis te lopen. Daarbovenop komen de kosten van de compensatie voor de verkeerd opgelegde aanslagen uit het verleden.

Dwaalspoor

Als de overheid niet snel een goed alternatief voor box 3 verzint, zullen de vermogenden in dit land, geholpen door handige fiscalisten, hun vermogens uit box 1 en 2 proberen over te hevelen naar box 3 waar voorlopig helemaal geen belasting wordt betaald. Denk aan mensen met dure huizen van boven de 1 miljoen die geheel of gedeeltelijk zijn afgelost, mensen met een pensioen- of beleggings-bv, of mensen die woningen verhuren vanuit hun bv. Dit kan miljarden extra gaan kosten.

Nederland zou nu een belasting op werkelijke vermogensinkomsten en -winsten moeten invoeren, zoals vrijwel alle andere landen in de EU en de OESO dat doen.

Sommige economen en de linkse politieke partijen willen nu box 3 redden door het formeel een vermogensbelasting te gaan noemen in de wet. Een vermogensbelasting is nog altijd beter dan helemaal geen belasting. Maar daarmee loopt de politiek alweer het dwaalspoor op van Vermeend.

De argumenten voor een vermogensbelasting zijn nu nog altijd net zo weinig overtuigend als in 1997. Nederland zou nu een belasting op werkelijke vermogensinkomsten en -winsten moeten invoeren, zoals vrijwel alle andere landen in de EU en de OESO dat doen.

Sijbren Cnossen en ik hebben daarvoor een plan bedacht. De kern daarvan is dat belasting over normale vermogensinkomsten uit rente, dividend en huur wordt ingehouden door banken, beleggingsfondsen en huurders van particuliere verhuurders en direct wordt overgemaakt aan de Belastingdienst. Mensen hoeven dan hun vermogensinkomsten niet meer op te geven. Daarnaast moet belasting over alle vermogenswinst worden geheven bij verkoop van bezittingen. Vermogensverliezen zijn fiscaal aftrekbaar. Bij migratie of overlijden wordt belasting altijd afgerekend over opgebouwde vermogenswinst. Op die manier wordt het belastingstelsel in box 3 doelmatiger en rechtvaardiger.

Het arrest van de Hoge Raad is daarom dé kans om de politieke erfenis van Willem Vermeend volledig weg te belasten.