Het feminisme is aan zijn vierde golf toe. Er is inmiddels zoveel bereikt dat het alleen nog gaat om de laatste resten van het patriarchaat, zo blijkt uit een boek met stukken van vrouwen die na 1980 zijn geboren.

In het boek Vrouwen schrijven niet met hun tieten staan stukken en stukjes van, zo luidt de ondertitel, ‘een nieuwe generatie schrijvers over alledaags seksisme, onnodige ongelijkheid en eicellen met klauwtjes.’ Wie de achterlijke titel van dit boek met vijfentwintig bijdragen van vrouwen die na 1980 zijn geboren heeft bedacht, wacht een verrassing.

Wanneer vrouwen niet met hun ‘tieten’ schrijven, waarmee schrijven ze dan wel? Met hun hele persoon, is het antwoord, dus niet speciaal met alles wat hen tot vrouw maakt. Maar het boek gaat er juist over dat het zijn van een vrouw, en niet een man, aan een nieuwe feministische sprong voorwaarts toe is. Dus moet het schrijven van vrouwen gebeuren met hun vrouwelijke eigenschappen en attributen (waaronder borsten). Dan bereiken ze wat ze willen: dat vrouwen als vróúwen meer gewaardeerd worden.

Maar dat was helemaal niet de bedoeling van degene die de zin ‘vrouwen schrijven niet met hun tieten’ heeft bedacht: Niña Wijers, de schrijfster van de roman De consequenties. Ze deed die uitspraak in haar toespraak bij de uitreiking van de Anna Bijnsprijs 2014, om zich af te zetten tegen de hardnekkige gewoonte om schrijvende vrouwen in een aparte categorie te stoppen, onder meer met speciale prijzen voor vrouwen, zoals de Anna Bijnsprijs. Ze zei: ‘Het is ook niet ideaal, seksistisch zelfs, zo’n prijs alleen voor vrouwen. Alsof de vrouw een minderheid is, laat staan een aparte afdeling. Vrouwen denken niet met hun tieten, en ze schrijven er als het goed is ook niet mee. De hele genderdiscussie maakt me af en toe moe, omdat fictie nu juist de plek bij uitstek is om de categorieën man/vrouw te laten varen. Wanneer ik schrijf, en wanneer ik lees, ben ik helemaal niet bezig met mijn sekse. Dat mijn vrouwzijn óók bepaalt wat en hoe ik schrijf zal ik niet ontkennen, maar uiteindelijk toch niet meer dan alle andere componenten – nationaliteit, sociale achtergrond, educatie – die mijn identiteit bepalen.’ De zin met de tieten heeft nog net zijn functie in dit betoog, maar als titel van het boek wil je er niet mee gezien worden.

De meeste vrouwen die in het boek aan het woord komen plaatsen vrouwen wel dubbel en dwars in een aparte categorie.

De meeste vrouwen die in het boek aan het woord komen plaatsen vrouwen wel dubbel en dwars in een aparte categorie. Die aparte categorie is tactisch-maatschappelijk nog niet zo gek als het gaat om de nog steeds doorzeurende problemen van vrouwen in het algemeen, maar in de cultuur en de literatuur behoort het denken in mannen en vrouwen-werelden tot de afdeling brocante en antiquiteiten. Het boek gaat vooral over feminisme, niet over literatuur. Daarom slaat de titel nergens op.

Het feminisme heeft het niet makkelijk. Omdat er al zoveel is bereikt kan het geen echte vuist meer maken. Het valt natuurlijk niet te ontkennen dat de helft van de vrouwen nog steeds niet financieel onafhankelijk is, dat de betaling nog steeds ongelijk is, dat seksuele intimidatie hardnekkig is – in Amerika krijgt elke 9 seconden een vrouw een klap, elke 6,2 minuten wordt een vrouw verkracht – dat de dociliteit van vrouwen aanhoudt, en dat de invloed van de minachtend-lacherige Maxim Hartman-mentaliteit onder mannen groot is, maar een harde vuist valt er niet meer van te maken. Het is raar om desondanks te doen alsof alles nog gewonnen moet worden. Of dat we nog steeds in een patriarchaat leven, zoals de samenstelster van het boek, Wiegertje Postma, zegt.

Volgens Nikki Dekker leven we zelfs, afgezien van in een patriarchaat, ook nog in een ‘seksistische cultuur.’ Voor haar zijn ‘tieten twee zichtbare hompen die je overal met je meesjouwt.’ Fatima Warsame vindt ‘onze samenleving tenenkrommend seksistisch’, en ook, alsof grote woorden niets kosten, ‘hartstikke racistisch, transfobisch en homofobisch.’ Wiegertje Postma worstelt in haar inleiding met hoog van de toren te blazen en het in acht nemen van de proporties: het mag dan wel vanzelfsprekend zijn dat man en vrouw gelijk zijn in Nederland, schrijft ze, maar ‘hun gelijkwaardigheid’ is dat niet.’ Van dit subtiele verschil ontgaat mij de portee.

Bregje Hofstede en Nina Polak. Foto’s: Jaco Klamer/HH en Sacha de Boer/HH

Het boek opent toepasselijk met een stuk van Hadjar Benmiloud, de columniste van het Amsterdamse universiteitsblad Folia. Daarin staat ze elke week met een foto waarop ze nadrukkelijk haar pronte… borsten presenteert. Het is dus begrijpelijk dat ze schrijft dat ‘mannen plezieren nog steeds vaak wordt verkocht als het hoogst haalbare doel voor een vrouw.’

De diversiteit van de stukken en stukjes is zo groot dat er niets algemeens uit te distilleren valt. De stomste stukken zijn van Shantie Singh en Sarah Sluimer. De een doet alsof elke straat gevuld is met mannen die het als roofdieren op haar gemunt hebben, de ander alsof het feminisme ‘gekaapt’ is door ‘een blanke bevoorechte minderheid’. De beste stukken zijn van Bregje Hofstede, Nina Polak, Niña Weijers en Floor Rusman. Polak schrijft niet speciaal over een feministisch onderwerp, maar over kinderloosheid en kinderen krijgen als een rite de passage. Zij voelt wel iets voor het volwassen worden volgens Hanya Yanagihara, de schrijfster van A Little Life. Die ziet volwassenheid niet als iets dat je op een bepaald moment bent, ‘maar als iets wat je blijft worden.’ Bregje Hofstede heeft het over haar jarenlange avonturen met de pil: hoe die haar libido onderdrukten en hoe die libido in alle hevigheid ontvlamde toen ze ophield hem te slikken. Floor Rusman verkeerde lange tijd in de veronderstelling dat we het feminisme achter ons hadden. Tot haar dingen in haar eigen mikromosmos gingen opvallen: mannen die vrouwen niet serieus nemen, mannen die wel, vrouwen die geen jaarcontract krijgen, mannen die het hoogste woord nemen en het houden. Ze accepteert alllerlei verschillen tussen mannen en vrouwen, maar niet de onnodige. Niña Weijers zoekt haar toevlucht het liefst in de literatuur om meer te weten over de ongerijmdheden en ambiguïteiten van het vrouw, moeder en mens zijn.

Het feminisme van de vierde golf (4.0) dat in dit boek te vinden is, is een luxe feminisme dat te maken heeft met de laatste resten van het patriarchaat. Dit boek zal snel verouderd zijn. Maar een zeker feminisme is permanent nodig: een terugval in oude patronen ligt altijd op de loer. Beschaving is immers maar tot op zekere hoogte erfelijk. Elke generatie moet die weer zelf veroveren.

Het boek is uitgegeven door Atlas Contact.