Bas Heijne verklaart in zijn bundel NRC-columns het populisme en de ontevredenheid uit het uiteenvallen van de samenleving. Maar is er wel zo weinig gemeenschapsgevoel in Nederland?
De columns van Bas Heijne in NRC Handelsblad zijn zo interessant omdat ze weliswaar over iets actueels gaan, maar hij meestal in dat actuele een symptoom weet te zien van iets groters. Zoals in het niet bepaald opwekkende voorbeeld van de Amerikaanse ‘versiergoeroe’ Julien Blanc dat in zijn selectie uit vijf jaar columns Een waanzinnig gaaf land staat. Die geeft ‘seminars’ voor honderden dollars waarin hij mannen leert hoe vrouwen kunnen doen wat mannen willen. Het komt erop neer dat mannen ervan uit moeten gaan dat vrouwen overmeesterd willen worden. Het is niet de bedoeling dat de man op instemming van de vrouw gaat wachten: ‘De opwinding zit juist in de afwezigheid van instemming.’
Deze ‘seminars’ hebben tot veel protest geleid, maar afgeblazen zijn ze niet. Waar het om gaat is dat Blanc iets doet dat we in ons verlichte wereldbeeld achter ons dachten te hebben gelaten: het exploiteren van primitieve verlangens, zoals de baas spelen over vrouwen. Blanc is het symptoom van het grotere verschijnsel dat we na de jaren zestig dachten in een wereld te leven zonder slavernij, racisme, discriminatie, klassenbewustzijn, misbruik, vooroordelen en vrouwenhaat. Dat is een ‘naïeve heilsverwachting’ gebleken want veel hiervan is allerminst verdwenen. We dachten op weg te zijn naar de verlichte samenleving, maar zijn ruw op de werkelijkheid gewezen door de opkomst van primitieve gevoelens, praktijken en ideeën als nationalisme, vreemdelingenhaat, corruptie en neoliberalisme.
De crisis is ontstaan omdat het verlichte denken deze primitieve sentimenten heeft weggedacht.
Het ‘grotere’ thema van Heijne achter de symptomen is wat hij ‘de crisis in het naoorlogse humanisme’ noemt. Het humanisme is te abstract geworden, de grote wereld (Europa, de globalisering) krijgt meer aandacht dan de kleine wereld van de eigen omgeving. Wat Heijne ‘verfoeide sentimenten’ noemt: ‘eigen volk, eigen cultuur, eigen geschiedenis, eigen eigenheid’, zijn door de achterdeur van het populisme weer de politiek binnengekomen. De crisis is ontstaan omdat het verlichte denken deze primitieve sentimenten heeft weggedacht. We dachten dat in de welvarende omstandigheden, waarin we in het laatste kwart van de vorige eeuw waren beland, het verlichte, redelijke, rationale denken de overhand zou krijgen. Daar was nu alle ruimte voor. Dat kwam niet uit. In plaats daarvan kwamen Pim Fortuyn en Geert Wilders op en alles waar hun partijen voor zijn gaan staan. Een terugval, vanuit het verlichte denken gezien. Er ontstond een contra-Verlichting.
Heijne heeft natuurlijk geen eenvoudige oplossing voor die crisis in het humanisme, maar zeker is dat hij wil dat die ‘verfoeide sentimenten’ serieus genomen worden. Het zijn deze sentimenten die deels leven bij de stemmers op Geert Wilders en, op een iets andere manier, bij Emile Roemer. De opdracht van het in crisis verkerende humanisme (en in het verlengde daarvan de sociaaldemocratie) is die verfoeide sentimenten te veranderen in vruchtbare sentimenten: het honoreren van het eigene zonder het vreemde als vijandig te zien, het erkennen van de eigen kleine wereld als basis van het leven, zonder de grote wereld uit het oog te verliezen. Dat levert niet zelden frictie, tegenstrijdigheden en paradoxen op, maar dat is nu eenmaal zo wanneer je uiteenlopende werelden wilt verbinden. Heijne noemt de mens overigens wel erg makkelijk een ‘cultureel gewoontedier’, alsof hij dan ook maar aan al zijn gewoonten vast moet houden, ook als die niet zo mooi zijn. Je kunt verfoeilijke sentimenten serieus nemen, maar er kunnen ook linea recta de vuilnisbak in.
Breken met het individualisme
De uitspraak Een waanzinnig gaaf land van Marc Rutte, die Heijne als titel heeft gekozen, krijgt in het boek wel een erg wrange uitwerking. Dat zogenaamd gave land bestaat uit vervreemde eenlingen die volgens Heijne in geen enkel opzicht meer een gemeenschap of samenleving vormen. De overheid en de markt hebben steeds meer taken overgenomen die vroeger door kleine gemeenschappen werden gedaan. Het gevoel van maatschappelijke samenhang, van gemeenschap, is ‘uitgehold’: ‘Alle populistische politiek, links en rechts, gaat precies daarover.’
De invloed van Frans Kellendonk op Heijne doet zich in deze columns uitgesproken gelden: Kellendonks klacht dat de samenleving was verstoken van enig ‘transcendentaal verband’ keert bij Heijne terug in zijn verlangen naar een nieuw soort gemeenschap, een culturele samenhang, waarin gebroken wordt met het individualisme, althans: het woord valt niet meer.
De vraag is of daarmee het kind niet met het badwater wordt weggegooid. Dat zou toepasselijk zijn want het laatste stuk van het boek, wellicht speciaal hiervoor geschreven, gaat over het ontbreken van het gevoel van verbondenheid en over ‘het zwembadtrauma’ bij de inwoners van Heijnes geboortedorp Zwanenburg, aan de rand van de Haarlemmermeerpolder. Tot verdriet van de inwoners was het zwembad begin jaren negentig gesloten omdat het niet meer rendabel was. ‘Er zijn belangrijker kwesties dan het Zwanenburgse zwembadtrauma’, schrijft Heijne. ‘Maar kijk naar de onderliggende emoties. Verlies van eigenwaarde, bedreigde eigenheid, een heftig gevoel van miskenning, niet gezien worden – het is jarenlang de grondtoon van de onvrede.’
Miljoenen mensen kijken vaak als één gigantische familie naar dezelfde televisie-uitzendingen.
Burgers zullen vaak genoeg niet genoeg ‘gezien’ worden, zoals hier, maar ik vraag me af of er in het algemeen wel te weinig gemeenschap is in Nederland. Miljoenen mensen kijken vaak als één gigantische familie naar dezelfde televisie-uitzendingen. Bij allerlei nationale acties ontstaan spontaan gemeenschappen, alsof ze hebben gewacht om weer te voorschijn te komen. En juist de mensen die zo nadrukkelijk protesteren blijken in hun buurt een hechte gemeenschap te vormen.
Dat de emoties zo vaak hoog oplopen bij protesten, bijvoorbeeld als het gaat om assielzoekerscentra, kan, afgezien van slechte communicatie van de overheid, ook aan korte lontjes en kortzichtigheid liggen. Wat niet wil zeggen dat het lokale, de directe omgeving, niet als eerste een vertrouwde sfeer moet uitstralen, als basis om met je gedachten uit te kunnen vliegen naar kosmopolitische verten.
Bas Heijne, Een waanzinnig gaaf land, Prometheus, 200 p., €19,95
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.