Op een goede dag, enkele jaren geleden, zag Avinash Changa een briefje hangen op het raam van de bakker: Fiets te koop. Dát kwam goed uit, de immer opgewekte ondernemer had juist een nieuw exemplaar nodig. In het rek zag hij een mooie, nette herenfiets staan.
Changa kocht de fiets en reed er de volgende weken naar tevredenheid mee van de Amsterdamse Jordaan naar West, waar hij een eigen bedrijf voor digitale producties runde, een succesverhaal dat weldra zou uitgroeien tot het in virtual reality gespecialiseerde WeMakeVR. ’s Avonds kon hij voldaan weer terugfietsen. Het ging, en gaat, Changa voor de wind. BBC’s Business Insider noemde hem al ‘one of the leading lights in the sector’. The New York Times en Forbes schreven over hem en hij kan grote merken als Tommy Hilfiger en IBM tot klant rekenen.
Op een niet zo goede dag, enkele weken later, kwam er een motoragent naast hem rijden. De agent minderde vaart en dwong Changa te stoppen. Van wie die fiets was. Nou, van hemzelf. En hoe hij er dan aan kwam. Uh, van de bakker…
Changa moest mee naar het politiebureau, hij stond onder verdenking van diefstal en heling. Een hele dag hield de politie hem vast. Met handboeien om werd hij van het ene naar het andere politiebureau verplaatst. En al die tijd vroegen ze zich op kantoor af waar Changa bleef, Er wachtten medewerkers, e-mail en telefoontjes, maar hij mocht niet bellen en werd pas aan het einde van de dag vrijgelaten. ‘Dat is mijn realiteit,’ zegt Changa: ‘als ik ’s ochtends naar mijn werk fiets, kan ik worden aangehouden.’
Interviewer zet grote ogen op.
‘Ik denk dat het de politie ging om het ‘totaalplaatje’: spijkerbroek, hoodie, sneakers. Ik heb een profiel dat niet matcht met een zakenman in pak die uit een Uber stapt, of met dat van de eigenaar van een mooie, nieuwe fiets.
Geïnterviewde ziet interviewer toch denken aan racisme.
‘Ik begin nooit expliciet over huidskleur. Huidskleur breng ik eigenlijk helemaal nooit ter sprake. Ik voel en heb me altijd een Nederlander en een Amsterdammer gevoeld.’
Blauw haar
Eigenlijk, legt hij uit, wil hij ook liever niet dat dit verhaal begint met die fiets, want dan gaat het zo over vooroordelen, en, zegt de lachend-pratende Changa: ‘Ik ben nou eenmaal een positivo.’
Maar als ik de positivo vraag of Nederland meer of minder racistisch wordt, is de rappe prater lang stil. Uiteindelijk komt hij vanuit zijn tenen met een heel algemeen: ‘Op de héle lange termijn worden vooroordelen minder.’
Als ik doorvraag, begrijp ik dat de ‘positivo’ bovenal de verschillende lagen van de werkelijkheid wil beschrijven. Hij wil nauwkeurig weergeven wat de realiteit is en wat erin verborgen kan zitten – zoals je in een driedimensionale virtuele wereld achter de verschijningsvormen kunt kijken. Het besef dat de werkelijkheid niet eendimensionaal is, zit er diep in bij de maker van driedimensionale werkelijkheden.
‘Als ik denk dat vooroordelen minder worden, denk ik vooral aan vooroordelen in heel brede zin, breder dan huidskleur. Bij welke cultuur of subcultuur hoor je? Waar pas je wel en waar pas je niet in? Ik heb vrienden en kennissen uit sterk verschillende walks of life. Ik kan net zo goed omgaan met mensen uit het uitgaansleven als met studenten, ex-hippies of zakenmensen. Mijn punt is: vooroordelen gaan ver voorbij huidskleur en hebben meer te maken met perceptie en verwachtingen.
Een voorbeeld: ik ga vaak naar de VS. Zowel privé als zakelijk. Zonder uitzondering word ik uit de rij getrokken voor een “random” security check. Mijn record is twaalf “random” checks inclusief een uurtje in een ondervragingskamer, binnen één reis van Amsterdam naar San Antonio, Texas. Maar ik heb ook een tijdje knalblauw haar gehad. Toen zag ik er erg opvallend uit, het was stijlvol gedaan. Opeens werd ik gezien als hip, en was het klaar met de “random” security checks! Wat ik maar wil zeggen over vooroordelen: huidskleur maakte niet het verschil, knalblauw, stijlvol haar wel.’
‘Je hersenen worden heel flexibel als het realistisch is gemaakt. Je kunt fysieke sensaties simuleren.’
Huidskleur is niet waarom hij over deze ervaring vertelde. Hij wil het hebben over de reacties van zijn vrienden. Eentje zei: Je hebt vast iets gedaan wat aanleiding gaf. Een ander: Die agent doet dat niet zomaar. Het was heftig om te zien hoe sterk mensen op hun idee van de werkelijkheid blijven vertrouwen. Dat vertrouwen was zo sterk dat zelfs zijn vrienden zijn verhaal alleen in konden passen als hij toch iets had gedaan. De eigen realiteit is hardnekkig.

Euforisch
Op een doordeweekse dag bespied ik Changa die mij bespiedt. Ik sta in zijn studio, een omgebouwde garage van waaruit hij zijn bedrijf leidt. Hij werkt samen met een ‘angel-investeerder’ in Londen, er zit een werknemer in Portugal en hier in Amsterdam lopen zes vaste krachten en een extended family van oproepkrachten en vrienden rond.
Maar ik sta op Vlieland, want Changa heeft me een VR-bril opgezet. Ik ben op het festival Into The Great Wide Open en ik sta in het bos en bekijk er de kunstwerken. Ik sta in het publiek en kijk naar een band. Ik sta naast de zanger en bezie het publiek. Ik sta op de boot terug met mijn nieuwe vrienden.
Dan duwt Changa twee controllers in mijn handen en hangt een gordel batterijen om mijn middel, zodat ik vrij, zonder elektriciteitssnoer, kan bewegen. Nu betreed ik een geheimzinnige ruimte die aan alle kanten slechts wordt begrensd door een grid.
Mijn ene hand omklemt iets dat het midden houdt tussen een penseel en een laserzwaard. In de andere houd ik een palet dat meerdere zijden heeft, ik kan er allerlei kleuren en vormen op uitkiezen, die ik vervolgens in de ruimte schilder. Ik doe een paar stappen (in het echt – denk ik) draai me om en zie twee meter achter me zweven wat ik net schilderde. Ik schilder weer, nu voor me, achter me en om me heen. Dit lijkt op hoe Picasso een glasplaat onder klodderde, maar in plaats van op een platte glasplaat blijft de verf overal waar ik wil in de ruimte hangen.
Ik raak euforisch. Ik ben Picasso. Ik ben Changa. Ik kleur de wereld in.
Medische innovatie, verbetering van de zorg, vernieuwend entertainment: daar is het bedrijf van Avinash Changa mee bezig.
Stiekem heb ik tussen de bril en mijn neus even de echte wereld in gekeken en daar zag ik vlak voor me Changa staan, die me met zijn telefoon stond te filmen. Een verrukte lach om zijn mond. Het aantal keren dat hij iemand een VR-bril opzette moet in de duizenden lopen, maar hij blijft enthousiast.
Als we even later aan de grote witte tafel in zijn wit gekalkte garage zitten, zegt hij: ‘VR gaat zo’n impact op ons leven hebben. Dat wij nu de opkomst meemaken én helpen meemaken, dat is echt once in a lifetime.’
Zelf ontwerpen
VR gaat de wereld ingrijpend veranderen. Changa’s eerste grote succes was het verzinnen en in elkaar zetten van de eerste camera voor gebruik in Virtual Reality – hij heeft het ook vaak over ‘immersive technologies’, waarmee hij verwante vormen insluit waarmee je de bestaande wereld en virtuele mengt, zoals augmented reality en mixed reality.
Voorheen werd gefilmd met een soort panoramacamera’s: je kon er niet mee naar beneden of naar boven kijken en je kon er geen diepte mee zien. Nu wel.
Het zelf ontwerpen van de techniek is noodzaak: er is niks anders. Maar, zegt Changa, let niet te veel op de apparatuur, die verandert mee en voert een eigen strijd om massaal en goed geproduceerd te worden. Hem gaat het om de mogelijkheden. Hij vergelijkt deze periode met de opkomst van internet. Mensen zeiden toen: waarom heb je dat nou nodig? Waarom mail als je al brieven kan posten? Later werd duidelijk dat het bij internet ging om een infrastructuur die op oneindig veel manieren kon worden gebruikt.
Het gebruik, zegt hij, is altijd doorslaggevender dan de techniek. Opa’s en oma’s waren niet geïnteresseerd in de iPad, tót na een aantal jaren bleek dat je er heel handig mee kon facetimen en skypen. Je kon binnenvallen in de huiskamer van de kleinkinderen in Australië. Daarop begonnen de opa’s en oma’s massaal tablets te gebruiken – en of het er nou een van Apple was of van Samsung, dat deed er niet echt toe. Het gaat niet om de hardware, zegt Changa, het gaat om wat je ermee kan doen.
Guinness Book of World Records
De camera mag een wereldwijd succes zijn geweest, Changa ziet die niet als zijn ‘grote’ succes. Hij is pas echt trots op de gevonden toepassingen. Zoals daar in korte tijd waren:
– De catwalk-registratie voor Tommy Hilfiger, wereldwijd in winkels te beleven.
– De korte film VR-film Ashes 2 Ashes; wint wereldwijd op festivals prijzen voor narratieve content in VR.
– De muziekvideo met de Nederlandse rapper Brainpower; staat als eerste VR-muziekvideo ter wereld in het Guinness Book of World Records geboekt.
– De educatieve applicatie om medische kennis en ervaringsopbouw voor studenten goedkoper en efficiënter te maken en nieuwe technieken te delen; won een Bright Award.
– Korte films Unjust en Hollow; wonnen 48Hrs film competitie voor beste VR-film.
Pornoboeren
Bovenal is zijn missie: VR laten werken om de kwaliteit van leven te verbeteren. De communicatie tussen grootouders en kinderen, bijvoorbeeld, maar noem maar op. Veiligheid? Leer een brandweerman hoe te handelen in een brand. In theorie begrijp je het wel, maar wat als je virtueel ‘echt’ in een brandende woonkamer staat? Of op een gevaarlijk kruispunt, terwijl je naar school fietst en de vrachtwagenchauffeur je niet ziet?
Werp je Avinash Changa voor de voeten dat talloze uitvindingen die de mensheid bedreigen zijn gedaan door idealisten die het goed bedoelden, dan walst hij daar met zijn positivisme overheen. En ja, hij moet beamen wat Jaron Lanier, een van de vaders van de VR, onlangs zei: VR kan de hemel én de hel zijn en Changa dringt er daarom ook bij de grote bedrijven op aan om gezamenlijk afspraken en richtlijnen te maken, maar VR zelf valt, net zomin als zijn positivisme, nog in te dammen.
Overal in de samenleving zullen andere toepassingen worden gevonden. Na de uitvinding van de camera werd Changa benaderd door pornoboeren met vooruitstrevende ideeën. Ze boden hem veel geld om samen de dromen van hun klanten te realiseren, maar daarin was Changa niet geïnteresseerd. Want ja, hij wil zakelijk succesvol zijn, en hij ziet het als zijn kracht dat er een degelijke, zakelijke realiteitszin aan zijn werk ten grondslag ligt, maar hij heeft ook als doel op langere termijn betekenisvolle zaken mogelijk te maken. Voor grote merken, instellingen en organisaties verzint hij daarom zakelijke en commerciële toepassingen, gericht op direct meetbaar korte-termijnresultaat. Dat maakt het mogelijk om ook op eigen kracht toepassingen te ontwikkelen die op langere termijn sociale impact gaan hebben.
VR kán volgens Changa de wereld mooier maken en daarom werkt hij aan projecten als een beleving waarin jeugdige gevangenen beter leren communiceren, dokters virtueel het menselijk lichaam ingaan en hulpverleners in een virtuele omgeving huiselijk geweld opsporen.
Dat laatste project heeft een duidelijke, persoonlijke reden.
Mannen met bivakmutsen
Heel even lijkt hij een normale jeugd voor een uitvinder/visionair/producer/technerd te hebben gehad: spelen met Lego, cartoons kijken, sciencefiction, telefoons en videorecorders uit elkaar halen – maar, moet hij toegeven, het was niet helemaal normaal hoe hij opgroeide. Beschroomd steekt hij van wal: ‘Mijn ouders waren junkies. We woonden op de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Toen ik vier à vijf was, vertrok mijn vader. Mijn moeder bleef alleen achter. Ze kon geen werk krijgen en was verslaafd, maar ze moest wel geld verdienen, dus ze ging dealen, vanuit huis. Ik maakte me veel zorgen om haar. Mijn vader zag ik ook nog wel, maar voortaan kwam hij langs als klant.’

Er was de wereld waarin hij in een huis met een dealer als moeder woonde. Er was de wereld van school en vriendjes uit gewonere gezinnen. En er was een fantasiewereld van Lego en cartoons waarin hij ontsnapte. Fantasie is een survival tool, leerde Changa. ‘Ik had ook een grote realiteitszin. Ik wist beter dan mijn leeftijdsgenoten hoe de wereld in elkaar zat. Het ging best ver. Was ik tussen de middag thuis en ging ik weer naar school, dan moest ik een pakketje drugs meenemen en ergens afgeven. En geld in ontvangst nemen.’
Ging je daarmee niet stoer doen op school?
‘Nee, ik begreep dat ik dat echt niet moest doen – je begrijpt alles dondersgoed als kind. Ik ben ook een keer wakker geworden toen ik zeven à acht was. Er was geschreeuw. Ik ben uit mijn bed gekomen en de woonkamer in gelopen, en daar stonden mannen met bivakmutsen en mijn moeder lag op de grond. Boven haar stond een man die een gun op haar hoofd richtte.’
Wat zul je bang geweest zijn.
‘Ja, maar diep vanbinnen was ik ook heel gefrustreerd.’
Hoezo?
‘Ik heb een herinnering van toen ik heel jong was: papa wordt boos en gaat mama slaan. Ik denk: ik ga haar beschermen. Maar dan een volgende keer, ik moet een jaar of vier zijn, verschuil ik me achter haar op de bank als hij haar slaat en ik kan haar niet beschermen, ik voel me gefrustreerd.’
Oké…
‘Dus: ja, ze hadden bivakmutsen en ja, ik was vreselijk bang. Maar ik was ook gefrustreerd.’
In een tehuis
Toen hij twaalf was, viel de politie het huis binnen. Zijn moeder werd meegenomen en belandde in de gevangenis.
Avinash Changa werd net als zijn zus en halfbroertje in een tehuis geplaatst.
‘Ik moest naar een opvangtehuis voor Surinamers, maar dat werkte niet. Ik ben heel Nederlands opgevoed en zat op een heel Nederlandse school. Na twee weken pakte ik mijn spullen en ging er vandoor. Ik ben naar een tante gegaan. Haar man had een bordeel in Zuid, dat net leegstond omdat hij was overleden. Daar mocht ik een kamer huren.’
Hè! Maar je was twaalf?
‘Ja, twaalf.’
Maar dat mag helemaal niet.
‘Als je geen problemen maakt met de politie en altijd gewoon naar school gaat, is er geen probleem, geen crisis.’
Je woonde op jezelf op je twaalfde!?
‘Ik glipte door de mazen van de wet. Ik had wel een voogd die ik eens per jaar sprak, maar dat kostte me alleen maar tijd. Ik wist precies wat ik moest zeggen om weer van hem af te zijn.’
Maar hoe kwam je aan geld?
‘Ik weet nog dat… Toen ik twaalf, dertien was, kon ik in coffeeshops hasj en wiet halen, want dat had ik daar voor mijn moeder gedaan. Op school kwamen de andere leerlingen daar achter en kon ik het verkopen. Dat heb ik toen níét gedaan. Ik weet nog dat ik heel bewust besefte: dit is niet de zinnige route voor mij. Ik heb later nooit geblowd, gedronken of drugs gebruikt.’

Een beetje dom
Hij speelde in een band, vond een baantje bij een muziekzaak. Contact met leeftijdgenoten was moeilijk. Zij waren bezig met: mogen we naar de film en hoe laat moeten we thuis zijn van papa en mama? Avinash moest bedenken hoe hij die avond weer aan eten kwam.
Vanzelf had hij oudere vrienden. Op zijn veertiende versierde hij een gratis pas voor discotheek Mazzo. Hij hing er avond aan avond, ontdekte bij een speelgoedwinkel fluorescerende fluitjes en verkocht die ’s avonds op de dansvloer. Zo had hij weer geld voor boodschappen.
Talloze baantjes passeerden de revue: organisator van het Weekend of Terror, boeker van bands, reparateur van laptops, assistent-marketingmanager in de staalindustrie.
Hij kon goed omgaan met volwassenen. Op zijn vijftiende werkte hij bij een paintballbedrijf en hield daar de bachelor-feestjes met dronkenlappen in toom. Hield hij een praatje, regelde hij het even.
En altijd bleef hij ’s ochtends op zijn dooie akkertje opstaan om braaf naar school te vertrekken: de Kweekschool voor Handel, Lager Beroepsonderwijs. Er werd gedacht dat hij een beetje dom was. Hij stelde ook zoveel vragen en dat werd opgevat als: niet zo snugger. Wel sprak hij vloeiend Engels: geleerd van televisiekijken, videogames, comic books.
‘Mijn moeder dacht dat ik niet zo slim was. Ik herinner me heel goed dat ik op mijn zesde een radiografisch bestuurbare auto cadeau kreeg. Een duur cadeau, merkte iemand op. Maar mijn moeder zei: misschien kan hij dan later nog een kraanbestuurder worden. Mijn hart brak. Dat moment heeft veel van mijn motivatie gevormd. Ik heb bewijsdrang.’
Levensbestemming
Na het lbo deed hij op dezelfde school het mbo en vervolgens binnen een jaar NIMA-A en B. Daarop volgden in één ruk drie studies aan de Hogeschool van Amsterdam: commerciële economie, bedrijfsinformatica en communicatie. Hij zegt erover: ‘In alle drie studeerde ik af. Ik vond studeren leuk; de kloof met mijn omgeving viel weg.’
Via werk in de reclamewereld ontstond zijn eigen bedrijfje Disrupt, of zeg maar: een digitaal productiehuis waar hij alles combineerde wat hem als kind interesseerde: videogames, sciencefictionfilms, rare fantasieën. De vervolmaking van Disrupt werd WeMakeVR, of noem het een levensbestemming. Medische innovatie, verbetering van de zorg, vernieuwend entertainment op hoog niveau. En dan ook nog storytelling en nieuwe narratieve vormen creëren, dat is zo’n beetje wat ze doen.
‘Ik wilde een camera maken die de wereld zo vastlegt dat je boven en onder, links en rechts kan zien, mét diepte. Met blokjes, elastieken en hot glue lukte het.’
Dat zijn zeer diverse velden, maar kennelijk is het tegelijk wat zijn bedrijfje en hemzelf zo bijzonder maakt. Al tijdens zijn studietijd werd hem verteld: Je moet kiezen. Je moet je focussen op een gebied. Je kan niet drie studies tegelijkertijd doen. En, nou ja: we begrijpen het inmiddels wel, dat weerhoudt hem niet. ‘Volgens mij was er synergie tussen mijn verschillende studies en mijn interessegebieden. En die is er nu nog steeds. We pionieren op allemaal verschillende gebieden. De kern erachter is, denk ik, dat het allemaal begint bij “taal”. Wat is de taal van dit nieuwe medium? Dat onderzoeken we in al die verschillende gebieden.’
Intuïtief
Avinash Changa is de wereld aan het veranderen. Hij voelt zich daar een leider in juist doordat WeMakeVR niet één industrie als focus heeft, maar met het onderliggende fundament bezig is, dat hij in al die verschillende industrieën omzet naar eigen toepassingen. ‘Vroeger kreeg je als kind de vraag: Wat wil je later worden als je groot bent? Dan werd er een eenduidig antwoord van je verwacht. De huidige generatie kinderen en tieners navigeert intuïtief tussen verschillende media, sociale groepen en interessegebieden. Het model dat je één studierichting moet kiezen en in één specifieke sector een carrière gaat ontwikkelen, dat is niet meer van deze tijd.’
Zelf onderzoeken, verder kijken dan de anderen, geen genoegen nemen met wat je aangeboden wordt. leidde het succes in. ‘VR-brillen waren altijd een teleurstelling, tót de Oculus. Het eerste exemplaar ben ik meteen gaan openmaken en ik dacht: wat als ik hiervoor iets kan maken dat lijkt op een film en niet op een videogame?
Dan zou je ín een film staan?
‘Maar dat kon niet, zei iedereen. Je kon toen alleen om je heen filmen met een traditionele camera, die boven en onder niks filmde. Iedereen zei me: een camera voor échte VR is niet mogelijk. Maar ik wist: niet mogelijk, daar moet je nooit naar luisteren.’
Ben je toen zelf gaan uitvinden?
‘Thuis aan de keukentafel. Ik wilde een camera maken die de wereld zo vastlegt dat je boven en onder, links en rechts kan zien, mét diepte. Met blokjes, elastieken en hot glue lukte het. Wij waren de eersten ter wereld. We hebben er een patent op.’
En toen?
‘We gingen met de camera op een bootje door de grachten en filmden. Hier op kantoor zetten we mensen de VR-bril op. Ze zagen een rondvaartboot op zich afkomen en gingen instinctief terugzwaaien terwijl ze wisten dat ze hier zaten! Na afloop deden ze de bril af en vroegen ze: waar zat de ventilator en waar vandaan kwam de warmte? Dat hadden ze echt gevoeld. Maar we hadden geen föhn of kachel. Toen wisten we: je hersenen worden heel flexibel als het realistisch is gemaakt. Je kunt fysieke sensaties simuleren.’
Techniek is maar een middel
Changa had gevonden wat hij zocht: VR met echte beelden in plaats van de door een computer getekende werelden als in een videogame.
Techniek is maar een middel, hij zegt het heel vaak. Ja, je hebt techniek nodig, maar je hebt vooral toepassingen nodig waar mensen wat aan hebben. Een toepassing die gewone mensen helpt hun leven gemakkelijker te maken. Gepassioneerd wil hij de gimmicks voorbij.
‘We zien niet hoeveel mensen in de problemen zitten. Hoeveel kinderen er worden verwaarloosd, hoe men van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Mensen in de zorg zeggen me dat. Dit is onze maatschappij: we hebben het voor elkaar en we zijn blind voor wie dat niet heeft.’
Let op: dit filmpje is niet voor mensen met een zwakke maag
Bij onze gesprekken komt hij vaak terug op zijn project voor huiselijk geweld. Het is een VR-beleving voor hulpverleners. Een gezin is erop getraind goede antwoorden te geven. De hulpverlener gaat, in VR, in tweede instantie terug. De hulpverleners leren dan op zoek te gaan naar signalen: een zevenjarige kind zit mooi te tekenen, maar geen van die tekeningen hangt aan de muur. Ergens ligt een stapel ongeopende blauwe enveloppen. Zo VR inzetten, dat is wat hij wil doen.
Als hij nog eens over zijn moeder begint, begrijp ik hoe diep zijn motivatie geworteld is. ‘In de zesde klas was ik nog thuis. We hadden een eindtoneelstuk en dat vond ik helemaal te gek. Ik had een karakter zelf bedacht en zelf de teksten geschreven. Ik had heel veel passie voor dingen met fantasie. Alle ouders kwamen en ik hoopte dat mijn moeder ook zou komen.’
Tegen beter weten?
‘Ja, maar ik hoopte het toch. Toen ze niet kwam, was mijn belangstelling voor toneel meteen weg. Ik wilde er niets meer mee te maken hebben.’
Voorvoelde je niet al dat ze niet zou komen?
‘Ik hoop altijd dat het goed is, dat mensen goed zijn.’
Waarom zou je van zo’n ervaring niet juist cynisch worden?
‘Waarom zou je? Daar heb je niks aan: de dingen laten rotten. Vandaag laat ik me door niks meer stoppen. Het kan me niet schelen wat mensen vinden. Als ik geloof in een idee en mensen zeggen dat ik gek ben, dan doe ik het toch. Het geloof in geen cynisme zit heel diep vanbinnen.’
Lofzang op zijn moeder
Als ik me hardop afvraag in hoeverre dit geloof met omstandigheden en in hoeverre het met zijn aard te maken heeft, komt hij met een onverwachte lofzang op zijn moeder: ‘Dat ze dealde, was onderdeel van een periode in haar leven, maar het heeft niet gedefinieerd wie ze was. Ze was moeder, lerares, motivational speaker, yoga-instructrice, had een radioprogramma en ze was een inspiratie voor ontzettend veel mensen. Ik denk dat ik in mijn heel vroege, vormende jaren een goede basis heb gekregen waar het gaat om normen en waarden.
Mijn moeder was heel streng. Niet op de manier van: je móét dit, maar ik moest mijn eigen beslissingen leren nemen. Als ik iets niet wilde, dan niet, maar dan moest ik beseffen dat ik het naar iemand anders schoof en dat dit mijn eigen keuze was. En heb je honger en wil je wat eten? Maak dan iets, leer het jezelf maar. Voor haar was het een balans tussen educatie en noodzaak. Tussen mijn vierde en tiende was het heel erg, maar daarvóór was ze een hele goeie moeder die naar ouderavonden ging.’
‘Ik zag bij een bestraling dat de waarden niet klopten. Ik zei: die staan verkeerd ingesteld. De dokters zeiden: nee, dat is goed. Ik zei: nee.’
Ze is in 2007 overleden. Kanker. Changa had genoeg verdiend om de tijd te kunnen nemen haar met zijn tante en zijn zus te verzorgen. Ze was al afgekickt en docent voor moeilijk opvoedbare kinderen, met de ergste kinderen kon ze nog veel bereiken. Ze heeft een bijzondere impact gehad, zegt Avinash, en zo nog een mooie nalatenschap gecreëerd.
Koppig
Wat er tijdens het ziekbed ook gebeurde: Avinash, die overigens géénzins als een betweter overkomt, ging een dossier bijhouden. ‘Ik zag bijvoorbeeld bij een stereotacische bestraling dat de waarden niet klopten. Ik zei: die staan verkeerd ingesteld. De dokters zeiden: nee, dat is goed. Ik zei: nee. Ik was zo overtuigd, van jongs af aan, dat ik de dingen wist, die koppigheid.’
Hij had gelijk, de bestraling werd aangepast. Een andere keer zei een arts dat zijn moeder uitbehandeld was. ‘Dat was volgens mij niet zo. Ik had het behandelplan bestudeerd en stelde enkele vragen. Ja, zei hij toen, we kunnen het ook anders doen. Dat hebben we gedaan en zo heeft ze er een extra jaar, met een goede kwaliteit van leven, bij gekregen. Ik volg mijn eigen pad. Ik kan koppig zijn.’

Voor zijn vader, die hij vooral als klant kende, stuurden hulpverleners soms brieven aan Avinash en zijn zus. Ze reageerden niet, uit boosheid. Tot Avinash twintig was en de twee op een donderdag besloten dat ze bij hem langs zouden gaan. Maar op maandag was hij al dood. Zonder te weten dat zijn kinderen langs zouden komen. Avinash voelde dat hij moest kiezen: schuldig wegkruipen of zijn vader een waardig afscheid geven.
‘Je moet dingen achterlaten. We hebben gekookt voor de opvang waar hij zat. Ik heb hem een brief geschreven en die voorgelezen naast de kist. Met de as zijn we naar Suriname gegaan en hebben die in een rivier verstrooid. Het was goed en waardig, en het heeft zo moeten gaan. Mijn moeder had ook een mooi afscheid, heel kleurrijk, meer een feest, en daarna zijn mijn zus en ik weer naar Suriname gegaan en hebben haar as in dezelfde rivier uitgestrooid.’
Droomprojecten
Op zijn vader is hij boos geweest. Te veel agressie, geweld en narigheid. Op zijn moeder is hij nooit boos geweest; wel heeft hij veel zorg om haar gehad, waarschijnlijk daarom heeft hij zelf geen kinderwens.
‘Ik herinner me ook dat ik boos ben geweest op mijn moeder om gebrek aan liefde, aan emotionele support. Eten, kleding, speelgoed, een Commodore 64: het was er allemaal, maar de emotionele kant niet. Dat heeft me wel gevormd. Ik was een jaar of zes toen ik dat heel dramatisch, volwassen formuleerde. Mijn moeder zei: jij komt niks tekort, je hebt speelgoed en eten. En ik: maar ik heb geen liefde. Ik werd wéggelachen!’
Ja, hij heeft respect gekregen voor haar strijd. Nog steeds denkt hij: er waren weinig opties voor haar, ik snap dat ze ging dealen. Ze heeft ook schuld ervaren en geprobeerd de dingen weer beter te maken.En misschien doet ze dat nu nog, want ze speelt een rol in waarom hij goeie dingen wil doen. Toen hij net met VR begon, maakte hij een lijst met droomprojecten. Daarop prijkte: geweld leren herkennen. Dat project loopt.
Gat met de realiteit
Iedereen heeft wel eens iets gehoord over VR: Het is met een achtbaan waar je misselijk van wordt. Het zijn videogames. Het is zo’n 3D-bril als in de bioscoop. Het is zo’n kartonnen doosje waar je je telefoon in stopt.
Er bestaat een groot gat met de realiteit. Je kan erover lezen, filmpjes zien, maar niks representeert VR beter dan VR. Het beleven ervan kan niet gemakkelijk worden weergegeven of naverteld, zegt Avinash Changa. Hoe communiceer je de kracht ervan aan degenen die het nog niet hebben ervaren? Of aan degenen die slecht geproduceerde content hebben gezien op hun in een kartonnetje gestopte telefoon?
Changa geeft veel lezingen en neemt dan altijd brillen mee om mensen VR te laten beleven. Graag citeert hij dan een vertaling van een meer dan duizend jaar oude tekst (van Xun Kuang):
Tell me and I forget,
teach me and I may remember,
involve me and I learn.
Les met Leonardo Da Vinci
Terugkerend voorbeeld van hoe je VR zou kunnen gebruiken, is de geschiedenisles met Leonardo da Vinci: ‘Stel je voor dat je in de klas geen geschiedenisles krijgt uit een boek, maar opeens oog in oog staat met Leonardo da Vinci en op onderzoek kan gaan in zijn workshop. Dan zit je niet meer in de klas te luisteren, maar maak je daadwerkelijk iets mee en maak je nieuwe herinneringen aan. Dat begin je veel effectiever te leren.’
De hersenen onthouden geen geschreven of gesproken tekst, maar leggen verbindingen aan naar aanleiding van wat ze méémaken. Dat is een andere manier van herinneren.
De docent krijgt een andere rol en gaat mee als een gids die meer uitleg kan verschaffen. Of Leonardo da Vinci zelf neemt het over en het is aan de docent om kritische noten te plaatsen en te vertellen over moderne visies op de werken van Da Vinci.
‘Veel mensen vallen weer terug op het bijna instinctieve Dan vind je dus dat we geen docenten meer nodig hebben? Dat zit in dezelfde lijn als Dan hoeven mensen dus nooit meer naar buiten om iets mee te maken? Ik zie juist het tegenovergestelde: nieuwe toepassingen kunnen docenten, en ook journalisten, wetenschappers, artsen enzovoort, juist meer empoweren. Het kan docenten helpen om hun studenten beter, effectiever en op een leukere manier te laten leren. Als een hele klas opeens in Da Vinci’s workshop staat, zouden ze gezamenlijk kunnen proberen zijn model van een helikopter in elkaar te zetten en met de docent te moderniseren. En dan kunnen ze in die helikopter ook nog echt een stuk vliegen over vijftiende-eeuws Italië.’
Avinash Changa zou het zo willen en kúnnen maken. Technisch ziet hij geen problemen. Losse delen van het Da Vinci-voorbeeld heeft hij bewezen in eerdere producties: sociale, multi user-ervaringen in de vorm van een VR-opera met honderd gebruikers tegelijk. Het oog in oog staan met Rembrandt van Rijn, die compleet levensecht is en je aanspreekt. Interactiviteit die het verhaal kan laten veranderen, ook die techniek heeft hij toegepast. De enige drempel voor het realiseren van dit voorbeeld is geld. Soms is er een beetje, maar staan instanties niet open voor een gesprek, omdat ze denken dat VR niet relevant voor ze is. De positivo neemt het ze niet kwalijk. Hij ziet het als zijn taak ze de ogen te openen en als gids met hen de mogelijkheden te verkennen. Maar dan moet wel eerst die deur een stukje opengaan. Vaak staan vooroordelen over VR (achtbaan!) die in de weg. Vertrouwen de mensen weer zo sterk op hun eigen realiteit.
De eerste en moeilijkste stappen zijn gezet. Er is nog een weg te gaan. Changa heeft nu alleen nog instituten en overheden met lef nodig, die de reis met hem durven te maken.
Die vindt-ie wel.
Fotografie
Styling: Ali Javaid
Met dank aan: Germaine Ching-Yong, Kita Groenendijk, Jordan Krijnen, Roel Sandvoort, Imar Stel en Janne van de Weijer
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.