Met de Tachtigers maakte Nederland rond 1885 voor het eerst kennis met een groep onmaatschappelijke kunstenaars. Volgens hun nieuwe biograaf zorgden ze voor een revolutie.

‘Kunst is passie’, een van de leuzen van de literaire Beweging van Tachtig is een kleine honderdvijftig jaar later van al zijn aantrekkelijkheid ontdaan, omdat de commercie er zich meester van heeft gemaakt. Alles is tegenwoordig passie. Koken is een passie, de zee is een passie, wielrennen is een passie, hardlopen is een passie, wandelen is een passie. Yoga heet nu ook een passie.

De inflatie van de passie is een sinister feit. Iets met hartstocht, animo en inzet doen, ergens in opgaan, behoort tot de waardevolste en bevredigendste drijfveren. Commercieel sollen met passie vertroebelt de motieven en gevoelens waarmee iets wordt gedaan. De vercommercialisering zorgt ervoor dat je would-be passie wilt onderscheiden van authentieke drijfveren. Je moet een neus ontwikkelen voor opgeklopte passie.

Rond 1885...