In golven van ongeveer tien jaar wordt de laatste decennia voorspeld dat een nieuwe technologische doorbraak de wereld echt gaat veranderen, en dat economische voorspoed in het vooruitzicht ligt. Tien jaar geleden waren het de robots die onze banen zouden innemen en tegelijkertijd tot een productiviteitsontploffing zouden leiden, tien jaar daarvoor hadden we dotcom(-bubbel) die de nieuwe economie in zou luiden.
Wat zeker klopt is dat onze economie door deze ontwikkelingen grondig is veranderd. Maar wat niet klopt, is dat dergelijke ontwikkelingen leiden tot oneindige economische voorspoed.
De huidige hype is kunstmatige intelligentie (AI) die tot overspannen verwachtingen leidt. Je kan je kont niet keren of het gaat erover. Logisch, want we zien het ook elke dag, zeker toetsenbordridders zoals ik. We ervaren wat AI doet met tekst, beeld en spraak, met ongekende snelheid en eindeloze mogelijkheden.
Toch past ook nu weer voorzichtigheid, vooral over de verwachtingen ten aanzien van de productiviteit. Een deel van de taken verandert wel, maar dat leidt niet per definitie tot grote productiviteitswinst. Taken verschuiven en AI zorgt ervoor dat bepaald werk sneller gaat, het effect op economische groei lijkt beperkt. Volgens een recent onderzoek van Daron Acemoğlu komt de bijdrage van AI aan de economische groei (in dit geval voor de Amerikaanse economie) waarschijnlijk niet veel hoger uit dan een krappe 0,1%-punt per jaar.
Maar technologie doet wel wat anders, namelijk het veranderen van de economische structuur. Ze leidt vooral tot verschuiving van macht in het bedrijfsleven en vervanging van mensen door energie en grondstoffen.
De vraag is niet of ‘we’ beter af zijn met AI. De vraag is vooral wie er beter af is en wie de verliezers zijn.
Om maar met die machtsvraag te beginnen: de conclusie is vrij simpel. Binnen het bedrijfsleven komt de macht terecht bij een steeds kleiner clubje ondernemingen. Zo is NVIDIA, de maker van de voor AI benodigde chips, in recordtempo een van de grootste bedrijven ter wereld geworden. Maar ook de ondernemingen die zorgen voor de benodigde dataopslag, modellen en applicaties hebben enorme groei laten zien. Ze zijn ook lastig in te halen: op alle gebieden vergt dit enorme investeringen en hun voorsprong is simpelweg te groot.
Een andere structurele verschuiving is die naar meer macht voor kapitaal, waarbij de verliezers arbeid en natuur zijn. Was dat bij de vorige technologische doorbraak vooral de lager opgeleide werknemer, nu kan AI steeds meer taken ook van hogeropgeleiden overnemen. De conclusie is dan ook niet dat er werk verdwijnt. Er is altijd wel wat te doen, alleen zullen die banen minder betalen.
Daarnaast leidt AI tot een enorme toename in de vraag naar energie, water en grondstoffen. Economen houden graag het misverstand in stand dat technologische vooruitgang min of meer ‘gratis’ is. Dat is niet zo. Een groter beroep op grondstoffen en energie is de basis (en de uitkomst) van veel innovatie. Dit kan alleen maar rendabel als we niet naar het werkelijke prijskaartje kijken en de natuur verder naar de vernieling helpen.
De vraag is dus niet of ‘we’ beter af zijn met AI. De vraag is vooral wie er beter af is en wie de verliezers zijn. En hoe we daar mee omgaan. Voorspoed wordt altijd overschat, de veranderingen in economische structuur en winnaars en verliezers worden onderschat.
VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT
Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer!
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.