Vrij Nederland-redacteuren Jaco Alberts en Harry Lensink bloggen over het geruchtmakende jihadproces. Vandaag: Is Azzedine C., alias Abu Moussa, een provocerende salafist of een ronselende jihadi?

Het liep tegen het einde van de middag toen Azzedine C. op 31 maart 2013 in het Griekse plaatsje Soufli werd aangehouden door een medewerker van het Bureau Grensbewaking. Samen met zijn maatje Soufiane Z. had de Hagenaar zich te voet begeven in een militaire zone, vlakbij de Turkse grens. In de rugzak van Soufiane zaten onder meer vier mobiele telefoons en bijna 6000 euro cash. Voor Azzedine waren drie telefoons en een kleine 3500 euro in contanten blijkbaar toereikend. In zijn bagage vonden de Grieken ook GPS-apparatuur. De vrienden verklaarden ‘ter ontspanning’ rond te reizen door Europa. Ze waren naar eigen zeggen verdwaald en op zoek naar een bushalte. Maar daar denkt het Nederlandse OM heel anders over. Ze vermoedt dat het duo wilde uitreizen naar Syrië en dat het geld was bedoeld voor de strijdende broeders.

Dezer dagen staan beiden terecht in de grote jihad-zaak. Soufiane bij verstek, want een half jaar na de mislukte poging slaagde hij er alsnog in om het Kalifaat te bereiken. Hij is daar vermoedelijk omgekomen. Azzedine C. (1983, Fez) is echter fysiek prominent aanwezig in de Amsterdamse Bunker. Daar neemt de rechtbank deze week drie dagen de tijd om zijn zaak te behandelen.

De oud-speler uit de jeugdselectie van ADO Den Haag is ontegenzeggelijk intelligent. Eerder, tijdens pro forma-zittingen, liet Azzedine al van zich horen. Daarbij bespeelde hij de aanwezigen met een mix van emotie, agressie en humor. Maar zal dat genoeg zijn om de verdenking te pareren van ronselen, opruiing en deelname aan een ‘criminele organisatie met terroristisch oogmerk’?

Het Haagse onderzoek begon met Azzedine. In het voorjaar van 2013 deden meerdere familieleden van Syrië-gangers aangifte van ronseling. Hun zonen en broers zouden zijn vertrokken onder invloed van de charismatische moslim. Hij zocht zijn toehoorders onder jonge moskeebezoekers en speelde een belangrijke rol in ‘het honk’, de ontmoetingsplek van stichting Intisaar aan de Haagse Meppelweg. Daar kwamen mannen samen om te bidden en te luisteren naar lezingen. Van daaruit organiseerde Abu Moussa protestbijeenkomsten, samen met zijn medeverdachten als Oussama C., Rudolph H., Soufiane Z., Moussa L. en Jordi de J.. Ze demonstreerden tegen de behandeling van radicale broeders in landen als Marokko, waren opvallend aanwezig in de Haagse Schilderswijk en probeerden onder de titel Straat Dawah elders in het land ze zieltjes te winnen.

Dat publiekelijk getoonde materiaal wordt Azzedine ten laste gelegd: het gebruik van de zegelvlag (symbool van IS), antisemitische uitspraken, de steun aan de strijders in Syrië, voor wie hij in de media optrad als woordvoerder en met wie hij blijkens het dossier ook contact onderhield. Daarnaast heeft de politie een eindeloze reeks Twitter- en Facebookberichten van Abu Moussa opgeslagen. De verdachte verspreidde daarin gruwelijke beelden over de strijd van jihadisten in Syrië, verheerlijkte zelfmoordacties en deed ook oproepen die te lezen zijn als een aanmoediging om aan de strijd deel te gaan nemen. ‘Mijn broederlijke advies aan de reizigers is om geen bewijzen bij je te hebben of te praten via internet waar je naartoe gaat of bij wie jij je gaat aansluiten (…) Wees dus slimmer dan deze dieren! En … nog een prettige reis bij het uitreizen naar Syrië.’

Maar behalve dit ‘openbare leven’ deed de politie met observatie en telefoontaps ook onderzoek naar het ‘heimelijke leven’ van Azzedine C. Zo vonden ze op Facebook de afgeschermde ‘Werkgroep Shaam’ waarin de hoofdverdachte ‘jihadisten’ in Nederland én Syrië uitnodigde om met elkaar in debat te gaan over het verloop van de jihad. In de posts toont hij zich als een fel aanhanger van IS en tegen gematigde krachten: ‘Moge Allah onze afwezige broeders van deze pagina die naar Shaykh Najjaar (waar een veldslag plaatsvond, red.) zijn gegaan om de Nusariyien (sjiietische tegenstanders, red.) te stoppen de overwinning schenken.’

Dat alles moet de rechter er van overtuigen dat de hoofdverdachte van zins was om zoveel mogelijk broeders naar Syrië te sturen én dat hij dat in georganiseerd verband deed. Daartegen zal Azzedine zich met hand en tand verzetten. ‘Ik heb het idee dat ik opsta voor een nobele zaak, vluchtelingen en mensen die dood gaan,’ zei hij onlangs bij de rechter-commissaris. ‘Maar ik heb nog nooit gehoord dat iemand door mij of anderen is geronseld om naar Syrië te gaan. Je ziet dat ook terug in het dossier. Het is niet duidelijk wat het OM wil. Ze hebben gewoon een visnet uitgegooid.’

In dat net is Azzedine C. een ‘grote vis’, zoals burgemeester Jozias van Aartsen hem noemde bij zijn aanhouding in augustus 2014. De in de op de terrorismeafdeling gedetineerde hoofdverdachte zal er de komende dagen alles aan doen om dat beeld te ontkrachten.