Het Openbaar Ministerie is blij met het vonnis in de jihadzaak. ‘Dit is een krachtig signaal naar potentiële uitreizigers.’

‘Een afschrikkende werking’. Dat moet volgens de rechters uitgaan van hun vonnis over de moslimextremisten uit de Haagse Schilderswijk. Ze vormden een ‘ronselorganisatie’ die mensen aanzette tot jihad, en waarvan de leden op reis gingen om te vechten of om daarbij te helpen. De rechtbank deelde zware straffen uit. Soms zelfs zwaarder dan het Openbaar Ministerie had geëist.

Met de aanslagen in Parijs heeft het harde oordeel volgens persrechter Elianne van Rens niets te maken. De Haagse jihadisten begingen hun misdaden veel eerder. ‘Elk woord in het vonnis over Parijs is er één teveel’, zei ze na afloop. Toch moeten de rechters bij het vormen van hun eindoordeel grote druk hebben gevoeld. Op 10 november trokken zij zich terug om het oordeel te vellen, na het laatste woord van de verdachten. Drie dagen later zaaiden uit Syrië teruggekeerde jihadisten dood en verderf in de Franse hoofdstad.

Rechters zijn ook mensen en krantenlezers.

Voor de meeste advocaten was het een uitgemaakte zaak: ‘Recente aanslagen, waaronder die in Parijs, hebben door de maatschappelijke onrust natuurlijk een rol gespeeld bij de uitspraak’, zei André Seebregts, advocaat van hoofdverdachte Azzedine C. ‘Vóór de aanslagen is ook al grote politieke druk uitgeoefend op het Openbaar Ministerie.’

Het OM zelf haalde de aanslagen in Parijs zonder schroom aan. Persofficier van Justitie Wouter Bos: ‘Het feit dat terugkeerders betrokken waren bij de aanslagen op Bataclan bewijst dat het terecht is om vroeg in te grijpen. Niet zeggen: laat ze maar gaan, maar juist een krachtig signaal geven aan potentiële vertrekkers. Als je je schuldig maakt aan opruiing, dan ben je van ons.’

Dat opruien werd hoofdverdachte Azzedine C. – alias Abu Moussa – zwaar aangerekend: hij kreeg zes jaar gevangenisstraf, waar het OM er zeven had geëist. Evenals het OM, zag de rechtbank hem aan voor de leider van de ‘terroristische organisatie’. Opvallender nog was de straf van vijf jaar voor Hicham el O., twee jaar meer dan de eis. Hij leek ‘een kleine jongen’, maar het feit dat hij niet alleen een trainingskamp voor de jihad had bezocht – maar dat hij ook anderen had geholpen naar Syrië te komen en geld uitdeelde aan jihadisten – telde zwaar mee, vonden de rechters. Hicham zelf heeft altijd ontkend. Hij is een zogenaamde ‘terugkeerder’, het soort waarvoor we na de aanslagen in Parijs weer veel banger zijn geworden. Gisteren bleek dat ook de derde kamikaze in Bataclan een uit Syrië teruggekeerde Europeaan was. El O. werd na het vonnis direct ingerekend.

De ook al uit Syrië teruggekeerde Jordi de J. kwam er veel genadiger van af. Hij kreeg 55 dagen straf, ondanks zijn deelname aan eenzelfde trainingskamp in Syrië. In tegenstelling tot Hicham keerde hij heel snel, onverrichterzake terug naar Nederland. Zijn verhaal, dat geheime dienst AIVD hem immuniteit had beloofd, werd door de rechtbank overigens niet-bewezen geacht.

Met de uitspraak komt een (voorlopig) eind aan het grootste jihadproces op Nederlandse bodem ooit. Door de arrestaties en de vervolging was de groep moslimextremisten uit Den Haag al een zware slag toegebracht – ‘verstoring’ heet dat in het jargon van terreurbestrijders. Nu vindt de rechtbank de juridische gronden waarop dat allemaal gebeurde ook geoorloofd. Vergrijpen als opruiing, deelname aan de strijd, financiering van jihad en zelfs het ingewikkelde ‘ronselen’ voor de jihad acht de rechtbank bewezen.

Het valt te hopen dat daar, zoals de rechtbank denkt, inderdaad een ‘afschrikkende werking’ van uitgaat. Én dat het de kans op een ‘Parijs’ in Nederland kleiner maakt.