De Oscar-Academy bestaat uit witte mannen die prijzen geven aan witte mannen. Maar dat zijn geen all American helden meer. Ze zijn eerlijk gezegd vaak nogal zielig.
Elk jaar laait de discussie weer op en dit jaar is hij uiterst heftig. De Academy of Motion Picture Arts and Sciences, de beroepsvereniging die de Oscars toekent, is een club van oude witte mannen (volgens een onderzoek van de Los Angeles Times uit 2012: 94 procent witte leden, 77 procent man, gemiddeld 62 jaar oud), die prijzen uitdeelt aan witte mannen. Aan zichzelf dus.
En dus zit er, hoera, één Mexicaan, Alejandro González Iñárritu, tussen de witte mannen die zijn genomineerd als Beste Regisseur. Verder zijn alle genomineerde regisseurs, scenaristen en cameramensen man. Zijn alle genomineerde acteurs en actrices, in hoofd- en bijrollen, wit. En doen andere categorieën het nauwelijks beter. Op Twitter verscheen de populaire hashtag #OscarsSoWhite. Dat de in 2013 gekozen voorzitter van de Academy, Cheryl Boone Isaacs, nota bene een zwarte vrouw, opriep tot ‘meer diversiteit’ klonk in deze omstandigheden nogal machteloos.
De pijn wordt vooral gevoeld door het passeren van zowel de zwarte regisseur als de hoofdrolspeler van Selma, een portret van Martin Luther King. Selma is een uitschieter in het genre van de Hollywood-biopic en de eerste echte film over King. Een film, o ironie, over het vechten tegen raciale uitsluiting.
Selma kreeg wel een nominatie als Beste Film, wellicht omdat die categorie acht nominaties kent in plaats van vijf, zoals de andere. Maar regisseur Ava DuVernay had met recht als eerste zwarte vrouw ooit – en pas de vijfde vrouw überhaupt – genomineerd kunnen worden als Beste Regisseur. En acteur David Oyelowo speelt de Amerikaanse mythe King met zo’n eenvoud en waardigheid dat nauwelijks te begrijpen valt dat hij met name Benedict Cumberbatch en Steve Carell voor moest laten gaan.
De conclusie lijkt hard en duidelijk: Hollywood en de Academy blijven onneembare vestingen van witte mannenmacht.
Fuck Amerika
Maar laten we een stap terug doen. Vorig jaar bespraken we op deze plaats de films die waren genomineerd voor de Oscars van 2014. De conclusie was dat hun gezamenlijke boodschap neerkwam op een ferm ‘Fuck Amerika!’ Een land dat volgens de gekozen producties bestond uit oplichters en matennaaiers. Diezelfde oude witte mannen nomineerden toen de verbeelding van een land aan de rand van de afgrond.
Dus laten we wat preciezer kijken naar de huidige nominaties. Het verwijt aan de witte mannen van de Academy is dat ze zichzelf selecteren. Dat ze geen oog hebben voor wie anders is. Dat ze alleen maar in de spiegel kunnen kijken.
Maar wat zien ze dan? Het spiegelbeeld van de witte man dat oprijst uit de genomineerde films is allesbehalve stoer en machtig. Dit zijn geen cowboys. Dit is geen John Wayne. Dit zijn mannen die hun geestelijke evenwicht en hun lichamelijke gezondheid verliezen. Die door God en vrouw verlaten worden. Die eerlijk gezegd vaak nogal zielig zijn.
getraumatiseerde veteraan
Wes Andersons fantasievol gestileerde komedie The Grand Budapest Hotel, die zich afspeelt in een alternatief universum, leggen we voor het gemak even opzij. Dan blijft onder de genomineerde Beste Films als enige echte held Martin Luther King over – maar die miste dus een nominatie voor Beste Acteur. Van degenen die wel werden genomineerd, lijkt Bradley Cooper in American Sniper het meest op een Hollywood-held. Dat verklaart misschien het onverwachte bioscoopsucces in de Verenigde Staten. Maar wat voor held kun je een sluipschutter noemen? Een man die stiekem, vanaf grote afstand, vrouwen en kinderen neerschiet die mogelijk met bommen rondlopen? Regisseur Eastwood probeert er een shoot-out van te maken tussen Coopers personage en een ongrijpbare Syrische scherpschutter, alsof het twee cowboys zijn. Feit is dat ze elkaar op die afstand niet in de ogen kunnen kijken. Bovendien: als de Amerikaanse sluipschutter eenmaal terugkeert naar huis is hij een getraumatiseerde veteraan die – spoiler alert, maar het is een waargebeurd verhaal – door een andere getraumatiseerde veteraan wordt gedood.
Dan hebben we nog twee historische genieën, Alan Turing in The Imitation Game en Stephen Hawking in The Theory of Everything, van wie met name de eerste, door zijn rol in de Tweede Wereldoorlog, als held mag gelden. Maar bovenal zijn het nerds, die bovendien fysiek wegkwijnen, van wie de één homoseksueel is (en dat moet hij bezuren) en de ander atheïst (waar de film merkbaar mee worstelt). En: twee Britten. Niet je standaardcowboys.
Michael Keatons rol in Birdman lijkt zelfs de metaforische verbeelding van de psychische gesteldheid van de Academy-leden. Keaton speelt een ex-Hollywoodster die wordt achtervolgd door zijn vroegere rol als superheld en wanhopig probeert enige roem te heroveren. Hoe? Met een realistische zelfmoordscène op het toneel. ‘Ik besta niet,’ zegt hij in het stuk. Dingen gaan ondertussen zo ontzettend verkeerd, dat hij in zijn onderbroek op het stampvolle Times Square belandt. Zie de witte Amerikaan gaan, gestript en vernederd, door het hart van New York. Als je daar kunt falen, kun je het overal.
Een grap
De grote woorden van de witte mannen klinken vaak hol. Als Steve Carells miezerige, eveneens op de werkelijkheid gebaseerde personage zich in Foxcatcher een ‘patriot’ noemt en in het plafond schiet om aandacht te krijgen, is het beeld van de wapperende Amerikaanse vlag dat daarop volgt alleen nog maar een grap. De geestelijk instabiele man denkt dat hij een worstelteam leidt, maar de worstelaars laten hem alleen maar in die waan omdat hij het benodigde geld bezit. Geld: het laatste houvast van een witte Amerikaan zonder autoriteit of kunde.
En in American Sniper (een ‘antioorlogsfilm’, volgens regisseur Eastwood) wordt de hoofdpersoon meewarig aangekeken als hij, gevraagd naar zijn motivatie om in Irak te dienen, zonder ironie opdreunt: ‘Ik ben bereid mijn leven te geven voor mijn land.’ Waarom? ‘Omdat Amerika het beste land ter wereld is en ik alles zal doen om het te beschermen.’ Het klinkt zowel welgemeend als nietszeggend – de echo van helden van weleer.
En God? God wordt misbruikt als motivatie voor oorlog: ‘Ik wil dat je die barbaren angst voor God bijbrengt!’ roept de chef van de sluipschutter. Onnodig, concludeert Turing aan het einde van The Imitation Game: ‘God won de oorlog niet. Wij wonnen de oorlog.’ Terwijl de atheïst Hawking, die dieper het heelal in kijkt dan wie ook, de draak steekt met die ‘hemelse dictator’ en scheidt van zijn religieuze vrouw.
De betreffende actrice, Felicity Jones, is genomineerd als Beste Actrice. Ook de andere witte vrouwen die werden geselecteerd bieden in de films weinig steun aan de man. Marion Cotillard verliest haar baan in Deux jours, une nuit, Julianne Moore verliest haar geestesvermogens in Still Alice, Reese Witherspoon trekt als gescheiden vrouw in haar eentje door de wildernis in Wild en Rosamund Pike verdwijnt plotseling helemaal in Gone Girl, haar man in wanhoop achterlatend.
Traditie deconstrueren
En de volgende generatie witte mannen? De genomineerde films bieden twee opties. De uitstekende debuutfilm Whiplash gaat over een ambitieuze jonge drummer. De overeenkomsten met American Sniper zijn opvallend. De muziekleraar gedraagt zich als een drill sergeant, die de drummer dwingt tot absurde fysieke inspanningen die ten koste gaan van zijn relatie. Prestaties boven plezier, gehoorzamen boven nadenken, kunde boven kunst. Met, net als in American Sniper, genoeg scènes die deze Amerikaanse traditie deconstrueren. Je voelt dat de drummer, binnen de traditionele verhaalstructuur van boven jezelf uitstijgen, zichzelf feitelijk kwijtraakt. Je kunt de Amerikaanse Droom kennelijk nog wel najagen, maar hij werkt niet meer. Hij is liefdeloos en vernederend en vernietigt menselijke relaties.
De hoop komt van Boyhood. De jongen die we zien opgroeien van zes naar achttien jaar lijkt eerst een probleem te hebben met zijn vader, een vriendelijke nietsnut met een tekort aan verantwoordelijkheidsgevoel. Maar als zijn moeder het na de scheiding met andere mannen probeert, echte mannen, blijken die alleen maar erger. Strenge opvolger nummer één dwingt de jongen zijn haar te millimeteren, ‘zodat je niet meer op een meisje lijkt’ en ontpopt zich tot een gewelddadige alcoholist. Opvolger nummer twee is een Irak-veteraan (het had de hoofdpersoon van American Sniper kunnen zijn), die zich geen raad weet met de vage, artistiekerige jongen en uiteindelijk maar vertrekt.
En door zich van die traditionele Amerikaanse witte man niets aan te trekken, lijkt juist deze jongen op weg naar een betere toekomst.
De Oscar-uitreiking 2015 vindt plaats op 22 februari. Het artikel over de Oscar-nominaties van 2014 is te vinden op vn.nl.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.