Dit is de eerste aflevering in een reeks van zes extra afleveringen van de Poëziepodcast. Zo live, er valt zelfs een theekopje te pletter. Lees hier de gedichten mee.

SoundCloud

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

Dit eerste gesprek nam ik op bij een bijeenkomst in Splendor waar potentiële donateurs een proeverij kregen voorgeschoteld van wat er zoal in Splendor voor leuke dingen gebeuren. Het is een voorproefje voor het eigenlijke project waar ik volgende maand mee start: op 16 september ben ik aanwezig op de Nacht van de Poëzie in Tivoli Vredenburg, om vijf dichters uit het programma live te interviewen. Deze gesprekken komen allemaal als extra, korte afleveringen van de Poëziepodcast online. Op de Nacht van de Poëzie ga ik in gesprek met Bart Moeyaert, Carmien Michels, Abdelkader Benali, Astrid Lampe en Simone Atangana Bekono. Maar nu eerst: Simon Mulder.

Voor wie vertrouwd is met het Amsterdamse literatuurwereldje is Simon een bekende verschijning. Altijd onberispelijk gekleed in prachtige driedelige kostuums is hij op talloze evenementen te vinden, als dichter, als uitgever van handgemaakt poëzieperiodiek Avantgaerde of als barman in zijn eigen mobiele absintbar, die hij startte toen hij erachter kwam dat het precies even lang duurt om volgens de regelen der kunst een glas absint in te schenken, als om een sonnet voor te dragen.

Wie nu het gevoel krijgt dat Simon uit de negentiende eeuw is weggelopen, legt in ieder geval de vinger op zijn poëticale voorkeursstroming: de Tachtigers. Simon begint dan ook met een prachtig sonnet van Willem Kloos.

VI.

Nauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
De witte bloesems in de scheemring – ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele, al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zacht-gekleurde lucht
Als perlemoer, waar ied’re tint vervliet
In teêrheid.., Rust – o, wonder-vreemd genucht!
Want alles is bij dag zóó innig niet.

Alle geluid, dat nog van verre sprak,
Verstierf – de wind, de wolken, alles gaat
Al zacht en zachter – alles wordt zoo stil…

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zoo zwak,
Dat al zóó moê is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.

– Willem Kloos, uit: Verzen, 1894.

Het is ambachtelijke poëzie zoals je die nog maar weinig ziet, waar elk woord zijn plek heeft als de radertjes in een uurwerk. Kloos bouwt heel zorgvuldig een herkenbaar beeld op: een lome zomeravond, en gebruikt dat dan om ons mee te laten voelen met een niet voor iedereen herkenbaar beeld, maar dat wel zijn imago van de gewelde dichter gestalte geeft: ook in al deze rust wil dat verdomde hart van mij maar niet tot bedaren komen.

Dat Simon deze kunst zelf ook beheerst, laat hij zien met zijn eigen gedicht, eveneens een sonnet, al haast hij zich erbij te vermelden dat hij ook vaak genoeg andere versvormen hanteert. Hij is beslist geen monomane sonnettenbakker.

Het wonder dat zich tussen ons voltrok
Blijft, nu het is verloren, in mij spoken
Ooit vrolijk in vergeefse hoop gedoken
Denk ik aan wat ons in de schaduw trok;

Plots raakten we ten prooi aan spot en wrok
En, van vergeving en verweer verstoken
En alles halverwege afgebroken,
Veroordeeld tot leven tegen de klok

Want nu ik onomkeerbaar heb gefaald
Keert alles steeds om één punt in de tijd:
Toen hebben we de hoogste prijs betaald

En werd dit huis tot woning aan de spijt;
In elke kamer klinkt het steeds herhaald
Verwijt: ‘Ik had je en ik ben je kwijt’

– Simon Mulder, uit: Avantgaerde IV, 2014.

Hetzelfde mechanisme: een gedicht waarin elk woord een functie heeft, om zo iets individueels voelbaar te maken voor een ander. Dit gedicht werd gepubliceerd in Simons poëzietijdschrift Avantgaerde, dat met de hand gedrukt en in elkaar gezet wordt. Op het omslag de afdruk van een handgemaakte houtsnede, je kan wel stellen dat dit het meest ambachtelijke tijdschrift van Nederland is.

Het gedicht van Simon wordt aan het einde van een ferme punt voorzien door een theekopje dat op de grond klettert. Hét bewijs dat een live registratie ook zo zijn voordelen heeft. Over twee weken is er weer een gewone, lange aflevering van de Poëziepodcast, en over een maand is er dan weer de volgende miniaflevering, opgenomen op de Nacht van de Poëzie. De dagen zijn weer aan het lengen, voor we het weten is het herfst. Gelukkig is er meer dan genoeg Poëziepodcast.