Liever luisteren dan lezen? Gijs van der Sanden heeft zijn verhaal ook ingesproken.
‘We worden allemaal steeds meer woke,’ zei tafeldame Stephanie Afrifa vorig jaar maart tijdens een speciale uitzending van De Wereld Draait Door. In de uitzending werd teruggeblikt op het televisieseizoen. Iedereen aan tafel was het erover eens: er zijn grote veranderingen gaande in de wereld. Black Lives Matter, #MeToo, de opkomst van politieke partijen als Bij1 en Denk. Er broeit iets in de samenleving.
‘Woke, wat is dat?’ vroeg Matthijs van Nieuwkerk.
Aan tafel werd een beetje gegrinnikt. ‘Dat we ons allemaal steeds bewuster worden van wat er speelt in de maatschappij,’ legde Afrifa uit.
Fotomodel in boerkini
Laten we het eens hebben over dat woordje ‘woke’ en over het fenomeen dat ermee samen lijkt te hangen: een groeiend besef van maatschappelijke ongelijkheid en wereldproblematiek, een ontwikkeling die langzaam mainstream lijkt te worden.
Om dat bevestigd te zien, hoef je alleen maar even naar de tijdschriftencovers in de boekhandel te kijken.
Bij mezelf en mijn vrienden merk ik ook dat de grenzen van dat bewustzijn de afgelopen jaren voortdurend worden opgerekt.
Het mei-nummer van Glamour staat ‘volledig in het teken van respect’. Op de cover zes namen van ‘gamechangers’ die zich inzetten voor gelijke rechten en omgangsvormen. De makers van L’HOMO maakten recentelijk bekend het tijdschrift niet meer alleen voor homo’s te maken, ‘maar voor de hele LHBTI-gemeenschap’. Op de cover van de jaarlijkse uitgave geen halfnaakte heteromannen meer, waar het tijdschrift lange tijd bekend om stond, maar een ingetogen portret van een lesbienne (Claudia de Breij), een homoman (Everon Jackson Hooi) en een transvrouw (Valentijn de Hingh).
Kijk je naar het internationale aanbod, dan scoort de cover van de jaarlijkse ‘Swimsuit Edition’ van het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated de meeste woke-punten. Geen badpakmodel meer dat verleidelijk haar handen voor haar blote borsten houdt, maar een fotomodel in boerkini: de 21-jarige Somalisch-Amerikaanse moslima Halima Aden.
Tikibar
Bij mezelf en mijn vrienden merk ik ook dat de grenzen van dat bewustzijn de afgelopen jaren voortdurend worden opgerekt. Een gesprek laatst, in de tuin. Een vriendin wilde een Tiki-feestje organiseren. Tiki, voor alle duidelijkheid, is een thema dat geïnspireerd is op de Hawaïaanse en Polynesische cultuur. Het werd populair in het Amerika van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw – niet toevallig de periode waarin Amerikaanse soldaten na de Tweede Wereldoorlog terugkwamen uit de Pacific en Hawaï de vijftigste staat van de Verenigde Staten werd. De tikibar – denk: bamboe, felgekleurde cocktails, surfplanken aan de muur – werd een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse popcultuur, een toonbeeld van kitsch en tropisch escapisme.
Mijn vriendin liet ons op haar telefoon de keramische mokken zien waarin de cocktails in tikibars gewoonlijk worden geserveerd, veelal in de vorm van Maori-achtige beelden van goden of Hawaïaanse vrouwen gehuld in een rieten rok, een bloemenkrans om hun nek en een gitaar in hun hand.
‘Zeg, kán dit eigenlijk nog wel?’ hoorde ik mezelf zeggen, deels grappend, deels serieus.
Ik kende die mokken. Er is een foto waar ik vrolijk proostend op sta met zo’n mok, compleet met een schijfje ananas waar een parasolletje in is gestoken. Toen vond ik het grappig – op de ironische manier, zoals ik ook ooit overwoog om een enorm beeld van twee springende dolfijnen op een rommelmarkt te kopen (ik zag er op het laatste moment toch vanaf).
Die middag werd ik ineens getroffen door een andere gedachte, die nooit eerder in me was opgekomen: is zo’n tikibar niet eigenlijk één grote karikatuur van de Polynesische eilandcultuur?
‘Zeg, kán dit eigenlijk nog wel?’ hoorde ik mezelf zeggen, deels grappend, deels serieus.
Keurmerk
Ik denk niet dat ik een tikibar vijf jaar geleden in verband had gebracht met culturele toe-eigening – ik vermoed zelfs dat ik het een vermoeiend gespreksonderwerp had gevonden – maar die middag in de tuin hadden mijn vrienden en ik er een gesprek over, net zoals we ook steeds vaker lijken te praten over feminisme, racisme en genderneutrale wc’s.
Wokeness wordt vaak in verband gebracht met politieke correctheid. Je zou het kunnen zien als de hedendaagse, salonfähige variant ervan. Maar waar de term politieke correctheid vaak spottend wordt gebruikt om overgevoeligheid in het politieke debat mee aan te duiden, vooral vanuit rechtse hoek, is ‘woke zijn’ – in links-progressieve kringen althans – eerder een positieve bevestiging van die gevoeligheid; een teken dat je je bewust bent van je eigen privileges en oog hebt voor sociale structuren die ongelijkheid in de hand werken.
Het woord vindt zijn oorsprong in de zwarte gemeenschap. Na de rellen die volgden op de dood van Michael Brown, die in 2014 in de Amerikaanse stad Ferguson werd doodgeschoten door een witte politieagent, werd de uitdrukking ‘stay woke’ door de Black Lives Matter-beweging gebruikt als oproep om wakker en alert te blijven, om de ogen niet te sluiten voor raciale ongelijkheid.
Die frase, ‘stay woke’, is volgens de website van de Amerikaanse Merriam Webster woordenboeken weer terug te voeren op het nummer ‘Master Teacher’ van Erykah Badu uit 2008. Daarin zingt zij:
Even if yo baby ain’t got no money
To support ya baby, you
(I stay woke)
Even when the preacher tell you some lies
And cheatin on ya mama, you stay woke
(I stay woke)
Anno 2019 is het generieke, soms tamelijk ironische gebruik van het woord los komen te staan van die oorspronkelijke zwarte context. In (jongere) links-progressieve kringen lijkt het vooral een keurmerk geworden om iemands maatschappelijke bewustzijn mee te beoordelen. Meelopen met de klimaatmars? Woke. Wij vrouwen van Simone de Beauvoir lezen? Woke. Je boodschappenmandje volstouwen met kiloknallers? Niet echt woke.
Pretentie
Als wokeness leidt tot activisme kan het zonder meer tot positieve maatschappelijke veranderingen leiden. Een goed voorbeeld is de publieke opinie rondom Zwarte Piet. In 2016 vond 65 procent van de ondervraagde Nederlanders nog dat Zwarte Piet moest blijven, in 2018 was dat 50 procent, bleek eind vorig jaar uit een peiling van onderzoeksbureau I&O Research.
Wat eerst nog een progressief ‘woke’ standpunt was, wordt zo – langzaam – een algemeen aanvaard besef: als je inclusiviteit nastreeft, schmink je als wit persoon je gezicht niet zwart.
Toch, en nu begeef ik me op glad ijs, kent wokeness ook een keerzijde. In haar essay met de veelzeggende titel ‘Earning The Woke Badge’ merkt New York Times-journalist Amanda Hess in 2016 al op dat er een zekere pretentie aan het woord kleeft, dat het vaak dient om goede sier mee te maken. ‘These days, it has become almost fashionable for people to telegraph just how aware they have become,’ schrijft ze. Het zijn vooral witte mensen, valt haar op, die maar wat graag hun wokeness tentoonspreiden.
Woke washing
In zijn laatste standup-show Road to Nowhere – zijn comeback, overigens, nadat hij zelf werd beschuldigd van seksueel wangedrag – bespot de Amerikaans-Indiase comedian Aziz Ansari die tendens. ‘Racists are at least brief; newly woke white people are exhausting,’ grapt hij, waarbij hij onder meer de in zijn ogen overdreven positieve ontvangst van Crazy Rich Asians aanhaalt, een film met een volledig Aziatische cast.
Wie is er niet woke tegenwoordig, vraag ik me wel eens af als ik door mijn timeline struin. Ik moest denken aan een interview dat ik begin dit jaar met zangeres Merol las. Zij verwierf in korte tijd grote populariteit met haar nummers ‘Lekker met de meiden’ en ‘Hou je bek en bef me’. In een gesprek met jongerenplatform VICE zei ze vorig jaar nog dat ze het woord feminisme met iets sufs associeerde en zich niet bewust feministisch opstelde. Een gewaagd, maar ook wel eerlijk antwoord, vond ik.
Excessen van wokeness zijn goed zichtbaar bij campagnes van grote bedrijven.
In een interview begin januari kwam ze daarop terug. ‘Ik heb geprobeerd in de maanden na dat interview meer woke te worden,’ zei ze tegen VICE. ‘Ik besefte op dat moment dat ik wel erg met mezelf bezig was – wat niet gek is omdat je als artiest je eigen product bent.’
Ik twijfel niet aan Merols goede intenties. Mensen hebben, gelukkig maar, het recht om van gedachten te veranderen. Toch bleef bij mij na het lezen van het interview het gevoel hangen dat jezelf als ‘woke’ profileren al gauw een pose wordt, een imago in lijn met de tijdgeest waarmee erkenning te verzilveren valt. Niet voor niets is de topdefinitie van het woord op Urban Dictionary – een online woordenboek voor slang en internettaal – ‘The act of being very pretentious about how much you care about a social issue.’
Excessen hiervan zijn goed zichtbaar bij grote bedrijven, die zich de laatste jaren in hun campagnes steeds meer begaan lijken te tonen met sociale kwesties – een fenomeen dat op internet ook wel ‘woke washing’ wordt genoemd.
Een recent voorbeeld is scheermerk Gillette, dat het begin dit jaar over een compleet andere boeg gooide met een campagne waarin toxic masculinity centraal staat. In het filmpje maken mannen zich schuldig aan agressie, handtastelijkheden en pesterijen. ‘Is this the best a man can get?’ vraagt de voice-over zich af. De overbekende leus van Gillette wordt in het filmpje vervangen door een nieuwe slogan: ‘The best a man can be.’ Een mooie reclame met een sterke boodschap, zeker, maar ook hier dringt de kwestie van de oprechtheid zich weer op.
Winstmaximalisatie
Ik spreek af met Madeleijn van den Nieuwenhuizen (27), onderzoeker aan Columbia University en op Instagram beter bekend als @Zeikschrift. Met haar account signaleert ze uitingen in Nederlandse media die (onbewust) racistisch, vrouwonvriendelijk of anderszins niet-inclusief zijn. Dat doet ze al sinds 2016, maar ze verwierf vooral de afgelopen maanden veel volgers – meer dan 20.000 op dit moment. Haar volgers zijn actief en sturen haar geregeld input. Je zou haar account ‘woke’ kunnen noemen.
‘Als er zo’n campagne als die van Gillette verschijnt,’ vertelt ze, ‘sturen veel van mijn volgers daar privéberichtjes over. Vaak zijn het twee types reacties. Enerzijds: wow, wat fantastisch dit. Anderzijds: ik weet niet, er knaagt iets aan dat commerciële. Mijn persoonlijke mening is dat die twee standpunten naast elkaar kunnen bestaan. Je kunt denken: goed dat Gillette dit op de kaart zet, dat daar kennelijk mensen werken die reflectief nadenken over #MeToo, én je tegelijkertijd bewust zijn van het feit dat het om een bedrijf gaat dat uiteindelijk niet inclusiviteit, maar winstmaximalisatie als belangrijkste doel heeft.’
‘Wokeness heeft veel mensen beroofd van hun compassie voor anderen, daar is morele superioriteit voor in de plaats gekomen.’
Dat raakt volgens haar meteen aan het probleem met het woord ‘woke’. De manier waarop het vaak wordt gebruikt – als een keurmerk – laat volgens haar weinig ruimte voor dit soort nuance. En die nuance hebben we nu juist nodig in debatten, vindt zij. ‘Sociale kwesties zijn nooit zwart-wit. Als we alleen maar denken in termen van wél woke of niet woke doen we geen recht aan onze eigen bewustwordingsprocessen en tegenstrijdigheden.’
Verhevenheid
Door dat zwart-witdenken wordt wokeness geregeld in verband gebracht met een zekere verhevenheid boven andersdenkenden.
‘Wokeness heeft veel mensen beroofd van hun compassie voor anderen, daar is morele superioriteit voor in de plaats gekomen,’ zegt de Britse activiste Ayishat Akanbi in een veel gedeelde video met de titel The Problem With Wokeness. We zouden met meer empathie naar elkaar moeten kijken, is haar boodschap, in plaats van elkaar voortdurend af te troeven in wie de meeste woke-punten scoort.
En ook wokeness kent excessen. Eind vorig jaar twitterde dierenrechtenorganisatie PETA dat we moeten stoppen met ‘anti-animal language’. Uitdrukkingen als ‘bring home the bacon’ en ‘kill two birds with one stone’ verheerlijken volgens de organisatie dierenmishandeling. Net zoals het onacceptabel is geworden om racistische of homofobe taal uit te slaan, kan ook dieronvriendelijke taal niet meer door de beugel, zo vond de organisatie. Het statement kwam PETA op veel kritiek te staan – ook van mensen die er een strenge vegan levensstijl op nahouden. In artikelen en opiniestukken die daarna verschenen, werd de vraag opgeworpen: bestaat er zoiets als té woke zijn?
Zinnige gesprekken
Een post op Zeikschrift van 2 april dit jaar. Screenshots van een artikel in For Him Magazine (FHM), waarin ‘de mannelijke variant’ van de high tea werd gepresenteerd: de high friet. Geen schattige cupcakes en andere zoetigheid, maar een tafel met friet en frikadellen waar het vet vanaf druipt. De reguliere high tea werd in het artikel ‘totaal ongeschikt voor ons woeste mannen’ genoemd.
Van den Nieuwenhuizen voorzag het artikel van commentaar, waarin ze het over ‘bullshit genderstereotypes’ heeft. In een reactie liet FHM weten dat het hele artikel met een flinke korrel zout genomen moest worden. ‘Laten we niet zo overdrijven,’ was de teneur.
Zelf snapte ik het punt dat Van den Nieuwenhuizen wilde maken heel goed, maar ik snapte de reactie van FHM ergens ook: dat het een lolletje was, niets om al te serieus te nemen.
Van den Nieuwenhuizen: ‘Snap ik ook! Daarom zet ik bij dit soort posts meteen in de captions dat de wereld niet vergaat van zo’n artikel. Mijn kritiek op Zeikschrift kent verschillende gradaties. Maar ik wil ook ogenschijnlijk onschuldige kwesties aanstippen, júíst omdat ze vaak onderdeel zijn van iets groters. Ook al was het als het grapje bedoeld, dat artikel van FHM raakte wel degelijk aan het soort stereotypen van mannelijkheid en vrouwelijkheid waar mensen dagelijks hinder van ondervinden.’
Wokeness draait volgens Van den Nieuwenhuizen vooral om kritische vragen blijven stellen én elkaar daarbij de ruimte geven om te reflecteren. ‘Iedereen zit in een proces van bewustwording over sociale kwesties en ongelijkheid. Ik keek vijf jaar geleden ook nog anders naar de wereld dan nu. We hoeven ook helemaal niet altijd dezelfde conclusies te trekken. Zolang we er maar zinnige gesprekken over blijven voeren.’
Die zinnige gesprekken, daar lijkt het vaak nog aan te schorten. Om af te sluiten met Aziz Ansari: in zijn show merkt hij op dat er geen tweedeling, maar een driedeling is in de Amerikaanse maatschappij. De hardcore Trump-stemmers, de hardcore woke-mensen en de rest ‘who are utterly terrified of these two other groups’.
Zijn conclusie: ‘We’re all shitty people, but we keep trying to do better.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.