Extreem-rechts in Griekenland

Het is mei 2013, in het centrum van Athene staan zo’n duizend man te roepen dat buitenlanders moeten oprotten uit Griekenland. De timing is ronduit provocerend: eerder die week is op de Peloponnesos een groep aardbeienboeren opgepakt omdat ze na een woordenwisseling op een aantal van hun Pakistaanse landwerkers hadden geschoten. De Pakistanen hadden het lef gehad om achterstallig salaris te komen opeisen.

De demonstranten die zo tekeergaan, behoren tot een partij die garant staat voor schandalen sinds ze in juni 2012 met achttien leden het parlement binnen denderde: de Gouden Dageraad.

Ilias Kasidiaris, woordvoerder van de partij en gedoodverfd opvolger van leider Michaloliakos, sloeg live op de televisie een vrouwelijk parlementslid van de communistische KKE in het gezicht. De dochter van Michaloliakos werd opgepakt bij een incident waarbij een Pakistaanse man werd gemolesteerd. Groepjes GD-leden patrouilleren door de Atheense straten, waarbij immigranten het zwaar moeten ontgelden. Ze worden tot moes geslagen, met messen bewerkt, of zelfs vermoord.

De partijtop van de Gouden Dageraad ontkent steevast elke betrokkenheid, en de Griekse regering lijkt het vooralsnog te druk te hebben met het uitvoeren van het Memorandum of Understanding, de deal met Europa om het land er via leningen en bezuinigingen weer bovenop te helpen. Dus doen zich telkens weer nieuwe incidenten voor. En hoe ernstiger van aard, zo lijkt het wel, hoe beter de GD het doet in de peilingen.

De Gouden Dageraad is in die tijd overal, ook op de vele Griekse eilanden. Op het toeristische Kos steunt dertig procent van de lokale bevolking het GD-idee om een immigrantenstop in te voeren. Mijn hoteleigenaar wil er niet over praten, maar bromt wel dat al die Afghanen het uitzicht van zijn klanten verpesten. Op Santorini, waar ze slapend rijk worden van de cruisetoeristen, worden veel kleine zaakjes door Albanezen gerund, en aan Europese expats is er ook geen gebrek. Van de achtduizend stemgerechtigde Grieken hier stemmen er zo’n zeshonderd op de Gouden Dageraad. Als ik een eigenaar van een taverna ernaar vraag, ontkent hij glashard dat de partij op het eiland aanwezig is. Maar de lokale krant leert dat in februari 2013 een GD-afvaardiging uit Athene overkwam om het nieuwe partijkantoor feestelijk te openen.

Leros dan. Daar komen bijna geen toeristen, en het aantal immigranten is te verwaarlozen. Ook hier scoort de Gouden Dageraad. De eilanders zeggen dat dat komt door de grote marinebasis, extreem-rechts zou veel steun genieten binnen het leger.

Onder de messteken

Piraeus, begin oktober. In de deelgemeente Keratsini wordt het beeld bepaald door verlaten fabrieksterreinen en bouwvallige huisjes, met hier en daar een opa in een plastic stoel. Maar ook rijzen er hele appartementencomplexen uit de grond. De meeste staan halfleeg.

Er valt weinig meer te merken van het feit dat de Gouden Dageraad en de communistische partij KKE hier tot voor kort vechtend over straat rolden. De KKE organiseerde grote stakingen tegen havenbaronnen die hun Griekse personeel ontslagen hebben. Steeds vaker nemen ze illegale immigranten in dienst, die geluk hebben als ze al een paar centen krijgen. Paradoxaal genoeg onderhoudt een aantal van die baronnen juist weer banden met de GD.

Het is nu zo’n twee weken geleden dat Keratsini werd opgeschrikt door een gruwelijk incident. In de nacht van 17 op 18 september zat Pavlos Fyssas, een Griek van begin dertig, met zijn vrienden voetbal te kijken in een café. Na afloop van de wedstrijd kreeg hij op straat een woordenwisseling met een groep mannen in zwarte shirts, onder het oog van een half dozijn motoragenten. Fyssas beet de groep mannen toe dat hij genoeg had van die fascistische praatjes. Er verschenen steeds meer zwarte shirts op straat en het begon uit de hand te lopen. Een auto stopte, een man van middelbare leeftijd stapte uit, liep recht op Fyssas af en stak hem met drie messteken dood. De dader maakte zich niet meteen uit de voeten. De politie greep niet meteen in. Fyssas’ laatste woorden waren: ‘Pak hem, hij heeft het gedaan.’ Uiteindelijk stapte een vrouwelijke agent erop af en arresteerde de dader.

Fyssas was, onder het pseudoniem Killah P, bekend als rapper met een duidelijk links en antifascistisch profiel. De volgens justitie ‘vermoedelijke’ dader verklaarde dat hij actief lid is van de Gouden Dageraad, maar de partij was er als de kippen bij om dat te ontkennen.

Media van over de hele wereld stortten zich op de zaak. En ook de Griekse regering kwam in actie. Politieagenten en legerfunctionarissen werden op non-actief gesteld vanwege iets dat iedereen eigenlijk al wist: er zijn hechte banden tussen de Gouden Dageraad en groepen binnen politie en leger. Ook de Griekse media, die nogal routineus waren gaan berichten over de lange reeks incidenten, zetten nu zwaar geschut in. Bekend werd dat legerofficieren geheime gevechtstrainingen geven aan GD-leden. Dat er een groep hogere legerofficieren bestaat die het aftreden van de regering eist – hun website staat vol extreem-rechtse symbolen en teksten. En verschillende YouTube-filmpjes uit 2012 werden weer op primetime vertoond: die van een Egyptische visser uit Piraeus bijvoorbeeld, wiens gezicht zo onder de messteken zit dat het een wonder is dat hij nog leeft. En die van een groep GD’ers die, onder aanvoering van een van hun parlementsleden, marktkraampjes van illegale immigranten in elkaar meppen.

Ondertussen bleek dat de politie de Gouden Dageraad al een tijdlang in de gaten hield. In de uren na de moord op Fyssas werden er verschillende telefoontjes tussen de dader, het dichtstbijzijnde GD-kantoor en de leiding van de GD onderschept. Er volgden invallen en arrestaties in GD-kantoren, waarbij illegale wapens en propagandamateriaal van nazistische signatuur werden gevonden. Een week na de moord riep GD-leider Michaloliakos dat hij zijn hele fractie uit het parlement zou terugtrekken als de heksenjacht niet ophield.

De volgende dag arresteerde de politie in alle vroegte drie kopstukken van de partij. Leider Michaloliakos, kroonprins Kasidiaris en Christos Pappas, een beer van een vent die wordt gezien als de baas van de straatpatrouilles. Griekenland keek zich de ogen uit: wat een daadkracht ineens! Later die week volgden nog meer arrestaties, hoewel Kasidiaris en twee anderen op borgtocht werden vrijgelaten. Bij het verlaten van de gevangenis gaf Kasidiaris een televisiejournalist een triomfantelijke klap tegen zijn camera.

Nu staat er op de plaats waar Pavlos Fyssas werd vermoord een tafeltje waarop bloemen en persoonlijke briefjes liggen. Vrienden van Fyssas halen het tafeltje dagelijks leeg. Verderop in de straat is er vandaag een bijeenkomst van antifascisten. Een van hen geeft op een stuk blinde muur een cursus graffitispuiten. Het gaat er gemoedelijk aan toe – ook schoolkinderen doen eraan mee. Later op de dag volgt een protestmars. Honderd mensen lopen langs de plaats van de moord. De leuzen verstommen. Sommige jongens en meisjes huilen. Anderen proberen hun spuitbus uit. ‘Fascisten, jullie wacht de strop’, staat er al snel overal. De agenten laten het begaan, en van de GD ontbreekt elk spoor.

De volgende avond verschijnt er een Egyptenaar op het nieuws. Hij is ruim een jaar geleden door zijn baas aan een boom opgehangen omdat hij om zijn salaris durfde te vragen. Terwijl hij aan een touw bungelde, sloegen de baas en drie anderen op hem in. Hij heeft het alleen overleefd omdat hij voor zijn belager op de knieën ging en zijn voeten kuste. De belager zou lid zijn van de Gouden Dageraad. De rechtszaak is zojuist voor de derde keer uitgesteld, en de Egyptenaar heeft er genoeg van. Hij is niet langer bang om op televisie te verschijnen.

Spierbundels

Athene, medio oktober. Taxi’s klonteren werkloos samen. De vijfbaans snelwegen in de stad liggen er bijna lachwekkend leeg bij. In de cafés kosten koffie en spinaziebroodjes hoogstens een euro. En de terrassen zitten vol jonge mensen. De jeugdwerkloosheid is opgelopen tot ruim zestig procent en de Universiteit van Athene is tot nader order gesloten – de bezuinigingen op het personeel namen zulke ingrijpende vormen aan dat de rector magnificus besloot dat het niet langer verantwoord was om zijn instelling open te houden.

Zeker, er zijn nog groeimarkten in Griekenland. De prostitutie bijvoorbeeld, die de afgelopen vijf jaar ruim vertienvoudigd is. Ook de gokkantoren en de casino’s doen het prima. En niet te vergeten de sportscholen. Overal in Griekenland komen de spierbundels je tegemoet. Zelf op Lipsi, een eilandje met zevenhonderd inwoners, is er nu een druk bezocht krachthonk.

Vandaag organiseert de linkse oppositiepartij Syriza, volgens de laatste peilingen de grootste partij van Griekenland, een persconferentie in Athene. Titel: ‘Hoe bestrijden we het fascisme?’ De grote zaal loopt moeiteloos vol. Nikos Voutsis, partijsecretaris en een van de kopstukken van Syriza, geeft het ronduit toe: ‘We waren allicht te gefixeerd op de trojka, op het Memorandum dat onze Europese vrienden ons hebben laten slikken en waar we altijd tegen geageerd hebben.’ Op een powerpointpresentatie zijn de resultaten te zien van het aantal door de Gouden Dageraad uitgevoerde aanvallen op immigranten, per district in Athene. De plaatjes zien er indrukwekkend uit, maar een echte conclusie wordt er niet aan verbonden. Onderwijs is het antwoord, zo wordt gezegd. Ander en beter onderwijs. Het antifascisme zou onderdeel moeten uitmaken van het curriculum van iedere leerling. Syriza worstelt met het fascisme, maar ook met zichzelf, zoveel is duidelijk.

Ook Dimitris Christopoulos, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Panteion-universiteit, spreekt de zaal toe. Zijn betoog valt op door zijn soberheid en neutraliteit. ‘De politie is niet meer dan de uitvoerende arm van de democratie. Als er GD-elementen binnen het politieapparaat bestaan, dan dienen die grondig verwijderd te worden. Maar vervolgens is het wel aan de politie om haar werk te doen, en daar moeten we vertrouwen in hebben.’

De zaal zwijgt, enigszins verbluft. Voor velen is de politie nog altijd een soort junta binnen de staat, een broeinest van rechts tot extreem-rechts.

Geoliede machine

De dag na de persconferentie legt Christopoulos me uit dat hij geen Syriza-lid is, maar zichzelf wel als links beschouwt. En, zo voegt hij er half schertsend aan toe, als Syriza zo doorgaat, stemt hij bij de volgende verkiezingen misschien wel op premier Samaras.

‘De opkomst van de Gouden Dageraad vindt zijn oorzaak in een samenspel van factoren. Alleen focussen de meeste mensen zich er maar op één. Rechts zegt dat het door de scherp toegenomen immigratie komt. Op links wordt gezegd dat het ligt aan de crisis, en aan de manier waarop we gedwongen worden allerlei draconische bezuinigingen door te voeren. En dan zijn er de intellectuelen in het centrum-linkse kamp die beweren dat het ligt aan het Griekse nationalisme. Persoonlijk denk ik dat het een combinatie is: het nationalisme is een realiteit in dit land – niet alleen in dit land trouwens. Kijk eens naar Finland, naar Oostenrijk. Naar Wilders bij jullie. Voeg daarbij de grote omvang van de immigratie – anderhalf miljoen immigranten op een bevolking van elf miljoen, en dat in een veel kortere tijd dan bij jullie. Laat daar dan nog eens de grootste economische crisis sinds mensenheugenis op los, en wat krijg je?’

Toch lijken er meer verklaringen te zijn voor de groei van de Gouden Dageraad. Zo wekt de partij de indruk een goed geoliede machine te zijn. Als je voor hen kiest, zit je goed. GD’ers zijn ook overal zichtbaar op straat. Ze organiseren voedselbanken waar alleen ‘echte Grieken’ welkom zijn. Onder het draaien van het partijlied, een op het Horst Wessel-lied gebaseerde deun die door een groepje slechte baritons wordt gebromd, worden er gevulde tomaten en brood uitgedeeld. Griekse ouden van dagen krijgen veel hulp van de partij. Vooral in de immigrantenbuurten is het geen ongewoon gezicht: brede zwarthemden die oude omaatjes naar de kruidenier begeleiden.

En ondertussen laat de partij geen kans onbenut om het politieke systeem zwart te maken. Zoals een advocate een keer tegen me zei: ‘Ik heb zat collega’s die zich ontzettend verneukt voelen door onze corrupte, onuitroeibare politieke clans. Om nog maar te zwijgen van onze Europese vrienden. Die stemmen nu op de Gouden Dageraad. Om het hele systeem een schop onder zijn kont te geven.’

Volgens Christopoulos is er maar één antwoord mogelijk op de Gouden Dageraad. ‘GD-stemmers zijn enorm gefixeerd op machtsvertoon. De sterke arm. Kijk hoe ze hun spierballen laten rollen. Dus wat nu geboden is in deze situatie, is een zo krachtig mogelijk optreden van de autoriteiten. Regering, justitie en politie. De hele organisatie moet snel worden opgerold. De leiders moeten de gevangenis in. Denk aan een kip die je zijn kop afhakt. Je weet wat er dan gebeurt. Het lichaam rent nog een tijdje in het wilde weg rond, maar als er geen nieuwe kop op wordt gezet, sterft het beest. Michaloliakos zit in voorarrest. Als dat zo blijft, verliest de kip haar kop. Een GD-stemmer zal niet graag bij een partij blijven die hysterisch in het rond rent. Hij wil strak vertoon van macht.’

Waar de Gouden Dageraad een kapitale fout heeft gemaakt, zegt Christopoulos, is dat ze begon te denken dat ze de enige rechtse partij was die die naam verdiende. ‘Twee dagen voor de moord op Fyssas vond er een herdenking plaats voor een grote groep Griekse nazicollaborateurs die op het eind van de oorlog en masse zijn gefusilleerd. Op een plek waar van oudsher alles wat extreem-rechts is in Griekenland bij elkaar komt. En wat gebeurde daar? Voor het oog van de camera’s begonnen de GD’ers daar te roepen, te duwen en te trekken. Sloegen microfoons uit de handen van oude eerbiedwaardige rechtse heren. Wat krijgen we nou, vroeg de hele Griekse rechtervleugel zich toen af. Bij die herdenking waren ook vertegenwoordigers van de partij van premier Samaras. Vergeet niet dat zijn partij Nieuwe Democratie altijd plaats heeft geboden aan sympathisanten van de junta. Dus toen de Gouden Dageraad zich ook tegen deze mensen keerde, begreep heel rechts dat er echt geen zaken mee te doen zijn. Fyssas werd een paar dagen later doodgestoken, en Samaras opende direct de aanval.’

Losse handjes

Een paar dagen later loodst een secretaresse van de Gouden Dageraad me door de lange, imposante gangen van het Griekse parlementsgebouw. Rondom de plenaire vergaderzaal van het parlement houden de politieke partijen kantoor. Er heerst een informele, typisch Griekse sfeer. Losgeknoopte dassen, overhemden half uit de broek, babbeltje hier, babbeltje daar. Maar als ik de gang betreedt waar de Gouden Dageraad huist, verstomt het gebabbel. Ik herken een paar fractieleden. Ze dragen keurige pakken en vallen stil als ik voorbijkom. De secretaresse leidt me een kamer binnen waar Urania Michaloliakos, de dochter van, achter een bureau zit. Ze keurt me geen blik waardig. Een van haar collega’s verwijst me naar de perskamer.

Daar zitten zes, zeven man achter bureaus. Her en der staan beeldschermen opgesteld. Niemand zegt een woord. Men werkt, men typt. Ik kijk in het rond en herken Ilias Kasidiaris. Ik schraap mijn keel en zeg: ‘Wij hebben een afspraak voor een interview, als ik het goed heb.’ Hij reageert onmiddellijk: ‘Natuurlijk, natuurlijk, gaat u zitten.’

Ilias Kasidiaris, tweeëndertig jaar oud, parlementslid, woordvoerder van de partij. De man met de losse handjes van het live-televisiedebat, de man die camera’s omver duwt. Getalenteerd tangodanser, landbouwkundige, schrijver van Sector X, een oorlogsverhaal vol bloed en strijd, en bezitter van een groot getatoeëerd hakenkruis op zijn linkerschouder dat, volgens hemzelf, is opgebouwd uit allerlei kleinere tatoeages die helemaal niet nazistisch zijn.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom Kasidiaris de gedoodverfde opvolger is van Michaloliakos. Hij is de strakke, jonge, snel reagerende dealmaker. Hij staat voor slimheid, sluwheid en spierbundels. Hij slingert persbericht na persbericht de wereld in, maar hij wordt ook genoemd als een van de coördinatoren van het straatgeweld. En wat misschien wel de beslissende factor is: hij is een neef van Michaloliakos, en komt net als hij uit de streek Mani.

Op de dag van het interview is de situatie van de Gouden Dageraad op zijn zachtst gezegd penibel. Er zitten drie parlementariërs in voorarrest en het Griekse parlement staat op het punt de politieke immuniteit van alle GD-fractieleden op te heffen. Kasidiaris zelf is op borgtocht vrij. Geen wonder, zegt hij lacherig op een van zijn internetfilmpjes. ‘De politie heeft bij mij thuis geen tank aangetroffen.’

Het persbureau van de Gouden Dageraad ademt de sfeer van een crisiscentrum ergens midden in een al dan niet gewapend conflict. In die termen praat Kasidiaris ook vaak – strijd, oorlog, volk, het zijn woorden die hij graag gebruikt. Ondertussen geeft hij zijn personeel op een informele en directe manier opdrachten. Tegen een buitenlandse gast blijft hij in de beleefdheidsvorm spreken. Maar er is geen goedemiddag, geen handdruk, geen koffie of andere plichtplegingen. De kroonprins van de GD is geïrriteerd. Hij laat me op zijn beeldscherm het laatste filmpje zien dat hij op de website heeft gezet, en waarin hij zijn mening geeft over de een of andere politicus van links. ‘De Griekse media pikken het niet op, ze publiceren niets van wat ik te zeggen heb.’

Nazistische tatoeages

Het interview duurt maar kort – in zijn hoofd zitten drie, vier persberichten die nodig verstuurd moeten worden. Kasidiaris produceert de ene volzin na de andere en onderbreekt bijna alle vragen, soms omdat hij erop gebrand is snel te antwoorden, soms omdat hij simpelweg geen zin heeft in de vraag.

Natuurlijk, hij berijdt zijn stokpaardjes. De ‘economische oorlog’ in zijn land is vóór alles de schuld van ‘de buitenlandse pandjesbazen’ die het hebben voorzien op de Griekse energiebronnen. Illegalen moeten het land worden uitgezet, maar uiteráárd alleen binnen de grenzen van de wet. De euro? Die heeft hun economie vernietigd, dus daar moet Griekenland onmiddellijk uit stappen. Nee, zijn partij bestaat niet uit nazi’s en fascisten. Ja, de media, de rechterlijke macht, de Europese Commissie, de Amerikanen, allemáál zijn ze eropuit de Gouden Dageraad een kopje kleiner te maken. En dat terwijl de GD toch echt de enige democratische partij van Griekenland is, omdat zíj tenminste voor elk groot politiek vraagstuk een referendum wil organiseren.

Zo af en toe verlaat Kasidiaris de gebaande paden van de GD-propaganda. Hij heeft het over een plan om de Griekse economie haar productiviteit weer terug te geven en hij toont zich begaan met de vele jongeren die gedwongen zijn te emigreren. ‘Wij willen de Grieken een normaal sociaal leven bieden, vergelijkbaar met dat in Noord-Europa.’ Dat is andere koek dan het stoffige fascisme uit de koker van Michaloliakos. Ook stelt hij: ‘Wij veroordelen elke vorm van geweld. Onze positie op dit punt is onwrikbaar.’

Dan, na een kleine aarzeling, vertelt Kasidiaris iets dat hij nog niet eerder heeft verteld: de Gouden Dageraad vindt dat Griekenland in de EU moet blijven, en gaat meedoen aan de Europese verkiezingen. ‘We zullen er staan, mei volgend jaar. Binnenkort zullen we een behoorlijk aantal Europarlementariërs hebben. En we zullen samenwerken met elke partij die de Griekse zaak steunt. De Griekse regering zal proberen ons er vanaf te houden, maar dat kan alleen als ze de grondwet afschaft. En dat gaat niet gebeuren.’

Is Kasidiaris hier bezig zijn toekomst veilig te stellen? Het zou immers heel goed kunnen dat de Gouden Dageraad binnenkort verboden wordt en dat Michaloliakos voor langere tijd achter de tralies verdwijnt. Zien we hier de contouren van een ‘GD 2.0’ opdoemen? Een doorstart in een nieuwe vorm, onder een nieuwe naam en een nieuwe leider die heel graag de grootste en de beste wil zijn?

Hoogleraar politieke wetenschappen Christopoulos voorziet dat de Gouden Dageraad evolueert tot een veel kleinere, versnipperde organisatie. ‘Het zou kunnen dat je een situatie krijgt zoals in Ierland. Sinn Féin en de IRA, een bovengronds en een ondergronds gedeelte.’

De eerste signalen zijn er al, zegt de hoogleraar. ‘Weet je wat het beste nieuws is van de laatste tijd? De tattooshops in Athene hebben handenvol werk aan politiemannen en soldaten die hun nazistische tatoeages willen laten verwijderen.’

Nikos Michaloliakos

Alleen van zijn vrouw duldt hij tegenspraak

Nikos Michaloliakos (1957) is oprichter en sinds jaar en dag leider van de Gouden Dageraad. Hij komt uit een bemiddelde familie uit de streek Mani, bekend om zijn aartsconservatieve bevolking. De leden van de familie bekleden hoge functies in het leger en de rechterlijke macht.

Als jongetje was Michaloliakos een einzelgänger. Op school werd hij uitgelachen omdat hij zo dik was. Al op vijftienjarige leeftijd meldde hij zich aan bij een extreem-rechtse groepering, maar het lidmaatschap werd hem geweigerd omdat hij te jong was. Een paar jaar later haalde hij het nieuws door zijn betrokkenheid bij verschillende gewelddadige incidenten, veelal uitgevoerd door knokploegen die voortkwamen uit de tijd van de kolonelsjunta. Hij kreeg dertien maanden cel voor het plaatsen van bommen in bioscopen waar Sovjetfilms werden vertoond. Michaloliakos werd opgesloten in de gevangenis waar ook ex-juntaleider Papadopoulos gevangen zat. Papadopoulos zag wel wat in de gedreven jongen en maakte hem leider van de jeugdafdeling van EPEN, de belangrijkste extreem-rechtse beweging van dat moment, die door de ex-juntaleider vanuit de gevangenis werd bestierd.

Eenmaal uit de gevangenis richtte Michaloliakos een tijdschrift op dat hij Gouden Dageraad doopte, een directe verwijzing naar de ‘Hermetische Orde van de Gouden Dageraad’, die in de negentiende eeuw vooral in Engeland en Duitsland actief was. De Orde is nog altijd omgeven door mysterie. Sommigen beweren dat de beweging zich zou hebben beziggehouden met occulte zaken. Anderen zien de Orde als een voorloper van het twintigste-eeuws fascisme en neonazisme.

Michaloliakos zelf moet niets hebben van de orthodoxe kerk en profileert zich als een groot bewonderaar van de goden uit het antieke Griekenland. Hij beweert dat hakenkruis en de Hitlergroet oud-Griekse symbolen zijn. De swastika staat inderdaad op tal van vazen en amfora’s uit de achtste eeuw voor Christus, als verbeelding van de zon. De Hitlergroet is volgens Michaloliakos een ‘Dorische groet’, waarbij de rechterarm wat hoger wordt geheven dan door Hitler en consorten. Evengoed kan er geen twijfel over bestaan: in zijn tijdschrift bewierookte en citeerde Michaloliakos de nazi’s, op het eerste nummer prijkte een grote foto van Adolf Hitler.

Korte tijd later gaf Michaloliakos zijn positie bij EPEN op omdat hij de beweging niet extreem genoeg vond, en vormde hij zijn tijdschrift om tot een politieke partij. Die kent een strakke, vanuit één persoon geleide structuur. Michaloliakos duldt een tweede man zolang hij maar geen praatjes krijgt. Alleen van Eleni Zaroulia, de vrouw die hij bij EPEN leerde kennen en met wie hij begin jaren tachtig trouwde, duldt hij tegenspraak.

Decennialang bleef de Gouden Dageraad een randverschijnsel. Alleen in tijden van oplevend nationalisme won de partij wat aan aandacht en steun. Dat veranderde toen Griekenland in 2010 in de bodemloze put van de financieel-economische crisis tuimelde. In 2012 werden op last van Europa nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De Gouden Dageraad kwam het parlement binnen met achttien Kamerleden en 6,7 procent van de stemmen. Eenmaal in het parlement bleef Michaloliakos tieren en schelden op de autoriteiten en de immigranten. Ook bracht hij een keer de nazigroet. Zijn familie liet zich ondertussen ook niet onbetuigd: vrouw Eleni Zaroulia nam plaats in de fractie en noemde in een Kamerdebat immigranten ‘ondermensen die allerlei ziektes onder de leden hebben’. Dat veroorzaakte beroering in Straatsburg, waar ze net was toegetreden tot het Comité voor Gelijkheid en Non-discriminatie van de Raad van Europa. Na haar uitspraken zette het Comité haar buiten de deur. Recentelijk spuugde ze een journalist op straat in zijn gezicht.

Dochter Urania laat zich op filmpjes van de partijwebsite zien als iemand die lak heeft – of in haar eigen woorden: ‘schijt’ – aan journalisten. Vooral na de arrestatie van haar vader is ze veel in beeld. Haar vriendje is Artemios Matheopoulos, de veertigjarige ex-bassist van de hardrockband Pogrom, die zich onsterfelijk maakte door teksten als ‘Fuck Wiesenthal, fuck Anne Frank (…) O Auschwitz ik hou zo veel van jou.’ Matheopoulos is nu ook een van de parlementariërs van de GD.

Na een reeks geweldsincidenten waarbij de Gouden Dageraad betrokken was (zie het kader op de vorige pagina’s) werd partijleider Michaloliakos in de vroege ochtend van 28 september 2013 gearresteerd op verdenking van het runnen van een criminele organisatie. Hij zit nog in voorarrest.

‘Voortdurende acties van een criminele organisatie’

Incidenten rond de Gouden Dageraad

De Griekse minister van Openbare Orde, Nikos Dendias, onderzoekt momenteel 32 incidenten rond de Gouden Dageraad, in de periode vanaf juni 2012. Als deze onder ‘voortdurende acties van een criminele organisatie’ vallen, dan kan de beweging verboden worden. Een selectie.

11 september 2012

Leden van de Gouden Dageraad, onder aanvoering van parlementslid Kostas Barbaroussis, komen in de West-Griekse plaats Messolonghi de markt op en eisen identiteitspapieren van de buitenlandse standhouders. Als enkelen die niet kunnen tonen, worden hun kraampjes in elkaar getrapt. De bodyguard van Barbaroussis wordt later gearresteerd, na een huiszoeking op het lokale GD-kantoor.

5 oktober 2012

In Lavrio, even buiten Athene, rijdt een transitbusje een autowasserij in. Tien mannen in zwarte shirts stappen uit, van wie er twee GD-insignes hebben. Ze slaan de wasserij kort en klein en molesteren de twee Pakistanen die er werken. Eén van de twee wordt met ernstige hoofdwonden opgenomen in het ziekenhuis. De daders ontkomen.

6 maart 2013

Een officier van justitie in Athene ontvangt filmmateriaal, uitgezonden door het Britse Channel 4, waarin GD-kandidaat-parlementslid Alexandros Plomaritis gevolgd wordt op campagne. Hij verklaart onder meer dat immigranten de oven in moeten en dat van hun huid zeep moet worden gemaakt. Hij verdedigt zich later door te zeggen dat het schertsend bedoeld was. De zaak is in voorbereiding. Plomaritis werd overigens niet verkozen.

8 mei 2013

Een journalist van een lokale krant in Agrinio, West-Griekenland, doet aangifte van belediging en bedreiging

tijdens een telefoongesprek met parlementslid Kostas Barbaroussis, dezelfde die betrokken was bij de rellen op de markt van Messolonghi.

12 september 2013

In Piraeus molesteren rond de dertig GD-aanhangers leden van de communistische KKE. De KKE organiseert stakingen en demonstraties in de haven, tegen de havenbaronnen die Griekse werknemers ontslaan en vervangen door zwaar onderbetaalde immigranten. Acht KKE-leden raken licht tot ernstig gewond. De GD’ers ontkomen.

17 september 2013

Pavlos Fyssas, een vierendertigjarige Griekse rapper en antifascist, wordt in Keratsini, Piraeus, met drie messteken vermoord door George Roupiakas (45), GD-lid. Roupiakas zit in voorarrest. De moord leidt tot wereldwijde verontwaardiging, de arrestatie van de GD-top en het afnemen van de politieke immuniteit van meer dan de helft van de GD-fractie.

Nee