Interview Benjamin en Jonathan Herman

Het koetshuis van Nyenrode is de lokatie van een gemaskerd bal voor studenten en alumni. Meisjes hebben zich in lange avondjurken gehesen en jongens lopen in rokkostuum of uniform. Ze dragen Venetiaanse maskertjes en praten hard. In verborgen hoekjes wordt cocaïne gesnoven van fietssleuteltjes. Backstage zitten de muzikanten van New Cool Collective. Op tafel een krat Jupiler. Trompettist David Rockefeller staart stilletjes voor zich uit. Gitarist Anton Goudsmit zit vrolijk te wiebelen op zijn stoel. ‘We zeiden net dat je tegenwoordig zowat overal een Edison voor krijgt,’ zegt pianist Willem Friede plagerig tegen Benjamin. Het is net bekend geworden dat Benjamin een Edison-beeldje op mag halen voor zijn cd Campert, muziek deels gemaakt bij een documentaire over Remco Campert, de jazzminnende dichter.

‘Van al mijn muzikale vrienden heb ik het minst talent,’ relativeert Benjamin zijn bekroning. ‘Mijn meisje pakte laatst de saxofoon op en speelde zo een melodietje. Ook zij is eigenlijk muzikaler dan ik. Ik moet er voor wérken, maar dat is tegelijk ook mijn redding. Ik ben gewend om te ploeteren, om mijn schouders eronder te zetten. Mijn broer Jonathan heeft dat ook. Als hij iets doet, dan doet hij het met overgave. Toen hij van het conservatorium wegging, is hij helemaal onderaan begonnen. Hij werkte als clapperloader, je weet wel met zo’n klapding voor de camera. Maar hij wilde wél de beste clapperloader ter wereld te zijn. Hij kon dat ding in de lucht gooien en weer opvangen en hij kon heel snel blind filmpjes verwisselen.’

Is dat de tweelingrivaliteit? De beste willen zijn?

‘Ik weet niet of rivaliteit het goede woord is. Het is meer dat je elkaar opjut om iets nuttigs te doen. Als ik down ben omdat mijn platen niet goed verkopen, dan zegt Jonathan dat ik niet zo moet zeiken en dat ik gewoon moet werken. En andersom: als Jonathan zegt dat hij eigenlijk iets ánders wil dan commercials maken, dan zeg ik dat hij niet moet zeuren.’

Twee keer zo hard werken

Tot diep in de nacht speelt New Cool Collective dansbare latin jazz zoals geen enkele andere Nederlandse band dat kan. En misschien wel geen enkele band ter wereld. De mannen lachen en schreeuwen tijdens het spelen.

De maandagmiddag erop zit Jonathan Herman in het kantoor van productiemaatschappij Bonkers in een scheefstaand oud Amsterdams huis aan de Stromarkt. Hij begeleidt Diederik Ebbinge, bekend van de Vliegende Panters, bij het maken van een reclamefilmpje voor de ANWB. Ebbinge zit onderuit gezakt een auto te tekenen. Een meisje met krullen stapt binnen met koffie. Ze verontschuldigt zich ervoor dat een paar lampen kapot zijn. Het wordt langzaam donker.

‘Op het conservatorium studeerde ik gitaar,’ vertelt Jonathan, ‘maar ik had geen lol meer in het spelen. Ik realiseerde me dat vooral toen ik ensembleles kreeg met Martijn van Iterson. Hij was drie jaar jonger dan ik en hij speelde de sterren van de hemel. Ik hoor hier niet, dacht ik. Ik ga iets doen waar ik wél de beste in kan worden. Ik wilde films maken. Toen heb ik heel bewust niet voor de filmacademie gekozen. Mijn vader zei: maar dan moet je twee keer zo hard werken om te bereiken wat je wilt bereiken. Dat heb ik dus gedaan. Ik begon bij de serie Pleidooi, als assistent van cameraman Rogier Stoffers, die nu in Amerika werkt. Drie jaar heb ik dat gedaan. Toen financierde ik zelf een filmpje en ben daarmee naar de NPS gestapt. Vervolgens mocht ik er meer maken: een serie over jonge jazzmuzikanten. Een van die muzikanten was Benjamin.

Ik houd van verhalen. Toen we net in Amsterdam waren, was ik al snel beter in Nederlands dan mijn vader Sonny Herman, de rabbijn. Ik hielp hem met het vertalen van de verhalen uit het oude testament. Dat vond ik geweldig.’

Samen in een band

‘Kijk, hij is al meer dan honderdtwintigduizend keer bekeken,’ zegt Ebbinge, die achter een laptop YouTube-filmpjes zit te kijken. Jonathan Herman maakte een van de leukste Nederlandse reclamefilmpjes van het afgelopen jaar: de Bavaria-reclame met het nummer Life is Life van Opus.

Een beginnende Oostenrijkse band mag een plaatje opnemen. Ze stappen in een enorm grote studio en het slaat ze in de bol. Ze gaan een meesterwerk opnemen. De muzikanten kunnen het alleen nog even niet eens worden over de tekst: ‘Life is a cosmic symphony… Life is a tunnel with black light at the the end.’

”s ist ein Scheissmetafor,’ wordt er gemompeld.

‘Ja das rockt doch nicht, wir sind underground,’ zegt een bandlid.

Dan komt de manager met blikjes Bavariabier, ter inspiratie. Uiteindelijk staat de band voor een uitverkocht stadion te schreeuwen.

‘Life. Na na na na na’

Life is Life, na na na na na.’

‘Het filmpje is uit mijn eigen leven gegrepen,’ zegt Jonathan. ‘Toen we zeventien waren, zaten Benjamin en ik samen in een band. We stonden op het North Sea Jazz festival. We mochten optreden bij Sonja Barend en we gingen een single maken met de producers van de Dolly Dots. We waren helemaal in de wolken, maar de band viel uit elkaar om dit soort ruzies. Wij vonden ook dat het niet genoeg rockte.’ Jonathan lacht. ‘Ik weet nog goed dat Benjamin de telefoon pakte en zei dat hij er mee kapte.’

Denk je wel eens: eigenlijk ben ik geen reclamejongen maar een gitarist?

‘Nee. Ik speel nog wel eens in een gelegenheidsbandje, maar als ik dan op het podium sta, sta ik daar als regisseur met een gitaar. Laatst op het filmfestival heb ik weer gespeeld met allemaal acteurs. Dat was leuk. Een fotograaf maakte een foto. Maandagochtend stond hij groot in de Volkskrant, met in het bijschrift: Benjamin Herman op gitaar.’

Is dat niet vervelend?

‘Nee, nee, ik heb Ben meteen ge-sms’t: “Er staat een heel lelijke foto van je in de krant.” Benjamin is veel ijdeler dan ik, dus hij rende meteen naar de sigarenboer om te kijken hoe het erin stond. Maar soms komen er mensen met een uitgestoken hand naar me toe, en die zeggen: “Ha Benjamin!” En dan zeg ik: “Nee, ik ben de broer van Benjamin.” Dan kijken ze me geschrokken aan en zeggen: “O, ik wist niet dat hij een broer had.” En dan gaan ze een moeilijk gesprek beginnen: “O, ehm… wat doe jij dan? En vind je het dan niet vervelend dat hij zo bekend is.” Alsof ik zielig ben omdat ik niet met mijn kop op televisie ben.’

De telefoon gaat en Jonathan begint Engels te praten. Het is broer Benjamin. Als ze samen zijn, zijn Jonathan en Benjamin twee Engelse jongens. Ze woonden tot hun negende jaar in Engeland. Met twee oudere broers en twee oudere zussen en hun ouders vertrokken ze in 1976 naar Nederland.

Jonathan: ‘Wij waren als gezin heel hecht omdat niemand nog goed Nederlands sprak. Vriendjes hadden we weinig omdat we niet zo goed met ze konden communiceren. We waren één jaar in Nederland toen mijn oudere zusje Susannah verongelukte. Ze was drie jaar ouder dan wij en bij een kruispunt verkeerd overgestoken. Haar dood heeft ons ook beïnvloed.’

Hoe?

‘Ik heb gezien dat een ego heel vluchtig is. En als kind heb ik al geleerd dat alle rimpels en diepe emotionele dalen weer gladder worden. We kunnen het ergens over oneens zijn en daar ruzie over maken, maar over een jaar of over een half uur slaat die ruzie helemaal nergens meer op. Wat mij altijd bij zal blijven, is een opmerking van mijn moeder. Zij wilde niet dat wij elk jaar bij de dood van mijn zus verdrietig bij elkaar zouden zitten. Iedereen was er al zo ongelukkig over, dus wilden we ervoor zorgen dat we op haar sterfdag niet nog ongelukkiger zouden zijn. Toen hebben we besloten dat we op haar sterfdag altijd iets leuks zouden doen, om te vieren dat we allemaal nog leven.’

Doen jullie dat nog steeds?

‘Nee, maar ik ga af en toe wel naar haar graf toe en dat vind ik heel prettig. Ik denk meer aan haar dan je zou verwachten.’

Voor niks

Ieder jaar verschijnt er minstens één cd van Benjamin en vaak ook nog een van New Cool Collective. Daarnaast speelt hij mee op platen van anderen. ‘Net weer voor niks wat ingespeeld.’ Op zijn laatste cd speelt hij werk van Misha Mengelberg. En met de voorlaatste (Campert) won hij dus een Edison. Maar elke cd kost meer geld dan dat hij oplevert. ‘Je kunt nog beter dichter zijn dan jazzmuzikant.’

Benjamin piekert hardop over een bevriende muzikant die een ongelooflijk groot voorschot gekregen heeft om een André Rieu-achtig repertoire te spelen. Hij schaamt zich een beetje. ‘Die jongen schrok van mijn negatieve reactie. Mijn muzikantenvrienden hebben me tot de orde geroepen: dat is toch geweldig voor die jongen, zeiden ze. Ze hebben misschien wel gelijk, maar ik heb in heel wat orkestjes gezeten en veel dingen gedaan die ik niet leuk vond. Nu weet ik dat je er niet gelukkig van wordt. Als ik iets van de dood van Susannah geleerd heb, dan is het dat ik moet zorgen dat ik het leuk heb in het leven. Dingen doen waar ik geen zin in heb, is zonde van mijn tijd. Poen najagen, daar word je niet blij van.’

Wat vind je dan van je broer die in de reclamewereld zit?

‘De filmwereld is niet vergelijkbaar met de muziekwereld. Je kunt jezelf in de muziek redelijk makkelijk bedruipen. Met speelfilms is dat onmogelijk.’

Jonathan heeft twee dochters (Eline en Juliette), een rijbewijs en een hypotheek. ‘Ik woon in een huis dat de meeste muzikanten niet kunnen betalen,’ zegt hij. ‘Maar deze dingen zijn nooit echt bepalend geweest. Bij de VPRO maakte ik series als TV7 en Hertenkamp, die vond iedereen geweldig. Maar de producent ging failliet. En bij de VPRO moest ik weer twee jaar wachten voor ik de kans kreeg om een eigen productie te maken. Ik ben net als Benjamin, ik wil elke dag hard werken, als een artiest de wereld over reizen. We willen niet van anderen afhankelijk zijn. De enige manier waarop dat in Nederland met film kan, is als je commercials maakt. Donderdag ga ik naar Berlijn, volgende week gaan we draaien in Zuid-Afrika. Lekker werken met een groep mensen.’

Bestgeklede man

Voor De Rode Hoed op de Keizersgracht ligt de volgende dag een rood kleed met paaltjes eromheen. Televisiejournalisten en cameramensen staan bij de deur bekende Nederlanders op te wachten. Elke tien seconden stopt er een taxi waar vrouwen in avondjurk en mannen in pak of met dure jasjes en Prada-gympen uitstappen. Ze lijken figuranten in een commercial waarin een glamourwereld wordt nagespeeld. Een Nespresso-reclame. Benjamin en Jonathan dragen allebei een zwart pak. De verwarring bij de fotografen en de journalisten is groot. Twee Benjamin Hermans? Wie is Benjamin Herman?

Benjamin grijnst als hij een bekende tegenkomt. Hij steekt zijn duim omhoog als hij wordt gevangen in het licht van een camera. Jonathan kijkt wat ongemakkelijk in het rond.

Bij de uitreiking zitten Jonathan en Benjamin naast elkaar op de eerste rij, geflankeerd door hun vrouwen Cathelijne en Roos. De genomineerden worden in flitsende reclamefilmpjes met een Kas van Ierselachtige stem aan het publiek voorgesteld. Voordat de best geklede Nederlander bekend word gemaakt, speelt de band Les Marquis. Jonge jongens die aangekleed worden door modeontwerper Hans Ubbink. Ze spelen hoekige mod-muziek. Benjamin lacht en knikt met zijn hoofd. (‘Dit rockt!’) Jonathan staart stoïcijns voor zich uit.

Dan verschijnt dj/producer Don Diabolo om de best geklede Nederlander aan te kondigen. Terwijl alle blikken op het podium gericht zijn, veranderen Jonathan en Benjamin van plaats. ‘De best geklede Nederlander 2008 is… Benjamin Herman.’ Jonathan springt op en steekt een vuist in de lucht. Om hem heen ontstaat op een afstand van anderhalve meter een muurtje van fotografen, die druk beginnen te flitsen. Intussen loopt Benjamin achter ze langs naar het podium en ontstaat er een blooperachtige stemming bij de fotografen. Overdreven lachend als Tom Cruise bij een outtake. ‘Haha, in de maling genomen.’ De fotografen draaien zich om naar het podium. Benjamin lacht, hij steekt de trofee zo hoog mogelijk in de lucht, hij wijst naar de camera. Steekt zijn duim fier omhoog. Hij roept Jonathan en even later staan de broers schouder aan schouder op het podium.