Moskou in augustus: de stad flonkert in de avondzon. Ik herken de zomerse loomheid. Veel inwoners zijn vertrokken naar hun datsja, anderen vieren vakantie aan de Zwarte Zee of aan een van de grote rivieren.
In de jaren negentig, toen ik hier woonde en werkte, was dit mijn stad. In bijna niets lijkt Moskou nog op dat haveloze criminelennest uit het turbulente Jeltsin-tijdperk. In de buitenwijken verrezen imposante shopping malls en er staan nu moderne, nieuwe woonblokken. De opgeknapte binnenstad is een lust voor het oog. Aan de straatzijde van de historische panden bevinden zich eigentijdse winkels en hippe cafés en restaurants waar jongeren werken op hun MacBooks, nippend aan een latte. De terrassen zitten vol, op veel plekken behoren waterpijpen tot het aanbod. Een andere rage zijn de steps voor volwassenen. Over brede, nieuw aangelegde trottoirs zoeven Moskovieten naar hun bestemming – hipsters met baard en knotje, ook zo’n onverwachte verschijning in dit land van de ‘moezjik’, de archetypische Russische macho. Mensen die ik spreek zijn opmerkelijk goedgemutst en vriendelijk, waar Russen vroeger berucht waren om hun norsheid in de openbare ruimte.
Het zijn clichés, deze observaties, maar ze zijn reëel en nadat ik een aantal jaren niet in Moskou was, ben ik positief verrast. Er hangt geen gevoel van crisis of onheil en mijn gesprekspartners schijnen zich niet onvrij te voelen. Velen schieten in de lach als ik hen confronteer met westerse angsten en vooroordelen. ‘Poetin die de Baltische landen wil binnenvallen?’ Aleksej Cholopov (63) schudt z’n hoofd in ongeloof. ‘Echt, jullie maken het steeds bonter. Waarom zou Poetin andere landen willen bezetten als hij thuis al meer dan genoeg problemen heeft?’
Aleksej, die net voor omgerekend tienduizend euro een Japanse auto heeft aangeschaft waarmee hij met ons door Moskou rijdt, is een oude vriend. Ik ken zijn geschiedenis en die van z’n vrouw Zemfira (61) goed. Als ingenieur-officier diende ‘Aljosja’ in het Rode Leger, van Tasjkent tot Tallinn. Toen Estland zich na de val van de Sovjet-Unie op het Westen richtte en Russen er niet langer welkom waren, keerde Cholopov met zijn gezin terug naar zijn geboortestad Moskou.


Donker en grauw
In die crisisjaren negentig was het voor Russen die niet stalen en die geen hooggeplaatste contacten hadden, moeilijk om het hoofd boven water te houden. Het land ging door een diepe economische crisis: de inflatie bedroeg in 1992 niet minder dan 2508 procent, het jaar daarop 840. Rusland was het residu van wat ooit een trotse grootmacht was: een onzeker land in verval. En Moskou was van die tragedie het sombere middelpunt. Het was er donker en grauw, in de staten stonden eindeloze rijen verpauperde omaatjes die hun waardeloze spullen te koop aanboden. Maffiabazen – veel Tsjetsjenen en Georgiërs, die anders dan etnische Russen konden terugvallen op hun Kaukasische clans – lieten zich in colonne door de stad rijden. Hun bodyguards droegen hun wapens openlijk. ‘Byki’ werden die gangsters genoemd: ‘stieren’. De begraafplaatsen rond Russische steden liggen vol met de lijken van deze kleerkasten, die stierven in de bendeoorlogen. Op de grafmonumenten staan ze afgebeeld in hun leren jacks, naast hun luxe auto’s en hun pronkhuizen. Die grafstenen lijken artefacten uit een tijdperk, dat de meeste Russen het liefst zouden vergeten.
Aleksej Cholopov vond in die chaos werk als technicus bij een bedrijf dat koelkasten uit Wit-Rusland verkocht. Zijn vrouw werd verkoopster in een tweedehands klerenwinkel. ‘Het was een zware tijd,’ herinnert hij zich, terwijl we over de wijdse Lenin Prospekt rijden. ‘De wetteloosheid, de oorlogen in Tsjetsjenië, de veldslag hier in Moskou toen die dronken Jeltsin het Witte Huis bombardeerde. Ik ben Poetin dankbaar dat hij van Rusland een stabiel land heeft gemaakt.’
‘Democratie’ is voor Poetins aanhang synoniem met ‘bardak’, chaos. Hij is hun beschermheer.
De Russische waardering voor Vladimir Poetin, die zestien jaar geleden aan de macht kwam, valt niet los te zien van die woelige jaren negentig. Poetin wist Rusland met harde hand te stabiliseren; voor hetzelfde geld was deze enorme landmassa in burgeroorlog en wanorde ten onder gegaan, met grote gevolgen ook voor het Westen. Onder Poetins bewind groeide in de steden een middenklasse. Toen vertegenwoordigers daarvan rond 2011 in massale straatprotesten politieke aanspraken formuleerden, werd die oppositie ‘kaltgestellt’. In Poetins wereldbeeld is de staat er niet voor de burgers, maar zijn de burgers er voor de staat. En die staat, dat is hij.
Dit vertel ik Aleksej: ‘In het Westen vinden ze Poetin een autocraat, corrupt en zelfs oorlogszuchtig.’ ‘Allemaal propaganda,’ werpt hij tegen met een afwerend handgebaar. ‘Iedere leider verrijkt zichzelf. Maar kijk hoe Moskou er bij ligt: Poetin heeft enorm veel voor ons betekend. Denk je nu echt dat iemand van die kletsende oppositionelen in staat is om Rusland te leiden?’
Een pijnlijk moment
Mijn liberale Russische vrienden, aan wie ik die vraag voorleg, ontwijken het antwoord liever. Ik ontmoet een aantal van hen op een avond in het gezellige Gorki Park. Anna is jarig. De ranke, blonde Russin, die werkt als correspondent voor Engelstalige media, viert dit op het terras van een chic restaurant. Anna is een van de meest ervaren (oorlogs)correspondenten in Rusland. Ik reisde met haar ondermeer naar de oorlogen in Tsjetsjenië in de jaren negentig. Nadat ik terugkeerde naar het Westen bleef zij doen waar ze goed in is: berichtgeven vanuit alle hoeken van de voormalige Sovjet-Unie. Ook vanuit Oekraïne en meer specifiek de Donbas, de betwiste oostelijke regio waar ze lange tijd verbleef. Het groepje journalisten,dat zich aan deze tafel met wijn, wodka en Kaukasische hapjes heeft verzameld, drinkt op de vrienden-collega’s die zij in de oorlog in Oekraïne verloren.
Mijn observaties over Moskou en de stabiliserende rol van Poetin bevallen hun allerminst. Anna neemt me apart: ‘Als jij zegt dat je Moskou zo prachtig vindt en dat Rusland zogenaamd zo stabiel is en dat we dit mede aan Poetin hebben te danken, terwijl wij hier onze vermoorde collega’s herdenken, begrijp je dan wat dit met mij en met ons doet?’
Het is een pijnlijk moment. Er blijkt sprake van oud zeer. Anna, die figureert op een lijst van vermeende ‘landverraders’, kent een artikel dat ik recent schreef over de getroebleerde verhoudingen tussen Rusland en het Westen en dat in het Engels is vertaald. Daarin probeer ik te beargumenteren dat ‘het Westen de balk in eigen oog moet zien’. Haar Oekraïense vrienden mailden haar met de vraag hoe zij met mij bevriend kan zijn.
Die vraag is veelzeggend: het conflict in Oekraïne maakt vriendschappen kapot en verdeelt zelfs families en gezinnen. Anna sprak een jaar niet met haar moeder, die er een heel andere – positieve – mening over Poetin op nahoudt.
Dit gezelschap journalisten voor invloedrijke Angelsaksische media huldigt over Rusland grof gezegd de opinies die je ook in de Nederlandse pers aantreft: onder Vladimir Poetin is de Russische democratie gewurgd en inmiddels is Rusland een agressieve militaire macht die NAVO-landen als de Baltische staten en Polen bedreigt. In Oekraïne en Syrië woeden, volgens die analyse, ‘proxy wars’ tussen het Westen en Rusland.
Maar was Rusland een democratie voordat de kliek rond Boris Jeltsin besloot om in 1999 Vladimir Poetin, de onbekende KGB’er uit Sint Petersburg, naar voren te schuiven? En is Rusland nu een dorre dictatuur, zoals anti-Poetin propagandisten in het Westen willen doen geloven? ‘Weet je waarom ik hier niet weg wil?’ zegt een van de aanwezige journalisten. De flegmatieke Amerikaan rookt een sigaar terwijl we rode wijn drinken met op de achtergrond de indrukwekkende skyline van Moskou. ‘Kijk naar mij, naar ons: waar vind je deze lifestyle?’ Dat klinkt niet als overleven in een politiestaat.
De zo verschillende waardering van Poetins Rusland zit hem in de interpretatie van het begrip ‘hoop’, concludeer ik in de metro, onderweg naar ons Airbnb-appartement tegenover het Witte Huis. Waar Russische intellectuelen en hun westerse bondgenoten blijven hopen dat Rusland zo wordt als het Westen: een liberale democratie waarin ieders burgerrechten zijn gegarandeerd, daar hoopt het goedwillende deel van Poetins aanhang op sociaal-economische stabiliteit. ‘Democratie’ is in de ogen van die laatsten synoniem met ‘bardak’, chaos. Dat is de les die deze mensen uit hun ellendige ervaringen in de jaren negentig hebben getrokken. Zij zien Vladimir Poetin als hun beschermheer: na hem komt de zondvloed.

Alternatieve rock
Igor Kroepin heeft ons uitgenodigd om naar Nizjni Novgorod te komen, de oude handelsstad aan de Wolga. Igor richtte als student in Nizjni in de tijd van Gorbatsjov – toen alternatieve rock nog subversief was – de lokale rockclub op. In mei 1990 organiseerde hij een bootreis met milieu-activisten, muzikanten, wetenschappers en journalisten: van Nizjni Novgorod naar Astrachan aan de Kaspische Zee en vandaar naar Moskou.
De reis was bedoeld om aandacht te vragen voor de milieuvervuiling in en rond de Wolga: ‘Rok Tsjistoi Vody / Rock for clear water’. Fotograaf Chris van Houts en ik reisden mee, samen met de Nederlandse band Weekend at Waikiki en de Friese singer/songwriter Ernst Langhout.
In de steden waar we aanlegden traden de bands – met namen als Tsjaif, Televizor, Chronop en Auktsion – op voor een publiek van nieuwsgierige jongeren die zelden met westerlingen in aanraking waren geweest. Sommige van die Wolga-steden waren ‘gesloten’, officieel mochten er helemaal geen buitenlanders komen.
‘Het was een land vol avontuur waarin we op onszelf waren aangewezen,’ herinnert Tom Holkenborg (48) zich. Tom, die onder de naam Junkie XL als componist van filmmuziek internationaal furore maakt, was destijds drummer van Weekend at Waikiki. ‘Ik was de jongste van het stel en vond het soms best eng. Ik herinner me mooie, indrukwekkende en ook veel gevaarlijke momenten, waarbij het belangrijk was dat we bij elkaar bleven.’ Het alledaagse leven in de Sovjet-Unie maakte indruk. Holkenborg: ‘Dat was bizar. We zijn veel bij mensen thuis geweest. Je kon je geen groter verschil indenken dan tussen hun realiteit en die van ons. De eerste avond na terugkeer zag ik op tv een Persil-reclame. Een perfect uitziende, goed verdienende yup stond tot aan zijn knieën in een bergbeek in de Alpen dat wasmiddel aan te prijzen. Toen heb ik de tv maar een paar weken uitgezet.’
‘Je papa is een fascist’
Igor is net vijftig geworden, hij is nu een succesvol bouwondernemer en hij besloot om zichzelf, zijn vrienden en zijn stad een verjaardagscadeau te schenken: een jubileumconcert met de bands van destijds, waaronder dus Weekend at Waikiki en Televizor.
In 1990 richtte de hoop van veel burgers zich op meer vrijheid van meningsuiting en op openheid over het dictatoriale verleden. ‘Non-conformistische’ rockzangers gaven het verlangen van de glasnost-generatie een stem. Misja Barzikin (54), leider van de band Televizor, zong provocerende protestsongs als ‘Je papa is een fascist’ en kreeg wegens die gewaagde teksten problemen met de geheime dienst.
Ik zie uit naar het weerzien met Barzikin. De laatste keer dat ik de lange, donkerharige zanger sprak was in 2000, kort na het aantreden van Vladimir Poetin. Misja was net gescheiden en had zich teruggetrokken in een klein appartement in een grijze buitenwijk van Sint Petersburg. Hij bekende daar ‘jaren achter het beeldscherm te hebben doorgebracht’.
De muzikanten refereren bijna allemaal aan de massademonstraties van 2011 als een kantelpunt. ‘Sindsdien zijn de mensen weer bang.
Barzikin was destijds opgelucht dat hij niet langer de rol hoefde te spelen van politiek geëngageerde superster van de sovjetrock. Maar hij verlangde ook terug naar die intensieve periode eind jaren tachtig toen de Sovjet-Unie openbrak. ‘De sfeer van kameraadschap en gemeenschappelijkheid en de oprechtheid in de kunst mis ik,’ vertelde hij me. ‘Alles draait nu om geld. Daar dachten wij helemaal niet aan. Onze muziek daarentegen was werkelijk gevaarlijk. Iedereen besefte dat wij voor jaren het gevang in konden draaien.’
Hoe zouden Barzikin en die andere rockers, van wie een aantal in Rusland buitengewoon populair is, tegen Poetins regime aankijken? Dreigt voor hen opnieuw gevaar? En wat vinden zij van een nieuwe generatie muzikanten, onder wie de meiden van de punkband Pussy Riot, die de handschoen opnamen tegen het Kremlin? Leden van Pussy Riot betaalden daarvoor een hoge prijs: 21 maanden in een strafkamp.
Liberale reputatie
Naar Nizjni Novgorod, zo’n 420 kilometer oostelijk van Moskou, reisde je vroeger met een boemelende nachttrein. Tegenwoordig duurt de reis in een sneltrein met airco en wifi nog geen vier uur.
In Nizjni is de grauwe kant van het verleden zichtbaarder dan in Moskou: we ontwijken gaten in de straten en rijden langs op instorten staande, houten huizen. Net als 26 jaar geleden wordt ‘Rock for clear water’ gehouden op het plein aan de voet van het Kremlin. Vanaf hier is het uitzicht over de majestueuze Wolga – de kade ligt 560 stijle traptredes naar beneden – adembenemend.
Nizjni Novgorod heeft een liberale reputatie. Begin jaren negentig, toen de stad nog Gorki heette, was een piepjonge Boris Nemtsov er gouverneur. Nemtsov, de oppositieleider die vorig jaar werd vermoord, experimenteerde hier met de privatisering van staatsondernemingen en vestigde zo zijn politieke reputatie.
Igor Kroepin is zwaarder geworden, maar aan energie en jovialiteit heeft de ondernemer in al die jaren niets ingeboet. Met typisch Russische gulheid feteert Kroepin zijn gasten. Tussen het eten en alle wodka door uit hij zijn zorgen: over de internationale sancties waar Rusland mee worstelt, de economische crisis, de toenemende repressie. ‘Toen Poetin aantrad, was dat goed voor onze business,’ zegt Igor op een avond. ‘Ondernemers kregen de ruimte. Maar de laatste tijd zie je dat veel van die vrijheden worden teruggedraaid. Steeds meer regeltjes hinderen het zakendoen. Ik vrees voor een periode van “zastoi”, stagnatie, zoals onder Brezjnev.’
De muzikanten die ik spreek refereren bijna allemaal aan de massademonstraties van 2011 als een kantelpunt. ‘Sindsdien zijn de mensen weer bang,’ zegt Vadim Demidov (55) van de band Chronop. ‘Poetin is nu alleen de baas. En een meerderheid van de mensen vindt het best, die willen gewoon een rustig leven.’
‘Weet je wat het is?’ mengt Demidovs bandgenoot Aleksandr Terjoskin (52) zich in het gesprek. ‘In al die jaren is er in Rusland geen vorm van burgerschap ontstaan. We zijn nog altijd onderdanen die gewillig buigen voor de macht.’
De twee mannen staan naast een logo in grote rode letters: ‘Russia 2018’ verwijst naar het wereldkampioenschap voetbal dat in dit land moet worden gehouden. Hoe kijken zij terug op die periode, 25 jaar geleden, toen zij meereisden over de Wolga? Vadim: ‘De euforie was enorm. Het land ging open en wij zouden een nieuwe wereld opbouwen. Er was hoop en rockmuzikanten waren daarvan de woordvoerders, zoals in de jaren zestig de dichters.’
‘Dat gevoel is helemaal weg,’ zegt Aleksandr.

Normale stad
De Nederlanders in het gezelschap ontgaan die negatieve ontwikkelingen. Hun valt vooral op hoeveel aangenamer het leven in deze provinciestad – de vijfde stad van Rusland – is geworden. ‘In Nederland waarschuwde men ons: wees voorzichtig,’ zegt Thijs Helfrich, zanger van Weekend at Waikiki. ‘Maar het is hier juist enorm leuk. De mensen zijn relaxt, er zijn overal cafés en winkels, dit lijkt een normale westerse stad. Rusland is in elk geval niet die sinistere gangsterhel, zoals het land wel wordt afgeschilderd.’
Thijs’ broer Wijnand Helfrich, toetsenist, wijst erop hoe trots zijn Russische gesprekspartners zijn op hun land. ‘Op een plezierige manier. Ik heb niet de indruk dat ze denken: laten we dat vreselijke Westen eens aanpakken. Integendeel, ze vinden het jammer dat wij zo weinig weten over hun cultuur. “Neem de politiek niet zo serieus,” zeggen ze. “Kijk naar wat Rusland óók is.” Alleen al wegens die gesprekken is het goed om hier te zijn.’
Weekend at Waikiki is ’s avonds een van de hoofdacts. De band verovert met haar denderende dansrock makkelijk de harten van het publiek, dat massaal is komen opdraven. ‘Er zijn wel dertigduizend mensen,’ schat een opgetogen Igor.
Barzikin treedt maar weinig op. ‘Ik heb geen zin om permanent te reizen. En zaaleigenaren zijn bang dat ik “Poetin is een fascist” ga zingen.’
Ik ben gefascineerd door de wederopstanding van Misja Barzikin en Televizor. Een kwart eeuw later, gekleed in diezelfde zwarte T-shirts met rood opschrift, is Barzikin weer even urgent. ‘Je papa is een fascist!’ wordt door de fans met gejoel en met gebalde vuisten onthaald. Hoogtepunt van de set is de bijtende satire ‘Gazprombaiter’, een opzwepende discomars over Russen als slaafse ‘gastarbeiders’ van het Kremlin. In het lied is de USSR vervangen door Ruslands machtigste onderneming Gazprom. ‘Ik ben de Gazprombaiter,’ zingt Misja, marcherend op het podium. ‘Gastarbeider van het Kremlin. Men noemt hen bandieten, maar ik ben dol op kredieten. Life is pretty in Gazpromcity.’
Het ‘Eeuwige Rusland’
Een dag later zitten we aan het dek van de Michaïl Froenze, een sovjet-cruiseboot die het gezelschap van muzikanten, sponsors en ‘vrienden van Igor’ ’s nachts naar een van de mooiste plekken van Rusland heeft gevaren: het historische Makarjevklooster, dat ’s ochtends in al zijn wit-blauwe glorie opduikt aan de oever van de Wolga.
Barzikin, bierfles in z’n hand, bladert door een fotoalbum van de trip uit 1990: ‘Hij is dood,’ zegt de zanger, wijzend op een zwartwit portret van een vrolijke blonde jongen, een van de muzikanten van weleer. ‘En hij, en hij. Van elk van de bands is wel iemand overleden. Drank en drugs.’

Barzikin treedt maar weinig op. ‘Ik heb geen zin om permanent te reizen. En zaaleigenaren zijn huiverig. Die zijn bang dat ik “Poetin is een fascist” ga zingen.’
Misja heeft veel generatiegenoten het land zien verlaten. ‘Ons publiek zit in LA en New York. Ik ben gebleven, ja, maar ik voorzie een sombere toekomst. Poetin gaat echt niet weg en een Russische “Maidan” komt er niet. De mensen willen hun auto’s, hun kredieten en hun huizen niet verliezen.’
Hij ziet in een band als Pussy Riot de opvolgers van Televizor. ‘Hoewel zij eerder activist zijn dan muzikant.’ Maar het grootste deel van de Russische jongeren gedraagt zich ‘escapistisch’, zegt Barzikin. ‘Ze denken dat ze in Londen leven omdat er in Moskou en Petersburg coole clubs zijn. Ondertussen accepteren ze de terugkeer van een repressief regime.’
Ook hij is het contact met vrienden en familieleden kwijtgeraakt wegens het conflict in Oekraïne. ‘Niet met één of twee, maar met tientallen. Er valt met die mensen niet te praten. Hun vertrouwen in het Grote Rusland en in Poetin is een religie geworden.’
Barzikin steekt nog maar ’s een sigaret op. We zwijgen. Het is warm. Aan ons oog trekt het ‘eeuwige Rusland’ voorbij. Kleurige dorpjes verscholen tussen de bossen, kinderen die baden in de rivier, vissers in de weer met hun netten.
Vanaf hun verroeste speedboot zwaaien lokale jongeren naar de Michaïl Froenze. Ze komen langszij, lachen en schreeuwen iets onverstaanbaars. De meisjes flirten uitbundig met de muzikanten. Dan wijzigen ze abrupt hun koers. ‘Poka, rebjata!’ roepen ze ons na. ‘Poka!’
‘Tot ziens, jongens, tot ziens.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.