Mannen moeten aan de planten, maar eigenlijk vooral om er vrouwen mee in bed te krijgen. Het zou grappig zijn, als het niet zo treurig was.

Halverwege de negentiende eeuw begonnen Nederlanders ineens massaal planten hun kleine huiskamertjes binnen te slepen. De beroepsteelt kwam op, waardoor het hebben van sierplanten niet langer een exclusieve hobby voor kapitale grachtenpandbewoners was. Het begrip ‘gezelligheid’ deed zijn intrede in de binnenhuisarchitectuur, dus wilde de burgerij haar kale hoekjes en lege muren maar al te graag opvullen met een vrolijke clivia of cyclaam. Bovendien was men er (niet geheel ten onrechte) van overtuigd dat planten een positief effect op de gezondheid hadden, en de bedompte lucht van benauwde stadskamertjes konden zuiveren. Er werden verenigingen opgericht, die de kamerplant promootten bij de allerlaagste klassen, zodat de met roet en teer verstopte ogen van de stadse arbeiders ook eens iets fris en groens zagen, voor ze reutelend en hoestend hun laatste ellendige adem uitbliezen en verdwenen in een vochtig donker graf zonder bloemen.

Vandaag de dag lijkt de kamerplant hipper dan ooit. Een kledingzaak is niet meer compleet zonder op zijn minst één houten stellage vol vetplanten en cactussen, modieuze plantenzaken tieren even welig als de producten die ze verkopen, en in een beetje koffiezaak kun je niet bij de counter komen zonder je eerst een weg te banen met een kapmes.

Ondanks dit overduidelijke en alom vertegenwoordigde succes vond Bloemenbureau Holland, de marketingorganisatie die met de ‘GEEEEK OP BLOEMEN’-campagne verantwoordelijk is voor meest verontrustende vijf seconden op de Nederlandse televisie, het nodig om hun nieuwe campagne een wat meer specifieke doelgroep te richten: mannen.

Illustratie: Amarens Eggeraat

Onder de slogan ‘Vitamin Plants for Men’ worden zogenaamde ‘mannenplanten’ aangeprezen. Deze planten, zoals de koffieplant en de ficus, verdienen het label ‘mannenplant’ omdat ze functioneel zijn: want iedereen weet dat echte mannen praktisch zijn, en nooit iets zouden aanschaffen alleen maar omdat het er mooi uitziet. Niet elke plant zuivert je huis of is eetbaar, maar ook die worden ook zo ‘mannelijk’ mogelijk omschreven. Zoals de agave, een plant die maar één keer bloeit, maar: ‘ach, dan ga je toch gewoon door met een nieuw schatje? Eh, plantje?’  Tja, zo zijn mannen hè, altijd op zoek naar verse nieuwe potgrond om met hun vingers in te wroeten. ‘Verwen haar een keer in de maand met wat extra plantenvoeding.’  Erg sexy.

Vrouwen, broedse hormoonkippen die het zijn, worden namelijk helemaal wild als ze een man zien die in staat is een plant in leven te houden.

In het reclamespotje worden drie baardige jongens op een rustieke sofa gevraagd naar hun mening over planten. ‘Plants are not just for women,’ zegt ééntje, waar hij natuurlijk wel gelijk in heeft, maar behalve de onzichtbare persoon die hier de vragen stelt heeft NIEMAND dat ooit gezegd. ‘Plants are for everyone. You can’t gender nature,’ merkt zijn vriend heel wijs op, om de rest van het filmpje precies dàt te doen. Want als we het olijke trio mogen geloven, gebruikt de man van nu de kamerplant tegen katers (???), maar vooral om vrouwen mee in bed te krijgen. Vrouwen, broedse hormoonkippen die het zijn, worden namelijk helemaal wild als ze een man zien die in staat is een plant in leven te houden. En precies volgens deze spijkerharde logica zien we hoe de jongens aan het eind van het filmpje omringd worden door gewillig lachende vrouwen, die als willoze zweefvliegen op de planten zijn afgekomen, Het is net een AXE-commercial, maar dan botanisch.

De campagne is ongetwijfeld gemaakt met allerlei goede bedoelingen, maar KOM OP ZEG. Een kamerplant is nóóit ‘iets voor vrouwen’ geweest. De kamerplant is een unisex-object bij uitstek, net zo heerlijk gendervrij als bijvoorbeeld een stoel, een koffiezetmachine of een degelijke Gaastra-jas. Het is pijnlijk om te zien in welke bochten dit reclamebureau zich heeft gewrongen om de kamperplant ‘mancave-proof’ te maken, en vooral heel erg onnodig. Bloemenbureau Holland heeft minder realiteitsbesef, dan de progressieve negentiende-eeuwse liberaal die dacht het verwoestende alcoholisme onder arbeiders op te kunnen lossen met varens.