Ondersteund door uitvoerige essays van de dichter Walt Whitman en van Thomas Mann over de democratie bevat het nieuwste nummer van het tijdschrift Nexus een verslag van de conferentie die dit voorjaar werd gehouden over ‘de crisis in de democratie’, speciaal in Amerika.
Een van de aantrekkelijkheden van Amerika, dat je van krantenjongen tot miljonair kon worden, is niet meer. De met een krant op Times Square wapperende jongen die verandert in een directeur achter een groot bureau: weg. Wat nu officieel ‘sociaal-economische mobiliteit’ heet is verdwenen: arm geboren wil nu zeggen arm doodgaan. Het land van de onbegrensde mogelijkheden is geschiedenis, geen president, senaat of congres die daar iets kan veranderen, want niet de politiek, maar de grote concerns maken de dienst uit.
Tijdens de conferentie ‘Crisis in de democratie’ die het Nexus Instituut dit voorjaar hield zei Jeb Bush, gouverneur van Florida en even presidentskandidaat voor de Republikeinen, dat dit het succes van zowel Bernie Sanders als Donald Trump verklaart (te lezen in Nexus 72). In beide gevallen, op links en op rechts, gaat het om een steeds groter wordende onderklasse. Het geld zit niet meer bij 99 procent van de bevolking, maar bij de 1 procent rijken. Die hebben het vastgezet in de grote concerns die zij als reusachtige olietankers door de geglobaliseerde wereld manoeuvreren: bij elk minimale beweging, automatisering of fusie vliegen er duizenden mensen uit. De middenklasse is hier een speelbal van en verdwijnt langzaam.
Hoe de klassen in Amerika uit elkaar groeien is te lezen in Coming Apart van Charles Murray, een boek dat een paar keer ter sprake kwam in de rondetafeldiscussie tijdens de conferentie. Daarin worden twee deels fictieve, maar op feiten gebaseerde plaatsen tegenover elkaar geplaatst: de arbeidersstad Fishtown en Belmont, de stad voor de ‘new upper class’. De inwoners van beide steden zijn ‘cocooned’, opgesloten in hun eigen wereld. Ze zullen nooit contact met elkaar krijgen. In Fishtown is alles kommer en kwel door werkeloosheid, criminaliteit en onwettige kinderen. In Belmont wordt hard gewerkt, gaan kinderen naar de goede scholen en wordt er onderling getrouwd. Daar heerst ‘cognitieve homogeniteit’, eenzelfde niveau van intelligentie. En die intelligenties trouwen met elkaar, zodat er weer intelligente kinderen van komen.

Wat kan democratie hier uitrichten? Volgens Anne Applebaum, commentator van de Washington Post, door gelijke kansen nieuw leven in te blazen en daarvoor voorzieningen te scheppen, bijvoorbeeld met goede, voor iedereen toegankelijke scholen en universiteiten. Democratie heeft de neiging in verval te raken wanneer ze niet permanent wordt onderhouden. De democratie moet regelmatig herboren worden. Bijvoorbeeld door te tamboereren op grotere gelijkheid en speciaal de noodzaak van gelijke uitgangsposities. Amerikanen hebben volgens haar geen enkel probleem met ‘ongelijke uitkomsten’, maar ze beginnen te protesteren als ze het gevoel krijgen dat er geen kansen meer zijn. Het ontbreken van een goede uitgangspositie is wat Bas Heijne in zijn pamflet Onbehagen het wegvallen van de ‘bedding’ van mensen noemt: het speelt zich allemaal boven hun hoofd af. Dit is een legitiem aspect van de frustraties van de Sanders- en Trumpaanhang.

Een minder wenselijk, maar wel werkelijk aspect van Donald Trump snijdt Anne Applebaum ook aan: dat Trump de massacultuur voortzet zoals die eerder werd vertegenwoordigd door Ronald Reagan. Die maakte gebruik van de eenvoudige Hollywood-waarden: ‘de goeden verslaan het kwaad en de leuke jongen krijgt het meisje.’ Op zijn beurt belichaamt Trump volgens Applebaum de waarden van de reality-tv: ‘Wie wint er bij reality-tv? Degene die het vulgairst en het luidruchtigst is, die niet van het eiland gestemd wordt omdat hij zijn concurrenten opzijschuift. Dat is tegenwoordig de populairste vorm van entertainment. Trump (…) vertegenwoordigt de waarden die daarbij horen en de mensen begrijpen hem.’ Wanneer je waardenschaal door reality-tv wordt bepaald is de politiek en de democratie ver weg. Jeb Bush zegt zelfs dat de Amerikanen het politieke systeem als ‘een lichaamsvreemd voorwerp’ beschouwen. Voor een gewezen presidentskandidaat een opmerkelijke uitspraak. Hij beschouwt die vervreemding zelfs als structureel: ‘Het is er altijd geweest, op de achtergrond, dat gevoel van ernstige vervreemding, het verlangen naar een zondebok.’ Hij denkt dat het door internet misschien anders wordt, daarmee kun je je ‘eigen waarheid scheppen.’
Hoe rijk Amerika ook mag zijn, ondertussen leeft een kwart van de jongeren er in armoede. Hoewel hij meer onderwijs heeft genoten, is de ‘start-up’ tegenwoordig de krantenjongen van toen. Het klinkt energiek, alsof je in de startblokken staat om de wereld te veroveren, maar in Amerika leidt het niet meer tot gouden bergen.
‘Nexus 72’ is verkrijgbaar bij het Nexus Instituut.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.