‘Onttem je feeks, omarm je furie. Wees razend, ziedend, verbolgen, woest, briesend, giftig en vooral niet koest. Gebruik het.’ Het is een van de vijf geboden van Stella Bergsma in haar onlangs verschenen feministische manifest Nouveau Fuck.

Sinds #MeToo klinkt de roep van feministen in manifesten, zelfhulpboeken en traktaten jegens vrouwen om hun woede te omarmen en in te zetten als middel om individuele en gemeenschappelijke of politieke doelen te verwezenlijken steeds luider.

Koest houden

Niet iedereen heeft evenveel recht op woede in onze samenleving. ‘Zwarte mensen worden al ziedend gevonden voordat ze hun mond opentrekken, homo’s moeten zich niet aanstellen, Marokkanen dragen hun boosheid als een bomgordel. Voor iedere afwijker zijn er mechanismen die ervoor zorgen dat ze zich koest houden, vooroordelen om ze te veroordelen. Ik concentreer me op wat ik het beste ken. Mezelf, de vrouw, het wijf,’ schrijft Bergsma in Nouveau Fuck.

Woede is ingewikkelder voor vrouwen dan voor mannen. Mannen hebben geen oproep nodig om hun woede te ventileren.

‘Het wijf’ bestaat natuurlijk niet en al helemaal niet binnen het intersectioneel feminisme, dat de verschillende gronden waarop iemand gediscrimineerd wordt en de dynamiek die daaruit voortvloeit zichtbaar maakt.

Er is wel een gemene deler: woede is ingewikkelder voor vrouwen dan voor mannen. Mannen hebben geen oproep nodig om hun woede te ventileren.

Verhulde tirades

De wildgroei aan woede-boeken geeft abusievelijk de indruk dat vrouwen heel vredelievende wezens zijn. Onzin! Vrouwen laten hun woede heus wel de vrije loop, maar doen dat in andere situaties en op andere manieren. Dat heeft ook te maken met dat hun woede op een andere manier ontvangen: woedende vrouwen worden vaak gezien als ‘hysterisch’ of ‘labiel’ of ze zijn een ‘zeikwijf’.

‘Zieligheid mag. Kwetsbaar zijn hoort bij het zwakke geslacht.’

Waarom huilen vrouwen bijvoorbeeld altijd zo makkelijk als ze kwaad zijn? Bergsma: ‘Omdat zieligheid mag. Kwetsbaar zijn hoort bij het zwakke geslacht. Vrouwen moeten tenslotte beschermd worden. Maar vaak zijn hun tranen verhulde tirades, hun verdriet ingeslikte vloeken. Bij mannen is het precies andersom. Hun nijd wordt juist aangemoedigd als een belangrijke, doortastende kwaliteit en hun gevoeligheid wordt belachelijk gemaakt.’

Opgewonden standje

Opvallend is dat de woede van een man in bepaalde settingen niet eens als emotie wordt aangemerkt. Emoties zijn namelijk voornamelijk een uitlaat van vrouwen. Zoals de Amerikaanse feminist Soraya Chemaly schrijft in Fonkelend van woede; De kracht van de boosheid van vrouwen (2019): ‘Een boze man wordt meestal serieus genomen: hij windt zich zo op dat hij wellicht een punt heeft. Ook wordt zijn woede geassocieerd met macht en daadkracht.’

En zo is de woede van een man op de werkvloer een effectief middel om invloed uit te oefenen. Een boze vrouw tijdens bijvoorbeeld een vergadering heeft vaak eerder het omgekeerde effect. Als ‘opgewonden standje’ kun je minder macht uitoefenen en word je minder serieus genomen dan als je het hoofd koel houdt.

‘Mensen nemen vrouwen niet serieus en zetten ze weg als freaks. Dus zeg ik als dichter: wees een freak.’

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de film Year of the Woman (1973) van de witte, feministische dichter Sandra Hochman. Daarin is te zien hoe Shirley Crisholm zich als eerste vrouwelijke Afro-Amerikaanse kandidaat stelde voor de presidentsverkiezingen. Ze had veel steun van de vrouwenbeweging, maar ze kreeg nauwelijks zendtijd. Crisholm verloor de nominatie van de witte senator George McGovern.

Met een groep feministen onder wie Flo Kennedy, Betty Friedan en Gloria Steinem bestormde Hochman de verslaggevers die zich hadden verzameld bij de persconferentie. Sommige mannen keken niet eens op van hun krant, anderen keken geamuseerd naar het schouwspel van de woedende vrouwen die zich allemaal hadden uitgedost met maskers, pruiken en gekke brillen. Hochman: ‘Mensen nemen vrouwen niet serieus en zetten ze weg als freaks. Dus zeg ik als dichter: wees een freak.’

Journaliste Rebecca Traister vraagt zich in Good and Mad; The Revolutionary Power of Women’s Anger (2018) af waarom Year of the Woman na 1973 zo snel werd vergeten. Ze komt tot de conclusie dat het waarschijnlijk te maken heeft met de ‘freaky’ uitstraling van de feministen. De woede van de vrouwen maakt een kinderlijke en wanhopige indruk. Oftewel: wat we in de film zien, is onwennigheid van de vrouwen met de materie. Je woede gericht en effectief inzetten is iets wat je moet je leren.

Maar we bevinden ons volgens Traister op een belangrijk breukvlak: sinds Donald Trump president is en het seksueel geweld van Harvey Weinstein door #MeToo in 2017 aan de kaak werd gesteld, is de woede van vrouwen niet meer te temperen. Vrouwen zijn ongelooflijk kwaad en dat laten ze nu eindelijk zien.

Boosheid bewust inzetten

Chemaly stelt in Fonkelend van woede dat ‘alle meisjes leren hun zelfbeeld in meer of mindere mate te filteren door alle boodschappen die ze meekrijgen over het betrekkelijke gebrek aan macht, waarde en culturele relevantie van vrouwen.’

Opvallend is de rol die hun achtergrond hierbij speelt: ‘Meisjes uit minderheidsgroeperingen zijn en hebben een beter ontwikkeld idee van hoe en wanneer ze hun boosheid bewust kunnen inzetten,’ blijkt uit verschillende onderzoeken die Chemaly aanhaalt. Ook citeert ze in dit verband bestsellerauteur Rachel Simmons van onder meer Odd Girl Out: The Hidden Culture of Aggression in Girls (2002): ‘In gemeenschappen waar economische achterstand en rechteloosheid heersen, maken assertiviteit en agressie al evenzeer deel uit van het sociale landschap als speelveldjes en ijscowagens. In die wereld wordt je mogelijk over het hoofd gezien als je je mond houdt, en dat kan gevaarlijk zijn.’

‘Witte meisjes uit de middenklasse onderdrukken hun negatieve gevoelens het meest om aan het ideaalbeeld van de liefdevolle, zorgzame vrouw te voldoen in tegenstelling tot latina’s en zwarte vrouwen.’

Chemaly concludeert: ‘Witte meisjes uit de middenklasse onderdrukken hun negatieve gevoelens het meest om aan het ideaalbeeld van de liefdevolle, zorgzame vrouw te voldoen in tegenstelling tot latina’s en zwarte vrouwen.’

Zijn witte vrouwen dan minder woedend? Woede komt vaak voort uit een gevoel van onrecht en onrecht vloeit voort uit een gebrek aan macht. Op hoe meer terreinen je in een onderdrukte positie zit (denk aan ras, seksuele voorkeur, klasse), hoe meer die woede zich opbouwt. Volgens het intersectioneel feminisme is het niet gek dat een zwarte, ‘queer’ vrouw uit de lagere middenklasse in Amerika boos is.

Bijdehand

Zwarte vrouwen hebben hoe dan ook de reputatie ‘boos’ te zijn, of in positievere bewoordingen ‘bijdehand’ en ‘assertief’. In films en series staan ze vaak met het karikaturale handje in de zij, een opgeheven vinger, want zo-zwaait-er-wat, of ze rollen met hun ogen, ziet activist en professor genderstudies Brittney Cooper (Eloquent Rage, a Black Feminist Discovers her Superpower, 2018). Volgens haar is wat door (witte) Amerikanen wordt geïnterpreteerd als het meer wenselijke en grappige ‘bijdehand’ in werkelijkheid een uiting van onderdrukte woede.

Moslima’s daarentegen worden vaak gezien als ‘onderdrukte vrouwen zonder stem’, zeker als ze een hoofddoek dragen. De Egyptische Mona Eltahawy wil dit beeld graag bestrijden. Ze woonde in verschillende oosterse en westerse landen over de hele wereld en zag overal de alomtegenwoordigheid van het patriarchaat: ‘alsof je aan een vis vraagt: wat is water?’

In Eltahawys manifest The Seven Necessary Sins for Women and Girls (2019) staat ‘woede’ als noodzakelijke ‘zonde’ op één. Toen de auteur op haar vijftiende in 1982 geheel volgens de voorschriften gesluierd en gekleed in het wit op Haj, bedevaart naar Mekka, ging, werd ze onderweg aangerand. Op heilige bedevaart nota bene! Jaren later dacht ze hieraan toen ze Audre Lorde las: ‘Je zwijgen zal je niet beschermen.’

Pas in 2013 sprak Eltahawy hier openlijk open op de Egyptische televisie. Daarmee ontketende ze een voorloper op het wereldwijde #MeToo: #MosqueMetoo. Vele vrouwen volgden met soortgelijke verklaringen.

Ze roept vrouwen op vooral geweld in te zetten. ‘Alsof agressie en geweld historisch bezien niet altijd in handen van de mannen is gevallen.’

Het was echter pas op haar vijftigste dat de woede echt vaardig over haar werd: in een discotheek in Montreal legde een man zijn hand op haar billen. Ze achtervolgde hem en sloeg hem in elkaar. Overdreven? Ze roept vrouwen op vooral geweld in te zetten. ‘Alsof agressie en geweld historisch bezien niet altijd in handen van de mannen is gevallen. Dit is een manier om het patriarchaat te laten weten dat we terug zullen vechten. (…) Vrouwen, doe wat je wat je moet doen op dat moment,’ is Eltahawy’s devies.

Los van de vaag of je geweld met geweld moet bestrijden, lijkt Elthawys insteek onhaalbaar: alsof vrouwen altijd maar in de mogelijkheid verkeren om belagers in elkaar te slaan (denk alleen al aan de fysieke ongelijkheid van man en vrouw).

By the balls

De Nigeriaanse feministe en schrijfster Chimamanda Ngozie Adichie gaf tijdens haar Belle van Zuylenlezing in Tivoli/Vredenburg afgelopen januari een serie voorbeelden waaruit blijkt dat het omdraaien van een situatie niet altijd op de gewenste manier uitpakt.

Met een Nederlandse journalist sprak ze bijvoorbeeld over de geluidsopname van Donald Trump die uitlekte tijdens zijn verkiezingscampagne, waarop te horen was hoe hij tegen een andere man over vrouwen sprak: ‘grab them by the pussy’. Ze vroeg hem: hoe zouden mannen het vinden als vrouwen hen zo zouden bejegenen; ‘grab them by the balls!’ De journalist lachte en zei: ‘Geweldig! Als vrouwen dat eens deden.’

De stakker zou niet weten wat hem zou overkomen.. Een omkering van seksisme zou in theorie wel tot een zekere bewustwording kunnen leiden, maar welke boodschap geef je af? Seksistische gedrag mag, maar mannen moeten óók geslachtofferd worden?

Onderlinge haat

In veel woede-manifesten worden vrouwen opgeroepen hun woede te bundelen en te richten. Maar dan stuiten we direct op een probleem: vrouwen zelf. Onderling kunnen vrouwen haatdragende wezens zijn die elkaar het licht in de ogen niet gunnen, is een hardnekkig (voor)oordeel dat ook door onderzoeken wordt bevestigd. Roddel is bij vrouwen onderling bijvoorbeeld het belangrijkste ‘wapen’ om de reputatie van andere vrouwen te schaden of om romantische doelen of financieel gewin te verwezenlijken (Reynolds, Baumeister, Maner, 2018).

‘Vanaf het moment dat we zwart en als vrouw werden geboren in Amerika waren we verzadigd met woede – om onze huidskleur, ons geslacht en onze onfatsoenlijke moed te doen alsof we het recht hadden te leven.’

Er zijn echter ook onderzoeken die dit soort seksistische ‘mythes’ niet aan vrouwelijke rivaliteit, maar aan de mores van de werkvloer wijten, waar mannen en vrouwen die de top bereiken minder sympathiek gedrag vertonen, maar vrouwen veel gevoeliger op dit gedrag van seksegenoten reageren (Harris & Kramer, 2019).  Dat vrouwen gemeen kunnen zijn jegens seksegenoten, wordt ook steeds benoemd in feministische manifesten. Die onderlinge strijd wordt zelfs binnen verschillende sociale en raciale groepen geregistreerd.

Audre Lorde schreef in 1984 in Sister Outsider al een essay (‘Eye tot Eye: Black Women, Hatred and Anger’) over het taboe dat zwarte vrouwen elkaar vaak haten: ‘Dat begon toen we zwart en als vrouw werden geboren in Amerika. Vanaf dat moment waren we verzadigd met woede – om onze huidskleur, ons geslacht en onze onfatsoenlijke moed te doen alsof we het recht hadden te leven. (…) Echo’s hiervan keren terug als wreedheid en woede in onze omgang met elkaar.’

Lees ookMoeten we literatuur afrekenen op seksisme en racisme - of zijn boeken niets kwalijk te nemen?7 maart 2020
Zonde van je tijd

Activist en professor genderstudies Brittney Cooper beschrijft hoe ze als zwarte vrouw lange tijd geen vriendinnen had, maar ‘bondgenoten’; verbintenissen die alleen te maken hebben met een gedeelde achtergrond. Onder het mom ‘we have to stick together’. Later in haar leven kwam ze erachter dat wezenlijke vriendschappen met zwarte vrouwen echt waardevol zijn, zo waardevol dat vriendschap tussen vrouwen voor haar nu de belangrijkste waarde van feminisme is.

Toch lijkt er ook altijd behoefte aan een vijand: ‘Iedere keer dat een witte vrouw iets verkeerds zegt in de publieke sfeer, staat er een leger aan zwarte feministen klaar om haar af te maken. Zonde van je tijd, want witte vrouwen passen hun denkbeelden toch niet aan.’

‘Gek eigenlijk, hoe zwarte feministen een grotere hekel hebben aan witte vrouwen dan aan zwarte mannen, want steeds als ik me afvraag wie me meer pijn hebben gedaan, kom ik uit bij zwarte mannen.’

Maar Cooper merkt ook op: ‘Gek eigenlijk, hoe zwarte feministen een grotere hekel hebben aan witte vrouwen dan aan zwarte mannen, want steeds als ik me afvraag wie me meer pijn hebben gedaan, meer emotioneel en fysiek geweld hebben aangedaan, kom ik uit bij zwarte mannen. Toch ga ik iedere keer als een zwarte man door de politie wordt neergeschoten, de straat op om te verkondigen dat “Black lives matter”. Als zwarte vrouwen worden vermoord, blijken zwarte mannen nooit in staat om uit solidariteit met ons een dergelijke mars te organiseren.’

Splijtzwam

Solidariteit is ook binnen het feminisme een ingewikkelde zaak. #MeToo is een splijtzwam geweest die verder reikte dan tussen de (jonge) sociaal georiënteerde voorvechters versus de (oudere) liberale of meer individualistisch ingestelde critici, want ook binnen de #MeToo-beweging is er sprake van haat en nijd.

Wie is het grootste slachtoffer? Wie heeft het recht op woede? Wie heeft het recht op roem?

Critici binnen de beweging zagen het succes van #MeToo op Twitter in 2017 als het ‘witwassen van #MeToo’. Het initiatief, oorspronkelijk afkomstig van mensenrechtenactiviste Tarana Burke die ‘Me Too’ gebruikte op MySpace in 2006, was bedoeld om compassie te tonen met slachtoffers van seksueel misbruik en om vrouwen die normaal geen stem hebben een stem te geven. Niet als middel voor bevoorrechte witte actrices (Alyssa Milano, Ashley Judd) die de filmindustrie van haar rotte appels willen ontdoen.

Wie is het grootste slachtoffer? Wie heeft het recht op woede? Wie heeft het recht op roem?

Opperkat

Zoveel vrouwen, zoveel onenigheid. Het laat ook weer zien hoe gesegregeerd het (intersectioneel) feminisme eigenlijk is. De strijd die nog lang niet uitgetreden is, is misschien vooral de strijd van vrouwen onderling vóór de solidariteit. #MeToo heeft namelijk ook (en godzijdank vooral) laten zien hoe vrouwen met verschillende achtergronden sámen een maatschappelijk omslag hebben weten te bewerkstelligen. Feminisme is erbij gebaat om woede omtrent maatschappelijke ongelijkheid te bundelen en een verandering van mores af te dwingen.

‘Nouveau Fuck dat eeuwige gebrek aan solidariteit van vrouwen. Steek elkaar toch eens in de lucht zoals mannen doen.’

Maar feministen zouden onderlinge haat en een gesegregeerde (te intersectionele) instelling ook moeten afwijzen: je huidskleur of achtergrond hoeft je er niet van te weerhouden samen voor hetzelfde doel te strijden.

Enige weerzin tegen prekerigheid ten spijt rolt er onverhoeds toch een moraal uit dit verhaal: wees vooral woedend, maar wees geen bitch – althans niet naar andere vrouwen. Of om met Stella Bergsma te spreken: ‘Nouveau Fuck dat eeuwige gebrek aan solidariteit van vrouwen. Steek elkaar toch eens in de lucht zoals mannen doen. Noem elkaar genie en meester, legende, koningin, god, heldin, winnares, opperkat.’

De citaten van Brittney Cooper, Mona Eltahawy, Audre Lorde en Rebecca Traister werden door de auteur van dit stuk uit het Engels vertaald.