Wat bijna niemand weet, maar voor leden van het kabinet heel belangrijk is: naast wie zit je op vrijdag in de vergadering van de ministerraad? We stelden de bewindslieden een voor een de vraag wie hun favoriete collega van de andere partij was en steevast kwam het antwoord dat buitenstaanders zich te weinig bewust zijn van de bondjes die ontstaan tussen de buren in de Trêveszaal. Zoals PvdA-minister Ronald Plasterk zegt: ‘Je zit op vrijdag uren naast elkaar en dan sla je al snel met je buurman of buurvrouw aan het smoezen.’ Zo raakte hij erg gesteld op VVD’er Melanie Schultz van Haegen, die naast hem zat.

Toen we hem interviewden was Klaas Dijkhoff net nieuw als minister van Defensie. Hij had nog niet nagedacht over de vraag wie zijn buurman of buurvrouw zou worden: ‘Ik denk dat ik naast Bert Koenders kom te zitten. Ik ben nog niet zo vaak in de ministerraad geweest. Ik heb de minister van Veiligheid en Justitie weleens vervangen, dan zit je tegenover de premier. Als je als staatssecretaris aanschuift, dan ga je gewoon zitten waar nog plek is. Na een vergadering van de Rijksministerraad [met de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten erbij – WB/MvW] schuif je dan aan bij zo’n leeggegeten bordje fruit. Op die manier wordt je duidelijk gemaakt dat je geen minister bent.’

Lilianne Ploumen (PvdA) was een van de populairste ministers van Rutte II, terwijl ze vanwege de vele reizen die ze als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking moest maken niet elke vrijdag in de Trêveszaal kon zijn. Dijkhoff zegt over haar: ‘Als ik als staatssecretaris mocht aanschuiven bij de ministerraad, kwam ik altijd naast Lilianne Ploumen te zitten. Je kunt met haar wel geinen. Ze praat vaak hardop en is dan meestal erg grappig. Met haar heb ik veel lol gehad.’

vrienden tegen wil en dank

Ook Schultz noemt Ploumen als favoriete PvdA-collega: ‘Ronald Plasterk heeft een brede interesse, niet alleen in zijn eigen werkterrein maar ook in andere zaken. Met Lilianne Ploumen ben ik weleens op reis geweest. Lilianne had de gulste lach van het hele kabinet, die zal ik denk ik het meest missen.’ Er kunnen heel goed vriendschappen ontstaan over de partijpolitieke scheidslijnen heen, zegt Schultz. ‘Je werkt nauw met elkaar samen. Ik kom nog steeds de collega’s uit de kabinetten-Balkenende I tot en met III tegen, en die uit het eerste kabinet-Rutte. Er zijn reünies, het is hartstikke gezellig om elkaar dan weer te zien.’

En ook VVD-staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs noemt Lilianne Ploumen als zijn lievelings-PvdA’er: ‘Ik had in de Trêveszaal vooral veel contact met Lilianne, want die zat van de ministers het dichtst bij het eind van de tafel. Het is niet zo dat ik wekelijks bij mijn collega’s over de vloer kwam, maar met sommigen heb je een bijzondere klik. Met Lilianne zat ik de eerste week al in een vliegtuig naar Brazilië, voor een bezoek van het prinselijk paar, we zaten naast elkaar. Het was een lange vlucht, dus dan heb je ook veel tijd om bij te praten. We hebben toen heel veel lol gehad, en op de een of andere manier blijft dat je bij.’

‘Lilianne had de gulste lach van het hele kabinet, die zal ik denk ik het meest missen.’

Ploumen zelf noemt VVD-minister Stef Blok: ‘Hij wekt de indruk dat het hem alleen om de spreadsheets gaat, maar daarachter gaat een enorm grappige man schuil. We zaten samen ook in het sportclubje van het kabinet en in de loop der jaren hebben onze partners elkaar leren kennen.’ Over de goede sfeer in de VVD/PvdA-coalitie: ‘Het is moeilijk om dat precies te duiden als je er zelf middenin zit, de sfeer was van het begin af aan goed, ik denk dat het ook te maken had met de energieke kabinetsformatie van 2012. We kwamen tamelijk enthousiast binnen, bezield met wat we zelf als een missie, als een opdracht beschouwden. Er zaten veel mensen in het kabinet die pragmatisch zijn, die begrepen dat je soms een ander wat moet gunnen. Het waren gewoon prettige mensen.’

De lievelings-VVD’er van PvdA-minister Jet Bussemaker: ‘Nou, ik heb veel met Henk Kamp te maken gehad, we hadden een goede band, onze portefeuilles lagen dicht bij elkaar. Ik verdedigde als minister van Onderwijs en Wetenschap dan het fundamentele onderzoek, Kamp benadrukte meer het belang van innovatie voor het bedrijfsleven: wat levert het op? In vorige kabinetten hebben de ministers van Onderwijs en Economische Zaken vaak enorm met elkaar gesteggeld. Wij hebben goed samengewerkt, we hebben de Nationale Wetenschapsagenda gepresenteerd. Tussen Henk en mij waren er altijd van die kleine pesterijtjes. Hij begon over mijn voorkeur voor vrouwenquota en ik vroeg hem dan hoeveel vrouwen hij die week had benoemd.’

‘IJzeren Henk en ik gaan way back. Hij kent zijn dossiers goed, nou, dat doe ik ook.’

‘IJzeren Henk’ was kennelijk populair. PvdA-staatssecretaris Sharon Dijksma: ‘Ik heb veel samengewerkt met Henk Kamp. Hij was mijn minister op Economische Zaken en toen ik de portefeuille van Infrastructuur en Milieu kreeg werd hij mijn liefste opponent. Hij deed energie en ik milieu, we hebben veel discussies gevoerd over de kolencentrales die moesten worden gesloten. Ik vond: hoe eerder ze dichtgaan, hoe beter. De VVD keek daar anders tegenaan en dan moesten we elkaar zien te vinden. We wonen allebei in Twente en kennen elkaar al sinds 1994 toen we allebei in de Kamer kwamen. We go way back. Hij is een taaie tegenstander, ze noemen hem niet voor niets IJzeren Henk. Het is iemand die goed zijn dossiers kent, nou, dat doe ik ook.’

De sfeer in het kabinet wordt door iedere geïnterviewde beschreven als opvallend goed. In elk geval vergeleken bij het vierde kabinet-Balkenende, toen de regeringspartijen elkaar de tent uit vochten. ‘Toen liep alles moeizaam, er waren slechte onderlinge verhoudingen, CDA en PvdA zetten hun spindoctors aan het werk,’ zoals Jeroen Dijsselbloem het omschreef.

Een of ander voorportaal

Bert Koenders was minister voor Ontwikkelingssamenwerking onder Balkenende en benoemt de verschillen. ‘Er was nu een andere manier van opereren. In Balkenende-IV werden de belangrijkste besluiten in de ministerraad genomen. De avond daarvoor vergaderde het bewindspersonenoverleg over de standpunten die op vrijdag in het kabinet werden ingenomen. Dat leidde soms tot forse meningsverschillen, die in de ministerraad werden uitgevochten. Hier zag je meer dat het primaat lag bij de premier en de vicepremier. Die hadden in het begin van de week overleg met de fractieleiders. Daar moest ik wel een beetje aan wennen. Ik vond dat de belangrijkste beslissingen door de ministerraad moesten worden genomen en niet in een of ander voorportaal, daar heb ik me tegen verzet.’

De PvdA-minister van Buitenlandse Zaken was niet de enige die kritiek had op het zogenaamde ‘maandagochtendoverleg’. Niet in de Trêveszaal, waar vrijdag de ministerraad vergaderde, maar op het ministerie van Sociale Zaken, werden in het begin van de week de belangrijkste besluiten binnen de VVD/PvdA-coalitie genomen, in aanwezigheid van alleen premier Rutte, vicepremier Asscher en de fractieleiders Zijlstra en Samsom (na zijn vertrek in december 2016 nam Attje Kuiken zijn plaats in). Op Sociale Zaken werden deals gesloten als: er wordt geen straf gesteld op illegaal verblijf in Nederland, maar dan komt er wel lastenverlichting voor de middeninkomens. De ministerraad kon dan nog alleen ja en amen zeggen. Koenders miste de hartstochtelijke discussies in de ministerraad die hij tussen 2007 en 2010 had meegemaakt, maar verder was hij best te spreken over de samenwerking met de VVD.

vrienden tegen wil en dank

Hij stapte halverwege de kabinetsperiode binnen als opvolger van Frans Timmermans, die vicepresident van de Europese Commissie was geworden. Dat zorgde voor een heel andere start. ‘Ja, totaal. Ik ben minister van Ontwikkelingssamenwerking geweest, toen begonnen we samen. Dan kun je meteen je plannen uitzetten. Nu kwam ik in een groep terecht waar iedereen elkaar al kende. Waar al een bepaalde sfeer hing, die overigens heel positief was. Daar moet je natuurlijk wel in passen. Ik kwam uit een totaal andere wereld terug in Nederland, uit Afrika. Ik stond op afstand. Het was ook een heel andere coalitie dan waaraan ik gewend was, met twee partijen die elkaars tegenpool waren. Iedereen had me verteld over de geweldige sfeer die er heerste en dat was ook wel zo. Ik zou het geen vriendenclub willen noemen, want vrienden maak je niet snel in de politiek. Maar het mooie van dit kabinet was wel dat ondanks de ideologische tegenstellingen elk argument serieus werd genomen. Dat vind ik ook wel het leuke aan de liberalen.’

‘Als er iemand is met wie je bulderend van het lachen over een rare woestijnweg kunt rijden, dan is het Jeanine.’

Er waren meer goede persoonlijke verhoudingen. Zoals die tussen Lodewijk Asscher (PvdA) en Jeanine Hennis (VVD) bijvoorbeeld. Asscher vertelt een hilarisch verhaal over een werkbezoek dat zij met zijn tweeën brachten aan Irak.

‘We kwamen aan met een militair vliegtuig en zouden meteen doorgaan naar het hotel. Dus ik had van die oordoppen op, want zo’n vliegtuig maakt een enorm kabaal, en ik was in spijkerbroek, want we zouden toch nog eerst naar het hotel gaan. Maar we werden ontvangen door allerlei hoogwaardigheidsbekleders en cameraploegen. De volgende dag reden we door de woestijn naar een Lees ookMeer Macht op vrijdag: 'Hoe dom kun je zijn, Trump' zegt Ko Colijn over de Irandeal9 mei 2018trainingscentrum en las ik Jeanine even de tweets over mezelf voor. Die hadden als strekking: goh, een PvdA’er komt luisteren naar de Irakezen en dan zag je een foto van mij met van die enorme gele oordoppen. Zo van: Asscher weet echt hoe het hoort. Er waren ook beelden van allemaal vlaggen en ministers in pak, van mij in spijkerbroek en van Jeanine met een soort boodschappentas vol dadels. Als er iemand is met wie je dan bulderend van het lachen om jezelf over een rare woestijnweg kunt rijden, dan is het Jeanine. Dus ik vond het ontzettend leuk om met haar in het kabinet te zitten.’

Toen het kabinet al demissionair was, weerhield dat Asscher er overigens niet van om als eerste te eisen dat ze opstapte vanwege de mortiergranatenaffaire in Mali.

Vrienden tegen wil en dank

Martin van Rijn en Edith Schippers vormden nog zo’n bijzonder PvdA/VVD-duo. Samen gaven ze leiding aan het ministerie van Volksgezondheid. Op de dag dat ze hun departement overdroegen aan opvolgers Hugo de Jonge, Bruno Bruins en Paul Blokhuis, verlieten ze met zijn tweeën het ministerie: Van Rijn met zijn arm om de schouders van Schippers, zij met de hare om zijn middel. Tegenover ons beschrijven ze de bijzondere band die tussen hen ontstond. ‘We zijn volstrekt verschillende persoonlijkheden, hebben een volstrekt andere stijl van werken en een volstrekt andere stijl van politiek bedrijven, maar waarderen elkaar zeer. We vertrouwden elkaar, dat vond ik echt mooi om mee te maken,’ zegt Van Rijn.

Vrienden tegen wil en dank
Edith Schippers: ‘Het is evident dat ik close met Martin van Rijn ben.’ Foto: Freek van den Bergh/HH

En Schippers: ‘Het is evident dat ik close met Martin van Rijn ben. Toen we op het ministerie begonnen, hebben we gezegd: we gaan dit samen doen. We wilden absoluut niet dat de ene ambtenaar voor mij werkte en de andere voor Martin. We hebben het als team gedaan en hij is een ontzettend prettige persoon om mee samen te werken. Ik hoef je niet uit te leggen dat er ministeries zijn waar zo’n vorm van teamwork niet normaal was en misschien nog steeds niet is. Den Haag is ontzettend verkokerd en wij hebben gezegd: het zal een patiënt echt worst wezen of ze uit de Wet langdurige zorg worden betaald of uit de Zorgverzekeringswet. We moeten ervoor zorgen dat al die financiers samenwerken en dan moeten we zelf het goede voorbeeld geven. Ik heb ze altijd heel vervelend gevonden, al die kokertjes en binnenkamergevechtjes op de ministeries.’

‘Klaas Dijkhoff is niet alleen “de slimste mens” maar ook de grappigste.’

Op haar beurt is Edith Schippers weer de favoriete VVD-collega van Lilianne Ploumen, die het ook goed kon vinden met Stef Blok, Melanie Schultz (‘ik ben veel met haar op reis geweest’), Jeanine Hennis (‘de samenwerking tussen Buitenlandse Zaken en Defensie is in deze kabinetsperiode sterk verbeterd en dat komt ook omdat Jeanine dat belangrijk vond’) en Klaas Dijkhoff (‘“de slimste mens” maar ook de grappigste mens van het kabinet’). Maar: ‘Ik ben het meest gehecht geraakt aan Edith, die in de ministerraad mijn buurvrouw was.’

Sharon Dijksma geeft hoog op van de teambuilding binnen het kabinet, zoals tijdens het uitje dat in de zomer van 2015 werd gemaakt naar het Waddeneiland Texel. Er werd een bezoek aan de Joost Dourleinkazerne gebracht en onder supervisie van het ministerie van Defensie moesten de bewindslieden tegen elkaar peddelen.

Dijksma: ‘Het ging hard tegen hard, we werden door de mariniers die ons begeleidden ingedeeld in ploegen en er moest heel hard geroeid worden. Ik ben niet supersportief maar wel sterk en ik had het ongelooflijke geluk om ingedeeld te worden bij de Dijsselbloemetjes, Jeroen Dijsselbloem en zijn gezin. Mijn echtgenoot is langer dan 1 meter 90 en ook niet erg slap uitgevallen, dus we hadden een heel goed team; we hebben gepeddeld like hell en een enorme voorsprong opgebouwd. Daarna hebben zij het sjouwwerk gedaan en rende ik erachteraan. Ik was helemaal kapot, maar we hebben wel gewonnen.’

Alle strijdlust in haar kwam naar boven: ‘Ik wil graag winnen, dat moet ik wel toegeven.’ Van wie won ze? ‘Nou, van alle anderen. Ik heb er een mooie peddel aan overgehouden met een tekstje erop en die koester ik als een trofee. Hij is eigenlijk bedoeld om door te geven, maar ik heb hem stiekem gehouden; hij heeft nog lang op mijn werkkamer gestaan.’

Vrienden tegen wil en dank. De lessen van het tweede kabinet-Rutte van Wilma Borgman en Max van Weezel verschijnt 16 mei bij Uitgeverij Balans.