Vandaag stemt de Kamer over een motie van PvdA’er Ahmed Marcouch en de VVD om salafistische organisaties in Nederland te verbieden. Maar dat verbod is wel erg grof geschut.
‘Let op de grijpgrage lange vingers uit Saoedi-Arabië die met hun glossy scherpe nagels de slaapkamers van onze kinderen binnendringen, die dwars door de mobiele schermpjes heen onze pubers wenken naar de ronselaars die rond de moskee op de loer staan.’
Het proza is van Ahmed Marcouch, Kamerlid voor de PvdA, tijdens het debat over de begroting van Veiligheid en Justitie vorige week. De oud-politieman sprak daar over de gevaren van het radicaalislamitische salafisme als ‘voedingsbodem’ voor de jihad. Samen met coalitiepartner VVD brengt hij vanmiddag een motie in stemming die moet leiden tot een verbod van salafistische organisaties in Nederland.
Nu is salafisme inderdaad een religieuze stroming die er op zijn minst problematische uitgangspunten op nahoudt. De aanhangers prediken de ‘zuivere islam’, een terugkeer naar de tijden van de profeet. Ze moeten erg weinig hebben van integratie, de westerse democratie en onze gelijkheidsbeginselen, opvattingen die ze delen met terroristen van IS en Al Qaida. En inderdaad zijn er al jaren aanwijzingen dat sommige salafistische organisaties in Nederland gefinancierd en aangestuurd worden door oliestaten in het Midden-Oosten. Vrij Nederland deed vorig jaar onderzoek naar de invloed van deze ‘olie-islam’.
Salafisme kán een voorportaal zijn op weg naar het gebruik van wapens, zo is in het verleden geregeld gebleken. Toch is een verbod op salafistische organisaties wel erg grof geschut. Al jaren probeert de Tweede Kamer onder aanvoering van huidig ChristenUnie-leider Segers bijvoorbeeld zicht te krijgen op de financiering van het salafisme in Nederland. Dat heeft nog helemaal nergens toe geleid, op wat vage onderzoeken na.
Het grote probleem is dat er salafisten in allerlei soorten en maten zijn, zoals (veelal orthodoxe) moslimorganisaties in Nederland in een reactie op het coalitievoorstel ook benadrukken: er zijn inderdaad salafisten die zo ver radicaliseren dat ze als jihadist vertrekken. Daar moet de overheid natuurlijk hard tegen ingrijpen. Maar er zijn ook salafisten die de heilige oorlog in Syrië verwerpen en er zijn salafisten die helemaal niets met politiek te maken willen hebben en de ‘jihadi-salafisten’ bestrijden. Het is een onderscheid dat door geheime dienst AIVD en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding ook steevast gemaakt wordt. En een onderscheid dat wordt uitgedragen door PvdA-minister Asscher van Integratie.
Een verbod op salafistische organisaties lijkt een heilloze weg. Je komt daarmee onherroepelijk in botsing met de in de grondwet verankerde vrijheid van godsdienst. Verbieden kun je salafistische organisaties die strafbare feiten begaan, maar dat kan nu ook al. Voor Marcouch is het allemaal één pot nat. En daarmee valt de PvdA zijn eigen minister af. ‘Salafisme is salafisme’, zei Marcouch toen hem de verschillen in het debat werden voorgehouden: ‘Ik vind dat een kwaadaardige ideologie.’
Toch opmerkelijk dat de PvdA in de Kamer een dienst als de AIVD in feite het verwijt maakt te genuanceerd te zijn.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.