‘Duistere Verlichting’ is de beste term voor het veelkoppige monster van Amerikaans rechts, zegt Filosoof des Vaderlands René ten Bos. In drie stellingen toont hij de intellectuele verleidelijkheid ervan. ‘Wat radicaal rechts en links verbindt, is hun duivelse slimheid.’

Na de gebeurtenissen op 12 augustus in Charlottesville was de reactie van alles wat politiek correct wil zijn volstrekt helder. De aanslag zou duidelijk hebben gemaakt dat het fascistische gedachtengoed in Amerika springlevend is. De dader zou zich hebben laten inspireren door de alt-right beweging.

Op de websites van de grote kwaliteitsmedia lezen we dat Richard Spencer, een van de woordvoerders van deze beweging, er na Charlottesville niet meer onderuit kan: het gaat bij hem en zijn kornuiten om niets anders dan fascisme. Omdat alt-right ook een band lijkt te hebben met de Amerikaanse president, wordt de politieke geladenheid van de gebeurtenissen in Charlottesville alleen maar groter. Trump zag zich dus genoodzaakt twee dagen na die fatale middag in Virginia in krachtige termen afstand te nemen van KKK, blanke suprematie en racisme.

Dergelijke snelle analyses over het vermeende fascisme van alt-right hebben het voordeel dat direct duidelijk is waar goed en kwaad in het politieke landschap liggen. Het nadeel is ook evident. In werkelijkheid is de beweging van Spencer zo diffuus dat je misschien beter helemaal niet van een ‘beweging’ in de traditionele zin van het woord kunt spreken. Stereotypering doet onrecht aan het veelkoppige monster dat Amerikaans rechts is. De Britse filosoof Nick Land, een van de weinigen die zich echt verdiept hebben in het intellectuele engagement van Amerikaans rechts, bedacht de term ‘Duistere Verlichting’ (dark enlightenment) om het monster aan te duiden. Een goede term, niet alleen omdat ze niet bedacht is door de betrokkenen zelf, maar ook omdat hij duidelijk maakt dat het hier om mensen gaat die zich hebben laten ‘verlichten’ door een bepaalde traditie in de politieke filosofie, een traditie die duister is omdat ze aanschurkt tegen het fascisme, ook al valt ze er zeker niet mee samen.

Paleoconservatief

De Duistere Verlichting is homofoob, islamofoob, antisemitisch, vrouwvijandig, antiliberaal, anti-establishment, anti-management, anti-institutioneel, anti-ecologie en zo nog wat meer. Tegelijkertijd is niet iedere vertegenwoordiger van die Duistere Verlichting behept met al die eigenschappen. Sommige aanhangers  van de Duistere Verlichting zijn zelf homo of Joods. Sommige elementen lijken goed samen te vallen met radicaal links. Denk aan wat de aanhangers van de Duistere Verlichting te melden hebben over institutie en management.

De Duistere Verlichting is homofoob, islamofoob, antisemitisch, vrouwvijandig, antiliberaal, anti-establishment, anti-management, anti-institutioneel, anti-ecologie en zo nog wat meer.

Paul Gottfried, een 75-jarige filosofieprofessor die zichzelf omschrijft als paleoconservatief (om zich te onderscheiden van het zogenaamde neoconservatisme) en die gezien wordt als een van de grondleggers van alt-right, was een van de leerlingen van Herbert Marcuse, ooit een van de belangrijkste woordvoerders van de Frankfurter Schule en in de jaren zestig een symbool voor alles wat links en verbeeldingsrijk was.

Geen fascistische domkoppen

Wat radicaal rechts en links verbindt, is een afkeer van pragmatisme en realisme in de politiek. Wat beide ook verbindt, is een soort duivelse slimheid. Dat laatste is misschien wel het moeilijkste te accepteren voor degenen die zichzelf vanwege hun weldenkendheid op de pragmatische en realistische borst kloppen. Toch moeten we door de vanzelfsprekendheid waarmee we de Duistere Verlichting willen verketteren heen breken. Ik zal daartoe een voorzetje geven door drie centrale stellingen eruit naar voren te halen. Mijn bedoeling daarbij is om de intellectuele verleidelijkheid van de Duistere Verlichting te laten zien. Denk vooral niet dat het om een stelletje kwezelachtige of fascistische domkoppen gaat.Stelling 1: de spirituele hygiëne van wetenschap en journalistiek is een belachelijke fantasie.

De eerste stelling is dat de spirituele hygiëne die eigen zou zijn aan wetenschap en journalistiek gewoon een belachelijke fantasie is. Volgens de Duistere Verlichting draait het in beide werelden helemaal niet om de waarheid, maar om conformiteit met een bepaalde progressieve agenda. Feiten zijn daarbij helemaal niet interessant. De zogenaamd open samenleving heeft mensen blind gemaakt. Blind waarvoor? Blind voor het gevaar van de islam, blind voor de verdorvenheid van homo’s, blind voor het feit dat sinds de Franse Revolutie in 1789 de hele westerse cultuur gedegenereerd is. Dát zijn de feiten in de Duistere Verlichting, en deze feiten zijn een stuk zekerder dan klimaatopwarming of zeespiegelstijging. Daarom kan iemand als Milo Yiannopoulos, ook een vertegenwoordiger van alt-right (hoewel hij dat zelf ontkent), doodleuk zeggen dat híj degene is die feiten noemt: ‘Ik ben geïnteresseerd in feiten en niet in gevoelens – gevoelens van de klaagbrigade.’ Het argument dat Duistere Verlichters lak hebben aan de feiten wordt dus doodleuk omgedraaid. Het gegeven dat wetenschap vaak om zulke complexe zaken gaat dat simpele waarheden niet aangereikt kunnen worden, wordt misbruikt om nieuwe complexiteiten in de discussie te brengen. Waarheid delft het onderspit. Alles wordt een kwestie van retoriek.

Stelling 2: niet kennis van zaken, maar doorzettingsvermogen en besluitvaardigheid zijn echt van belang.

De tweede these van de Duistere Verlichting is dat kennis de mens scheidt van het zijn. Weldenkende mensen geloven in de rol van de wetenschap en de journalistiek als brengers van kennis. Daarom zullen ze bijna van verbazing van hun stoel vallen als ze geconfronteerd worden met gedachtengoed dat kennis gewoon verwerpt. Wat zou er mis kunnen zijn met kennis? Kennis verhoogt het lijden, zo lezen we in Prediker. Er is in onze cultuur een lange geschiedenis van wantrouwen tegen kennis. Zeker in Amerika – een staat die door intellectuelen, de Founding Fathers immers, werd opgericht – bestaat er grote twijfel aan de waarde van nieuwsgierigheid, intellectualiteit of weldenkendheid. De Amerikaanse historicus Richard Hofstadter heeft laten zien dat anti-intellectualisme een sterke drijfveer is voor veel Amerikanen. Het gaat daarbij niet alleen om religieuze zeloten – dat zou koren op de molen zijn van de weldenkenden! – maar ook om zakenmensen, sporters, popsterren. De intellectueel, is het verwijt, ziet tussen zwart en wit allerlei grijstinten en daarmee ondermijnt hij zijn beslisvaardigheid. Niet kennis van zaken, maar doorzettingsvermogen en, inderdaad, besluitvaardigheid zijn echt van belang. Wij, Europeanen, kunnen ons niet goed voorstellen dat de gemiddelde Amerikaan lak heeft aan goed geïnformeerde mensen, of waardering heeft voor al dan niet geveinsde domheid. Donald Trump belichaamt precies het viriele karakter dat past bij wat veel Amerikanen goed vinden.

Dat dit soort denkbeelden ook in Europa een zekere populariteit hebben, wordt duidelijk als je de websites van aanhangers van alt-right bezoekt. Daar duiken namen op van filosofen die na de Tweede Wereldoorlog in een verdomhoekje zijn terechtgekomen: Julius Evola, Carl Schmitt of Charles Mauras. Stuk voor stuk denkers die zich geëncanailleerd hebben met het fascisme en met obscure religies, mystiek of paranormaliteit. Wat ze gemeen hebben, is hun afkeer van de moderniteit, het liberalisme en de centrale positie die daarin aan de mens wordt toegekend. In vooruitgang geloven ze niet. In de bevrijding van de mens evenmin. Aan gelijkberechtiging, van bijvoorbeeld mannen en vrouwen, hebben ze een broertje dood. Als ieder mens zijn plaats opeist in het universum, zullen ook mensen die misschien minder zijn dan echte mensen hun plaats opeisen in datzelfde universum. Vrouwen die hun rechten opeisen, vernietigen het karakter van mannen. Vreemdelingen die rechten eisen, vernietigen de identiteit van het land. Vrouwen zijn geen mannen en nationale identiteit is een zelf-evidente waarheid. Als de hele ‘klaagbrigade’ zichzelf gaat affirmeren, dat wil zeggen, als iedereen – de antitabakslobby, de boerenbond, de lokale fanfare, de homo’s, de feministes, de milieuactivisten, de vereniging ter bescherming van de goudvis en het wijkcomité dat kinderen met een valhelm op door de straat wil laten lopen – zijn rechten gaat opeisen omdat ze niet tevreden zijn met de stand van zaken, dan is dit het einde van de beschaving zoals we haar kennen.

Stelling 3: waarheid is onzin.

De derde stelling sluit hier onmiddellijk op aan: waarheid is onzin. Waarom? Omdat waarheid niets bewijst, als je ook bereid bent de nonsens die iemand verkoopt te geloven. Om het in een formule te verwoorden: loyaliteit aan mensen – lees: de leider als sterke man – is belangrijker dan loyaliteit aan de waarheid. Speuren naar die waarheid ondermijnt zelfs de loyaliteit aan mensen. Zeker in tijden van complexiteit, waarin de waarheid niet meer is wat ze geweest is, is loyaliteit aan mensen een grotere deugd dan loyaliteit aan de waarheid. De intellectueel, de expert, de waarheidszoeker – het zijn allemaal lieden die maling hebben aan wat normale mensen, het ‘volk’ dus, vinden. Ze vergeten de basis: dat we beter loyaal kunnen zijn aan mensen, aan bepaalde mensen zelfs, dan aan de waarheid.

Feitenvrijheid omarmen

De drie stellingen, die ik uit een brij van ideeën naar voren haal, laten zich als volgt samenvatten: 1) Er is geen waarheid. Iedere waarheidspretentie is onzinnig, hoogmoedig en verraderlijk. 2) Als er al ware kennis is, dan is die niet goed voor de mensen, want die zorgt ervoor dat ze zich niet langer verbonden voelen met het zijn. 3) Loyaliteit aan mensen is belangrijker dan loyaliteit aan de waarheid.

We doen er verkeerd aan dergelijke stellingen als dom te diskwalificeren. Voor veel mensen hebben ze een bepaald soort logica of vanzelfsprekendheid. In die zin hebben de ‘duistere verlichters’ ons niets te melden wat we niet al wisten of wat we als choquerend zouden moeten ervaren. Het is meer het gegeven dat ze zich verheugen over deze situatie, dat ze de feitenvrijheid omarmen, dat ons zo frustreert. Er gaat een mentaliteit onder schuil die heel veel meer mensen aanspreekt en Donald Trump belichaamt deze mentaliteit. Voor aanhangers van alt-right is hij bij uitstek een sterke leider. Sterke leiders hebben schijt aan de waarheid, ze leggen die waarheid het zwijgen op, vervormen en verduisteren haar. En vervolgens eisen ze niets anders dan loyaliteit. Dit is niets nieuws. Het kan alleen diegene verrassen die dacht dat de Verlichting inmiddels echt zou zijn doorgedrongen.