‘Aan de introductie van nieuwe technologieën zitten sociale implicaties vast waar geen rekening mee wordt gehouden tijdens het ontwerpen ervan. Dat komt omdat we de grote maatschappelijke uitdagingen niet interdisciplinair benaderen. Technologie wordt gezien als het gebied van de experts, terwijl we bij het ontwerpen van deze technologieën mensen zouden moeten betrekken die in staat zijn om kennis te vertalen naar de publieke context. Het gevaar is dat op het moment dat die nieuwe technologie er is, je dat “sociale” er ook niet meer in krijgt.
Zo stond bij de OV-chipkaart-discussie het feit dat de kaart gekraakt kon worden centraal. Wat mij meer zorgen baart, is dat bij het ontwerp van die kaart niet is nagedacht over de sociaal-maatschappelijke effecten ervan. Met de ouderwetse strippenkaart kun je mensen uitnodigen met je mee te gaan in het openbaar vervoer. Met de OV-chipkaart zorg je in principe alleen voor jezelf. Het sociale aspect dat je voor anderen kunt betalen, is weggevallen.
Van technologische vernieuwingen wordt veel heil verwacht. Bijvoorbeeld het rekeningrijden, de patiëntendossiers, de slimme meters. De verwachting is dat ze duurzaam, rechtvaardig of efficiënt zijn. Al die verschillende systemen hebben een enorme invloed op hoe wij ons tot elkaar verhouden, maar vanuit dat perspectief worden ze niet ontworpen.
Het gaat ongeveer zo: de belangenbehartigers zitten aan tafel en maken een model van het probleem. Dat leidt noodgedwongen tot een grote abstractie van de werkelijkheid. Neem de slimme meters: het bedrijfsleven en de overheid maken het model en het wordt uitbesteed aan systeemarchitecten. Het oorspronkelijke probleem is nu een puur technologisch vraagstuk. Pas bij de invoering komen de gebruikers in het geweer en dan is het te laat. Zie de stemcomputer: na het in gebruik nemen, blijken die dingen opeens niet veilig te zijn.
Het zou verstandiger zijn om van meet af aan de gebruiker er bij te betrekken als medeontwerper, zodat gedrag en acceptatie een onderdeel vormen van het ontwikkelingsproces.
De technologie van de toekomst is biotechnologie. Vanuit de maatschappij wordt af en toe wat geroepen over de maatschappelijke effecten ervan. “Mag dit wel?” of: “Is het niet gevaarlijk?” De overheid steunt instituten om publieke debatten hierover te organiseren. Maar dit geroep vanaf de zijlijn snijdt weinig hout. Om werkelijk invloed te hebben op de uitkomsten van dit toekomstbepalende kennisgebied moet je aan de ontwerptafel zitten. Bij Waag Society zijn we bezig een dergelijke praktijk op te bouwen waarbij kunstenaars, wetenschappers en geïnteresseerde burgers samen in het laboratorium staan en samen op zoek gaan naar nieuwe levensvormen. Om dit op grotere schaal mogelijk te maken zijn ingrijpende veranderingen nodig. De werelden van kunst en wetenschap zijn veel te ver uit elkaar gegroeid. Er is een nieuwe alliantie nodig om de zoektocht naar kennis en betekenis weer samen te brengen.
Van monoculturen kunnen we de grote oplossingen niet verwachten: de grote problemen zijn niet eendimensionaal.
In ons opleidingssysteem en de manier waarop we innovatie organiseren, benaderen we professionals in hun eigen disciplines. Wetenschappers bij wetenschappers, creatieven bij creatieven, ondernemers bij ondernemers, de bestuurders in een politieke orde, de burgers in hun burgerhokje. Het gevolg: verschillende monoculturen die niet samen kunnen werken.
Zo wordt de financiële wereld gedomineerd door het denken in economische waarde. Maatschappelijke waarde is daarbij secundair. Ook hier zie je dezelfde monocultuur, waarbij de legitimatie van het eigen reilen en zeilen plaatsvindt binnen de eigen kolom. Van monoculturen kunnen we de grote oplossingen niet verwachten: de grote problemen zijn niet eendimensionaal.
Wat we nodig hebben, zijn nieuwe plekken waar interdisciplinair kan worden samengewerkt aan concrete vraagstukken. En de overheid deemoedig als deelnemer aan de ontwerptafel plaatsneemt. Uiteindelijk is politiek bedrijven namelijk ook een vorm van ontwerpen.
Ik geloof in een nieuw soort organisaties, waar mensen uit de werelden van het bedrijfsleven, wetenschap, creatieve industrie en samenleving bij elkaar worden gebracht aan de hand van actuele vraagstukken, en waar gezamenlijk een nieuw idioom wordt ontwikkeld.’
Marleen Stikker (1962) is directeur van de Waag Society, een cultureel innovatiecentrum in Amsterdam. Stikker was een van de pioniers van het Nederlandse internet begin jaren negentig. Zij richtte onder andere De Digitale Stad (DDS) op.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.