De volgelingen van Justin Bieber heten Beliebers, die van One Direction Directioners en die van The Grateful Dead Deadheads, maar hoe zouden de fans van The National zich noemen? Niet Nationalists, neem ik aan. Want dat is wel het laatste waar ze zich mee vereenzelvigen, gezien de politieke voorkeur van de band, die zich vooral heeft laten kennen als supporters van Barack Obama.
De fans van The National zijn met velen, en met steeds meer. De fanatiekste zijn bijeengekomen in Hudson, in upstate New York, op twee uur treinen van Manhattan, in een negentiende-eeuwse fabriekshal die is omgedoopt tot Basilica. Officieel om te proberen de concertzaal annex broedplaats te redden van de financiële ondergang, officieus om de vuurdoop van Sleep Well Beast bij te wonen, de nieuwe plaat van hun favoriete groep.
Ze hebben baarden en dragen T-shirts. Of ze hullen zich in tweedehands jurken en hebben moeilijke brillen op. Dat is niet eens een heel grote oversimplificatie: je zou ze zo op straat voorbij lopen, de fans van The National. Maar dat zou je bij de bandleden ook doen, behalve dan misschien bij drummer Bryan Devendorf, die met zijn zonnebril, zijn dunne lijf en lange haar zo weggelopen lijkt uit Kings Of Leon. Maar ook hij ontbeert daarvoor toch de glamour van een echte rockmuzikant. Hoewel, zanger Matt Berninger heeft wel wat, met zijn uiterlijk van een op het punt van instorting staande kantoorklerk, inclusief buitenmodel bril. Zijn stijlmodellen zijn Leonard Cohen en Nick Cave. Berninger treedt immer op in colbert en overhemd, sinds hij tien jaar geleden bedacht dat hij niet ‘zo’n veertiger wil worden die eruit probeert te zien alsof hij twintig is’. Hij liet zich een pak op maat aanmeten en dacht opgelucht: dit kan ik dragen tot ik honderd jaar oud ben.
Niet zelden staan de personages uit Berningers songs op de rand van een zenuwinzinking. In de wat gunstiger gevallen zijn ze die net te boven gekomen.
Buigend als een knipmes en zwaaiend met zijn armen spuugt hij in Basilica met zijn wankele bariton onheilszwangere teksten over zijn fans heen. Zoals in de toegift ‘Pink Rabbits’: You didn’t see me, I was falling apart / I was a white girl in a bunch of white girls in the park / You didn’t see me, I was falling apart / I was a television version of a person with a broken heart. Niet zelden staan de personages uit Berningers songs op de rand van een zenuwinzinking. In de wat gunstiger gevallen zijn ze die net te boven gekomen. Het is niet dat de fans van The National zich hierin direct herkennen, maar ze zijn wel gevoelig voor het feit dat de muziek is als een mes op weg naar een afspraak met een blote zenuw, zoals ik het ooit eerder omschreef.
Honderdacht maal ‘Sorrow’
Ik had altijd al een zwak voor The National, maar de muziek van de band heeft nog meer betekenis voor me gekregen na de dood van Wim Brands. Met hem maakte ik enkele televisieprogramma’s over buitenlandse schrijvers voor de VPRO, hij als interviewer en presentator, ik als regisseur. Op verre reizen ben je op elkaar aangewezen en leer je elkaar dus goed kennen, samen in een busje door het verzengend hete Death Valley rijdend bijvoorbeeld. Brands had een uitgesproken muzieksmaak, met een duidelijke voorkeur voor harde rock, van Hüsker Dü tot Status Quo – wat betekende dat de meeste muziek die in het busje werd gedraaid hem maar matig beviel. Behalve één nummer van The National dan, ‘Sea of Love’, inderdaad een vrij opzwepende, woeste song. Berringer zingt: If I stay here trouble will find me / If I stay here I’ll never leave / If I stay here trouble will find me / I believe.
Na het krankzinnige nieuws van Brands’ zelfmoord dacht ik meteen aan ‘Sea of Love’. Maar gaandeweg heeft ook een andere song van The National zich in mijn hoofd gebeiteld: ‘Sorrow’. De tragedie is nog steeds niet te bevatten, maar de eerste twee zinnen van het liedje raken wel zo ongeveer de kern van de zaak. Vaak springen ze zomaar in mijn hoofd, waar ze zich buiten mijn wil om blijven afspelen als een mantra.
Sorrow found me when I was young.
Sorrow waited, sorrow won.
Matt Berninger heeft eens gezegd dat hij ‘Sorrow’ heeft geschreven naar aanleiding van een aan zware depressies lijdende vriend. Het nummer kwam zelfs in het gerenommeerde Museum of Modern Art in New York terecht. Kunstenaar Ragnar Kjartansson nodigde The National uit voor een performance van zes uur, die hij omdoopte tot A Lot of Sorrow. De titel dekte de lading helemaal: de band herhaalde in die zes uur ‘Sorrow’ telkens weer opnieuw. Er bleken liefst honderdacht uitvoeringen in de tijdspanne te passen. Rond de zesennegentigste versie had Matt Berninger het even zwaar, maar uiteindelijk had de schijnbaar eindeloze repetitie van het lied een euforische werking op hem, zo liet hij aan muzieksite Pitchfork weten, vergelijkbaar met de endorfinekick van langeafstandlopers.

Schuur in de natuur
‘Sorrow’ is de werkelijke reden waarom ik naar Hudson ben afgereisd, met Sleep Well Beast als uitstekende afleidingsmanoeuvre, want elke nieuwe plaat van The National is de moeite waard. Wim Brands kijkt een beetje over mijn schouder mee als ik ’s avonds in Hudson arriveer. Ik neurie de melodie van ‘Sorrow’ achteloos voor me uit, wandelend door de hoofdstraat van het stadje, dat gezien de etalages van de tuttige winkels drijft op antiek, nog eens antiek, het hebben van huisdieren en het verzorgen van de innerlijke mens.
De internationale pers is naar dit godvergeten non-rock ’n’ roll-oord gevlogen omdat gitarist Aaron Dessner, met zijn tweelingbroer Bryce (beiden 41) de drijvende muzikale kracht van The National, op vijftien minuten rijden een opnamestudio heeft laten bouwen. Daar, in een schuur temidden van de natuur, tussen de kikkers en de schildpadden, is Sleep Well Beast opgenomen.
Bij gebrek aan een vaste hangout is Hudson dat nu voor de band geworden. Oorspronkelijk komen de muzikanten allemaal uit Cincinnati, een kleine stad in swing state Ohio. The National werd groot in Brooklyn, maar inmiddels wonen de bandleden kriskras door het hele land. Aaron Dessner dus in de buurt van Hudson, maar een flink deel van het jaar ook in Denemarken (waar zijn vrouw vandaan komt), Bryce Dessner niet ver van Woodstock. Matt Berninger heeft een huis in Los Angeles, Bryan Devendorf in Long Island, New York, en zíjn broer, bassist Scott, keerde als enige terug naar Ohio. ‘Ja, je kunt met recht zeggen dat we een echte American band zijn,’ zegt Bryce Dessner. Aaron: ‘Zo voelt het in elk geval wel.’
Meer lucht
Aan het begin van de eeuw gaf niemand een cent voor de kansen van The National, een band die nooit eens lekker in een trend paste. Het succes voelt nog steeds wonderlijk, niet in het minst voor de muzikanten zelf. Een sterke intellectuele inslag – in de teksten, maar ook in de muzikale voorkeur van de Dessners, die breeduit hun liefde voor minimal componist Morton Feldman belijden – is nu eenmaal geen recept voor roem, zeker niet als er niet eens een poging is gedaan het aantrekkelijk te verpakken. Maar sinds Boxer uit 2007 is The National toch die populaire band geworden. Een graag geziene gast op festivals die steeds hoger op het affiche komt, en allang van het clubcircuit doorgegroeid naar de grote popzalen.
Na Trouble Will Find Me uit 2014 was The National op een dood spoor aanbeland. Althans, dat vond de band zelf. Voor Sleep Well Beast heeft The National voor het eerst sinds lange tijd weer opgenomen als een ouderwetse rockgroep, met alle muzikanten in dezelfde ruimte. Ze moesten toch af en toe bij elkaar komen, dus waarom niet? Maar het was nodig ook. ‘Muziek opnemen begon bij ons te lijken op architectuur,’ zegt Aaron Dessner, ook producer van de platen. ‘Iets wat we afzonderlijk van elkaar stukje voor stukje in elkaar zetten, in plaats van dat we het lieten ontstaan.’
‘We hadden op onze laatste vier platen onze stijl zo geperfectioneerd, dat we eigenlijk niet wisten hoe verder,’ vult Bryce aan. ‘Trouble Will Find Me was een plezier om te maken, maar we moesten er keihard voor werken. Zelfs ernaar luisteren vind ik nog hard werk. De muziek is zo… dik. Deze plaat heeft meer lucht.’
Sleep Well Beast is minder een gitaarplaat dan al het eerdere werk van de band, maar voor het eerst zijn er vlammende gitaarsolo’s te horen. Er is ruim plaats voor synthesizers, toch is het allesbehalve een synthesizerplaat. De ritmesectie van de groep is vermaard, maar af en toe is de inbreng van bas en drums te verwaarlozen. Zelfs Matt Berninger zingt anders, gevoeliger. Desondanks klinkt Sleep Well Beast als The National. ‘We wilden kijken hoe ver we konden gaan,’ zegt Aaron. ‘We hebben de definitie van wat een National-song kan zijn bewust verbreed.’ Bryce: ‘De plaat heeft onszelf eerlijk gezegd verrast. Ik bedoel: het titelnummer heeft maar één akkoord.’ De broers Dessner lijken me geen lachebekjes, maar om dit feit moeten ze samen een beetje gniffelen.
In een bezemkast
Tot zover het puur muzikale verhaal, over naar de andere kant. Eén keer eerder heb ik Matt Berninger ontmoet, samen met de broers Dessner. Dat was na afloop van het optreden van The National op Lowlands in 2010. Of de band nog even een sessie voor televisie wilde doen. Dat deden de drie overigens zonder morren. Maar Berninger was stomdronken, wat geen gevolg had voor de twee nummers die toen werden opgenomen. Alleen deed het destijds de conversatie niet bepaald tot verheffende hoogten stijgen. ‘Eeeh, vind je het heel gek dat ik het me niet kan herinneren?’ zegt Berninger (46) nu. ‘Maar het kan heel goed kloppen. Ik ga tegenwoordig niet eens meer naar afterparty’s. Mijn feest heeft plaats op het toneel. Ja, zo kun je het best noemen… Na de show lukt me dat niet meer, dan moet ik weg en – verdwijnen. Drank helpt iets van de spanning weg te nemen. Het maakt me wat minder zelfbewust van het belachelijke van het geheel. En daar bedoel ik mee: zo te kijk staan voor een heleboel mensen en je laten gaan. Het is een merkwaardig en oncomfortabel gegeven, en geloof me, het went nooit. Ik ben geen natuurlijke podiumpersoonlijkheid. Daar staan en je ding doen? Ik hield er op school al niet van, als de juf me voor de klas riep. Vermaak iedereen even, be a funny guy. Ik drink op het podium om daar te durven staan en dat ene trucje te kunnen doen. Om in de juiste geestesgesteldheid te komen.
Weet je, dat ene moment net voordat je het podium opgaat? Ik denk dat niemand bij ons in de band denkt: “Ik kan niet wachten om op te gaan, ik wil die mensen in de zaal zien.” Voor ons is het allemaal: kom op, gasten, we moeten weer het ijskoude water in springen. Als je gewoon blijft bewegen, zal je niet doodvriezen en gaat het uiteindelijk best. Ik moet wel zeggen, en dat is iets van de laatste jaren, dat ik momenten van pure vreugde heb gehad op het podium. Het optreden, de muziek, het hele ding. Korte momenten van onversneden glorie. Maar daarna is het meteen weer: God, ik moet overgeven, of: ik mis mijn vrouw.’
Hij zucht, niet voor het laatst. ‘En juist als ik even tevreden ben, gaat het mis. Dan vergeet ik de volgende regel. Of raak ik compleet de weg kwijt in de muziek.’
De controle die hij schijnbaar mist op het podium heeft hij wel over de teksten. Hij schrijft ze in een besloten omgeving. ‘Stel je daar voor mijn part een bezemkast bij voor, wat niet eens ver bezijden de waarheid is. Heel privé in elk geval. Zelfs in de studio, als we de zang opnemen, zijn we allemaal zo…’ Hij maakt met beide handen een denkbeeldig dakje boven zijn hoofd. ‘En dan opeens trek je het gordijn met één ruk open en moet je hetzelfde doen voor een stel mensen. Tien of tienduizend maakt in feite niet uit. Soms is het zo absurd. Het ene moment nam ik nog zang op in de schuur die dienst doet als onze studio; het volgende stond ik op Glastonbury te spelen voor een zee van mensen waarvan ik het eind niet kon zien. Oké, er zaten een paar stappen tussen, maar niet heel veel. Door alcohol en een klein beetje wiet van tevoren kan ik me blijven voelen alsof ik nog steeds in die kast zit. En dat is een veel betere plek om vanuit op te treden. Voor mij dan, hè?’

IJs in de bomen
Bij de eerste repetitie van The National kwam Berninger aanzetten met een grote stapel blocnotes, boordevol tekstideeën, overgehouden aan zijn eerdere band die er abrupt mee was opgehouden. Zo is hij nog een tijd doorgegaan, maar op een gegeven moment moest hij stoppen met de blocnotes. ‘Ik had er meer last dan profijt van,’ zegt hij. ‘Die blocnotes zaten helemaal vol met ezelsoren en aan alle kanten staken stukken plakband uit. Allemaal teksten die ik beslist niet mocht vergeten, ik werd er gek van.’
Sindsdien maakt hij voor elke plaat één Word-document waar alle teksten in staan. ‘Ntl 2016 heette deze, geloof ik. Ik had er ook een die ik de titel Ntl 2014-17 had meegegeven, maar die ben ik kwijtgeraakt. Later hebben we het bestand terug weten te vinden op m’n computer, maar mij maakte het toen al niets meer uit. Ik verzin wel weer nieuwe. Ik schrijf de teksten met een koptelefoon op, luisterend naar de muziek die de anderen hebben gemaakt. Puur op intuïtie: ik mompel twintig verschillende melodieën over hetzelfde stuk muziek, kies daarna wat ik goed vind en bedenk daar dan woorden voor. Sommige maak ik helemaal af en geef ik ook al een titel, andere bestaan uit vijf pagina’s met teksten waarvan ik soms zelfs tijdens de opnamen nog de zin van de onzin moet onderscheiden. En ik verwijder trouwens naar hartenlust teksten, zonder ze eerst te kopiëren. Weg is weg.’
Het leven, zijn leven, sijpelt door in de teksten, dat kan niet anders. Een van de twaalf nieuwe liedjes heet ‘Carin at the Liquor Store’. Het is niet de eerste keer dat deze Carin (soms als Karen, want dat bekt lekkerder, meent Berninger) in de liedjes opduikt. Niet gek, want het is zijn vrouw. Ze heet voluit Carin Besser, een voormalig redacteur van The New York Times. Vaak zetten ze samen, als alle teksten zijn geselecteerd, de puntjes op de i. En soms draagt Besser ook een eigen vondst aan, zoals die ene regel in ‘Empire Line’, over ijs in de bomen.
Nationalisme, racisme, seksisme
Drie dagen voor de verkiezingsuitslag speelde The National nog op een rally van Hillary Clinton in Ohio. Niemand in de band had haar nederlaag zien aankomen en iedereen in de band is daar, een half jaar later, nog steeds van in shock. Toch is Sleep Well Beast opvallend genoeg geen openlijke politieke plaat geworden.
Nu het woord politiek is gevallen, zucht Matt Berninger zeker acht seconden. Hij wordt gered door drummer Bryan Devendorf, die ook een keer zijn mond open doet. ‘Het laatste wat de mensen nodig hebben, is een protestsong van een band als de onze, een lied over hoe wij ons voelen.’
Berninger knikt. ‘Een huwelijk, een band, de politiek – voor mij is het allemaal the same slushy salsa. Een goed liefdeslied ís politiek. Iemand anders respect betuigen is fúcking political. Zeker nu. De aarde sterft, dat is te meten, en onze politici moeten een manier vinden om dat te stoppen. Ik heb een dochter. Er is een kerel die vrouwen voortdurend onheus bejegent, en toch kiest de helft van het land hem als onze leider. Ja, dan wordt het persoonlijk. We weten dat het een gast is die liegt, zijn zakenrelaties bedriegt, vrouwen aanrandt, ongeëvenaard is in zijn seksisme en racisme, en toch halen ze de trekker over en geven ze hem hun stem. Dat is, ik kan het niet anders zien, een persoonlijke zaak. En nee, ik ben er nog niet overheen.
Het laatste wat de mensen nodig hebben, is een protestsong van een band als de onze, een lied over hoe wij ons voelen.
Ik heb enige empathie maar geen enkele sympathie voor mensen die die keuze hebben gemaakt, maar ik begrijp het lijden. Economische ongelijkheid, geld dus, of beter: het gebrek eraan, doet het vlammetje van racisme aanwakkeren, evenals de angst voor homo’s en vrouwen. Het instinct om jou en de jouwen te beschermen wordt erdoor gevoed. Het idee van de ander tegen mij. Racisme, seksisme – het heeft allemaal te maken met controle. Het is de ziekelijke behoefte om het lichaam van de ander te controleren, te overheersen. Als jij de keuze voor een vrouw wilt bepalen, maak je haar tot slaaf. Maar hé, op dat principe is Amerika gebouwd. Al die oude waarden, of hoe moet je ze noemen, waarvan we dachten dat ze verdwenen waren, komen nu weer aan de oppervlakte. Wit nationalisme, racisme en seksisme groeien als kool in Amerika. Ook omdat weer wordt toegestaan dat het groeit, er is namelijk een excuus voor gevonden. Dat excuus is onze huidige president. Misschien is het goed dat dit nu in alle openheid te zien is. Maar dat het uit de schaduw is gekropen, betekent nog niet dat we in staat zijn het te verslaan.’
Het beste van de band
Het is inmiddels zaterdagavond geworden in Hudson. De zon schijnt de etalages met banken en stoelen stilzwijgend bij. Een opgezet hert krijgt een aureool. De straten van het stadje zijn verlaten, maar vast niet alleen omdat The National zijn tweede en laatste concert geeft. Er is minder publiek in Basilica, meer lokale bevolking ook. Om de een of andere reden hangt er minder spanning in de lucht.
Weer begint The National zijn optreden met alle nummers van de nieuwe plaat in volgorde. Het gaat veel beter dan de avond daarvoor, toen de aandacht snel verslapte. De band speelt op een podium in het midden van de zaal. Op vier kleinere podia, een in elke hoek, zijn aanvullende muzikanten geposteerd, waaronder het Duitse techno-duo Mouse on Mars. Aaron Dessner heeft de regie strakker in handen genomen en dirigeert de band én extra muzikanten vanaf de linkerkant van het podium.
Maar vooral Matt Berninger is scherper, opzwepender, en dat is het hele verschil. Hij drinkt water of wodka, of beide. Maar vanavond lijkt hij in elk geval helemaal te geloven in zijn rol van orakel van Hudson. I can’t explain it / Any other / Any other way zingt hij in het hoogtepunt ‘The System Only Dreams in Total Darkness’, dat je met wat goede wil toch echt kan zien als een politieke song. En zo is het ook, dat voel je aan deze oerkreet: hij kan het niet anders zeggen. Minstens vier nummers van Sleep Well Beast, zo hoort iedereen vanavond, kunnen zich meten met het beste van de band.
‘Voor mij is deze plaat het begin van een nieuw hoofdstuk,’ zegt Bryce Dessner. ‘Een nieuw begin, of misschien wel het einde. Moeilijk te zeggen. Het kan beide kanten op gaan.’ Aaron: ‘Het lijkt erop alsof we, met een beetje geweld, door een muur zijn heen gebroken, en dat voelt goed. Het kan tot veel nieuwe muziek leiden, maar het kan ook een goed punt zijn om alles achter ons te laten. Ik zeg dat omdat we allemaal weten hoe moeilijk het is. Het is heel fragiel, muziek maken met The National. We zitten al twintig jaar in deze band, hè – vergeet dat niet.’
Geen lukrake observaties
‘We hebben allemaal talloze andere projecten in de muziek,’ aldus Bryce, ‘maar The National is zoveel meer dan de som der delen. Zoveel meer dan wat wij afzonderlijk van elkaar kunnen doen. We zouden graag nóg eens twintig jaar in de band willen zitten. Maar tegelijk weten we hoe moeilijk het is om een plaat op te nemen, volgens onze maatstaven. We kunnen niet zomaar wat in elkaar flansen. Het kost ons telkens weer jaren.’ Aaron: ‘Ik kan er zo wat liedjes voor je uitpoepen, maar dat zou niet The National zijn. De platen zijn lonend, maar een duivels karwei om te maken.’ Bryce: ‘Ze zijn lonend aan het eind, maar de weg er naartoe is hels.’
Het begin van een nieuw hoofdstuk of het einde van het verhaal, dat blijft de vraag. ‘Sorrow’ wordt beide avonden niet gespeeld. Misschien is dat ook wat honderdacht keer achter elkaar spelen met een nummer doet. Even niet zo’n zin in. Maar in de toegift speelt The National wel ‘Sea of Love’, met Berninger dus in blakende vorm. De zaal brult het luidkeels met hem mee: If I stay here trouble will find me.
Waarom is het toch zo dat de liedjes van The National een snaar raken? Ze vertellen nooit een duidelijk verhaal, het lijken lukrake observaties, hoopjes woorden. Niets is minder waar, natuurlijk, maar toch. Die snaar? Matt Berninger hoeft er niet lang over na te denken. Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik ben een goede schrijver,’ zegt hij, zonder blikken of blozen. ‘Ik heb veel naar Tom Waits, Nick Cave en Bob Dylan geluisterd. Als je hun muziek eenmaal hebt geabsorbeerd, weet je het verschil tussen goede teksten en the shitty kind. Maar teksten schrijven is moeilijk. En de meeste mensen doen gewoon niet genoeg hun best. Je wilt niet geloven hoeveel mensen me hebben laten weten dat onze muziek hen door hun scheiding heen heeft gesleept. En dan noemen ze in één moeite door ook nog platen die helemaal niets met scheiding te maken hebben. Het is een feit: mensen vinden troost in platen van The National als ze een moeilijke periode doormaken. Ik kan het natuurlijk niet over mijn eigen muziek zeggen, maar ik ken het gevoel wel. Songs die de pijn niet uit de weg gaan, daar krijg je een gevoel van opluchting van, alsof er plots een gewicht van je schouders valt. Het lost niets op, dat niet, maar dat bittere randje gaat eraf.’
Met dank aan Tjeerd Bijman.
‘Sleep Well Beast’ van The National verschijnt 8 september bij 4AD. The National treedt 25 en 26 oktober op in AFAS Live in Amsterdam.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.