De camera is gericht op een dertienjarig meisje. Ze kijkt naar de grond. Met trillende stem vertelt ze hoe ze, twee jaar geleden, hout ging halen en door een jongen uit de buurt werd overmeesterd. Ze zou palmnoten van hem gestolen hebben. De jongen stelde haar voor de keuze: haar maagdelijkheid of haar leven. Als ze tegenspartelde, zou ze sterven. Aan het einde stromen de stille tranen over haar wangen: ‘En toen heeft hij me geneukt.’
Het is een van de drie schrijnende persoonlijke verhalen over seksueel geweld in Congo uit de Nederlandse documentaire Fighting the Silence, onderdeel van het First Appearance-programma op het IDFA en een van de tien kanshebbers op de Movies That Matter Human Rights Award. Naast het meisje (en haar vader) spreken twee echtparen – ook de mannen – openhartig over hun leven na de verkrachting. Over de schaamte, het onbegrip en de druk van buiten af. De jongen die het meisje verkrachtte zit inmiddels in voorarrest, maar háár toekomst is verwoest. Niemand wil een aangetaste vrouw hebben, vertelt haar vader. Nu moet ze de prostitutie in.
Tussen 1996 en 2002 werd Congo geteisterd door bloedige burgeroorlogen. Veel vrouwen en meisjes werden slachtoffer van seksueel geweld. De relatieve rust is inmiddels weergekeerd. Maar de verkrachtingen blijven doorgaan. Niet alleen door buitenlandse soldaten of Congolese rebellen, maar ook door de burgers zelf. Verkrachting is een cultureel probleem geworden, maar het taboe blijft. Over seksueel geweld wordt nauwelijks gesproken. De slachtoffers hoeven van de samenleving geen begrip te verwachten. Een militair in de film draait de rollen zelfs om. De mannen zijn niet schuldig, vindt hij, het zijn de vrouwen die zich schaamteloos gedragen. Ze flirten en gaan schaars gekleed. ‘De vrouwen verkrachten de mannen, niet andersom.’
Schokkend
De indringende documentaire is gemaakt door Ilse en Femke van Velzen, een zevenentwintigjarige eeneiige tweeling. Naast elkaar gezeten in De Balie in Amsterdam komen ze over als twee vlotte, doelgerichte jonge vrouwen. Fysiek zijn er kleine verschillen – Ilse draagt het haar stijl, Femke met krullen – maar wanneer het gaat over hun documentaires en hun productiebedrijf IFProductions, zijn ze ongekend eensgezind. Vragen beantwoorden ze om en om. En mocht ik tijdens het uitschrijven van het interview niet meer precies weten wie wat heeft gezegd – geen probleem. Ilse: ‘Wat Femke zegt had ik ook gezegd kunnen hebben.’ Het filmen verloopt al even harmonieus. Femke: ‘Het klinkt misschien heel cliché, maar wij hebben meestal aan één blik genoeg.’
Ilse en Femke zijn selfmade documentairemaaksters. Ze volgden niet de Filmacademie, maar de HBO-opleiding Cultureel Maatschappelijke Vorming, Femke in Utrecht, Ilse in Amsterdam. In hun laatste jaar bundelden ze de krachten voor een gezamenlijk afstudeerproject, de documentaire BushKids (over een radiostation waar kinderen elke zaterdag hun eigen programma mogen maken). Daarna rolden de eerste opdrachten binnen.
De tweeling richt zich niet op makkelijk verkoopbare onderwerpen, maar juist op zwaardere, sociaal geëngageerde kwesties – mits ze zich daar betrokken bij voelen. Femke: ‘Als we een onderwerp kiezen, moeten we ons daar wel twee jaar van ons leven totaal aan wijden. En dat doen we dan ook vol overgave, geld of geen geld. Ons productiebedrijf hebben we nu bijna vijf jaar, en we hebben er nog heel lang naast gewerkt in de horeca. Aan onze tweede documentaire, Terug naar Angola (over drie uitgeprocedeerde alleenstaande minderjarige asielzoekers), hebben we tweeëneenhalf jaar gewerkt zonder er echt geld aan te verdienen. Nu draait alles meer dan een jaar goed.’
Op het onderwerp van Fighting the Silence, hun derde documentaire, kwamen ze na het zien van een item op Netwerk (‘Nergens veilig in Congo’, 16 januari 2005), waarin verschillende Congolese vrouwen vertelden over seksueel geweld. Ilse: ‘Een heel indrukwekkend item, maar vervolgens hoorden we er niets meer over. Wij vonden dat dit onderwerp veel meer aandacht verdiende. We zijn onderzoek gaan doen en heel veel rapporten gaan lezen van onder meer Human Rights Watch en Amnesty.’
Die rapporten waren schokkend. Ilse: ‘Het verschil tussen Congo en andere landen waar seksueel geweld voorkomt – binnen en buiten oorlogstijd – is dat in Congo vrouwen niet alleen verkracht worden, maar ook ernstig mishandeld. Ze steken stokken in vagina’s, snijden borsten af die de meisjes vervolgens zelf in de hand moeten houden. Familieleden moeten toekijken, broertjes moeten hun moeder of hun zus verkrachten. In Congo heb je speciale klinieken waar dag in dag uit tientallen vrouwen komen om geopereerd te worden vanwege in- en uitwendig letsel door seksueel geweld. Een arts vertelde zelfs in een artikel dat hij aan de verwondingen kon zien welke rebellengroep een vrouw had verkracht.’
Daarnaast wordt seksueel geweld vaak als tactiek gebruikt. Femke: ‘Buitenlandse legers zetten systematisch verkrachting in om een hele gemeenschap te ontwrichten. Wanneer je een vrouw verkracht is het hele gezin kapot. De eer van de man is aangetast en er wordt druk op hem gezet om zijn vrouw te verstoten. En het gaat maar door. Zelfs nu, na de verkiezingen in 2006.’
Na het inlezen reisden Ilse en Femke met een ‘ieniemienie subsidie’ voor het eerst naar Congo om hun hoofdpersonen te vinden. Daarover had de tweeling van tevoren duidelijke ideeën. Femke: ‘Het moest weer een persoonlijk verhaal worden, dus de slachtoffers moesten hun verhalen echt willen delen. En we wilden ook de mannen aan het woord laten. Daarbij hebben we heel veel hulp gehad van Chantal Kakozi (voorzitter van de vrouwenorganisatie SOFIBEF, eveneens de ‘gids’ in de documentaire – BS). Zij heeft voor ons contact gelegd met de hoofdpersonen, en alvast een vertrouwensband met hen opgebouwd.’
De omgang met de autoriteiten kostte veel tijd. Ilse: ‘Alleen voor het regelen van de filmpapieren moet je al een week uittrekken. Vervolgens moet je je in elk dorp – hoe klein ook – bij drie instanties melden: het dorpshoofd, de immigratie en de geheime dienst.’ Vooral de geheime dienst was erg vervelend. Femke: ‘Ze houden je vast en proberen je dingen te laten tekenen zodat ze geld van je krijgen. Ze leven daar van corruptie. Wij staan in ons recht, wij hebben de benodigde papieren. Maar ze zullen het altijd proberen. Wanneer ze inzien dat je toch niet gaat betalen, laten ze je uiteindelijk wel weer gaan. Maar daar ben je dan wel een paar uur zoet mee.’
Maar over het onderwerp zelf deden de autoriteiten tot hun verbazing niet moeilijk. Ilse: ‘Terwijl dat allemaal mannen zijn. Maar iedereen was positief en vond het heel goed dat we dit deden. Alleen zijn ze daar erg gefocust op bodemschatten. Wanneer we een plasje water filmden, was iedereen ervan overtuigd dat we op zoek waren naar diamanten.’
Ook het feit dat ze vrouwen waren zorgde nauwelijks voor problemen. Femke: ‘Je zou denken dat ze vrouwen niet serieus nemen, in een cultuur die totaal gedomineerd wordt door mannen, maar dat valt wel mee. Zelfs de militairen in het door Chantal georganiseerde seminar werkten mee. Zij is echt een gerespecteerde vrouw in de provincie – mooi om te zien dat dat ook kan. Aan onze mannelijke cameraman werd nog wel een keer gevraagd of wij zijn assistentes waren. Dat wij juist zijn baas waren, dat snapte die man toch echt niet.’
Straffeloosheid
Hoewel de filmmaaksters aan de hand van de rapporten wisten wat ze konden verwachten, schrokken ze van de omvang en de frequentie van het seksueel geweld. Femke: ‘Je weet dat het erg is, maar tijdens het filmen werd duidelijk dat het ook steeds meer integreert in de cultuur. Er zijn nu wel wetten, maar die worden nauwelijks nageleefd. Door die straffeloosheid kan eigenlijk iedereen verkrachten. Het zijn niet meer alleen de militairen, maar ook de gewone burgers. Jongens die toen ze jong waren zagen hoe hun moeder of zusje werden verkracht, vinden het verkrachten van meisjes nu niets bijzonders. Het is de norm geworden in Congo.’
Die ontwikkeling was voor de maaksters een belangrijke reden om ook het jonge meisje in hun documentaire op te nemen. Zij was – in tegenstelling tot de twee oudere vrouwen in de film – verkracht door een jongen uit de buurt. Er is een kans dat het de jongen niet eens om de seks te doen was, vertelt Femke: ‘Het komt voor dat een jongen een meisje verkracht waar hij verliefd op is, omdat zij hem niet wil. Dan is het meisje seksueel aangetast en is de kans heel groot dat de ouders besluiten haar toch weg te geven aan de verkrachter. De jongen uit de film wilde een vrouw, maar zijn ouders vonden dat te vroeg. Het is mogelijk dat hij dacht: laat ik haar maar verkrachten, dan heb ik er een.’
Naast de première van Fighting the Silence op het IDFA in, werkt de tweeling ook op andere manieren aan bewustwording. Femke: ‘In Nederland worden we al een tijdje gevraagd voor bijeenkomsten en debatten over seksueel geweld bij vrouwen. Omdat we filmmateriaal kunnen laten zien, we dicht betrokken zijn geweest bij deze mensen en veel van het onderwerp afweten. Dit onderwerp is op dit moment heel belangrijk, ook omdat minister Koenders net naar Congo is geweest. Inmiddels zijn we bezig met een project waarbij we proberen de documentaire weer terug te brengen naar Congo. Alleen niet in deze vorm – dit is toch echt een documentaire voor de westerse wereld. We gaan hem opnieuw monteren tot een voorlichtingsfilm, die dan met de hulp van een lokale partner per mobiele cinema van dorp naar dorp reist.’
Voor vertoningsinformatie zie www.idfa.nl
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.