‘Ik kan me nog herinneren dat ik dacht: mijn zusje gaat een heel speciaal iemand worden, omdat ze altijd weet wat ze wil.’ Aan het woord is Beyoncé, de zwarte zangeres en artiest die je dankzij haar opgebouwde muzikale imperium en supersterrenstatus een grensverlegger van de hoogste klasse mag noemen.
Het zusje over wie Beyoncé het heeft is Solange Knowles. Terwijl Beyoncé stevig aan de weg timmerde met meidengroep Destiny’s Child en later als soloartiest, opereerde Solange in de schaduw van haar oudere zus. Die domineerde de hitlijsten met popnummers als ‘Crazy in Love’ en ‘Single Ladies’ en reisde de wereld rond om op te treden op de grootste podia. Ondertussen zocht Solange naar haar eigen geluid – van moderne R&B op debuutplaat Solo Star (2002) tot alternatievere indie-nummers op EP True, tien jaar later.
Eindelijk was er iemand opgestaan die in haar muziek racisme aankaartte en het ongemak beschreef dat je als zwarte vrouw ervaart wanneer je je daartegen wilt uitspreken.
Solange zag, zo vertelde ze vorig jaar in een gesprek met schrijver Ayana Mathis in The New York Times, hoe haar zus al op jonge leeftijd offers moest brengen in haar zoektocht naar roem en erkenning. Die faam, het hoefde allemaal niet zo, besloot ze kort nadat ze zelf al op haar zestiende een album had uitgebracht. Mijn tijd komt nog wel.
Die tijd kwam drie jaar geleden. Onaangekondigd bracht Solange A Seat at the Table uit, een album dat critici en fans wereldwijd verpletterde. De vergelijking met Nina Simone ging al snel op; eindelijk was er iemand opgestaan die in haar muziek racisme aankaartte en het ongemak beschreef dat je als zwarte vrouw ervaart wanneer je je daartegen wilt uitspreken. In het nummer ‘Mad’ deelt ze hoe ze moet vechten tegen het stereotype van de angry black woman, die direct als boos en irrationeel wordt weggezet. Ze zingt: ‘I ran into this girl, I said, “I’m tired of explaining” / Man this shit is draining / But I’m not really allowed to be mad’.
Experimentele flarden
De plaat was nog geen week uit, of kon volgens toonaangevende media als Pitchfork en The New Yorker al de geschiedenisboeken in. Toen Solange eind vorig jaar voorzichtig de komst van een vervolgwerk aankondigde, rees dan ook de vraag waar ze ditmaal mee zou komen. De breekbare falsetstem waarmee ze haar kenmerkende hoge noten produceert is gebleven op When I Get Home, nieuw is de overwegend jazzy sound. Wat vooral opvalt: hits ontbreken en veel nummers klinken als experimentele flarden. Toch kon dit werk volgens veel critici slechts van één artiest zijn.
Hoe typeren we die artiest? Wat maakt Solange zo eigen, zo ongepolijst, en daarom juist interessanter dan haar vele malen bekendere zus? Boeit het haar iets dat die zus ook nu nog steeds de aandacht opeist?
‘Kom je aan mijn haar, dan kom je niet alleen aan mij, maar aan de zwarte cultuur.’
‘Ze zegt gewoon écht waar het op staat.’ Stephanie Afrifa (30), cultuurwetenschapper, curator en presentator, zit bij De Wereld Draait Door aan tafel om over het zojuist verschenen A Seat at the Table te praten. Dat album, zo vertelt ze, voelt echt alsof het voor de zwarte vrouw, voor háár dus, is gemaakt. ‘Don’t touch my hair’, zegt Matthijs van Nieuwkerk tegen Afrifa, ter verwijzing naar een nummer op het album, waarop Afrifa speels, maar toch ook met een zekere lading antwoordt: ‘Niet doen.’ Achter dat haar gaat een hele geschiedenis schuil. Het is geen bezienswaardigheid. Kom je aan mijn haar, dan kom je niet alleen aan mij, maar aan de zwarte cultuur. Of zoals Solange zingt: ‘They don’t understand / What it means to me / Where we chose to go / Where we’ve been to know’.
Een breed spectrum aan emoties
Maar, zegt Afrifa nu over de telefoon, wat dat album voorál zo sterk maakt, is dat Solange een breed spectrum aan emoties toont en zich dus niet beperkt tot die boosheid in ‘Mad’. Ze is ook onzeker, bang soms. In een interview met W Magazine vertelt ze dat ook zij weleens wegkijkt wanneer er weer jonge, zwarte mannen worden doodgeschoten in de VS. Ze schreef er het nummer ‘Borderline (An Ode to Self Care)’ over: wil ze haar zoontje de volgende ochtend een fijne dag kunnen wensen, dan móét ze soms de ellende negeren en een veilige omgeving creëren. Ze is niet perfect.
Stroomt ze juist over van positivisme en trots, dan horen we dat ook. ‘Don’t let anybody steal your magic, yeah / I got so much, ya’ll / You can have it, yeah’, zingt ze met voelbaar plezier samen met vriendinnen Nia Andrews en Kelly Rowland – die tot 2005 deel uitmaakte van Beyoncé’s Destiny’s Child en als een zusje voor beiden is.
Solange is niet bang om haar publiek te betrekken bij haar eigen ontwikkeling als artiest én de persoon achter die artiest.
Die menselijkheid maakt Solange tot een rolmodel voor jonge, zwarte vrouwen als Afrifa. Niet alleen herkennen zij zich eerder in Solange dan in Beyoncé, die een bepaalde onaantastbaarheid geniet, ze zien een vrouw die niet bang is om haar publiek te betrekken bij haar eigen ontwikkeling als artiest én de persoon achter die artiest. Of alles wat ze doet meteen een doorslaand succes wordt, is bijzaak. Een voortdurende drang naar zelfexpressie, noemt Afrifa het. ‘Alles wat ze maakt, maakt ze voor zichzelf. Daardoor wordt ze ook minder geraakt door wat anderen van haar vinden, en hoeft ze niet zo nodig op nummer één in de hitlijsten te komen. Dat wat zij doet en maakt door sommigen zo wordt gewaardeerd, is voor haar de kers op de taart.’
Wie bewijs wil van die uitingsdrang, hoeft maar naar de video van ‘Binz’ te kijken, een nummer op haar nieuwste plaat. Daarin wordt al vanaf shot één duidelijk dat Solange momenteel in een fase zit waarin ze haar seksualiteit omarmt. Dat uit zich in sensuele, om niet te zeggen gewaagde shots opgenomen met haar webcam. Gehuld in lingerie, bodysuits en korte topjes doet ze vrolijke dansjes en schudt ze met haar kont. Het kan d’r allemaal weinig boeien – ze is in haar element, en dáár gaat het om. Scrol door de comments onder de video en je begrijpt haar aantrekkingskracht: ‘Lol she’s the illest weirdo and I’m feeling it so much.’
Geen gekkigheid
Afrifa denkt terug aan het moment dat Solange optrad in de Amsterdamse club Bitterzoet, zes jaar geleden. Ze zag een muzikant die wars is van divagedrag, haar afro omarmde – toen geen vanzelfsprekendheid – en behalve van muziek ook van mode en kunst hield. ‘Voor mij was ze toen al die unapologetic black girl met gewoon een heel toffe, eigen stijl’, vertelt Afrifa. Ze doelt op de kleur- en printrijke broekpakken, vestjes en shorts die Solange draagt in de videoclip van het nummer ‘Losing You’. Geen gekkigheid, zo kan iedere vrouw zich kleden.
Unapologetic – onbevangen, en meedogenloos. Een woord dat Afrifa vaker gebruikt als ze over Solange praat. Niet voor niets was het Beyoncé die in haar nummer ‘***Flawless’, uitgebracht in 2013, zong: ‘My sister told me I should speak my mind’. Beyoncé brengt er een eerbetoon mee aan haar eigenwijzere en artistiekere zusje, die veel invloed heeft gehad op haar carrière. Het album Beyoncé waarop het nummer staat bleek een kantelpunt. Want hoewel Beyoncé dankzij haar successen indirect veel heeft betekend voor de positie van de zwarte vrouw, hoor je aan haar nummers – en zeker op de platen van vóór 2013 – niet dat er een zwarte vrouw aan het woord is. Pas daarna werd haar werk explicieter, persoonlijker en kunstzinniger.
Zo rauw, zo onbeklemd, ja, inderdaad, zo meedógenloos.
Maar ook de laatste jaren uit de activistische, of in ieder geval maatschappelijk betrokken kant van Beyoncé zich voornamelijk in haar visuals – de beelden bij de muziek, niet de muziek zelf. De videoclip bij nummer ‘Apeshit’, vorig jaar samen met man Jay-Z uitgebracht, was een statement van jewelste.
Als statig echtpaar in een verder volledig verlaten Louvre brengen ze hun eigen interpretatie van een in het verleden door witte standaarden gedomineerde kunstwereld. Pas maar op, er is een machtsverschuiving gaande. Hoewel die lijn wel enigszins wordt voortgezet in de tekst van het nummer (‘Gimme my check, put some respek on my check’), komt het niet in de buurt van de directheid in nummer F.U.B.U. van Solange: ‘When a nigga tryna board the plane / And they ask you, “What’s your name again?” / Cause they thinking, “Yeah, you’re all the same” / Oh, it’s for us’. Zo rauw, zo onbeklemd, ja, inderdaad, zo meedógenloos.
Een meditatieve trip
Het nieuwste album van Solange is een product van haar onbevangenheid – een fuck you naar de muziekindustrie. ‘A Seat at the Table was bestemd voor iedereen. Zo wilde ik het ook. When I Get Home is voor mezelf’, vertelde ze. Dit is duidelijk een plaat voor de liefhebber, muziek die je moet wíllen ontdekken. ‘I saw things I imagined / Things I imagined’: met alleen die woorden vult Solange de volledige eerste minuut van haar album.
Het is de opmaat naar wat je rustig een meditatieve trip mag noemen, verpakt in dromerige melodieën, eindeloze herhalingen van woorden en zinsneden (maar wel telkens nét anders gezongen) en begeleid door een zangeres die in alle rust en kalmte gaandeweg naar het einde van het nummer lijkt te zoeken. Slechts een paar nummers van de negentien in totaal kun je bestempelen als ‘traditionele’ popnummers. Alsof je naast haar zit tijdens een jamsessie.
Wat vooral opvalt is dat Solange met deze plaat een geheel nieuw genre lijkt te hebben gecreëerd.
Wie bereid is de tijd te nemen, hoort een artiest die is teruggekeerd naar haar roots in Houston, Texas. Een artiest die, bovendien, ook nu haar zwarte identiteit verweeft met haar muziek. Soms expliciet (‘Black skin, black braids / Black waves, black days / Black baes, black things / These are black-owned things’ in nummer Almeda, vernoemd naar een buurt in Houston), dan weer impliciet (‘Way to the show, candy paint down to the floor’, verwijzend naar de glanzend gelakte auto’s die je veel ziet in haar thuisstad).
Maar wat vooral opvalt is dat Solange met deze plaat een geheel nieuw genre lijkt te hebben gecreëerd: geïnspireerd door met name de spirituele, ongestructureerde jazz van Stevie Wonder uit de jaren zeventig, dook ze de studio in om de opnames met een scala aan artiesten (onder wie zangers Pharrell, The-Dream en Sampha en rappers Playboi Carti en Gucci Mane) op te knippen en om te vormen tot geheel nieuwe nummers – of althans, wat voor Solange door kan als een nummer.
Het levert een gelaagd werk op dat uitnodigt tot verdere ontdekking – zo niet tot een totale ontrafeling. Wie goed luistert, hoort hoe het baslijntje in het tamelijk kalme en romantische nummer ‘Jerrod’ overloopt in ‘Binz’, dat juist upbeat is (iets wat ze pas later doorhad als gevolg van dat eindeloze gepiel met fragmenten, gaf Solange toe op Twitter). Of hoe de verfijnde, licht schurende stem van Sampha pas helemaal aan het einde van nummer ‘Time (is)’ stiekempjes op de achtergrond opduikt, terwijl hij de woorden van Solange zachtjes echoot.
Dit album is het resultaat van de vrijheid die Solange zichzelf gunt. Er is geen vooropgesteld groter plan. ‘Zij gaat gewoon chillen met bepaalde artiesten die ze goed vindt’, zegt Afrifa. ‘Het dansen en voeren van gesprekken staat voorop en mogelijk ontstaat daaruit mooi materiaal.’ Ze voegt eraan toe: ‘We leven in een maatschappij waarin we constant eindresultaten willen zien. Haar muzikale schetsen vind ik daarom juist zo verfrissend.’
Een vrije geest schiet niet altijd raak
Hoewel Volkskrant-recensent Menno Pot niet werd gepakt door When I Get Home, heeft ook hij bewondering voor de experimenteerdrang van Solange. Ze laat zich niet voorspellen en juist dat, stelt hij, maakt haar tot de allerbesten. ‘Kijk je naar de oeuvres van vernieuwende artiesten, dan zitten er altijd een paar rare platen tussen. Ben je zo’n vrije geest als Solange, dan schiet je niet elke keer raak. Ze wil een momentopname tonen van waar ze nu staat. Ik weet zeker dat ze ons nog gaat verrassen – van artiesten zoals zij, die mij een stap voor zijn, hebben we er veel te weinig. Zij wordt iemand van de lange adem.’
Als haar werk van de laatste jaren iets duidelijk maakt, dan is het wel dat Solange is uitgegroeid tot veel meer dan een zangeres alleen. Die continue drang naar zelfexpressie en behoefte om de huidige tijd te reflecteren, laten zich simpelweg niet vangen in één specifieke uitingsvorm. Ze zegt het zelf op interlude ‘Can I Hold the Mic’: ‘I can’t be a singular expression of myself / There’s too many parts, too many spaces / Too many manifestations, too many lines / Too many curves, too many troubles’.
En dus hebben we hier te maken met een artiest die zichzelf almaar opnieuw wil uitvinden – iemand die de gehele productie van haar album verzorgt, de choreografie voor de bijgaande visuals bedenkt én volledige kunstinstallaties creëert. Zo wist ze het Guggenheim-museum in New York al eens om te toveren tot één groot dans- en theaterspektakel, losjes gebaseerd op de muziek en videoclips van A Seat at the Table.
In een stuk voor The New Yorker vertelt journalist Cassie da Costa hoe, kijkend naar de creditlijst van de videoclip bij nummer ‘Don’t Touch My Hair’, haar oog viel op de naam Arthur Jafa. Jafa werkte begin jaren negentig mee aan de productie van de film Daughters of the Dust. Die vertelt het verhaal van een geïsoleerde, zwarte Geechee-gemeenschap (vernoemd naar het eiland aan de Amerikaanse oostkust). De pijn als gevolg van slavernij wordt nog steeds gevoeld door de bewoners, maar tegelijk toont de film de rijkheid van de zwarte cultuur, verbeeld door statige vrouwen in weelderige, witte Victoriaanse jurken.
Diezelfde trots heeft Solange met behulp van Jafa weten te vangen in haar clip. Ze wappert met haar braided beads – de kraaltjes in haar gevlochten haren – of leunt contemplatief kijkend met haar hoofd op de schouder van een zwarte jongen. Afrifa noemde het al kort in de DWDD-uitzending: die jongen lijkt zo weg te zijn gelopen uit een schilderij van de Britse kunstenaar Lynette Yiadom-Boakye. Beiden hebben in dat shot hetzelfde golvende haar. Solange brengt er een ode mee aan zwarte kunstenaars. In iedere daaropvolgende scène poogt ze telkens een levend kunstwerk te creëren waarin haar vloeiende bewegingen naadloos aansluiten op die van de dansers om haar heen.
De slotscène is overweldigend. Terwijl het nummer met de woorden ‘What you say to me?’ (pardon, wát zei je over mijn haar?) opbouwt naar een groots einde, zien we Solange gehuld in een, jawel, weelderige, witte jurk. Ze maakt hevige gebaren met haar armen, om haar heen zien we tientallen zwarte mensen in dezelfde witte kledij al even uitbundig bewegen. Nee, dit gaat niet alleen over mij, lijkt ze te impliceren. Dit gaat over óns.
Een activistisch label
Natuurlijk, je kunt moeilijk ontkennen dat ‘ons’ staat voor de zwarte gemeenschap. Toch vindt Afrifa het vervelend dat er al gauw een activistisch label aan het werk van Solange wordt gehangen. ‘Ze denkt niet: en nu ga ik een statement maken. De teksten op haar albums slaan terug op haar ervaringen in het leven. Ze zijn een onderdeel van haar.’ Zelf wordt Afrifa ook regelmatig getypeerd als activist, terwijl ze zich zo niet zou noemen. Solange inspireert haar in de zoektocht naar hoe ze haar eigen ervaringen wil delen.
Het is indrukwekkend om te zien hoe Solange zich in een relatief korte tijd heeft weten te ontwikkelen tot een eigenzinnige verkondiger van de zwarte boodschap. Door te balanceren tussen verdriet, woede én vreugde, en daarbij lak te hebben aan de eisen van de popwereld, speelt ze zichzelf in de kijker als een belangrijke, maar tegelijk benaderbare stem. Anderzijds is het begrijpelijk dat haar ik-zeg-waar-het-op-staat-insteek een groter publiek kan afschrikken, of in ieder geval minder snel bekoort.
Maar wie denkt dat ze daarom niet het volgen waard is, heeft het mis. Dit is een vrouw wiens volgende zet zich niet laat raden. Die wellicht de komende jaren met een Motown-album komt (Pot hoopt erop), een film gaat maken of een eigen kunsttentoonstelling opent. Hoe dan ook zullen vele ogen – man, vrouw, zwart, wit – op haar gericht zijn. Want als er íémand in staat is gebleken een schaduwpositie naar haar hand te zetten, dan is het Solange wel.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.