Tijdens het Kamerdebat deze week over het datalek bij de GGD – waardoor op grote schaal privacygevoelige gegevens werden gestolen en verhandeld – kreeg de onfortuinlijke minister Hugo de Jonge er deze week ongenadig van langs. Vooral een achteloze opmerking van de bewindsman van een week eerder – ‘Zo werkt het nu eenmaal’ – had kwaad bloed gezet bij de Tweede Kamer. ‘De minister heeft met veel bravoure een hoop onzin verteld,’ klonk het vanuit de oppositie.

De minister moest diep door het stof. De gang naar Canossa van Hugo de Jonge werd in de media breed uitgemeten, maar daardoor bleef grotendeels buiten beeld welke rol Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming, in de affaire speelde.

Het was Kees Verhoeven van D66 die de kat de bel aanbond toen Dekker aan het begin van het debat in Vak K verscheen. Volgens dat Kamerlid is het datafiasco bij de GGD geen incident maar onderdeel van een structureel probleem bij de overheid: falende ICT-systemen, een heilig en ondoordacht geloof in data, en bovenal falend toezicht, zoals afgelopen jaar ook al bij de toeslagenaffaire aan het licht kwam.

Kees Verhoeven en zijn collega-Kamerlid Maarten Hijink van de SP hameren al jaren op grotere capaciteit voor de Autoriteit Persoonsgegevens, die met chronische onderbezetting te kampen heeft: op dit moment is er bijvoorbeeld niet meer dan één persoon één dag per week beschikbaar om datalekken bij de overheid op te sporen. Maar iedere poging tot verruiming van het budget werd door de minister voor Rechtsbescherming afgehouden.

Na een vurig betoog van Verhoeven tijdens het Kamerdebat probeerde Dekker zich er wéér onderuit te draaien: ‘Voorzitter, ik vind dat de heer Verhoeven hier de AP echt tekort doet,’ stamelde hij. ‘want de AP doet ongelooflijk z’n best om heel veel te verwerken,’ – alsof het probleem zou zijn dat bij de Autoriteit niet hard genoeg wordt gewerkt.

Rutte wordt vaak geprezen om zijn behendige personeelsmanagement, maar daar is Sander Dekker niet het beste voorbeeld van.

Gelukkig kwam de minister niet weg met z’n kromme redeneringen, en stemde een grote meerderheid van de Kamer in met een motie van Hijink en Verhoeven om de capaciteit van de Autoriteit Persoonsgegevens op te voeren van 184 fte naar 470 fte om het toezicht op de falende overheid naar behoren te kunnen vervullen.

wankelend optreden

De stevige motie van de Kamer stond in schril contrast met het onvermogen dat Sander Dekker de afgelopen jaren heeft laten zien. Dat zou je kunnen wijten aan zijn persoonlijk falen – het hagelde de afgelopen jaren kritiek van advocaten en rechtsgeleerden op Dekkers wankelende optreden en op de afbraak van de rechtsbijstand die onder zijn verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden – maar je kunt je ook afvragen wat het ministerschap voor Rechtsbescherming überhaupt voorstelt.

Gewoonlijk valt rechtsbescherming – een cruciale taak van de overheid – onder de minister van Justitie en Veiligheid zelf, maar aan het begin van deze kabinetsperiode had de VVD een extra ministerspost nodig voor een evenredige verdeling over de coalitiepartners, zodat het ministerschap voor Rechtsbescherming in het leven werd geroepen. Daarbij speelde – volgens hardnekkige geruchten in de wandelgangen – ook een rol dat Mark Rutte per se nog een baantje wilde creëren voor zijn vertrouweling Sander Dekker. Vooral dat laatste wekte toen al grote verbazing, want als staatssecretaris van Onderwijs had Dekker in de voorgaande periode weinig indruk gemaakt.

Rutte wordt vaak geprezen om zijn behendige personeelsmanagement, maar daar is Sander Dekker niet het beste voorbeeld van, kunnen we nu wel vaststellen. Hetzelfde geldt voor de instelling van het ministerschap voor Rechtsbescherming zelf: die fraaie titel is een vlag op een modderschuit gebleken.

De les voor een nieuw kabinet zou moeten zijn: geeft rechtsbescherming de prioriteit die het verdient, en breng het weer onder bij de minister van Justitie en Veiligheid zelf. En laat dat in godsnaam een ervaren jurist met gezag en doorzettingsmacht zijn, om het overheidsfalen van de afgelopen jaren goed te maken.