Onder normale omstandigheden zou één van de politieke fiasco’s van de afgelopen maanden al genoeg zijn geweest om de lijsttrekker van de grootste regeringspartij de kop te kosten: de toeslagenaffaire waarbij de levens van tienduizenden onschuldige mensen stelselmatig werden verwoest, de val van het kabinet, die kwam nadat Rutte-I ook al in elkaar was gestort, de kapitale mislukking van het vaccineren waardoor Nederland de hekkensluiter van Europa is.

Maar ondanks dat alles blijft Mark Rutte fier overeind in de peilingen. Sterker nog: na het vernietigende rapport over de toeslagen en de val van het kabinet kreeg de VVD er zelfs een paar zetels bij. Volgens de Peilingwijzer van universitair docent Tom Louwerse – het gemiddelde van de peilingen – zou de VVD nu uitkomen tussen de 40 en de 44 zetels, een slordige tien zetels meer dan bij de laatste Kamerverkiezingen.

Intussen groeit de voorsprong op de andere partijen: de PVV, in de peilingen nu de tweede van het land, schommelt ergens tussen de 18 en de 22. En terwijl het maatschappelijk sentiment onder druk van de crisis naar links schuift – vóór een sterkere overheid, vóór grotere investeringen in de zorg, vóór een eerlijker verdeling tussen arm en rijk – zijn het niet de linkse partijen die ervan profiteren (samen bungelen ze nu rond de 34 zetels) maar de VVD, de partij die al ruim tien jaar bij uitstek verantwoordelijk is voor de verschraling van de publieke voorzieningen en de groeiende tweedeling in de samenleving.

goed bezig

Begin januari stelde I&O Research vast dat een grote meerderheid van de Nederlanders zich weliswaar boos maakte over de toeslagenaffaire, maar dat niet meer dan acht procent daar een reden in zag om het kabinet te laten aftreden. En toen dat een paar weken later toch gebeurde, werd het Rutte door het gros van de Nederlanders niet nagedragen. Het belangrijkste argument: de coronacrisis.

Die opvatting zou je nog aan onwetendheid kunnen wijten: veel Nederlanders denken kennelijk dat een demissionair kabinet alles uit z’n handen moet laten vallen, wat natuurlijk onzin is. Sterker nog: een demissionair kabinet zou zelfs effectiever tegen de crisis op kunnen treden, niet meer gehinderd door dreigende moties van wantrouwen en lastige dossiers op andere terreinen, die allemaal controversieel kunnen worden verklaard. Bovendien zou het kabinet na half maart sowieso voor enige maanden demissionair zijn geweest – alsof het coronabeleid dan opeens onmogelijk zou zijn geworden.

Bij de vorige meetronde was nog 58 procent (zeer) positief over de corona-aanpak van het kabinet, inmiddels is dat niet meer dan 45 procent.

Maar er is iets anders aan de hand: het gros van de Nederlanders vindt dat Mark Rutte eigenlijk heel goed bezig is tijdens de coronacrisis. Dat is misschien nog het wonderlijkst van alles. Rond de uitbraak van de crisis kon je nog stellen dat de premier en zijn kabinet niet kónden weten wat er op ons afkwam. Maar in het najaar – terwijl het aantal besmettingen al vele weken steeg – was het kabinet wéér veel te laat met maatregelen. En daar komt de afgelopen weken het fiasco van de vaccinaties nog eens overheen: in Europa doet alleen het straatarme, corrupte Bulgarije het nóg slechter.

in polonaise

Volgens het meeste recente gedragsonderzoek van het RIVM is het vertrouwen in het coronabeleid de afgelopen weken fors gedaald: bij de vorige meetronde was nog 58 procent (zeer) positief over de aanpak van het kabinet, inmiddels is dat niet meer dan 45 procent. Maar in de peilingen lopen de Nederlanders nog steeds in polonaise achter Mark Rutte aan. Kennelijk maakt het de kiezers helemaal niets uit wat er onder verantwoordelijkheid van deze premier allemaal wordt verprutst, zolang er maar iemand de leiding heeft – of op z’n minst die indruk weet te wekken.

En daar komen de politieke stijl en het karakter van Mark Rutte om de hoek kijken. Als er één man in de Nederlandse politiek is die kan roepen: ‘Alles is mijn schuld!’, om vervolgens vrolijk door te regeren, is het Mark Rutte. Zelfs in de moeilijkste Kamerdebatten weten zijn tegenstanders geen greep op hem te krijgen. De enige die daar af en toe wel in slaagde is Lodewijk Asscher. Maar die werd door zijn eigen partij afgezet als lijsttrekker, zodat Rutte nu ook in dat opzicht onbedreigd de verkiezingen tegemoet gaat.

Van de week sprak ik daar even over met oud-Amerika-correspondent Charles Groenhuijsen, die de politieke stijl van Rutte vergeleek met de soepele pasjes waarmee Muhammad Ali om zijn tegenstanders heen danste in de boksring – net zolang tot zijn opponenten bezweken, na series machteloze slagen in de lucht.

Het wil een groeiende schare Nederlanders maar niet lukken ooit echt boos op Rutte te worden.

Nu zou een vergelijking met de grootste bokser aller tijden misschien niet het eerste zijn dat in je opkomt als je het onbeholpen dansje van Rutte hebt gezien op 1 april vorig jaar tijdens een bezoek aan een basisschool in Oegstgeest.

Maar welbeschouwd klopt het als een bus: Mark Rutte is net zo ongrijpbaar als Muhammad Ali. Daarbij heeft hij – in tegenstelling tot de beroemde bokser – totaal geen last van een ego: nog altijd woont de VVD-leider in zijn bescheiden appartementje in het Benoordenhout, stapt hij graag op de fiets naar het Catshuis, en is hij even vriendelijk voor collega-politici en andere hoogwaardigheidsbekleders als voor journalisten, portiers, chauffeurs en wie hij verder maar tegenkomt, zodat het een groeiende schare Nederlanders niet wil lukken ooit echt boos op hem te worden.

De enige die bij de VVD nog als bedreiging voor Rutte wordt gezien (de zetels van Geert Wilders hebben ze daar al lang geleden afgeschreven) is Wopke Hoekstra, de behendige oud-consultant die onlangs tegen de verwachtingen in toch nog lijsttrekker van het CDA werd, en die wél regelmatig staat te boksen in een echte sportschool. Maar de grote vraag is of Hoekstra nog een echte kans krijgt de premier van de troon te stoten. Zolang de coronacrisis aanhoudt, is Rutte bijna niet te vloeren: de Nederlanders vinden, getuige de peilingen, toch alles prima wat hij doet.

Lees ookDrie maanden op pad met Wopke Hoekstra, de kroonprins van het CDA16 december 2019
het rijk alleen

Daar komt nog bij dat Rutte zolang de lockdownmaatregelen aanhouden het rijk alleen heeft in de media. Terwijl zijn concurrenten zijn aangewezen op armetierige campagnebijeenkomsten per video en – sinds de invoering van de avondklok – grotendeels virtuele optredens in de talkshows, hoeft Rutte maar een persconferentie te organiseren om in één klap miljoenen Nederlanders te bereiken. Geen wonder dat de VVD-leider in oktober al aankondigde voorlopig geen campagne te gaan voeren: zolang het virus rondwaart in Nederland hóéft hij dat helemaal niet te doen.

Je zou dan ook verwachten dat de andere partijen zouden aandringen op uitstel van de verkiezingen, om een eerlijker uitgangspositie voor elkaar te krijgen. Maar toen ik vorige week het animo voor uitstel van de stembusgang in kaart bracht, kreeg ik bij de ene na de andere partij alleen achter de hand te horen dat er geen sprake is van een eerlijk speelveld in de campagne, en dat Rutte onder deze omstandigheden bijna niet kan verliezen. In de openbaarheid durven ze er niet over te beginnen, want dat zou eruit kunnen zien als bangigheid of opportunisme.

Zodoende is de vrome officiële reactie van de andere partijen nog altijd: de democratie gaat voor het partijbelang, en kan Mark Rutte, de Muhammad Ali van het Binnenhof, dansend op weg naar de overwinning.

Het CDA kan alleen maar hopen op een onverwachte rechtse hoek van Wopke.