Bij de pier van Willemsstad spugen twee megacruiseschepen honderden toeristen uit voor sight seeing Curaçao. Zij slenteren door het historische centrum van Willemstad, schuifelen langs souvenirkraampjes, bezetten de terrassen. Een enkeling loopt de trap op naar het Kura Hulanda Museum. Vijf Amerikanen laten zich daar gidsen, een paar anderen doen de tour op eigen houtje. Kura Hulanda Museum is nagelaten door miljonair Jacob Gelt Dekker als onderdeel van het gelijknamige stadsressort. Een groot deel van de collectie gaat over de trans-Atlantische slavenhandel, een ander deel over Afrikaanse kunst en cultuur.
Over het Curaçaose slavernijverleden is weinig te vinden.
Even verderop staat het monument dat de door Tula geleide slavenopstand van 1795 herdenkt. De opstand begon 25 kilometer verder op plantage Knip. Het koningspaar en prinses Amalia bezochten er in januari een leeg museum, waarin te zien was hoe Tula en zijn 45 lotgenoten daar hebben geleefd. Het wordt nu gerestaureerd en gaat eind dit jaar weer open. Met een deel van de tweehonderd miljoen euro die is uitgetrokken voor bewustwording worden op Curaçao andere overblijfselen van het slavernijverleden, zoals slavenmuren en waterputten, geconserveerd en toegankelijk gemaakt.
Rose Mary Allen (1950) is antropologe en buitengewoon hoogleraar Cultuur, Gemeenschap en Geschiedenis aan de University of Curaçao. Daar is zij de eerste vrouwelijke hoogleraar afkomstig van Curaçao.
Rose Mary Allen werd gepest vanwege haar Engelse accent, haar kleren en haardracht. ‘Als ik dan huilend van school kwam, zei mijn moeder: het komt wel goed, doe je best op school.’
Na haar studie in Nederland publiceerde Allen vanaf 1977 over de sociale en culturele geschiedenis van de Nederlandse Caribische eilanden. Met drie andere experts zit zij in de regiegroep voor het onderzoek naar de rol en de impact van de Nederlandse overheid in het slavernijverleden. Daarnaast is zij een van de projectleiders van het onderzoek naar de Nederlandse Hervormde Kerk in het slavernijverleden en de doorwerking hiervan in het leven van mensen nu. ‘Wanneer je bij bol.com zoekt op slavernij kun je kiezen uit tweehonderd Nederlandstalige boeken. Die zijn vooral geschreven aan de hand van archiefbronnen. Maar het menselijk aspect komt minder aan bod. Hoe hebben ze die informatie doorgegeven aan de volgende generatie. Hoe hebben ze het overleefd?’ Dat onderzoekt Rose Mary Allen. In dat kader worden nazaten geïnterviewd, en wordt ook gebruik gemaakt van interviews die Allen veertig tot vijftig jaar geleden heeft afgenomen.
120 nationaliteiten
Haar moeder kwam in 1946 van het eiland Saint Kitts en ging bij de directeur van Shell in de huishouding werken. Soms mocht Rose Mary Allen met haar moeder mee. Haar vader, Curaçaoënaar, was een ouderwetse houtbewerker maar werd bij Shell een moderne bouwvakker. Rose Mary Allen was 1 jaar toen haar ouders trouwden, zij hield de naam van haar moeder.
Door de komst van de kolossale raffinaderij van Shell nam tussen 1930 en 1940 de bevolking van Curaçao toe met 30.000 mensen. Portugezen, nog meer Nederlanders, Surinamers, Dominicanen, Haïtianen.
Rose Mary Allen werd gepest vanwege haar Engelse accent, haar kleren en haardracht. ‘Als ik dan huilend van school kwam, zei mijn moeder: het komt wel goed, doe je best op school.’
Op de middelbare school werd ze geconfronteerd met een andere vorm van uitsluiting. Ze was een arm meisje dat goed kon leren en zo in een klas van elitekinderen terecht kwam. ‘Ik kon niet meepraten, ik trok me terug in de boeken. Dat gaf me kracht, zo kon ik mezelf manifesteren.’
‘Grote groepen volgen het nieuws niet. In het dagelijks leven moeten mensen ploeteren, hebben ze andere dingen aan hun hoofd en dan is denken over slavernij toch wel een luxe.’
In 1985 vertrok Shell weer. Curaçao werd een totaal ander eiland, al wonen er nog steeds 120 nationaliteiten. Ruim veertig procent van de bevolking is eerste- en tweedegeneratie migrant. Een groot deel komt uit Latijns-Amerika, met name uit Colombia en Venezuela. ‘Latijns-Amerika gaat op zijn eigen manier om met verschillende bevolkingsgroepen in de samenleving. Er heerst een subtiele vorm van discriminatie. Ik liep eens in Brazilië in een modern winkelcentrum en voelde de ogen op mij gericht. Want ik viel daar kennelijk als zwarte vrouw op. Mensen die geld hebben zijn in Brazilië wit of licht gekleurd. Ik hoorde daar eigenlijk niet thuis, voelde ik. Die houding brengen Latino’s mee wanneer zij hier komen wonen. Zij zijn niet of veel minder betrokken bij het slavernijverleden dan de zwarte immigranten uit de Dominicaanse Republiek en Haïti die ook hun eigen slavernijverleden hebben.’
Ik hoor op het eiland dat het slavernijverleden ook bij de nazaten van slaafgemaakten geen item is, dat het grote publiek niet is geïnteresseerd.
‘Er is meer discussie gekomen na de excuses die Nederland op 19 december heeft gemaakt. Maar onder de gewone bevolking leeft het veel minder. Grote groepen volgen het nieuws niet. In het dagelijks leven moeten mensen ploeteren, hebben ze andere dingen aan hun hoofd en dan is denken over slavernij toch wel een luxe. Zij praten over eten voor hun kinderen. Over werk hebben. Zekerheid. Veiligheid.’
En onderling tussen de vele bevolkingsgroepen die Curaçao heeft?
‘Mensen kunnen hier gemakkelijk laveren tussen de ene en de andere groep, want, ja, je moet toch wel met elkaar samenleven op dit kleine eiland. Daar krijg je handigheid in. De overgrootouders van je studiegenoot of collega kunnen slaveneigenaars zijn geweest. Op het eiland zijn geen excuses aangeboden door de nazaten van de slaveneigenaren aan de nazaten van de slaafgemaakten. Zwijgen is dan een manier om daar mee om te gaan. Door er niet over te praten leeft het ook. Het is soms dubbel. Aan de ene kant leven en laten leven, aan de andere kant bang dat anderen je werk inpikken. Of toch je eigen agenda op willen leggen of geen begrip hebben voor de gevoelens van een ander. Ik merk tijdens de colleges die ik geef dat het wat onrustig wordt als slavernij ter sprake komt. Een deel van de studenten heeft geen interesse.’
‘Over uitsluiting praten wij niet zo graag. Maar het bestaat wel.’
Niet opletten tijdens colleges is toch niet het grootste probleem waarmee nazaten te maken hebben?
‘Zij hebben het meest te lijden onder de grote armoede op Curaçao. De welvaart zit voornamelijk bij het witte bevolkingsdeel. Generatie na generatie is de situatie van voor 1863, toen de slavernij werd afgeschaft, niet te boven gekomen. Zij kampen met erfelijke ziektes: hoge bloeddruk, diabetes. Als gevolg van een levenswijze die is doorgegeven aan volgende generaties. Dat werkt door in de manier waarop men over zichzelf denkt. Het is de bron van de schaamtecultuur hier.
Kleur doet er ook nog steeds toe. Soms is men zich er niet van bewust, soms is men er open over. Op Facebook stond een foto van een heel donker meisje tussen een paar lichtgekleurde meisjes. Een jongen van een jaar of vijftien reageerde met: jullie zien er mooi uit, maar er staat één lelijke bij. Over uitsluiting praten wij niet zo graag. Maar het bestaat wel. Het gebeurt vooral in werk waarbij men er representatief, volgens de norm van de baas, uit moet zien.’
Verandert er dan niets?
‘Toch wel. Vroeger lieten meisjes en vrouwen hun haar ontkroezen, soms droegen zij zelfs een pruik. Nu zie je dat mensen dat bewust niet doen. Dus langzaam verandert er wel wat. Dat begon in de jaren zestig van de vorige eeuw. De ontwikkeling van schaamte naar jezelf accepteren zoals je bent en trots zijn op jezelf. Dat je jezelf de moeite waard vindt.’
Op het gebied van emancipatie is al veel gebeurd, toch? In allerlei fasen vanaf 1863 tot nu.
‘Er kwam onderwijs voor iedereen en het algemeen kiesrecht in 1948 is een ijkpunt. Dat betekende veel voor de nazaten van slaafgemaakten. Mijn oude vader had overal hulp bij nodig, maar hij wilde tot zijn dood zelf stemmen. Ik heb hem op zijn verzoek in zijn rolstoel het stemhokje ingeduwd. Hij is in 1915 geboren en heeft een deel van zijn leven niet mogen stemmen.
In de jaren zestig en zeventig ontstond een nieuwe golf van de emancipatie. De opstand van 30 mei 1969 kwam voort uit raciaal getinte ontevredenheid.’
Verlopen andere vormen van emancipatie hier anders door het slavernijverleden?
‘Vrouwen spelen een belangrijke rol in de samenleving. De opvoeding van de kinderen ligt op hun bord. De vaders zijn vaak vertrokken. Tijdens de slavernij had je niet zo’n duidelijk verschil tussen vrouwenwerk en mannenwerk. In de jaren zeventig, bij het begin van de vrouwenemancipatie, liepen de eilanden zeker niet achter. Er waren veel zelfbewuste vrouwen die vooropliepen en zij zochten contact met elkaar. Vrouwen van de verschillende eilanden zijn meer onderling verbonden dan politici.’
‘De aanwezigheid van gekleurde mensen op tv verandert niet op slag discriminatie in andere delen van de samenleving.’
Maar op het gebied van diversiteit is er toch een achterstand. De politiek is mordicus tegen het homohuwelijk.
‘Vroeger bestond meer het idee van “leven en laten leven”. De intolerantie is de laatste tijd toegenomen. Hierbij spelen nieuwe religieuze bewegingen een belangrijke rol. Die krijgen steeds meer aanhangers onder de bevolking. Zij zien het homohuwelijk als iets van de duivel. Die volgelingen zijn kiezers en daarom wil de politiek geen statement maken. De Gay Pride wordt getolereerd, al is er wel discussie over.’
Is er een verschil tussen jongeren op Curaçao en Curaçaose jongeren in Nederland, waar op het gebied van eigenwaarde en zelfrespect een andere cultuur heerst?
‘De discussie over racisme is in Nederland erg aanwezig. Surinamers en Antillianen spelen daar een belangrijke rol in. Zij worden er in Nederland op een heel andere manier mee geconfronteerd dan hier en dat stimuleert de bewustwording over wie je bent en hoe je zou moeten zijn. Nadenken over slavernijverleden begint bij goed opgeleide mensen die hun kritiek en ideeën op tafel leggen. Hopelijk is het geen hype en wordt er bewust gewerkt naar beter samenleven met elkaar. In Nederlandse reclame zie je volop gekleurde mensen. Is dit politiek correct of iets dat werkelijk leeft onder de bevolking? Het is alsof het opgedrongen wordt en dat spontane, dat mis ik. Het moet een onderdeel zijn van een ontwikkeling. De aanwezigheid van gekleurde mensen op tv verandert niet op slag discriminatie in andere delen van de samenleving.’
Is eigenlijk bekend hoe groot de groep nazaten van slaafgemaakten in Curaçao is?
‘Er zijn geen betrouwbare gegevens, want op Curaçao wordt niet volgens afkomst wordt geclassificeerd, zoals in de VS, waar je kunt kiezen met welke etniciteit je je identificeert. Ik ga ervan uit dat intussen de helft van de nazaten in Nederland woont. Vanwege de welvaart of de genoten opleiding. Het is geen homogene groep. Dat was het in 1863 ook al niet. Er waren allerlei sociale gradaties.’
Dé Nederlander bestaat niet, dé Curaçaoënaar nog minder? Wie mag zich Yu di Korsow, kind van Curaçao, noemen?
‘Daar wordt veel over gediscussieerd. Het is een beladen begrip, tijdgebonden en complex. Het omvat waarden, idealen en ideeën over uitsluiting. Curaçaoënaars kunnen zichzelf een Latijns-Amerikaanse natie noemen, een Caribisch volk, Afrikaanse afstammelingen, Nederlandse onderdanen, leden van de Europese Unie en wereldburgers. Deze verschillende identiteiten zijn flexibel en situationeel. Mensen kunnen tegelijkertijd verschillende identiteitscategorieën aanhouden en er op dynamische wijze in en uit bewegen. Over Curaçaose identiteiten wordt voortdurend onderhandeld en ze worden geclaimd op manieren en onder omstandigheden die vaak onduidelijk zijn voor buitenstaanders, of zelfs voor ingewijden. Het slavernijverleden is daar een onderdeel van, soms klein, soms groter. Die complexe samenleving hebben we altijd gekend. Maar het lukt toch om op onze manier samen te leven. Je wordt hier geaccepteerd als je onderdeel wilt zijn van de samenleving.’
Dat zie je niet terug in de moeizame verhouding met Nederland.
‘Het emancipatieproces moet zich niet alleen hier afspelen. Nederlanders moeten de dialoog aangaan met mensen over wie zij heel lang hebben geleerd dat ze minder zijn. Zij moeten ons accepteren, zien als gelijken. Dat is ook een proces. In de discussies komt vaak het begrip “postkoloniaal” bovendrijven. Dat impliceert een soort nazit van het koloniale tijdperk, een tijdperk dat voorbij is. Maar dat is het niet, dat tijdperk is nog steeds gaande, in andere vormen. De onvrede hierover zag je in 2010, toen Curaçao een autonoom land werd binnen het Koninkrijk. Je zag het ook bij de discussie over de coronasteun. Toen kwamen de ontevredenheid en zelfs afkeer richting Nederland weer naar boven. Die is van generatie op generatie overgegaan en blijft onderhuids altijd aanwezig. Het gaat dan meestal over geld, over toezicht en controle. Geld is belangrijk, maar de contacten onderling zouden belangrijker moeten zijn.’
Intussen zijn er excuses aangeboden door de Nederlandse regering.
‘De manier waarop stoort me, het is gegaan zonder overleg. Ik geloof in dialogen en niet in iets dat vanuit één kant plaatsvindt. Nederland koos de datum en wij moesten tevreden zijn. Dan laat je geen samenhorigheid zien. Excuses zijn belangrijk, maar hoe en wanneer was door Den Haag bedacht. Een trouwfeest organiseer je toch ook met zijn tweeën?’
Wat moeten discussie en excuses opleveren?
‘Er moet zeker geld geïnvesteerd worden in onderwijs. Er vallen nu veel te veel jongeren uit. Het belang van onderwijs is er bij mij door mijn ouders ingepompt. Zij hadden niet veel te besteden, maar deden alles om boeken en schoolgeld te betalen. Mijn vader verzamelde trouw de spaarpunten die je bij blikjes poedermelk van Friesche Vlag kreeg. Die kon je inwisselen voor boeken. Het onderwijs hier is blijven steken op het niveau van veertig, vijftig jaar geleden, terwijl er nu heel andere eisen worden gesteld en andere methoden zijn ontwikkeld. Er is een grote inhaalslag nodig. Onderzoek op Curaçao vind ik ook belangrijk, naar het slavernijverleden en de doorwerking ervan. Die kennis is nodig om mensen zelfbewuster te maken. De politiek zou zich meer moeten laten horen. In de wijken zouden er meer discussies moeten zijn. Hoe wordt daar gedacht, wat zijn de gevoeligheden? Het verleden moet bespreekbaar worden want bij ons wordt te veel gezwegen, zodat er regelmatig weer dingen komen opborrelen. Vooral de eis tot genoegdoening.’
Vlucht naar Nederland
Ook anderen houden zich bezig met de gemeenschap op Curaçao. Ieteke Inchi Witteveen bijvoorbeeld is coördinator van Human Rights Defense Curaçao. ‘We weten dat er ongeveer 150.000 mensen op Curaçao wonen, maar we weten niet hoe de bevolking in elkaar steekt. Mensen vluchten weg naar Nederland. Er staan achtduizend huizen leeg. Want wat wil je? De AOW is hier vierhonderd euro per maand. De bevolking is aangevuld met mensen uit de regio, ook veel Venezolanen die hier zonder papieren verblijven. Zij werken allemaal, maar er is ook uitbuiting en mensenhandel. En zij worden buitengesloten door de donkere Antillianen die hun komst een aantasting vinden van hun cultuur. Nan no ke siña nos lenga: zij willen onze taal niet leren. Den Haag houdt zijn mond hierover, de politici en intellectuelen op het eiland ook. We moeten een helingsproces in, hoor ik in de slavernijdiscussie. Maar wie en wat moet er geheeld worden? Kijk om te beginnen naar Curaçao van nu en naar de interactie met de regio. Het is niet meer de samenleving van 1863.’
Valdemar Marcha, was hoogleraar Sociale cohesie en multiculturaliteit aan de University of Curaçao. ‘Nederland heerst hier al vierhonderd jaar, maar toch zijn wij geen Nederlanders geworden. Wij zijn toegeeflijk aan de dominante partij, gingen nooit de confrontatie aan. In mijn jeugd leerde ik: zwart is slecht, blank is goed. Hoe lichter de kleur hoe hoger de stand. Er is veel veranderd: zwart zit nu in alle lagen van de bevolking. Maar wat wil de Curaçaose mens? Wat wil het volk? Wat zijn de diepgekoesterde wensen en dromen? Ik weet het niet. Vraag je: wil je zwart zijn? Nee. Wil je wit zijn? Nee. We willen ons niet identificeren met Nederlanders, maar met wie dan wel? Aan de ene kant schoppen tegen Nederland, aan de andere kant hebben onze kinderen, neven en vrienden het daar goed. We kunnen Nederland niet missen, maar we houden er niet van. We hadden moeten zorgen dat we als volk een visie hadden. Het goede van Nederland overnemen en verder onze eigen gang gaan.’
Op 1 juli begint het herdenkingsjaar en wordt het onderzoek naar de rol van Nederlandse overheid in het slavernijverleden en de doorwerking hiervan gepresenteerd.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.