Met elke film neemt Robert Pattinson meer afstand van zijn beroemdste rol, de romantische vampier Edward in ‘Twilight’. Door de typecasting juist te omarmen. Zo ook in Good Time.

Robert Pattinson (1986) gaat nooit loskomen van Twilight. Ook niet met zijn krachtige hoofdrol in Good Time, een hoogtepunt in zijn carrière. De vijf delen van de Twilight-vampiersaga brachten tussen 2008 (toen Pattinson 22 was) en 2012 in de bioscoop ruim drie miljard dollar op. Zijn beeltenis hing in ontelbare puberkamers. Die groeiden met hem op; die vergeten dat niet. Wat zou het mooi zijn als sommige van die fans, zelf ook ouder geworden, Pattinson zouden volgen naar de regisseurs met wie hij tegenwoordig werkt. Mensen als David Cronenberg, Werner Herzog, David Michôd, James Gray en binnenkort Claire Denis, Olivier Assayas en Harmony Korine. Grote regisseurs, die allemaal iets bijzonders in hem zien. Net als Anton Corbijn, die Pattinson in zijn speelfilm Life castte als beginnend fotograaf Dennis Stock. Daarover zei Corbijn me: ‘Hij is een acteur die zich wil bewijzen als acteur, die een fotograaf speelt die zich wil bewijzen als fotograaf. Daarom leek de casting me een fantastisch idee.’

Zijn debuut maakte Pattinson ooit in een Harry Potter-film. En ook verder lijkt zijn situatie sterk op die van Daniel Radcliffe (1989), die de titelrol speelde in de reeks die tussen 2001 (toen Radcliffe 12 was) en 2011 wereldwijd 8,5 miljard bioscoopdollars opbracht. Twee vrij jonge Britten, verlegen met hun roem, sekssymbolen tegen wil en dank, die als acteur door willen met gelaagdere projecten van belangwekkende kunstenaars.

Van deze twee is Pattinson op weg de echte ster te worden. Niet dankzij, maar ondanks zijn knappe uiterlijk (dat in Good Time kundig schuilgaat onder baard, zweet en vuil). Maar wel dankzij de Twilight-films. Ten eerste omdat zijn Twilight-roem helpt deze arthouseprojecten gefinancierd te krijgen. En ten tweede omdat hij als vampier eigenlijk heel goed gecast was. Dat zag ook David Cronenberg, die hem in Cosmopolis in het verlengde van zijn Twilight-personage castte: charismatisch maar existentieel eenzaam, met zowel een diepe triestheid als een morbide desinteresse in de mensheid. Wat in min of meerdere mate geldt voor bijna al Pattinsons rollen. En deels misschien ook voor hemzelf.

Uit de film Good Time.

Verlegen glimlachend zei Pattinson, toen ik hem sprak naar aanleiding van Life, dat hij zich eigenlijk altijd ongemakkelijk voelde. ‘Maar dat geldt ook voor mijn personage. Omdat hij zo geremd is, voelt hij zich afgezonderd van de wereld. Hij mist de ervaringen van een normaal persoon. Dat is tamelijk tragisch.’ Dat leek sterk op hoe hij even later zijn leven als celebrity beschreef: ‘Soms voel je je gewoon heel erg afgescheiden van alles. Dat is een beetje zorgelijk.’

Good Time is een energieke en bovengemiddelde genrefilm van de broers Ben en Josh Safdie, voortgestuwd door de breed uitwaaierende elektrorock van Oneohtrix Point Never. Met Pattinson als de gestreste hoofdpersoon, die iedereen meesleept in zijn slecht doordachte bankovervalplan. Hij is gedreven, charmant en in essentie alleen. Waarmee Pattinson, terecht, voortgaat met zijn eigenzinnige vorm van typecasting.