‘Het zijn de bulkweken!’ schreeuwt de homepage van bol.com in koeienletters. En dat betekent niet alleen dat je Pampers met 50 procent korting kunt kopen, of dat je die doos Playmobil Lucky & Spirit (met paardenbox) voor slechts € 14,21 (adviesprijs € 18,95) op de kop kunt tikken, maar vooral dat de grootste webwinkel van Nederland nóg meer artikelen verkoopt.
Dit is het verhaal van één van die artikelen. Om precies te zijn: het is verhaal van een van de 104.902 artikelen die webwinkel bol.com op een recente lentedag verkocht. Én dit is het verhaal van een van de 883.896 pakketten die PostNL op die dag ontving, sorteerde en bezorgde. Het is het verhaal van zeven kilometer lopende band – snakes genaamd. Van de Stingray, een volledig automatische, twee verdiepingen hoge ‘parkeergarage voor multitotes’.
Maar het is ook het verhaal van Amir Chriqui, process controlroom specialist uit Tilburg. Het is het verhaal van orderpicker Igor Savcenko uit Letland, die loopt alsof zijn leven ervan hangt. Van inpakker Lukasz Braszkiewicz uit Polen, die in Nederland is om zijn aanstaande huwelijk in Łódz te kunnen bekostigen. Van PostNL-manager Theo van der Wegen uit Roosendaal, die al 39 jaar voor ‘de post’ werkt. Van teamleader pakketsortering Erik Breski uit Polen – sedert twaalf jaar woonachtig in Waalwijk – die vloeiend Nederlands spreekt. En van de 22-jarige Poolse pakketsorteerster Justyna Strzadala, die geen woord Nederlands of Engels kent.
Dit is het verhaal van een van de 104.902 artikelen die bol.com op een recente lentedag verkocht.
Van procesmanager pakketten Conny Zweistra uit Waalwijk, die alles van ‘lean’ weet. Van vrachtwagenchauffeur Klaas de Boer uit Amsterdam-Noord, die nergens zo van kan genieten als van een lege snelweg. Van depotmanager Rutger Driessen uit Amsterdam, die nooit zonder glimlach op zijn gezicht lijkt rond te lopen. Van pakketsorteerder Mon mon Aye, ooit boekhouder in Myanmar, en ten slotte van voormalig hovenier en havenmeester Aryan de Wit, thans pakketbezorger te Amsterdam.
Deze dingen, machines en mensen spelen allemaal hun rol in deze vertelling. De hoofdrol, zou je denken, is weggelegd voor de Google Home Mini (wit) – het populairste artikel op bol.com dezer dagen, aldus bol.com zelf. Maar deze pratende, draadloze speaker van de gelijknamige zoekmachine is niet meer dan wat Hitchcock ooit een MacGuffin noemde: het onbeduidende verhaalelement dat de plot in werking zet.
18.30 uur
Op een woensdagavond om 18.30 uur vervoeg ik mij aan de Pakketweg te Waalwijk waar het grootste en nieuwste ‘fulfilment center’ van bol.com is gevestigd. Vanaf de A59 doemt het raamloze gevaarte al van verre op, een van de vele anonieme ‘blokkendozen’ langs ’s lands snelwegen. ’s Nachts is het metershoge bol.com logo helblauw verlicht – als een baken voor de vrachtwagens die 24 uur per dag af- en aanrijden. Bol.com werkt vanuit twee distributiecentra in Waalwijk, maar dit pand is het paradepaardje: 50.000 m2 groot, vergelijkbaar met acht voetbalvelden, een vloeroppervlakte van 135.000 m2 met ruimte voor zeven miljoen artikelen. Als het moet, kunnen hier dertigduizend items per uur verwerkt worden. Het gebouw heeft zelfs zijn eigen, inpandige PostNL-sorteercentrum.
Hier begint de reis van mijn bestelling. Of eigenlijk: in de controlroom – een ruim vertrek met grote ramen die uitkijken op het gewoel van het distributiecentrum een verdieping lager. In de controlroom zit een handvol mannen in grijze truien naar computerschermen te kijken. Een van hen is process controlroom specialist Amir Chriqui (31) uit Tilburg. Op zijn bureau liggen drie telefoons: eentje voor privé, eentje voor werk en eentje voor de chef van dienst van de controlroom.
Chriqui is een van de weinige Nederlanders. Naast hem zit een Hongaar, tegenover hem een Bulgaar. Deze mannen houden in de gaten hoeveel artikelen er binnenkomen, hoeveel er besteld worden – ‘zeg maar de inbound en de outbound’ – en of er genoeg personeel is om al die bestellingen te verwerken. ‘Je doet elke dag hetzelfde, maar toch is elke dag anders,’ zegt Chriqui. Wordt er meer besteld dan verwacht, dan wordt er extra personeel opgeroepen. Wordt er minder besteld, dan worden er mensen naar huis gestuurd. Chriqui’s missie: zorgen dat heel Nederland zijn bestellingen op tijd krijgt.
Het mandje
Terwijl ik een praatje maak met Chriqui, luisteren twee mensen mee: Roos Franssen, persvoorlichtster van bol.com, en Jaco Knetemann, managing director van Ingram Micro, afdeling Commerce & Lifecycles Services. Ze zullen tijdens mijn verblijf in het distributiecentrum niet van mijn zijde wijken. Je zou kunnen zeggen dat Ingram Micro het eigenlijke werk voor bol.com doet: het bedrijf beheert de inventaris en het distributiecentrum en zorgt dat de bestellingen verstuurd worden.

Knetemann is een opgeruimd mens die geen groter plezier kent dan de inner workings van het distributiecentrum uit de doeken te doen. Een dag eerder heeft hij me, als voorbereiding op vandaag, de contouren geschetst van het proces dat zorgt dat al die pakketjes op tijd bij ons komen. Daarin vielen termen als warehouse management system, outgoing spur, pick allocatie en distributed storage.
Vooral dat laatste – distributed storage – is een verbazingwekkend concept. Het wil zeggen dat alle artikelen die bol.com verkoopt dwars door elkaar verspreid liggen over de vier verdiepingen die dit megamagazijn rijk is. Dus niet: alle airfryers bij elkaar, of zelfs maar alle keukenapparaten bij elkaar. Nee, een airfryer ligt naast een eyeliner, een vibrator naast vaatwastabletten. Deze tegen de intuïtie indruisende logica zorgt ervoor dat de artikelen zo efficiënt mogelijk uit het magazijn kunnen worden gehaald. Knetemann: ‘Stel, ik leg alle Google Home Mini’s bij elkaar en er worden er vijftig besteld, dan staan er vijftig orderpickers op dezelfde plek te dringen. Dat is niet handig.’
Terug naar de controlroom. Op zijn scherm ziet Chriqui dat hij vandaag – naar verwachting – 104.902 artikelen moet verwerken. Die honderdduizend noemt hij ‘het mandje’. Vanuit dit mandje wordt elke keer een ‘batch’, zeg maar een lijst, van enkele tientallen artikelen gegenereerd. Het systeem weet exact waar alle miljoenen artikelen liggen opgeslagen en zodoende bepaalt het systeem voor elke batch de meest optimale looproute voor de orderpickers.
Normaliter zou het algoritme mijn Google Home Mini geheel eigenstandig opnemen in een van de honderden batches die dagelijks worden gegenereerd. Maar dan zouden we het ding niet kunnen volgen, en dus wordt het warehouse management system speciaal voor dit artikel gemanipuleerd. We gaan een batch van één artikel maken: de Google Home Mini die spoedig in mijn bezit zal zijn.
18.59 uur
Maar eerst moet er worden besteld. Om zeven uur is de ‘aardappeldip’ – de tijdelijke terugval in het aantal bestellingen omdat Nederland aan tafel zit – voorbij en gaat het echte werk beginnen. Op mijn telefoon bestel ik binnen enkele klikken een Google Home Mini. Ik kies voor bezorgmoment ‘Morgen’.
Sommige artikelen worden handmatig ingepakt, andere volautomatisch.
19.00 uur
Nog geen minuut later: mail van bol.com. ‘We gaan direct aan de slag. Geniet van je dag.’ Knetemann legt uit dat dat betekent dat mijn betaalgegevens zijn goedgekeurd en ik geen bekende fraudeur ben. Chriqui: ‘Nu gaan we jouw bestelling uit het mandje halen.’
‘Moet je Igor nu niet gaan halen,’ informeert Knetemann voorzichtig.
‘Nee, de run is nog niet gebatcht.’
Juist.
Igor Savcenko is een orderpicker. Orderpickers zijn de werkbijen van het distributiecentrum. Zij halen de artikelen uit de schappen. Vorig jaar werkte ik voor een artikel in de Volkskrant zelf een tijdje als orderpicker in het andere, oudere, distributiecentrum van bol.com. Ik liep gemiddeld zo’n 20 tot 25 kilometer per dag. In dit distributiecentrum zijn die loopafstanden volgens Knetemann aanzienlijk teruggebracht. ‘Hier heeft iedere picker zijn eigen wijkie, misschien zeven à acht gangen, zodat hij niet steeds de hele hut door hoeft te lopen.’ Even later wordt Savcenko per portofoon opgeroepen. Een minuut later staat hij voor Chriqui’s bureau. Savcenko, piekerig haar, zwart T-shirt en dito fleecetrui, is aangesteld om mijn bestelling uit de schappen te halen. Chriqui doet iets op zijn computer en dan gaan we op weg. Knetemann en Savcenko voorop, Franssen en ik in hun voetspoor.
19.07 uur
Het distributiecentrum bestaat uit enorme hallen waar lopende banden kriskras door elkaar lopen. Op die lopende banden staan blauwe bakken – totes genaamd – die op weg zijn naar de inpakafdeling. Sommige artikelen worden handmatig ingepakt, andere volautomatisch. Naast de hallen bevinden zich zogeheten picktorens, verschillende verdiepingen met eindeloze gangen waarin de producten die bol.com verkoopt in identieke stellingkasten zijn opgeslagen. Daglicht is hier nergens te vinden. Knetemann gaat trap op, trap af, deur in, deur uit. Binnen enkele minuten kan ik me al niet meer oriënteren.
‘Weet jij waar we zijn,’ vraag ik aan Franssen.
Franssen: ‘Ik heb al zo vaak tegen Jaco gezegd dat het een goed idee zou zijn om blauwe voetjes op de grond te maken, zodat we niet verdwalen tijdens de rondleiding.’
Knetemann: ‘Die hebben we al lang, hoor, maar ik volg mijn eigen route.’
Wanneer we picktoren A binnengaan, is de pauze net afgelopen. Orderpickers stromen van alle kanten binnen. Dan begint Knetemanns portofoon te schetteren. ‘Please stop all picking in Tower A.’
O jee. Er loopt iets mis met mijn bestelling en aan de orderpickers het verzoek zich uit de voeten te maken. ‘Ga maar terug naar de kantine,’ roept Knetemann. Om te zorgen dat alleen Savcenko en niet iemand anders mijn bestelling uit de schappen haalt, heeft Chriqui de hele toren laten ontruimen.
Een op de drie jonge Letten woont inmiddels in het buitenland. Het zijn meestal wat hoger opgeleide mensen en hun vertrek zorgt thuis voor een enorme braindrain.
In de verlaten Picktoren A legt Savcenko uit waar zijn werk uit bestaat. Iedere orderpicker heeft een barcodescanner waarop een combinatie van cijfers en letters staat die naar één specifieke locatie verwijst, zeg Toren A, tweede verdieping, 95ste rij, kast Q, tweede plank, derde vak van links. Op die plek vind je dan een product, zeg een Philips staafmixer. Nadat je de streepjescode van de staafmixer hebt gescand, stop je het ding in een van die grote blauwe bakken – de zogeheten totes die we al op de lopende banden hebben zien rondbewegen – en vervolgens krijg je een nieuwe locatie op je scanner te zien. Dan loop je naar die plek, scant dat product… en zo verder. De hele dag door.
19.22 uur
Na koortsachtig overleg tussen Chriqui, Knetemann en Savcenko over de portofoon ontvangt Savcenko mijn bestelling op zijn handscanner. Hij bladert razendsnel door enkele menu’s en snelt dan met zijn tote door de gangen.Ik kan hem alleen halfjoggend bijhouden. Savcenko woont nu drie jaar in Nederland en werkt twee jaar bij bol.com. Hij is 26 en komt uit Letland. Hij is een van die honderdduizenden jonge Letten die hun land het laatste decennium hebben verlaten om hun geluk in West-Europa te beproeven.
Een op de drie jonge Letten woont inmiddels in het buitenland. Het zijn meestal wat hoger opgeleide mensen en hun vertrek zorgt thuis voor een enorme braindrain. Hier werken ze ver onder hun niveau. In Letland was Savcenko houthakker en deed hij allerhande andere ‘shitty jobs’. Hij piekert er niet over om terug te gaan naar Letland, waar hij geen enkel perspectief op een beter leven (lees hoger salaris) ziet.
19.24 uur
En daar ligt-ie dan, in vak 148 02 D0, tussen een fles shampoo, het behendigheidsspel Flying Kiwis, een zaklamp en een doos Zwitsal babydoekjes: één Google Home Mini. Savcenko haalt het ding uit het schap, scant de barcode, legt het doosje in de tote, rijdt de blauwe bak terug naar waar we vandaan kwamen en zet hem op de lopende band, de outgoing spur, waarna de bak binnen enkele seconden om de hoek en uit het zicht verdwijnt.
19.49 uur
We staan al dik een kwartier op mijn Google Home Mini te wachten bij de CartonWrap 1000, een volautomatische inpakmachine. Voor elk artikel maakt dit apparaat een verpakking precies op maat. Het is een vernuftig staaltje industrieel ontwerp waar ik eindeloos naar wil blijven kijken. Aan de linkerkant ligt een harmonica-achtige stapel blauw-wit bol.com-karton die gestaag door de machine wordt opgeslorpt. Halverwege, haaks op de machine, staat een lopende band waarop de in te pakken artikelen worden aangevoerd. En rechts komen keurige bol.com-pakjes met adresstickers en al uit het apparaat gerold.
Wederom lijkt er iets mis te gaan. Vanaf het moment dat Savcenko mijn Google Home Mini op de lopende band zette, zou het hooguit enkele tientallen meters oftewel een paar minuten reizen moeten zijn naar deze machine. Maar de Google Home Mini is in geen velden of wegen te bekennen.
‘Hij zit vast in de Stingray,’ mompelt Knetemann.
Is de CartonWrap1000 al indrukwekkend, de Stingray is de overtreffende trap in logistieke robotisering. De Stingray is het hart van het distributiecentrum, of een ‘tijdelijke parkeergarage voor multi-totes’, zoals Knetemann het twee verdiepingen hoge gevaarte omschrijft, dat zo uit The Matrix lijkt weggelopen. Van alle kanten voeren lopende banden de blauwe bakken vol artikelen aan. Sissende robotarmen schuiven de totes naar links en rechts, naar onder en boven. De Stingray heeft plaats voor 2500 totes, vertelt Knetemann. Het idee is dat als er verschillende bestellingen moeten worden samengevoegd of als er een hapering is in het systeem, de bakken in de Stingray worden vastgehouden. Zo ook de bak waarin mijn Google Home Mini zit.
Best place in de bol
Terug naar de CartonWrap1000. De inpakmachine wordt bediend door Lukasz Braszkiewicz (23) uit het Poolse Łódz. Het is zijn taak om de totes vol spulletjes uit te laden en de artikelen een voor een op de lopende band naar de inpakmachine te zetten. Braszkiewicz, die sinds januari voor bol.com werkt, laat er geen twijfel over bestaan: ‘Dis is ze best place in de bol.’ Hij moet hier stevig doorwerken, maar dat vindt hij juist fijn, want dan gaan de uren tenminste snel voorbij.
In Polen zijn de bazen veelal autoritair, maar hier heerst een fijne open sfeer.
Ik vraag hem wat van zijn werk vindt. ‘Alles is goed,’ zegt hij met een brede grijns. Is er niets dat wat minder is? Salaris? Woonruimte? ‘Nee.’ Niet één dingetje? ‘Nee.’ Naast me staat Knetemann te glimmen van trots.
Braszkiewicz reist elke dag per bus vanuit zijn Polenhotel in het Belgische Turnhout naar Waalwijk. Hij deelt een kamer met zijn vriendin. In Polen werkte hij als manager in een schoenenwinkel, hier staat hij aan de lopende band en verdient hij drie keer zoveel geld als thuis. In Polen zijn de bazen veelal autoritair, vertelt hij, maar hier heerst een fijne open sfeer. ‘In Polen zijn de mensen somber, hier is iedereen happy. Nobody makes stress.’ Bovendien komt bijna iedereen uit een ander land en dat verbroedert. ‘Het voelt als familie.’
Afgelopen Valentijnsdag heeft hij in Parijs, boven op die ijzeren toren, kom hoe heet het nou ook alweer, zijn vriendin ten huwelijk gevraagd. Ja, op zijn knieën, uiteraard. En dan moet ik ook nog bedenken dat hij hoogtevrees heeft. Godzijdank zei ze ja. In juni gaan ze trouwen. En nu voelt hij zich zo’n lucky guy. Want hij gaat én met het meisje van zijn dromen trouwen én hij verdient geld als water zodat hij de bruiloft ook kan betalen. Dat doen zijn vrienden die in Polen zijn achtergebleven hem niet na.
En dan, om 11 minuten voor 8, arriveert de tote met mijn bestelling. Braszkiewicz legt mijn Google Home Mini op de lopende band en nog geen 30 seconden later heeft het ding een nauwsluitend blauw-wit bol.com kartonnen jasje en is het pakketje voorzien van een etiket met mijn adres. Vanuit de inpakmachine ploft het op de volgende lopende band, op weg naar het depot van PostNL op de begane grond.
Ik neem afscheid van Franssen en Knetemann. Die laatste reflecteert nog even op de toekomst. Terwijl dit distributiecentrum nog maar net een jaar in bedrijf is, verrijst in het belendende weiland alweer een volgend nieuw bol.com-distributiecentrum. Robotisering zal daar nog verder worden doorgevoerd, maar, zo benadrukt Knetemann, dat zal niet ten koste gaan van de werkgelegenheid. Het bedrijf zal weliswaar met veel minder mensen toekunnen dan in de andere twee distributiecentra, maar er zijn nog steeds mensen nodig. ‘We kunnen veel automatiseren, maar we blijven toch nog steeds een stukje mens nodig hebben.’
20.13 uur
We hebben wederom moeten ingrijpen in de reis van mijn pakketje, want als we het vanaf de inpakmachine over de lopende band hadden laten lopen, was het een minuut later al bij PostNL geweest. Het bol.com-deel van het distributiecentrum bevindt zich op de bovenste verdiepingen van het gebouw. Op de begane grond heeft PostNL zijn eigen depot ingericht. Dat is uniek. Naast de 23 pakketsorteercentra die PostNL in Nederland heeft, is er één speciaal ingericht voor dit bedrijf. Bol.com is dan ook een van de grootste klanten van PostNL.
Door een gat in het plafond lopen vier lopende banden met bol.com-pakketten naar beneden. ‘Pakjes vanuit de hemel’, zo noemt Theo van der Wegen, senior procesmanager pakketten, dat. Van der Wegen uit Rozendaal is al 39 jaar in dienst bij de post. Hij is begonnen als postbode en heeft zich via ‘brieven’ opgewerkt naar ‘pakketten.’ Als de pakketten uit de hemel zijn afgedaald, ploffen ze op een soort enorme carrousel. De postcodes worden gescand en dan vallen de pakketjes in verschillende ‘goten’ die corresponderen met bestemmingen in het land. Onder aan de goten staan de postsorteerders. Van der Wegen belt Knetemann, die boven nog staat te wachten met mijn pakje. Dan legt Knetemann het pakje voorzichtig op de band en zien we het binnen enkele tellen verschijnen en op de enorme carrousel belanden.
20.30 uur
Ook bij PostNL is de komst van mijn Google Home Mini goed voorbereid. Van der Wegen troont me mee naar goot 124, waar de pakketjes voor Amsterdam en omstreken naar beneden komen glijden. Net als bij bol.com wordt het handwerk hier grotendeels gedaan door arbeidsmigranten. Geen van de sorteerders is in dienst van PostNL, iedereen werkt hier voor Tempo Team Outsourcing.
‘Wij doen de coördinatie, zij de sortering,’ zegt Van der Wegen. Of in de woorden van PostNL-persvoorlichtster Tahira Limon: ‘We hebben het sorteren ontzorgd.’ Het betreft hier overigens een tamelijk omstreden constructie, waartegen de FNV een rechtszaak heeft aangespannen. Tempo Team Outsourcing is volgens PostNL en Tempo Team-eigenaar Randstad geen uitzendbureau, maar een onderaannemer. Dat stelt het bedrijf volgens de FNV in staat werknemers minder te betalen dat de uitzend-cao voorschrijft. Limon zegt dat los van die rechtszaak PostNL en Tempo Team in de loop van dit jaar met die constructie gaan stoppen.
Ik vraag hem wat het gekste is dat hij hier ooit heeft meegemaakt. ‘We maken hier nooit iets geks mee.’
Maar goed, ontzorgen dus. Daarvoor draagt teamleider Erik Breski (33) zorg. Breski is een Pool die al twaalf jaar in Waalwijk woont. Hij spreekt vlekkeloos Nederlands, maar heeft vandaag niet heel veel zin in een praatje. Ik krijg slechts met moeite een paar woorden uit hem.
20.37 uur
Mijn pakketje wordt gesorteerd door Justyna Strzadala (23) uit Polen die geen woord Engels of Nederlands spreekt. Met handen en voeten en vertaalhulp van Breski maakt ze duidelijk dat ze acht maanden geleden, samen met haar vriendje, die in een slachterij werkt, in Nederland is gearriveerd. Ze werkt elke dag van 17.30 tot 3.30 uur. Die nachtdiensten vindt ze eigenlijk wel fijn, want – het wordt ondertussen een bekend refrein – dan krijgt ze meer betaald.
Het sorteren is niet al te moeilijk, zegt ze. Je moet naar de postcode kijken en op basis van de eerste twee cijfers leg je het pakketje in een van zeven rolcontainers die om je werkplek staan. Tot de rolcontainers vol zijn en dan pak je nieuwe.
Als mijn pakketje in de rolcontainer voor Amsterdam zit, is het voorlopig klaar. Pas ver na middernacht zal er weer iets gaan gebeuren in het depot – door iedereen hier uitgesproken als dep-po. Ik maak nog een rondje door het gebouw met Van der Wegen. Ik vraag hem wat het gekste is dat hij hier ooit heeft meegemaakt. ‘We maken hier nooit iets geks mee.’ Even later: ‘We hebben hier ooit een zwaluw gehad. Een boerenzwaluw, mooi beestje, hoor. Die bleef hier weken rondvliegen.’
23.38 uur
Mail van bol.com. ‘Beste Jeroen, Je bestelde artikelen zijn meegegeven aan de bezorgdienst.’ Wat krijgen we nou? Omdat PostNL niet wil dat ik in het depot blijf rondhangen tot er weer iets met mijn pakketje gebeurt, zit ik te wachten in een kamertje dat de mensen van bol.com ter beschikking hebben gesteld. Vertwijfeld vraag ik me af of mijn pakje nu toch niet per abuis al op weg naar Amsterdam is.
‘Het klinkt misschien kinderachtig, maar we kunnen niet hebben dat de chauffeurs door het lean proces gaan lopen.’
01.00 uur
Voor de medewerkers van bol.com zit het werk erop. Langzaam stroomt het pand leeg. Bij de uitgang klinken vrolijke stemmen. Ik hoor Portugees, Pools, Arabisch, Spaans en een enkel woordje Nederlands.
2.21 uur
Ik sta bij Dock 133 te wachten op de vrachtwagenchauffeur die de container met mijn pakketje naar het sorteercentrum in Duivendrecht zal brengen. Naast me staat procesmanager pakketten Conny Zweistra (58), voor ons staan de 41 rolcontainers die naar Amsterdam moeten. Ze staan keurig binnen een met groene strepen afgetekend vak. Verderop staan gele en rode lijnen. ‘We werken hier met lean,’ vertelt Zweistra als ze me naar de gekleurde lijntjes ziet kijken.
‘Lean?’
‘Ja, je weet wel. Met één flow. Lekker eenduidig.’
Ah zo.
De rode lijn markeert het gebied waar de vrachtwagenchauffeurs niet voorbij mogen komen. ‘Ja, dat klinkt misschien kinderachtig, maar we kunnen niet hebben dat ze door het lean proces gaan lopen.’
2.31 uur
Vrachtwagenchauffeur Klaas de Boer arriveert en parkeert zijn oplegger voor Dock 133. Binnen acht minuten heeft hij de vrachtwagen volgeladen.
2.49 uur
Ik klim bij De Boer in de cabine en we vertrekken. Ook de 57-jarige De Boer is een oudgediende van PostNL. Hij was twintig toen hij begon bij de post, ‘toen nog als ambtenaar, hè’. De Boer is vandaag al ‘elf uurtjes’ onderweg. Zijn werkdag ving aan in Zaandam, daarna Halfweg, Amsterdam-Duivendrecht, Den Bosch en nu weer Amsterdam. De Boer heeft de afgelopen twee maanden onafgebroken in de nachtdienst gewerkt. Vindt hij overigens prima. Het grootste voordeel? ‘De wekker gaat niet.’ Zijn dag ziet er als volgt uit: hij slaapt tot één uur ’s middags, doet een boodschapje en gaat aan het eind van de middag naar zijn werk. Dan werkt hij tot vijf uur ’s ochtends en ligt om zes uur in zijn bed.
‘Kijk, hier doe je het voor,’ verzucht De Boer. ‘Heerlijk toch, zo’n lege snelweg.’
De Boer is – momenteel – alleenstaand en heeft geen kinderen. Met een gezin zou dit werk wel moeilijk worden, ja. Verjaardagen, daar kan hij nooit bij zijn. Een glaasje drinken gaat ook niet, terwijl hij wel houdt van ‘het goede leven’. Desalniettemin heeft hij over zijn werkgever niks te klagen. ‘Het is heel simpel: als je niet vecht of steelt, heb je geen problemen. Je baas uitschelden… dan zeg je sorry, en het is weer oké. Precies andersom als met je vriendin, zeg maar.’
We rijden over de A59 naar het westen. De snelweg is aardedonker, in de verre omtrek is geen medeweggebruiker te bekennen. ‘Kijk, hier doe je het voor,’ verzucht De Boer. ‘Heerlijk toch, zo’n lege snelweg.’
Zo nu en dan worden we met hoge snelheid ingehaald door een BMW of Audi. De Boer daarentegen gaat geen kilometer sneller dan de voorgeschreven 80 km/uur. Bij Raamsdonkerveer draaien we de A27 op. Even later komt er een konvooi met zwaailichten voorbij. ‘De wieken van een windmolen,’ ziet De Boer al van verre. ‘Het zijn altijd windmolens of chalets die ze met die grote opleggers vervoeren.’
Eén keer heeft hij iets echt engs meegemaakt. Bij Amsterdam-Sloterdijk kwam een spookrijder op hem af die hij maar ternauwernood wist te ontwijken. Onmiddellijk belde hij met 112 ‘en een minuut later was het al op de radio’.
4.15 uur
De Boer parkeert de achterkant van zijn vrachtauto voor Dock 8 van het PostNL-pakkettensorteercentrum in Duivendrecht. We worden welkom geheten door manager Rutger Driessen (34), een man die een en al vriendelijkheid uitstraalt, alle chauffeurs bij naam kent en door werkelijk iedereen enthousiast wordt begroet. De Boer laadt de rolcontainers in elf minuten uit en zoekt dan zijn bed op.
6.30 uur
Na een paar stille uurtjes komt het depot rond zessen weer tot leven. Ook hier werkt PostNL weer met de omstreden constructie waarbij het eigenlijke werk wordt gedaan door werknemers van Tempo Team Outsourcing, in dit geval door ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’. Driessen verwacht vandaag zo’n veertigduizend pakketten. Het depot van Duivendrecht lijkt sprekend op dat van Waalwijk. Driessen: ‘Als je er één gezien hebt, heb je ze allemaal gezien.’
6.57 uur
Sorteerster Mon mon Aye pakt de rolcontainer uit Waalwijk waar mijn pakketje in zit. Terwijl ze pakjes op de lopende band legt, vertelt ze dat ze tweeënhalf jaar geleden uit Myanmar is gevlucht. Daar was ze boekhouder. Ooit hoopt ze weer als zodanig aan het werk te gaan.
Het enige dat Mon mon Aye hoeft te doen, is pakketjes op de lopende band leggen. Vervolgens worden die volautomatisch gesorteerd naar verschillende ‘routes’. Dit deel van Amsterdam kent 190 van die routes. Gedurende de dag halen de pakketbezorgers met hun busjes in verschillende ‘shifts’ de pakketten voor die routes op om ze vervolgens te bezorgen.
We moeten vijf – loodzware – wasbakken afleveren. ‘Wat ze met die dingen doen… ik weet het niet, maar dit is al de derde keer deze maand dat ze wasbakken nodig hebben.’
7.45 uur
Pakketbezorger Aryan de Wit heeft de pakketjes die hij vandaag moet bezorgen in het gebied tussen Damrak en Oudezijds Voorburgwal ingeladen. Met een tiental andere pakketbezorgers drinkt De Wit in de kantine een kopje koffie. Er ligt een lijst met de al dan niet gehaalde targets van de vorige dag op tafel. Niemand lijkt het document serieus te nemen.
De Wit is een tengere man. Zijn hoofd verdwijnt onder een zwarte baseballpet die hij tot over zijn oren heeft getrokken. De Wit is ook een lenige man, soepeltjes springt hij tientallen malen per dag in en uit zijn busje dat vol ligt met pakketten. Er staan vandaag 121 stops op het programma. Tijdens het ritje van Duivendrecht naar het centrum van Amsterdam vertelt De Wit welke banen en baantjes hij zoal heeft gehad in zijn loopbaan: vrachtwagenchauffeur, hovenier, havenmeester, begraafplaatsbeheerder, boomverzorger… het duizelt me al snel.
Rond half negen arriveren we bij Tours & Tickets op Damrak 10, de eerste stop van vandaag. Rond dit tijdstip staat het trottoir vanaf het Centraal Station tot aan De Dam vol met vrachtwagens en busjes. De Wit scant het pakketje voor Tours & Tickets, maar stapt niet uit. ‘Ze zijn er toch nooit rond deze tijd. Ik rij straks nog wel een keer langs.’ Hij heeft gelijk: het eerste uur treffen we zegge en schrijve twee keer iemand thuis. Pas als we voorbij de Dam zijn en bij het Rho Hotel aanbellen, krijgen we iets te doen. We moeten vijf – loodzware – wasbakken afleveren. ‘Wat ze met die dingen doen… ik weet het niet, maar dit is al de derde keer deze maand dat ze wasbakken nodig hebben.’
Bij een studentenhuis van AVSV – de vrouwenafdeling van het corps – in de Warmoesstraat drukt De Wit enkele malen op alle vijf de bellen tegelijk. En waar hij bij andere adressen na dertig seconden verder gaat, blijft hij hier rustig staan wachten. ‘Je weet nooit wie hier opendoet,’ zegt hij met een veelbetekenende knipoog. Na vijf minuten wachten gaat de deur opeens open. Een meisje met oordopjes in kijkt De Wit verdwaasd aan. ‘Hey postbode! En met zijn tweeën zelfs. Nou, leuk hoor.’
9.30 uur
De Wit kent de buurt als zijn broekzak. Hij weet precies wie er nooit thuis is en wie er altijd een pakketje voor een ander kan aannemen. Hij weet welke buren ruzie met elkaar hebben en wie dikke vrienden zijn. Onderweg wordt hij voortdurend gegroet of aangesproken: ‘Postbode! Heb je een pakje voor me?’ Als De Wit de groeter kent, is hij nooit te beroerd om te kijken of er inderdaad iets in zijn wagen ligt.
Bij het Oudekerksplein komen we vast te zitten in het verkeer. De Wit parkeert zijn bus op de stoep en gaat te voet verder met een steekkarretje. Moet hij ook wel eens bezorgen bij de vrouwen die hier achter de ramen zitten? ‘Ik moest op een warme dag een keertje twee heel zware pakketten bezorgen. Vraagt zo’n dame of ik ze naar boven wil brengen, naar de tweede verdieping. Oké, vooruit dan. Kom ik zwetend, met een rode kop naar buiten, staat daar net zo’n gids met een groep toeristen voor de deur. Die stonden me wel effe raar aan te kijken.’
De deur zwaait open en voor ons staat een vrouw met indrukwekkende krullen in een weinig verhullende negligé. ‘Da’s meestal prijs hier,’ zegt De Wit.
11.30 uur
Van alle mensen die de afgelopen uren mijn bestelling hebben bepoteld, heeft De Wit, vind ik, veruit de leukste baan. Afgezien van een enkele norse baliemedewerker van een hotel op het Damrak is werkelijk iedereen blij om De Wit te zien. We bezorgen bij coffeeshops, smartshops, toeristenwinkels, cafés, bakkerijen, hotels… en alhoewel ik al twintig jaar een kantoortje huur in deze buurt, ontdek ik vandaag dankzij De Wit allerlei nieuwe hofjes, stegen en winkels.
Aan het begin van de Oudezijds Voorburgwal zegt De Wit terwijl hij op de bel drukt: ‘Nou moet je effe opletten.’ Gestommel op de gang. De deur zwaait open en voor ons staat een vrouw met indrukwekkende krullen in een weinig verhullende negligé. ‘Da’s meestal prijs hier,’ zegt De Wit nadat de vrouw het pakketje in ontvangst heeft genomen en de deur weer heeft gesloten.
13.25 uur
En dan is het eindelijk zover. Precies 18 uur en 26 minuten nadat ik mijn Google Home Mini heb besteld, arriveren we bij mijn werkadres op de Oudezijds Voorburgwal. Aanbellen hoeft niet. De Wit pakt het bol.com-pakje uit de bus, scant het en overhandigt mij de bestelling.
Naschrift
Na twee weken besluit ik dat ik eigenlijk helemaal geen behoefte heb aan een pratende assistent. Op een woensdag meld ik mijn Google Home Mini als retour aan bij bol.com en breng hem dezelfde ochtend naar de dichtstbijzijnde Primera-vestiging. Een dag later meldt bol.com: ‘Goed nieuws, retour ontvangen’ en drie dagen later staat het aankoopbedrag op mijn rekening.
Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
De vorm van dit verhaal is geïnspireerd op ‘De kippenmoord’ van Gerard van Westerloo, dat in 2006 verscheen in NRC Handelsblad.



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.