Frederik Baas heeft een originele vorm bedacht voor zijn tweede ‘literaire thriller’. Een bijna achterlijke jongen, die ook nog kampt met een gebrekkig geheugen, maar (voor het verhaal gelukkig) in het bezit is van een rijbewijs, zit in een verhoorkamer bij de recherche. De rechercheur droeg hem op zijn verhaal in steekwoorden te vertellen. Die jongen is een braverik, dus doet hij dat. Op die manier, via die ‘handgeschreven’ trefwoorden, trekt het gebeurde voorbij. Zo begint Herberekening. Origineel, maar tijdens lezing blijkt het verhaal wel érg zwaar te leunen op dit vertelprocédé. Het verhaal is daarentegen nogal mager: die jongen komt een oud-klasgenote tegen die hem vraagt even te wachten bij haar stationair draaiende auto, terwijl ze een gebouw in is om iets te regelen. Dat riekt louche, begrijpt de lezer, maar de hoofdpersoon vanzelf niet. Die luistert gedwee naar de aanwijzingen van de vrouwenstem op het navigatiesysteem en gaat eropuit met de auto. Die brengt hem eerst naar een haven, daarna naar Vlaanderen en op een gegeven ogenblik vervoert hij wapens. En ja, zoiets gaat vroeger of later mis. Spannend wil het maar niet worden in Herberekening en misschien ligt dat eraan dat de hoofdpersoon ‘eigenlijk ook een slachtoffer is’ – Baas blijft een softe misdaadschrijver. Terwijl je met een vleugje Kwaad en dubbelzinnigheid betere crime krijgt. (Jeroen Vullings)

Dagboek uit de rivier (2017)