Dat we in een moderne politieroman woorden en uitdrukkingen als japon, complet, droogstoppels en ‘Barst, kerel’ aantreffen, is bijna om te lachen. Net als ‘opleidingsschool’, ‘dat notarisvriendje van mij’, Financieel (zonder e) Dagblad, en het feit dat iemand op de ene pagina met u en op de volgende met jij wordt aangesproken. Doen we dat af met een slechte eindredactie, dan nog kan deze auteur niet in de schaduw van Baantjer staan. Een mager verhaal over twee hoge ambtenaren die stiekem dezelfde seksclub bezoeken. Van der Heijden verzint er een grote fraudezaak en een gifkast bij, plus een rode draad over een pokerspeler die zijn schulden afdekt met afpersingsgelden. Aan de Arnhemse inspecteur Van Muylwijk om de puzzel te leggen. Daar heeft hij de grootste problemen mee. Hij vraagt zich dan ook af ‘wat een superspeurder als de Oxfordse Inspector Lewis nu zou doen’. (AR)