Het verleden leert dat mensen in opstand komen als ze het gevoel hebben dat ze er niet toe doen. Zo was de Franse Revolutie volgens de Duitse filosoof Hegel (1770-1831) het gevolg van de zoektocht naar erkenning door de Franse bevolking.
Ook nu komen allerlei groepen in de samenleving in opstand in hun zoektocht naar erkenning. De afgelopen jaren hebben er (economische) veranderingen plaatsgevonden die van grote invloed zijn geweest op onze maatschappij. De globalisering is toegenomen, immigratie is in een stroomversnelling geraakt, er is meer ongelijkheid, de soevereiniteit van EU-lidstaten is afgenomen en ook het medialandschap is veranderd.
Als gevolg hiervan herkennen mensen zich niet langer in het land waar ze wonen en zijn ze hun sociale onderdak kwijt. Dit resulteert in frustratie over het heden en een verlangen naar ‘de tijd van toen’. De slachtoffers van deze ontwikkelingen voelen zich niet erkend en zijn in een strijd om hun identiteit verwikkeld.
De in-group
De sociale identiteitstheorie stelt dat een (sociale) identiteit het gevolg is van het bewustzijn van iemand dat hij of zij tot een bepaalde sociale categorie of groep behoort. Deze groep bestaat uit eensgezinde mensen, elk met vergelijkbaar ‘zelf’ en overeenkomstige sociale identificaties. De leden van een bepaalde categorie worden gezien als gelijken en gezamenlijk vormen ze de in-group. Er is een sterke onderlinge band en de groep vindt zichzelf superieur. Er is dus sprake van collectief narcisme.
Wanneer iemand wordt ‘toegelaten’ tot een in-group neemt het zelfvertrouwen van die persoon toe en wordt die positiever over deze groep gelijkgestemden. De groepsleden koesteren wrok jegens de mensen die van hen verschillen, de out-group.
Als gevolg van de onderlinge band en de afkeer tegen anderen, worden de standpunten homogener en uitgesprokener. Het categoriseren van mensen in een van deze groepen gebeurt op basis van factoren als afkomst, geslacht, religie, taal en cultuur.
Tegenstem
Als we het gevoel hebben dat onze identiteit onder druk staat, worden we pessimistisch over de toekomst en ervaren we onzekerheid en angst. Juist dan zoeken we aansluiting bij gelijken, want samen sta je sterker. Hierdoor ontstaan er steeds meer in-groups. Als gevolg van deze groepsvorming en de stijgende onderlinge spanning neemt de polarisatie binnen de samenleving toe.
De in-group geeft de out-group de schuld van de situatie waarin ze zich bevindt en van het gevoel van onvrede dat hun leven overheerst. Hierdoor ontstaat een samenleving waarin ‘vijanden’ centraal staan.
De strijd tussen de in-group en de out-group speelt tijdens verkiezingen een belangrijke rol, omdat mensen hun beslissingen baseren op de ontwikkeling van zichzelf of de in-group ten opzichte van anderen. Onze relatieve situatie vinden we belangrijker dan de objectieve verandering.
Een stem op een populist is in veel gevallen niet gebaseerd op een onderliggende ideologie, maar een manier om onvrede over politiek beleid kenbaar te maken. Het is een tegenstem. De groepen binnen de samenleving die zich niet erkend voelen komen in opstand en doen dit door op populisten te stemmen.
Status quo
In het verleden vormden de arbeiders de kern van onze economie, maar tegenwoordig heeft de productie in het Westen op grote schaal plaatsgemaakt voor geïmporteerde producten uit lagelonenlanden. Westerse landen hebben de overstap gemaakt van maakeconomie naar denkeconomie en arbeiders zijn het slachtoffer van deze ontwikkeling. Als gevolg van de toename in immigratie en robotisering neemt de concurrentie voor het beperkte aantal traditionele banen ook nog eens toe. Hier komt nog bij dat zij de samenleving in rap tempo zien veranderen en daardoor het gevoel hebben dat hun cultuur en identiteit bedreigd worden. De strijd om identiteit zie je terug in het stemgedrag.
De intense wens van mensen om de status quo te behouden en hun identiteit veilig te stellen zijn van groot politiek belang en de strijd om identiteit vormt de sleutel voor populistisch succes.
Zo werd de overwinning van Trump in 2016 mede verklaard door het stemgedrag van de witte Amerikaan, die de ‘superioriteit’ van zijn in-group ‘bedreigd’ zag door andere groepen binnen de samenleving. De intense wens van mensen om de status quo te behouden en hun identiteit veilig te stellen zijn van groot politiek belang en de strijd om identiteit vormt de sleutel voor populistisch succes.
Politiek dakloos
Maar waarom stemmen ontevreden en pessimistische verliezers van deze economische ontwikkelingen op populistische partijen en niet op de linkse partijen die zich van oudsher voor hen inzetten, zoals de Partij van de Arbeid in Nederland?
Hier is een aantal verklaringen voor. Allereerst zijn deze traditionele (arbeiders)partijen juist degenen die het beleid de afgelopen decennia (deels) hebben bepaald. Deze partijen zijn niet de oplossing gebleken maar juist deel van het probleem. Ze hebben hun kans gehad maar hebben het vertrouwen beschaamd en dus is het tijd voor een frisse wind in het politieke landschap.
De populisten hebben geen of slechts een beperkte rol gespeeld in de totstandkoming van veranderingen, maar maken er wel gebruik van. Door allerlei verkiezingsbeloftes die gericht zijn op erkenning en identiteit, slagen ze erin om het stemgedrag te beïnvloeden. In hun politieke boodschap ligt de nadruk op polarisatie en het stimuleren van het gevoel van ressentiment. Populisten aarzelen niet om de out-group een bepaald etiket op te plakken.
Daarnaast is de doelgroep van linkse partijen veranderd. Waar klassieke linkse partijen zich van oudsher inzetten voor de middenklasse ligt de nadruk van deze partijen tegenwoordig meer op de out-group. Ze hebben duidelijk een kant gekozen in de gepolariseerde samenleving. Als gevolg van de steun voor de out-group werd de PvdA gekscherend de Partij voor de Allochtonen genoemd.
De mensen uit de in-group voelen geen verbinding meer met de partijen waar zij in het verleden op stemden. Ze zijn ‘politiek dakloos’ geworden. De boodschap van de rechtse populisten is juist gericht op dát deel van het electoraat. Waar de scheiding tussen linkse en rechtse partijen in het verleden op basis van ideologie werd gemaakt, gebeurt dat tegenwoordig aan de hand van immigratie en de strijd om identiteit.
Tot slot wordt ons stemgedrag beïnvloed door een groter belang. Mensen kunnen op een politicus stemmen die hun individuele situatie zal verslechteren, maar een positieve invloed heeft op het algemeen belang. Kiezers zijn bereid persoonlijke verliezen te accepteren, zolang de in-group er in de toekomst ten opzichte van de out-group maar op vooruit gaat. Onze relatieve situatie en ressentiment spelen dus een doorslaggevende rol in ons stemgedrag.
De gevolgen van de populistische jacht op de middenklasse
Voor mijn boek heb ik onderzocht wat de gevolgen van de populistische jacht op de middenklasse zijn. Ik ben tot de volgende bevindingen gekomen:
-
Een deel van de populisten respecteert democratische grondbeginselen en criteria niet
Door het verspreiden van een sterk polariserende boodschap riskeren populisten de samenleving op dusdanige wijze te ontwrichten dat het democratisch systeem niet langer kan functioneren. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat een derde van de populisten aan democratische grondbeginselen tornt en stappen richting een autocratisch regime zet.
Er zijn zowel linkse als rechtse populisten waar dit voor geldt. Onder het bewind van deze populisten worden aanpassingen aan de grondwet doorgevoerd en verdwijnen vrije en eerlijke verkiezingen, wat onder andere wordt gerealiseerd door het onderdrukken van oppositiepartijen en het uitbannen van de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van media verdwijnt. Al deze veranderingen kunnen worden doorgevoerd omdat de scheiding der machten niet langer wordt gerespecteerd. Deze veranderingen zijn volgens de populisten noodzakelijk omdat de huidige inrichting van de democratie er voor zorgt dat ze niet het beleid kunnen voeren dat het volk ten goede komt, omdat ‘de elite’ wordt beschermd.
Het verleden leert dat de combinatie van een autocratisch regime en extreme polarisatie tussen de in-group en de out-group desastreuze gevolgen met zich meebrengt.
-
Het fiscaal beleid is gericht op economische groei op de korte termijn en nationalisme krijgt de voorkeur boven globalisering
De afgelopen decennia heeft globalisering centraal gestaan in het economisch beleid. Politieke leiders hebben internationale samenwerking hoog op de politieke agenda staan en bouwen bruggen in plaats van muren. Zowel de linkse als de rechtse populisten breken met deze trend. Voor hen staat het volk op één en nationalisme heeft in hun beleid de overhand.
Economen zijn het erover eens dat internationale handel de macro-economische groei stimuleert, maar populisten trekken zich hier weinig van aan. Een tweede aspect van globalisering waar zowel linkse als rechtse populisten tegen in opstand komen is de afname van soevereiniteit van landen. Het soevereiniteitsgevoel speelt een cruciale rol in de strijd om identiteit.
Volgens economen leidt verdere integratie tot meer economische groei, maar ook nu slaan populisten deze wetenschappelijk onderbouwde adviezen in de wind. De populisten bestempelen ‘Brussel’ als de grote boze wolf en proberen om de soevereiniteit van lidstaten juist de vergroten. De brexit, het eer-referendum in Zwitserland en de roep om nexit en italeave zijn hier voorbeelden van.
-
De sociaaleconomische ontwikkeling van de samenleving is belangrijker dan de macro-economische groei
Populisten hechten meer waarde aan de sociaaleconomische ontwikkeling in een land dan aan de macro-economische groei. Het fiscale beleid is mede gericht op sociaaleconomische factoren. Zo verlagen populisten armoede en inkomensongelijkheid in de samenleving. De linkse populisten verhogen de overheidsuitgaven, en rechtse populisten richten de uitgaven anders in door bijvoorbeeld minder te besteden aan ontwikkelingssamenwerking, immigratie en Europa en meer aan bijvoorbeeld de zorg en ‘blauw op straat’.
De toekomst van de populistische jacht op de middenklasse
Door recente (economische) ontwikkelingen is een deel van de samenleving in een strijd om hun identiteit verwikkeld. Populisten hebben niet per se bijgedragen aan die ontwikkelingen, maar ze maken er wel degelijk gebruik van. Ze vergroten onderlinge tegenstellingen en in hun polariserende boodschap speelt ressentiment een belangrijke rol.
Het doel is om de strijd tussen de in-group en de out-group te vergroten, en dat is gelukt. In het hedendaagse debat wordt iedereen in hokjes geplaatst en hierop afgerekend. Zolang dit hokjesdenken blijft bestaan en we er niet in slagen om de polarisatie te verminderen, brengt dat sociale en politieke gevolgen met zich mee.
We moeten proberen een samenleving te formeren waarin ‘ons’ centraal staat. Daarbij moeten we onder ogen zien dat er grote onvrede is binnen een deel van het electoraat. Dat is per slot van rekening de reden om op een populist te stemmen. Het is een tegenstem en een manier om in opstand te komen.
De populistische opmars kan alleen worden gestopt als we de strijd om identiteit onder ogen zien en mensen de erkenning en waardering geven die ze verdienen. In de huidige samenleving heeft niet iedereen gelijke kansen en hetzelfde toekomstperspectief en zolang dit niet verandert zullen polarisatie en druk op de democratie blijven bestaan. Een democratie werkt alleen als iedereen zich gelijkwaardig voelt en pas als we er in slagen om die gelijkwaardigheid te garanderen zal het populisme een halt worden toegeroepen.
Christiaan Ruijgrok, De strijd om identiteit. De gevolgen van de populistische jacht op de middenklasse, verschijnt op 11 maart bij uitgeverij De Geus.
Christiaan Ruijgrok (1990) behaalde zijn master in Financial Management aan Nyenrode Business Universiteit onderzoekt voor een grote Nederlandse bank de gevolgen van geopolitieke ontwikkelingen, waarbij het beleid van populisten en de financiële gevolgen daarvan geregeld aan de orde komen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.