In het rumoer over racistisch politiegeweld in de Verenigde Staten en de daarop volgende demonstraties in Amsterdam en andere steden, werd hier en daar op de sociale media een bijna vergeten voorval uit 2007 opgediept: de rechterlijke uitspraak dat Mark Rutte in 2003 als staatssecretaris van Sociale Zaken de gemeenten tot discriminatie had aangezet.

In dat jaar adviseerde Rutte de gemeenten om Somalische migranten in kaart te brengen en extra te controleren op fraude met de uitkeringen. De zaak was aangespannen door een man van Somalische afkomst die op straat op grond van zijn uiterlijk door de politie was aangehouden, waarna zijn uitkering was stopgezet.

In reactie op de uitspraak zei Rutte, inmiddels fractievoorzitter van de VVD, dat de gemeenten gericht onderzoek naar fraude onder bevolkingsgroepen moesten kunnen doen. ‘Blijkbaar is dat nu wettelijk gezien niet mogelijk. Het is hoog tijd om de wet te veranderen.’

heksenjacht

Niet lang nadat Rutte premier was geworden, begon de Belastingdienst de jacht op mogelijke fraude met de kinderopvangtoeslagen, waarvan de gevolgen inmiddels bekend zijn: de levens van tienduizenden mensen werden systematisch de vernieling in geholpen, door de tunnelvisie van betrokken ambtenaren ontstond er een heksenjacht waarvan vooral mensen met een migratieachtergrond de dupe werden.

Na onvermoeibaar graafwerk van de Kamerleden Pieter Omtzigt en Renske Leijten en de journalisten Pieter Klein en Jan Kleinnijenhuis bekende de Belastingdienst afgelopen maand dat het hebben van een tweede nationaliteit in 11.000 gevallen was gebruikt als selectiecriterium om fraude op te sporen, gevolgd door het zwakke verweer dat er strikt genomen van racisme geen spraken was, want ook Belgen en Duitsers waren in de bestanden meegenomen.

Het was een hele bekentenis voor Rutte, die jarenlang had geweigerd zich uit te spreken over de zwaar omstreden Zwarte Piet-traditie.

Maar in de praktijk kwam het erop neer dat vooral mensen die tot voor kort als ‘niet westerse allochtonen’ werden aangeduid, door de Belastingdienst door de mangel waren gehaald. Zo sloop etnisch profileren het overheidshandelen binnen.

normeren

Dus toen Mark Rutte van de week tijdens zijn persconferentie toegaf dat ook in Nederland ‘systemische problemen’ rond racisme bestaan (institutioneel racisme wilde hij het niet noemen want hij houdt niet zo van het ‘sociologenjargon’), kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat hij het ook over zichzelf had. Het was een hele bekentenis voor een man die jarenlang had geweigerd zich uit te spreken over de zwaar omstreden Zwarte Piet-traditie en het bijbehorende onverholen racisme, zelfs toen pro-Piet-activisten snelwegen blokkeerden.

‘De beelden vanuit de Verenigde Staten zijn heel heftig,’ sprak de premier. ‘Wat daar gebeurd is, is onacceptabel. Niet alleen in de VS hebben mensen het gevoel niet volledig mee te tellen, dat ze niet volledig toegang hebben tot de droom die een land collectief probeert waar te maken. Ook hier is racisme, ook hier is discriminatie. Dat mensen daartegen in actie komen, snap ik 1000 procent.’

Zo moeilijk kan het niet zijn om met het kabinet de koppen bij elkaar te steken en een taskforce in te stellen.

En: ‘Ook mensen in Nederland maken mee dat zij niet worden beoordeeld op hun toekomst, maar op hun verleden. Mensen die niet als individu worden aangesproken, maar op de groep waar ze uit voortkomen.’ De premier kwam alleen niet met concrete maatregelen: ‘Een actieplan werkt niet. Ik kan normeren. En ik normeer hier: dit land accepteert dit niet.’

Waarna er al spoedig weer een vraag kwam over de vakantie.

taskforce

Na afloop dacht ik: goed genormeerd, die net heeft toegegeven dat ook in Nederland ‘systemische problemen’ rond racisme bestaan, wel volstaan met een volstrekt vrijblijvende oproep en de vaststelling dat een actieplan niet werkt?

Tijdens het Kamerdebat een dag later bekende Rutte dat hij persoonlijk anders was gaan denken over Zwarte Piet, maar concrete ideeën over het aanpakken van wat hij ‘systemisch’ racisme noemt bleven uit.

Het is nogal wiedes dat discriminatie en vooroordelen in de samenleving niet zomaar op te lossen zijn met een pakket maatregelen. Maar dat ligt anders bij het overheidshandelen: als de staat, met al haar overwicht, zich jarenlang schuldig maakt aan systematische discriminatie en etnisch profileren wordt het vertrouwen in de overheid en de rechtsstaat ondermijnd en komt de politiek niet weg met vrijblijvend normeren.

Zo moeilijk kan het niet zijn om met het kabinet de koppen bij elkaar te steken en een taskforce in te stellen die de sluipende neiging tot discriminatie en etnisch profileren bij overheidsorganisaties op alle niveaus in kaart brengt en uitbant.

Inmiddels is wel duidelijk dat dit probleem te groot is om aan een paar staatssecretarissen voor de Belastingdienst over te laten, en over te gaan tot de orde van de dag.