Liever luisteren dan lezen? Gerard Janssen heeft dit verhaal ingesproken.
Boven in de schoorsteen hangt de geel-zwarte vlag van de Chaos Computer Club, het ‘Pesthörnchen’, een kruising tussen een piratenvlag en het oude Bundespost-logo. Beter zichtbaar zijn een regenboogvlag en een rood met zwarte antifa-vlag. Ik ben in het Chaos Communication Camp 2019 in het Ziegeleipark in Mildenberg, ten noorden van Berlijn, een oude baksteenfabriek die nu omgebouwd is tot een techniekmuseum met koepelvormige steenovens en vervallen hijskranen.
Ik kom aan op ‘dag nul’, maar toch ben ik een van de laatsten die arriveren. Sommige bezoekers zijn er dan al een week, om mee te helpen het kamp op te bouwen. Het Chaos Communication Camp is anders dan een ‘gewoon’ festival. De deelnemers bouwen de infrastructuur zelf. Elektriciteit, internet en een eigen telefoonnetwerk worden ter plekke aangelegd. De dixi’s die overal op het kamp staan, kun je niet als toilet gebruiken, maar worden Datenklo genoemd en staan vol met apparatuur. Daar kun je je ethernetkabel op laten inpluggen. Bezoekers lopen rond met oude DECT-telefoons, draadloze kantoortelefoons. Bij Chaospost kun je echte post versturen aan iemand op het terrein, met als adres bijvoorbeeld ‘de grote tent tegenover de piratenbar’.
Een CCC-kamp is een beetje landje spelen. Er is zelfs een hemel. Daar mogen de engelen naar binnen, de vrijwilligers die het kamp draaiende houden. Als er plotseling vrijwilligers nodig zijn, zijn er altijd engelen te vinden in de hemel. Of ze zijn te bereiken op hun DECT-telefoons.
Omdat ik een van de laatsten ben die aankomen, is het moeilijk om een plekje te vinden. Tentjes staan schouder aan schouder. Uiteindelijk vind ik een leeg stukje gras aan de rand van het kamp. Best een mooi stukje eigenlijk. Mijn adres is nu ‘de ingezakte groene Quecha-tent met kapotte rits naast de spoorbaan achter de wc-kar’.
Later zal ik overigens ontdekken dat het toch niet zo’n mooi plekje is.
Overal zijn ‘villages’, grote tenten met daaromheen kleinere tentjes. Aan tafels zitten mensen met laptops vol stikkers. Er hangt een spaghetti aan kabels. En meestal een spandoek of een vlag van een hackerspace. Hackerspaces zijn de ruimtes waar hackers elkaar treffen om gebruik te maken van gezamenlijk aangeschafte apparatuur die gebruikt kan worden om samen aan projecten te werken. Oscilloscopen, lasercutters, 3D-printers en microscopen.
Zonder leiders en zonder volgers
Tien jaar geleden begonnen de hackerspaces zich over de wereld te verspreiden. Een sleuteljaar was 2007. Toen bezocht een groepje Amerikaanse hackers Duitse hackerspaces om te kijken hoe ze werkten, met het idee om ook zulke hackerspaces te beginnen. Om hun Amerikaanse vrienden te helpen, presenteerden Lars Weiler en Jens Ohlig op het Chaos Communication Camp van 2007 een nu legendarische handleiding over hoe je een hackerspace moet inrichten. De sheets van deze presentatie vormen nog steeds de blauwdruk voor iedere nieuwe hackerspace die wordt opgericht.
Noisebridge in San Francisco was de hackerspace die Altman oprichtte: een anarchistische ‘do-ocracy’ op 480 vierkante meter met één regel: Be excellent to each other.
Een van de Amerikaanse hackers was Mitch Altman, een zestiger met regenboogkleurig haar die al decennia geïnteresseerd is in manieren om samen te leven zonder leiders en zonder volgers. Altman leefde jaren in een hippiecommune in de buurt van Nashville, en leerde daar een harde les: anarchie trekt niet alleen maar leuke mensen aan, maar ook antisociale types. Maar het Chaos Communication Camp gaf hem nieuwe hoop. De Amerikaanse en Europese hackersideeën kwamen samen in de eerste drie hackerspaces van de Verenigde Staten, Resistor in New York, HacDC in Washington en Noisebridge in San Francisco, de hackerspace die Altman oprichtte: een anarchistische ‘do-ocracy’ op 480 vierkante meter met één regel waaraan alle hackers zich moeten houden:
Be excellent to each other.
Een paar jaar later waren er honderden hackerspaces. Via de Verenigde Staten, gingen ze de wereld over. Nu zijn er volgens de site hackerspaces.org 2345 hackerspaces, overal ter wereld. De meeste in Noord-Amerika en Europa, maar ze zitten ook in Azië en Zuid-Amerika.
Buitenaardse sprookjeswereld
Op het Chaos Communication Camp zijn vooral Europese hackers aanwezig. Er zijn villages uit Zweden, Finland, Engeland en Spanje. Bij de ‘Italian Embassy’ staat een oude radiowagen van het leger met een grote satellietschotel. Op het dak van het busje zitten twee jongens met ontbloot bovenlijf en grote zonnebrillen op. Een eind verderop lopen twee jonge mannen rond met een antenne van het soort dat vroeger op het dak van ieder huis stond. Ze kijken alsof ze iets op het spoor zijn. Misschien de enorme antenne die ergens aan de rand van het festivalterrein staat. Tien meter hoog, met uitsteeksels naar alle kanten. In de schemer met de rode gloed geeft het een prachtig mysterieus plaatje. De eerste scène van een spannende nieuwe Netflixserie.
Als de zon verdwijnt, komt het echte kamp tot leven. Een buitenaardse sprookjeswereld van zuurstokkleurtjes.
Over het hele terrein liggen rails waarover vroeger lorries met stenen werden voortgeduwd. Nu rijdt er een stoomtreintje, met daarachter een wagonnetje met kinderen van hackers. En daar weer achter komt een zelfgebouwde trolley met een volwassen man erop. Hij pompt een hendel op en neer. Hij houdt de stoomtrein met kinderen met gemak bij en kijkt trots.
Als de zon verdwijnt, komt het echte kamp tot leven. Een buitenaardse sprookjeswereld van zuurstokkleurtjes. Hackers zijn dol op lasers en LED-lampjes. Als je je afvraagt wie de mensen zijn die de grote lasershows verzorgen bij dancefestivals of popconcerten, grote kans dat er mensen uit deze gemeenschap rondlopen. En hier gaan ze helemaal los. Door laserstralen beschenen spiegelbollen brengen een klein bos tot leven. In het midden van het terrein staat een lichtgevende raket: Fairydust, het zeven meter hoge symbool van CCC-evenementen. En ook is er een Fernseh Turm: een lichtgevend model van de iconische televisietoren van Berlijn.
Echte hackers drinken geen bier
Hackersbijeenkomsten doen me altijd denken aan het alien café in Star Wars, waar ruimtewezens van verschillende planeten elkaar treffen. Van heel groot tot heel klein en van oud tot jong. Een paar mensen rijden met opgepimpte rolstoelen en handbikes. In de schemer lijken er plotseling veel meer vrouwen te zijn dan overdag. Alle vormen van transgender en genderfluïditeit zijn aanwezig. Een man op hoge hakken loopt in een kort rokje achter een kinderwagen. Iedereen kan hier zichzelf zijn. Bill Clinton gekleed in een blauwe jurk zou hier ongestoord rond kunnen lopen.
Traditioneel is er een band tussen hackers en mensen die zich ‘anders’ voelen. In de begintijd van het internet vonden deze mensen elkaar op bulletinboard systems – digitale prikborden – waar ze gelijkgestemden vonden. Internet redt op deze manier nog steeds levens. Hoe je eruitziet en of je een man of vrouw bent, is niet van belang. Het enige wat telt, is je nick name en wat je te vertellen hebt.
Populair bij hackers is Mate, een cafeïne-houdend drankje met weinig suiker naar Zuid-Amerikaans recept. Helder denken en wakker blijven, daar gaat het om.
Het is deel geworden van de ethische principes van de hackers, zoals voor het eerst opgeschreven in het boek Hackers van Stephen Levy. Een van de regels is:
Hackers moeten beoordeeld worden op hun hack-vaardigheden, niet op onzincriteria als diploma’s, leeftijd, ras, of positie.
In het hoekje van The Scottish Embassy en de tent van het Engelse hackersfestival Electromagnetic Field kun je een biertje van de tap drinken. Maar bij de bar hangen en een beetje slap lullen is niet de hackersmanier van contact maken. Populair bij hackers is Mate, een cafeïne-houdend drankje met weinig suiker naar Zuid-Amerikaans recept. Helder denken en wakker blijven, daar gaat het om.
Walhalla van ideeën
Hackers communiceren door samen ‘projectjes’ te doen en elkaar te helpen met technische problemen. Het hart van een projectje is meestal een klein computertje. Populair is de ESP32 uit China, een printplaatjes van een paar vierkante centimeter, met daarop een processor en wifi- en bluetoothchips. Nog geen tien euro per stuk. Aan deze kleine computertjes kun je van alles koppelen. Lichtgevoelige sensoren, lampjes, motortjes en beeldschermpjes. Het is een soort digitaal lego, met oneindig veel mogelijkheden. Een CCC-kamp is dan ook een walhalla van ideeën, die – zoals dat gaat bij hackers – vrij uitgewisseld worden. De droom is een wereld waarin iedereen op de planeet toegang heeft tot de som van alle menselijke kennis.
Er rijden overal elektrische karren rond die afkomstig lijken uit de dromen van kinderen.
Toegang tot computers – en alles wat je iets kan leren over de manier waarop de wereld werkt – moet onbegrensd zijn en totaal. Alle informatie moet vrij zijn.
Er rijden overal elektrische karren rond die afkomstig lijken uit de dromen van kinderen. Iemand rijdt rond in een kano op wielen. Op een of andere manier kan hij met sensoren in zijn peddels sturen, alsof hij door het water vaart. Een ander staat op een kleine rijdende surfplank. Een soort elektrisch gestuurde kist op wielen komt razendsnel voorbij scheuren.
Iedere dag verschijnen er ook meer treintjes op het spoor. Uiteindelijk zie ik iemand liggend op een hangmat langsrollen. Een ander project is een wagentje dat je voort kunt duwen. Uit kleine speakers klinkt monotone muziek. Maar als je het wagentje een meter verplaatst, verandert de muziek. ‘A different tune for every square meter of the planet.’
Een ander mooi ‘projectje’ is een spel dat in de schemering overal gespeeld wordt. De spelers hebben een lamp in de hand. Bij het begin van het spel springen alle lampen aan, in de kleuren groen, blauw of rood. Als je de lamp iets te abrupt beweegt, gaat de lamp uit. Je moet hem voorzichtig in de lucht houden terwijl je probeert om de lamp van iemand anders aan te tikken. Degene die als laatste nog een brandende lamp in zijn handen heeft, heeft gewonnen. In het donker zie je overal de lampjes, en silhouetten van mensen die lijken te schermen.
Een mystiek mechanisch voorwerp
Belangrijk bij de laatste hackerfestivals is de badge, een digitaal naamkaartje, iets wat je om je hals kunt hangen of om je pols kunt doen, gemaakt van een processor met sensoren. Ieder hackersfestival heeft zijn eigen badge. De kunst is om de badge te programmeren zodat die unieke dingen kan doen. De uitdaging is om de badge van iemand anders te hacken. De badge van het CCC-kamp is een soort smart watch met een hartslagsensor. Een prachtig dingetje. De Nederlandse hackers van het badge-team zijn al begonnen met de badge van de SHA2021, de werktitel van het volgende vierjaarlijkse Nederlandse hackerskamp, het oudste ter wereld.
Omdat veel hackers tienduizenden uren hebben zitten klooien met computers, hebben ze een diep bewustzijn van de miljoenen radertjes die perfect in elkaar steken, maar ook van het feit dat je ze altijd vast kunt laten lopen.
Met een beetje overdrijving kun je een hackerskamp zien als een eredienst voor de processorchip. Moderne chips kun je als mens bijna niet meer overzien en begrijpen. De toekomstige generatie chips wordt ontworpen met computers die draaien op de laatste generatie chips. Het is vergelijkbaar met een robotje die een kleiner robotje bouwt om weer een kleiner robotje te kunnen bouwen. Het resultaat is een creatie die bijna niet menselijk meer is.
Maar wel magisch als het puzzelkistje uit de Hellraiser-films, een mystiek mechanisch voorwerp dat tegelijkertijd een deur is naar een andere wereld. Omdat veel hackers tienduizenden uren hebben zitten klooien met computers, hebben ze een gevoel ontwikkeld voor de magische puzzels en een diep bewustzijn van de miljoenen radertjes die perfect in elkaar steken, maar ook een diep bewustzijn van het feit dat je ze altijd vast kunt laten lopen, dat je een chip in de maling kunt nemen, in zijn eigen staart kan laten bijten. Altijd is er wel een glitch, een bug of een hacker met een T-shirt waarop staat: ‘stop reading this shirt.’
Duitse hackerscultuur
Veel hackers werken bij grote bedrijven als KPN, telefoonbedrijven en elektriciteitscentrales. Ze weten hoe moeilijk het is om iets te bouwen, hoe moeilijk het is om iets te laten werken als mensen het gebruiken, hoe kwetsbaar ze zijn en hoeveel macht je hebt als je deze systemen beheert. Ze hebben een diepe kennis van wat je socio-technische systemen noemt, en zijn allergisch voor bullshit.
Hogepriesters die net doen of ze computers doorgronden en systemen kunnen bedenken die – om maar wat te noemen – beschermen tegen hackers, moet je met het grootste wantrouwen behandelen. Je herkent ze meestal makkelijk omdat ze het woord ‘cyber’ gebruiken, zoals in ‘cyberscecurity’ of ‘cyberoorlog’.
De rapporten van de CCC zijn zo belangrijk geworden, dat de aanvankelijke reden dat de club bestaat – ‘Spass am gerät’ – soms wat op de achtergrond raakt.
Hackers hebben vaak belangrijke banen en zijn daarom moeilijk te bereiken. Alleen al omdat ze zo druk zijn. Ik hoopte daarom op het kamp mensen uit de Nederlandse hackerscene te treffen, maar dat valt tegen. Veel Nederlandse hackers slaan dit CCC-kamp over. En dat is opvallend, omdat Nederland zoals gezegd een lange hackerstraditie heeft. De Nederlandse hackerscultuur is wereldberoemd en een van de oudste ter wereld. De Nederlandse hackerfestivals waren de inspiratie voor het eerste Chaos Communication Camp in 1999. Er zijn daarom veel oude banden en overeenkomsten tussen de Nederlandse en de Duitse hackerscultuur.
Maar er is ook een belangrijk verschil. Nederlandse hackerspaces zijn allemaal hun eigen baas en hebben ieder een eigen karakter. De een is heel libertarisch, de ander principieel. In Duitsland vallen veel hackerspaces onder de overkoepelende Computer Chaos Club, die een centraal bestuur heeft. Ze onderzoeken nieuwe technologieën waar iedereen mee te maken heeft – zoals stemcomputers – en rapporteren erover. Journalisten en politici nemen deze rapporten serieus. De rapporten van de CCC zijn zo belangrijk geworden, dat de aanvankelijke reden dat de club bestaat – ‘Spass am gerät’ – soms wat op de achtergrond raakt.
Fascisme bestrijden
Het CCC-kamp heeft ontegenzeggelijk iets ouderwets activistisch. Gezellig zelfs, als je zoals ik de jaren tachtig bewust hebt meegemaakt. Net voordat ik op het kamp arriveerde zag ik One Upon a Time… in Hollywood van Tarantino, en soms moet ik lachen bij de gedachte dat ik in een Tarantinofilm over Duitse activisten loop. Een groot deel van het kamp is in bezit genomen door mensen die op de grond zitten en discussiëren over acties tegen klimaatverandering. Er is een tent met heksen waar lessen gegeven worden zoals de ‘böser sprechworkshop’, met als ondertitel: ‘Wie man beim Reden ernst genommen wird.’ Als ik binnenstap, is een andere workshop bezig. Een vrouw staat naast een scherm met daarop het woord ‘Faggot’ en een plaatje van iemand die boven een brandstapel bungelt. Ze kijkt boos.
‘Historisch gezien is CCC altijd politiek geëngageerd geweest, maar de laatste jaren lijkt het beleid “Antifa of oprotten” te zijn.’
Oude telefoons kun je doneren aan activisten die ze weer gebruiken om onder de radar te blijven van overheidsdiensten. Sommigen vinden dit allemaal té activistisch. Een van de redenen dat veel Nederlandse hackers wegblijven, is de groeiende invloed van Antifa op de Chaos Communication Club. De Nederlandse hacker Anne Jan Brouwer schrijft een veel gedeelde post. ‘Historisch gezien is CCC altijd politiek geëngageerd geweest, maar de laatste jaren lijkt het beleid “Antifa of oprotten” te zijn.’ Een andere Nederlandse hacker bromt: ‘Als je pacifist bent, ben je hier al een fascist.’
Het gaat om hacken, vinden de Nederlanders: het uit elkaar halen van iets, om het te kunnen bestuderen en daarna weer anders in elkaar te zetten. ‘Een deur intrappen om er een tafel van te maken,’ zoals een hacker het uitdrukt. Het is ook een van de hackersbeginselen:
Hackers moeten beoordeeld worden op hun hack-vaardigheden, niet op onzincriteria als diploma’s, leeftijd, ras, of positie.
En dus niet op politieke overtuiging.
De CCC-opvatting is als volgt: níet politiek zijn is sinds de Amerikaanse verkiezingen van 2016 geen optie meer. Het is een politieke beslissing om niet politiek te zijn. De fascisten en alt-right winnen terrein, gefaciliteerd door de algoritmen van Facebook en Twitter, en er zit maar één ding op: fascisme bestrijden. Als je niks doet, ben je deel van het probleem.
Zelf merk ik in de meat space van het kamp niks van controverse of negativiteit, maar dat kan ook zijn omdat ik nog niet echt deel ben van de gemeenschap en me veel ontgaat.
Arbeidsvitaminen voor hackers
Zoals dat er plaatsen zijn waar je je tentje beter niet kunt opgooien. Ik heb een grote beginnersfout gemaakt door mijn tentje op te werpen pal naast de Geraffel Village, een begrip in de hackerswereld. Sinds 1999 zijn ze trouwe bezoekers van ieder groot hackerskamp in Nederland en Duitsland. Ze hebben de edele taak op zich genomen om iedereen de hele nacht te helpen wakker te blijven bij het afronden van een project. Arbeidsvitaminen voor hackers die strak van de Mate een nachtje doorrammelen. ‘Geraffel makes a lot of noise in the middle of the camp so you won’t sleep at night,’ staat te lezen op hun wiki-pagina, ‘AKA a bunch of veteran nerds with a nasty set up.’
Herrie en hackerkampen blijken bij elkaar te horen.
De hele nacht door klinkt muziek waarvan ik niet eens wist dat die bestond. Een mengsel van hardcore house, een flipperkast gemaakt van luchtalarmen met daaroverheen het geschreeuw van een soort Nina Hagen op ketamine. Rond een uur of drie wordt het zachter gezet, en dan gaat het weer hard, dan verdwijnt het, om daarna in alle heftigheid weer los te barsten, in mijn gedachten voortbordurend op decennia ervaring in marteltechnieken.
Herrie en hackerkampen blijken bij elkaar horen. De volgende dag vertelt iemand dat er bij het hackerskamp Bornhack in Denemarken een speciaal herrieveldje was, met aarden geluidswallen. Daar mocht je zo veel lawaai maken als je wilde. Totdat de Nederlandse hackers arriveerden. Een ervan had een oud luchtalarm meegenomen dat hij hier mooi kon testen. Binnen een paar minuten kwamen er vier telefoontjes binnen bij de Deense politie. Uit alle vier huizen die er in een wijde omtrek van Bornhack stonden. Daarna was het zelfs op het herrieveldje verboden om een luchtalarm te laten horen.
Elektro-zen
Ik heb me voorgenomen om een eigen projectje te gaan doen. Ik heb een tas meegenomen met Arduino’s, Raspberry Pi’s en ESP32’s, maar ben te verlegen om een plaats te claimen in de Nederlandse tent van hackerspaces.nl en echt iets te proberen te maken. Je gaat ook geen balletje proberen hoog te houden op een trainingskamp van Ajax. De meeste hackers in de Nederlandse tent zijn – in ieder geval in mijn ogen – buitengewoon geletterd als het aankomt op hardware en software. De gemeenschappelijke kennis in de Nederlandse hackersgemeenschap is moeilijk te overdrijven.
Mij kost het een dag om erachter te komen dat er USB-kabels bestaan die alleen maar werken om een powerbank op te laden, en niet om data over te versturen. Dergelijk geklooi voelt als zonde van de tijd, terwijl er zo veel te zien is op het kamp. Vijf dagen loop ik er rond, zonder me een moment te vervelen. Steeds opnieuw zie ik een tent die ik nog niet zag of een nieuwe village. En dat is misschien nog wel het mooiste om te zien: hoe anders hackers met tijd omgaan. Het is niet voor niets dat ze graag ’s nachts werken, als er een zee van tijd voor je ligt. Mensen die diep geconcentreerd bezig zijn en ongeacht hoe laat het is en wat er om hen heen gebeurt net zolang doorgaan tot het werkt. Als je iets wilt laten werken, is niets ‘zonde van de tijd’.
Op een intuïtieve manier legt hij uit wat een weerstand doet en wat een condensator doet.
Als hacken iets religieus heeft, is Mitch Altman een van de belangrijkste monniken. Met een paar koffers reist hij van hackerskamp naar hackerskamp en van hackerspace naar hackerspace. Hij is beroemd om zijn soldeerworkshops. Iedereen zou eigenlijk zo’n workshop moeten doen. Op een intuïtieve manier legt hij uit wat een weerstand doet en wat een condensator doet. Bij de fijne motorische handelingen is het prettig om naar zijn lessen te luisteren. Zoals je voelt dat er iets geïnternaliseerd is bij iemand die zijn leven lang al mediteert of martial arts beoefent, zo voel je de elektro-zen van Altman.
Orwelliaanse toestanden
Opvallend genoeg heeft Mitch Altman – the father of hackerspaces – zelf Noisebridge dit voorjaar verlaten. Sinds 2016 en de verkiezing van Trump zijn onverdraagzame types aangemoedigd. En dat heeft invloed gehad op Noisebridge.
‘Transmensen worden nu in Amerika elkaar geslagen en zijn er zelfs vermoord,’ zegt Altman. ‘Noisebridge is altijd een veilige haven geweest en transmensen kunnen er vanouds zichzelf zijn. Maar met de toegenomen stress en angst zien een paar transvrouwen bij Noisebridge iedereen van wie ze het gevoel hebben dat die het niet met hun eens is als een gevaar.’
Na verloop van tijd waren de mensen die er een veilige haven vonden, bang om hun laatste strohalm te verliezen, en dat leidde er ironisch genoeg toe dat de veilige haven niet meer voor iedereen een veilige haven was.
‘Aan de linkerkant zijn mensen die bepalen wie “oké” zijn, altijd de mensen uit een groep die historisch gezien onderdrukt is. Bij Noisebridge zijn dit nu toevallig een paar transvrouwen.’
Altman: ‘Door de sociale stress werd het belangrijk om te laten zien dat je “oké” bent, door de “goede” dingen te zeggen. Iedereen wil natuurlijk als “oké” gezien worden, en iedereen begon zich te conformeren. De consequentie van niet conformeren is dat je aangeduid wordt als “niet oké”. Sommige mensen raakten daar behoorlijk overstuur door, zozeer dat ze de gemeenschap verlieten. Als iemand gebrandmerkt werd als “helemaal niet oké” kon er op een gruwelijke manier publiekelijk mee worden afgerekend op sociale media. Er zijn mensen die hun baan daardoor verloren en sommigen van hen zullen misschien nooit meer werk vinden. Als je ze googelt, is de openbare verbanning alles wat de potentiële werkgever zal zien. Aan de linkerkant zijn mensen die bepalen wie “oké” zijn, altijd de mensen uit een groep die historisch gezien onderdrukt is. Bij Noisebridge zijn dit nu toevallig een paar transvrouwen.’
Altman had net als veel anderen niet de moed om ertegenin te gaan. ‘Veel coole mensen zijn weggegaan, en dat leidde ertoe dat andere coole mensen ook weer weggingen.’
Hij vindt het belangrijk om te benadrukken dat hij transvrouwen steunt. ‘Ik wil dat Noisebridge weer een plek wordt waar transmensen – en anderen – zich welkom voelen, waar iedereen profijt heeft van en een bijdrage levert aan de gemeenschap en waar iedereen die ene regel volgt: be excellent to each other.
Via Twitter – een site die leeft van dit soort controverses – zie ik foto’s verschijnen van tenten die met anarchistische symbolen bespoten zijn. Ook zijn er meldingen van opblaaseenhoorns die verdwenen zijn.
Ik hoor dat er ergens op het CCC-kamp een tentje is waar je klachten over andere bezoekers kunt indienen op een enorm formulier waar in detail van alles ingevuld moet worden. Tenslotte wordt het papier netjes opgevouwen en daarna verdwijnt het in een gleuf, en hoor je kggggggggg. Ook weer een geslaagd hackersprojectje: een officiële-papierenversnipperaar in de geest van weer een ander belangrijk hackersbeginsel: Mistrust authority.
De ethische principes van hacken, volgens het boek Hackers: Heroes of the Computer Revolution (1984) van Steven Levy:
- Access to computers – and anything which might teach you something about the way the world really works – should be unlimited and total.
- All information should be free.
- Mistrust authority – promote decentralization.
- Hackers should be judged by their acting, not bogus criteria such as degrees, age, race, or position.
- You can create art and beauty on a computer.
- Computers can change your life for the better.
- Don’t litter other people’s data.
- Make public data available, protect private data.
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.