Het is nog steeds de leidende definitie van duurzame ontwikkeling: ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. De door de Verenigde Naties benoemde World Commission on Environment and Development legde het in 1987 vast in het rapport Our Common Future. Het werd bekend als het Brundtland-rapport, naar de voorzitter en toenmalige Noorse premier Gro Harlem Brundtland.

Vier jaar eerder, in 1983, had de commissie de uitdagende opdracht gekregen om te komen met oplossingen voor zowel de wereldwijde milieuproblemen als de economische uitdagingen en het armoedevraagstuk in de Derde Wereld. Het resultaat was een rapport waarin werd geconcludeerd dat economische groei voortaan gepaard moest gaan met milieubescherming en het verkleinen van sociale ongelijkheid. De commissie noemde dat duurzame ontwikkeling.

Vijf jaar later kreeg het rapport een vervolg met Rio 92, de VN-Aardetop in Rio de Janeiro in 1992. Op die top werd de basis gelegd voor de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s, Duurzame Ontwikkelingsdoelen) die de VN in 2015 opstelde voor 2030, en die door 193 landen zijn ondertekend.

De afgelopen decennia is veel gebeurd op het gebied van duurzame ontwikkeling, maar het ontbreekt nog altijd aan werkelijke internationale solidariteit, constateert Brundtland (83) vanuit Oslo in een telefonisch interview. ‘Er is onvoldoende commitment van landen.’

Brundtland is nog altijd actief op het wereldtoneel. Sinds 2007 is ze lid van The Elders, een door Nelson Mandela opgerichte onafhankelijke denktank van oud-wereldleiders die zich inzet voor vrede, rechtvaardigheid en mensenrechten (zie kader). Ook waarschuwde ze namens de Global Preparedness Monitoring Board voor het grote risico op een wereldwijde epidemie of pandemie in het in september 2019 verschenen rapport A World at Risk. Een hoofdstuktitel luidt profetisch: ‘Voorbereiding op het ergste: een snel verspreidende, dodelijke, ademhalingspathogene pandemie’. Drie maanden later begon de covidpandemie.

Gro Harlem Brundtland

Gro Harlem Brundtland (Oslo, 1939) studeerde geneeskunde en haalde een master (sociale) gezondheidszorg in Harvard. Ze was plaatsvervangend hoofd van de Gezondheidsdienst in Oslo. Van 1974 tot 1979 was ze milieuminister namens de Noorse Arbeiderspartij. Ze was drie keer premier: in 1981 (februari-oktober) en van 1986-1989 en 1990-1996. Van 1998-2003 was ze directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Behalve van The Elders is Brundtland lid van de Council of Women World Leaders, een raad van huidige en voormalige vrouwelijke wereldleiders. Ze kreeg diverse eredoctoraten (o.a. van de UvA in 2007) en internationale prijzen, waaronder in 2002 de Four Freedoms Award voor vrijwaring van gebrek, een gezamenlijke prijs van de VS en Nederland.Ze schreef Health. The Key to Human Development (2000) en de autobiografie Madam Prime Minister. A life in power and politics (2004). Met haar echtgenoot Arne Olav Brundtland, politicus namens de conservatieven, kreeg ze drie zoons en een dochter.

Namens The Elders hebt u bij verschillende gelegenheden verklaard dat gezondheid essentieel is voor duurzame ontwikkeling. Welke internationale stappen op dat gebied zijn nu nodig?

‘De covidpandemie heeft ons laten zien dat de wereld daar helemaal niet op voorbereid was. Dus klaar zijn voor een nieuwe pandemie is van fundamenteel belang en we moeten leren van wat er misging. Dat betekent dat de WHO moet worden versterkt qua budget en vermogen om actie te ondernemen. Ook is het belangrijk dat de VN op het hoogste niveau meer de regie moet kunnen nemen in situaties als deze. Die moet daarom versterkt worden met nieuwe instituties, zoals we die hebben voorgesteld als Global Preparedness Monitoring Board waarvan ik mede-voorzitter was.

In vervolg hierop heeft het Independent Panel for Pandemic Preparedness and Response, voorgezeten door Helen Clark (voormalig premier Nieuw-Zeeland, EvR) een nieuw instituut voorgesteld, een Global Health Threats Council. Doel daarvan is betere gezondheidssystemen in het leven roepen, onderzoeken hoe de toegang tot gezondheidszorg wereldwijd verbeterd kan worden en mogelijk maken dat beslissingen op het niveau van staatshoofden en van de secretaris-generaal van de VN veel sneller genomen kunnen worden, als een nieuwe dreiging zich voordoet.

Tijdens de covidpandemie zagen we de zwakte van het multilaterale systeem voor internationale samenwerking en er zijn zwaarwegende redenen om de veranderingen die we hebben voorgesteld echt door te voeren. Dat gaat nu te langzaam, vrees ik. Maar volgend jaar komt er een VN-top en ik ben hoopvol dat de staatshoofden dan hun verantwoordelijkheid zullen nemen door te kiezen voor hervormingen die een nieuwe tragedie helpen voorkomen.

Daarnaast is universal health coverage nodig, dus wereldwijde algemene en betaalbare gezondheidsvoorzieningen, omdat tijdens de pandemie over de hele wereld de zwakte van gezondheidszorgsystemen werd aangetoond. Dat maakt deel uit van het Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG)-programma.’

‘Recente rapporten zoals het Emissions Gap Report 2022 zijn erg zorgwekkend. Dat vraagt erom er alles aan te doen. Het is zeer ernstig. Het is zéér ernstig….’

De definitie van duurzame ontwikkeling in Our Common Future is zeer invloedrijk geweest en heeft onder meer geleid tot de SDG’s. De afgelopen jaren klonk de kritiek dat de definitie te antropocentrisch is, omdat ze alleen gericht is op menselijk welzijn. Hoe denkt u daarover?

‘Naar mijn idee blijkt uit onze hele analyse en uit onze aanbevelingen in Our Common Future dat ons uitgangspunt was dat de mensheid en een leefbare planeet volledig met elkaar verbonden zijn en dat een leefbare planeet betekent: gezonde ecosystemen en biodiversiteit.

Ik denk dat de manier waarop we in het rapport pleiten voor duurzame ontwikkeling nog steeds relevant is. Dat geldt ook voor onze definitie ervan. Want daarin hebben we het over de rechten van toekomstige generaties. En ja, dat is inderdaad antropocentrisch qua gebruikte taal, maar die rechten omvatten ook de natuur en het behoud daarvan en van ecosystemen, biodiversiteit en de biosfeer.

Dat zijn onmisbare voorwaarden voor duurzame ontwikkeling, omdat toekomstige generaties anders niet dezelfde mogelijkheden hebben als wij – en de generaties voor ons – hebben gehad om in hun behoeften te voorzien. Dat gaat over intergenerationele rechtvaardigheid. Dat perspectief was toen nieuw en heeft grote morele implicaties, als je het echt doordenkt.

We hebben ons rapport geschreven vanuit een holistische benadering van de relatie tussen de mensheid en de natuur, en de verbondenheid van de mensheid en de aarde staat volledig centraal in duurzame ontwikkeling.

Maar een van de redenen dat mensen dit soort vragen stellen, is waarschijnlijk vooral omdat er onvoldoende vervolg is geweest op het gebied van biodiversiteit, terugkijkend naar de besluiten die genomen zijn tijdens Rio 92. Er is toen een Biodiversiteitsverdrag gesloten, maar de sindsdien gezette stappen zijn zwaar ontoereikend gebleken. Hopelijk brengt de COP15 over biodiversiteit in Montréal in Canada in december daar verandering in. Die is heel belangrijk om dit deel van duurzame ontwikkeling te benadrukken.’

De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn ook mensgericht geformuleerd. Zou het toevoegen van een achttiende SDG, dat de intrinsieke waarde van natuur, of rechten voor de natuur, expliciet benoemt, kunnen helpen om het belang van natuur en biodiversiteit te onderstrepen?

‘Voor mij is vanzelfsprekend dat dit onderdeel uitmaakt van het hele rapport en van de manier waarop we dachten over duurzame ontwikkeling. Maar als dat niet duidelijk genoeg is, is dat misschien niet zo relevant. En als mensen nu de noodzaak voelen zoiets toe te voegen aan de SDG’s, omdat ze denken dat dat helpt om in de juiste richting te bewegen, dan vind ik dat goed. Zeker omdat de afname van biodiversiteit inmiddels op een beslissend punt is gekomen.’

De commissie benoemde toen al de noodzaak van een huwelijk tussen economie en ecologie, viel me op.

‘Ja, zeker, dat is mijn punt. Het staat er allemaal in.’

the elders

The Elders is een door Nelson Mandela opgerichte onafhankelijke denktank van oud-wereldleiders die zich inzet voor vrede, rechtvaardigheid en mensenrechten. De huidige voorzitter is Mary Robinson, voormalig president van Ierland en oud-VN-hoge commisaris voor de Mensenrechten. Haar voorgangers waren Desmond Tutu (2007-2013) en Kofi Annan (2013-2018). Brundtland was van 2013-2018 plaatsvervangend voorzitter. Ze richtte zich namens The Elders de afgelopen jaren met name op duurzaamheid en op gezondheid als mensenrecht. Ook zette ze zich in voor vrouwenrechten en tegen kindhuwelijken.

Het Brundtland-rapport concludeerde dat de belangrijkste mondiale milieuproblemen te maken hadden met armoede in het ene deel van de wereld en niet-duurzame consumptie en productie in het andere deel. Dat is duidelijk nog altijd niet veranderd. Zullen we in staat zijn om de grote problemen waarmee de mensheid nu wordt geconfronteerd op te lossen zonder die ongelijkheid serieus te verminderen?

‘Nee, absoluut niet. Ongelijkheid blijft een cruciale uitdaging. Dat werd duidelijk zichtbaar gemaakt en uitvergroot door covid-19 en was een sterke reminder voor het belang ervan.

De grote wereldproblemen kunnen alleen maar worden verminderd door een holistische en een multilaterale benadering, waarbij staatshoofden verantwoordelijk worden gehouden voor hun daden, of het ontbreken ervan. We moeten ze blijven vragen om het serieus nastreven van de Duurzame Onwikkelingsdoelen. Dat houdt ook in: onverminderd en doorlopend blijven werken aan het reduceren van ongelijkheid. “Geen armoede” is niet voor niets de eerste SDG.’

Wereldwijd zijn drie miljard mensen erg kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. VN-secretaris-generaal António Guterres benadrukt de noodzaak van compensatie volgens een verlies-en-schadeprincipe (loss and damage). Volgens hem moeten de grote energie- en fossiele bedrijven en de geïndustrialiseerde landen daarin hun verantwoordelijkheid nemen, zei hij in de aanloop van de COP27 in Egypte. Hoe denkt u over klimaatrechtvaardigheid?

‘De realiteit is dat veel van diegenen die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatopwarming nu al te maken hebben met groot lijden en onomkeerbare schade. Dus een overeenkomst over compensatie voor kwetsbare landen in de frontlinie van klimaatverandering is van essentieel belang. Zoals de secretaris-generaal gezegd heeft, is een loss and damage-fonds inderdaad noodzakelijk. Wij vinden als The Elders dat dat prioriteit moet krijgen en dat er een ruimhartig fonds moet worden afgsproken in het Klimaatverdrag UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC).

‘Ik heb me voorgenomen om vast te houden aan een optimistische houding, want er je kunt geen betere internationale samenwerking helpen bevorderen als je uitgaat van pessimistische scenario’s.’

De link tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen in deze gebieden is ook heel belangrijk op allerlei manieren en ook daarvoor moet meer aandacht komen. Mensen begrijpen dat de laatste jaren beter, omdat de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden, zoals afgelopen zomer in Pakistan.

Van doorslaggevend belang blijven uiteraard afspraken over een veel grotere emissiereductie, naast maatregelen voor klimaatadaptatie, vooral nu we zien hoe ver verwijderd we zijn van serieuze inzet van landen om het klimaatdoel van maximaal 1,5 graad opwarming nog te kunnen bereiken. Recente rapporten zoals het Emissions Gap Report 2022 zijn erg zorgwekkend. Dat vraagt erom er alles aan te doen. Het is zeer ernstig. Het is zéér ernstig….’

Ecologische grenzen

Our Common Future was na Silent Spring (1962) van Rachel Carson en het Rapport van de Club van Rome (1972) de derde invloedrijke publicatie die waarschuwde dat de mensheid tegen ecologische grenzen zou aanlopen. Het verscheen in de tijd van de zure regen, het gat in de ozonlaag en snelle verwoestijning. Het waren ook de jaren van grote hongersnoden in Afrika, de chemische gasramp in Bhopal in India (1984) en de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl (1986). Afnemende biodiversiteit en toenemende CO2-uitstoot waren ook al punten van zorg.

Het rapport kwam mede tot stand op basis van bijeenkomsten met wetenschappers en experts en plenaire hoorzittingen en is veelomvattend. Het gaat in op uitdagingen zoals bevolkingsgroei – de wereldbevolking ging richting 5 miljard mensen, nu richting 8 miljard –, voedselzekerheid, energie, industrie en stedelijke ontwikkeling en bevat adviezen op al deze terreinen. Ook gaat het over het beheer van de commons (dat wat gemeenschappelijk is), het handhaven van vrede en veiligheid en het aanpassen van institutionele en juridische structuren.

Het lezen ervan blijkt 35 jaar na dato behoorlijk confronterend. Het beoogde evenwicht tussen economie, ecologie en sociale belangen is er bepaald niet gekomen en de nogal optimistische toon heeft inmiddels iets pijnlijks. ‘De Commissie is van mening dat mensen een toekomst kunnen opbouwen die welvarender, rechtvaardiger en zekerder is,’ aldus de inleiding. ‘We must act now’ was weliswaar de oproep, maar daarvoor leek nog tijd te zijn.

 

In Our Common Future schreef de commissie: de komende decennia zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de mensheid. Inmiddels gaat het eerder om beslissende jaren om het roer om te gooien. Welk gevoel geeft dat u?

‘Ik heb geprobeerd om gedurende al die decennia mijn optimisme te behouden, omdat ik weet dat mensen en regeringsleiders anders niet in staat zullen zijn verandering tot stand te brengen. Zonder het idee dat het zin heeft om te blijven werken aan een betere toekomst zullen we zeker niet kunnen slagen.

Natuurlijk is het vanwege de huidige wereldsituatie en de oorlog in Oekraïne en alle gevolgen daarvan, nu gemakkelijk om de moed te verliezen. Maar ik heb me bewust voorgenomen om vast te houden aan een optimistische houding, want er je kunt geen betere internationale samenwerking helpen bevorderen als je uitgaat van pessimistische scenario’s. We moeten doorgaan om daar goede argumenten voor te geven, omdat het de enige oplossing is.’

Ik begrijp dat u kiest voor strategisch optimisme, maar dat zal niet altijd meevallen.

Ze lacht hartelijk. ‘Ja.’

Speciaal klimaatgezant

Brundtland – in Noorwegen kortweg ‘Gro’ genoemd – is vriendelijk en beslist. Ze groeide op met politiek. Haar ouders waren beiden actief binnen de Noorse (sociaal-democratische) Arbeiderspartij. Haar vader Gudmund Harlem was arts, werkte in die functie voor de VN in Egypte en werd later minister voor Sociale Zaken (1955-1961) en Defensie (1961-1963).

Brundtland trad niet alleen in zijn voetsporen als arts en minister, maar werd bovendien de eerste vrouwelijke – en jongste – premier van Noorwegen. Na haar derde premierschap was ze in 1997 kandidaat voor de functie van secretaris-generaal van de VN, maar gekozen werd voor Kofi Annan. Een jaar later werd Brundtland directeur-generaal van de WHO. Van 2007 tot 2010 was ze speciaal klimaatgezant voor VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon.

In een interview in The New York Times zei u, toen u begon als speciaal klimaatgezant: we zijn in staat om klimaatverandering te stoppen met behulp van bestaande en zich ontwikkelende technologieën. En daar zijn relatief kleine kosten aan verbonden. De uitdaging is voornamelijk politiek. Ziet u dat nog steeds zo?

‘Ja, we hebben vandaag de dag nog steeds te maken met dezelfde realiteit. Het beleid en de techniek zijn voorhanden om afdoende actie mogelijk te maken, maar het is nog steeds een kwestie van politieke wil en van leiders die verantwoordelijkheid zouden moeten nemen voor hun eigen deel van het wereldwijde geheel.

Daarnaast moeten natuurlijk burgers, ngo’s, organisaties en bedrijven, dus alle voor de economie van belang zijnde factoren, ook een deel van de oplossing zijn. Tegenwoordig begrijpen mensen dat een stuk beter dan in die tijd en er zijn inmiddels veel stappen gezet. Maar alles gaat te langzaam. De laatste rapporten hebben laten zien dat reductie van de emissies met 50 procent in 2030 een uit beeld rakend doel begint te worden. Terwijl het écht noodzakelijk is. Maar we verliezen tijd en zijn nu op de weg die leidt naar 2,4 graden opwarming deze eeuw. Dat is totaal niet wat het zou moeten zijn en zal catastrofale gevolgen hebben.

‘Er zijn veel aspecten waarvan mensen zich veel meer bewust zijn én die in de goede richting bewegen. Maar het ontbreekt aan commitment.’

Tegelijk is er ook goed nieuws. Zo zijn de kosten van zonne-energie de laatste tien jaar met 85 procent afgenomen en is de productie van elektrische auto’s met 100 procent toegenomen. Ook weten we inmiddels dat verschuivingen in ons dieet een groot verschil maken. Dus er zijn veel aspecten waarvan mensen zich veel meer bewust zijn én die in de goede richting bewegen.
Maar het ontbreekt aan commitment. Slechts 24 landen hebben in de aanloop voor COP27 hun jaarlijkse rapportage aangeleverd, terwijl afgesproken was tijdens de COP26 in Glasgow dat álle landen zouden rapporteren in Sharm El-Sheikh. De druk op regeringsleiders moet daarom onverminderd groot blijven.’

Welke rol ziet u hierin voor The Elders?

‘Wij dringen er al jaren op aan dat regeringen verantwoordelijk worden gehouden voor het halen van klimaatdoelen. We hebben ook actief meegewerkt aan de processen van de COPS. Ook dit jaar is onze voorzitter Mary Robinson naar Egypte gegaan, met enkele anderen, om aan te dringen op betere oplossingen en een goed vervolg.’

Denkt u dat The Elders vooral een rol kunnen spelen door het doen van een moreel appèl op huidige regeringsleiders?

‘Ja, een moreel appèl is zeker één aspect. Maar dat zal sommige leiders meer aanspreken dan andere. Daarom is het naar mijn mening noodzakelijk om een op waarden gebaseerde, een op kennis gebaseerde en een ethische benadering te combineren, om te proberen landen te overtuigen en resultaten te boeken.

Maar er zijn vaak ook economische en realistische argumenten, zoals dat het loont om te investeren in hernieuwbare energie en energiebesparing. Die argumenten zijn even belangrijk, en als voormalige wereldleiders die zich jarenlang zelf met dit soort vraagstukken hebben beziggehouden, kunnen we ons daar zeker ook op beroepen, dus niet alleen op ethische argumenten.’

We leven in zeer uitdagende tijden. Het IPCC en IPBES hebben in hun meest recente rapporten gewaarschuwd dat we als mensheid nog maar kort de tijd hebben om het ergste te voorkomen. Er zijn veel geopolitieke spanningen, een oorlog in Europa en opnieuw een nucleaire dreiging. Wat moet er de komende jaren veranderen, als we willen zorgen voor een leefbare toekomst?

‘In onze strategie voor de komende vijf jaar concentreren we ons als The Elders op klimaatverandering, nucleaire dreiging en pandemieën. Die drie gebieden beschouwen we als existentiële bedreigingen voor de mensheid. Op basis van onze ethische uitgangspunten werken we hier samen aan met de secretaris-generaal van de VN en we ondersteunen hem.

We zijn ervan overtuigd dat multilaterale samenwerking effectief is om alledrie deze onderwerpen het hoofd te kunnen bieden. Dat geldt ook voor conflictoplossing, waarop we ons als The Elders ook altijd hebben gericht. Tijdens een oorlog is dat uiteraard het eerste doel.
Maar wat nu ook nodig blijkt, is dat we ons inzetten voor het herstellen van vertrouwen. Want sommige ontwikkelingslanden hebben ervaren dat er onvoldoende oog is geweest voor hun belangen. Rijke landen zijn de afspraak om jaarlijks 100 miljard dollar extra te betalen voor klimaatmaatregelen onvoldoende nagekomen. En tijdens de covidcrisis deed de wereld niet wat juist zou zijn geweest als het ging om vaccinaties en het ook in arme landen beschikbaar maken van middelen om de pandemie het hoofd te kunnen bieden. Landen waren toen veel te veel gericht op hun nationale belangen. De arme landen hebben het gebrek aan internationale solidariteit ervaren als een gebrek aan effectief wereldwijd multilateralisme.’

‘Ik was geschokt toen ik me bewust werd van de beperkte mogelijkheden van de Wereldbank en het IMF voor de noodzakelijke financiering bij wereldwijde crises realiseerde.’

In de introductie van Our Common Future schreef u dat het zogeheten overview-effect, waarbij we halverwege de twintigste eeuw de aarde voor het eerst vanuit de ruimte konden zien, een keerpunt zou kunnen betekenen. De hoop was dat dit ons perspectief zou veranderen en zou leiden tot het besef dat we één mensheid zijn op een kwetsbare planeet. Zover lijkt het bepaald niet.

‘Ja, dat klopt, maar multilateralisme en hoe we ons als The Elders richten op internationale samenwerking en een klimaatfonds voor loss and damage zijn wel enkele van de vele postitieve voorbeelden.

Toen ik de Global Preparedness Monitoring Board voor toekomstige pandemieën voorzat, was ik geschokt toen ik me bewust werd van de beperkte mogelijkheden van de Wereldbank en het IMF om de noodzakelijke financiering voor het goed kunnen omgaan met wereldwijde crises te kunnen regelen. Dat is daarom een belangrijk aandachtspunt voor ons. Niet alleen omdat we een nieuw type financiering en een nieuwe manier van denken nodig hebben om te komen tot een loss and damage-fonds, maar ook om de klimaatagenda in brede zin echt verder te kunnen brengen, zowel als het gaat om het beperken van emissies als om adaptatie.

Daarvoor moeten we onze internationale financiële instellingen hervormen. Ze zijn verouderd, want ze zijn opgericht na de Tweede Wereldoorlog en zijn niet meer toereikend voor het omgaan met de existentiële uitdagingen van de 21ste eeuw. We hebben daarom nieuwe instituties nodig, in plaats van van crisis naar crisis te bewegen zoals nu.

Dat vraagt om een radicale verschuiving in de manier waarop grote ontwikkelingsbanken werken en om het beschikbaar maken van meer fondsen voor landen die worden geconfronteerd met humanitaire crises.

We hebben samengewerkt met Mia Mottley, de president van Barbados. Zij speelt een belangrijke rol in het ontwikkelen van een plan voor herziening van het financiële systeem, zodat arme landen beter in staat zullen zijn om noodzakelijke investeringen vanwege klimaatverandering te financieren. Dat is nu onmogelijk voor ze, omdat de rentetarieven voor leningen veel te hoog voor ze zijn. Er zijn voldoende mogelijkheden voor de G20 en voor staatshoofden om die noodzakelijke veranderingen in onze financiële systemen te realiseren.’

Dat zou een gamechanger kunnen zijn?

‘Ja, dat zou écht helpen.’