Doorgaans is Ernst Kuipers de rust zelve tijdens zijn publieke optredens, maar deze week in de Tweede Kamer zagen we de coronaminister bijna ontploffen. Toen FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren naar voren bracht dat OMT-voorzitter Jaap van Dissel glashard zou hebben gelogen over de invloed van het ministerie op het OMT las Kuipers hem met nauwverholen woede de les: ‘U moet zich schamen!’

Nu kun je inderdaad je bedenkingen hebben bij de woordkeuze van Van Meijeren, enthousiast aanhanger van complottheorieën en de instelling van tribunalen voor leugenachtige politici en bestuurders. Maar ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat het Kamerlid in dit geval wel degelijk een punt had.

Toen Nieuwsuur afgelopen week onthulde dat ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid tijdens de eerste maanden van de crisis OMT-adviezen hebben laten aanpassen, waaronder de aanscherping van een passage waarin het gebruik van mondkapjes in verpleeghuizen werd ontmoedigd, mogelijk met onnodige doden tot gevolg, rees de vraag hoe onafhankelijk het OMT eigenlijk was. Het kabinet heeft bij monde van premier Mark Rutte, coronaminister Hugo de Jonge en diens opvolger Ernst Kuipers altijd de onafhankelijkheid van het OMT benadrukt. Maar dat is nu lastig vol te houden.

Zo was Van Dissel ook maandenlang in de positie om op eigen houtje het gebruik van mondkapjes te blokkeren.

Geen wonder dat de Kamer de minister deze week het hemd van het lijf vroeg. En geen wonder dat Gideon van Meijeren erop wees dat Jaap van Dissel zelf in augustus 2020 bij een technische briefing nog stellig had ontkend dat het OMT zich op enige wijze politiek had laten beïnvloeden.

totale rolvermenging

Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid die deze week een kritisch rapport over het eerste halfjaar van het coronabeleid presenteerde, noemde de onthulling van Nieuwsuur een ‘pijnlijke illustratie’ van wat hij in zijn eigen rapport concludeerde. Namelijk ‘dat er een totale rolvermenging was tussen de wetenschappelijke adviezen en de besluitvorming. En dat tast de integriteit en het gezag van het OMT aan, want iedereen vraagt zich nu af: zijn die adviezen wel wetenschappelijk en onafhankelijk?’

Jaap van Dissel heeft zich de afgelopen jaren ongetwijfeld naar eer en geweten ingezet, zoals Ernst Kuipers van de week in het Kamerdebat verklaarde. Maar dat is geen excuus voor de verblinding die de OMT-voorzitter daarbij aan de dag legde. Volgens het RIVM en het ministerie zouden ambtenaren alleen suggesties ter ‘verduidelijking’ hebben gedaan, maar ook daar had de OMT-voorzitter dwars voor moeten gaan liggen, om iedere schijn van politieke bemoeienis te vermijden.

Hetzelfde geldt voor de wel heel laconieke reactie van Van Dissel op het verwijt in het OVV-rapport dat hij bij vrijwel ieder crisisoverleg is aangeschoven, van het Catshuis tot het Torentje, waardoor volgens de OVV de eenzijdige blik van het RIVM op bestrijding van het virus een veel te bepalende rol is gaan spelen in het beleid. ‘Er was veel duiding nodig voor mensen met weinig kennis,’ verklaarde Van Dissel met zijn gebruikelijke onverstoorbaarheid. ‘Als ik daarvoor werd uitgenodigd zei ik natuurlijk geen nee.’ Zo kon het gebeuren dat de soms rampzalige maatschappelijk gevolgen van de OMT-adviezen veel te lang buiten beeld bleven.

En zo was Van Dissel ook maandenlang in de positie om op eigen houtje het gebruik van mondkapjes te blokkeren. Terwijl de halve wereld al uit voorzorg op grote schaal mondkapjes gebruikte bleef de OMT-voorzitter koppig volhouden dat er geen ‘sluitend bewijs’ voor de effectiviteit van de beschermingsmiddelen zou zijn en dat ze slechts ‘schijnveiligheid’ zouden bieden – een misvatting die door het kabinet kritiekloos werd overgenomen. Met tot gevolg dat de verpleeghuizen nog maandenlang werden opgezadeld met een RIVM-richtlijn waarin het gebruik van mondkapjes werd ontmoedigd, zodat het personeel onbeschermd aan het werk moest, met alle ellende van dien.

Zelfs toen het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van mondkapjes zich opstapelde en het kabinet in de loop van 2020 het gebruik van mondkapjes verplichtte in het openbaar vervoer, noemde Van Dissel die maatregel nog een ‘politieke keuze’. De conclusie van de OVV: ‘Door deze uitspraken werd het beleid van de overheid ondermijnd door adviseurs van diezelfde overheid.’

avondklok

Het wachten is nu op het tweede deel van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarin ongetwijfeld de rol van de OMT-voorzitter rond de invoering van de avondklok zal worden belicht. Zoals Peter Kee en ik al beschreven in ons boek Code Rood was het Jaap van Dissel die zich door het kabinet onder druk liet zetten om met een rammelend spoedadvies de burgemeesters in het Veiligheidsberaad van nut en noodzaak van die draconische maatregel te overtuigen.

Ironisch genoeg was het Ernst Kuipers, toen nog bestuursvoorzitter van het Erasmus MC, die in het voorjaar bij Beau verklaarde dat de avondklok totaal geen zin had gehad. ‘Als je kijkt naar het beloop van de ziekenhuisopnames in de tijd, zagen we zowel bij de invoering als bij het opschuiven geen enkel effect.’

Over onafhankelijkheid en politieke bemoeienis gesproken.