Mark Traa. Prinses Paulina. Het tragische verhaal van het kleinste vrouwtje van Nederland. ‘Athenaeum-Polak & Van Gennep, 136 p., € 14,95
***
Faction
In het streekmuseum van het Brabantse Ossendrecht liggen in een vitrine twee gipsafdrukken van piepkleine handjes, een theeserviesje en schoentjes met de afmetingen van een poppenvoet. Het zijn parafernalia die herinneren aan Paulientje Musters (1878-1895), ooit wereldberoemd als het ‘kleinste vrouwtje op aarde’. Mark Traa bracht het tragische en turbulente leven in kaart van dit meisje dat nooit groter werd dan 61 centimeter. Paulientje werd geboren in een straatarm, kinderrijk en katholiek gezien. Al snel werd duidelijk dat ze uitzonderlijk klein was en dat trok in de negentiende eeuw de aandacht van kermisexploitanten. Dwergen of vrouwen met baarden werden gretig tentoongesteld. Toen de Vlaamse impresario Emile Grandsart – op verzoek van Paulientjes vader Michel – naar Ossendrecht kwam met een voorstel om het dwergkindje in Brussel voor publiek te laten optreden, kon moeder Maria overgehaald worden met het argument dat het hele gezin met dit avontuur uit de armoede werd getrokken. Traa vertelt zijn boek vanuit het perspectief van Maria.
De ouders, Paulientje van anderhalf en haar oudere zus Kee vertrokken in een heuse woonwagen naar België. Hun andere vijf jonge kinderen bleven achter in Ossendrecht, verzorgd door twee tantes. Het succes in Brussel en later in Gent was groot, maar de opoffering ook. Paulientje moest meermalen per dag het podium op, opgetut in een kanten jurkje en met een diadeem op het hoofd. Ze moest verder binnen blijven, want anders zou ‘de verrassing’ weg zijn. Ze was zo klein dat ze op de handpalm van Grandart aan het toegestroomde publiek getoond werd.
Na België volgde Parijs: in de Folies Bergère, ‘waar het op dat moment nog allemaal keurig aan toe ging’, daarna Berlijn. Het geld stroomde binnen, er werd in Ossendrecht een groot huis gekocht. Paulientjes vader werd almaar gretiger en sloot buiten medeweten van Maria het ene contract na het andere.
Op affiches aangekondigd als Prinses Paulina moest ze zo veel optreden dat er uitputtingsverschijnselen optraden. Een paar glaasjes port per dag brachten uitkomst. Ze raakte verslaafd. Maria realiseerde zich dat ze dankzij Paulientje veel van de wereld zag. En naarmate Paulientjes ster rees, hoefden ze steeds minder vaak in een woonwagen te reizen en kwamen ze meer in luxueuze hotels, met elektrisch licht en stromend water.
De echte klapper moest toen nog komen: New York. De reis zou een jaar duren. Na een paar weken optredens met groot succes werd Paulien, inmiddels zeventien jaar en alcoholiste, ziek. Ze stierf kort daarna.
Het lichaampje werd gebalsemd en nog één keer tentoongesteld in New York. Toen ging de familie met de boot terug naar Antwerpen, het kistje mee in de tram naar Ossendrecht, en daar kreeg Paulientje ook nog eens een afscheid van vijfduizend mensen die naar het kleinste meisje ter wereld kwamen kijken.
Maria Musters overleed in 1934, ze had haar dochter veertig jaar overleefd. Er ging geen dag voorbij zonder dat ze aan het verschrikkelijke leven van haar Paulientje dacht.
Jammer is dat Traa dit opzienbarende verhaal in een vorm heeft gegoten die zijn boek doet piepen en kraken. Niet alleen koos hij voor de ‘roman met stevige wortels in de werkelijkheid’, maar hij sloeg ook aan het verzinnen. Achter in het boek geeft hij eerlijk toe dat Maria niet zo vaak op reis is geweest als in Prinses Paulina beschreven is en dat haar zoon Constant geen zelfmoord heeft gepleegd maar is overleden aan longontsteking. Minstens zo storend zijn de uitspraken die Maria in de mond worden gelegd, in de trant van: ‘Ik hoop dat er ooit een wereld komt waarin vrouwen hun man niet meer hoeven te volgen.’ De lezer stelt zich bij deze ‘fictionalisering’ dezelfde vraag als koningin Emma aan Maria stelde toen ze tijdens een audiëntie had gehoord hoe Paulientje de wereld over werd gesleept: ‘Waarom?
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.