Voor haar jarenlange inspanningen om oorlogsmisdaden in onder andere Bosnië, Kosovo en Servië te documenteren is de Servische mensenrechtenactivist Natasa Kandic (1946) genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Zvezdana Vukojevic sprak de onbevreesde activiste.
‘Nobelprijs Voor Verraad tegen het Servische Volk’, volgens aanplakbiljetten met haar foto die een dag na haar nominatie in de straten van Belgrado opdoken. Natasa Kandic is de vrouw achter de openbaarmaking van de ‘Scorpions executievideo’, het enige gefilmde bewijs van de executies van moslims door Servische troepen in en rondom Srebrenica in juli 1995.
De aanplakbiljetten zijn geen verrassing. De artikelen in de Servische staatstabloids ook niet: ‘Ze is pleitbezorger van het idee dat Servië alleen verantwoordelijkheid draagt voor de oorlogen in de jaren negentig,’ schreef er een. Een andere tabloid citeerde de ultranationalistische politicus Vojislav Seselj, die vindt dat ze op een houten staak gespiesd zou moeten worden. Waarop Balkanexpert Eric Gordy tweette: ‘Denken mensen dat ze Natasa Kandic kunnen intimideren? Dat is nog niemand gelukt.’
Doodsbedreigingen zijn haar inderdaad niet vreemd. Ik sprak de kettingrokende Kandic eerder in het door haar in 1992 opgerichte Humanitarian Law Centre (HLC). Ze is onlangs verhuisd en heeft maar geen naambordje opgehangen. De dreigementen noemt ze ‘niet altijd aangenaam’, maar, zegt ze: ‘Vergeet niet dat je na een oorlog een maatschappij vol conflicten hebt. Het enige wat ik wil, is dat de feiten boven tafel komen. Niemand hoort graag de misdaden van zijn eigen volk. Toch moeten we ze blijven benoemen.’
Zonder aanzien des persoons
Benoemen, dat doet Kandic, van huis uit socioloog, al bijna zesentwintig jaar lang. Tijdens de oorlogen reed ze vanuit Belgrado op en neer naar Kroatië, Bosnië en Kosovo om ter plekke mensenrechtenschendingen in kaart te brengen zonder aanzien des persoons. ‘Toen ik onze oorlogsmisdaden tegen de moslims onthulde, was ik een landverrader. Toen ik onze oorlogsmisdaden tegen de Kroaten onthulde, was ik een landverrader. Toen ik de oorlogsmisdaden tegen de Serviërs onthulde, was het stil.’
Tijdens de oorlogen reed ze vanuit Belgrado op en neer naar Kroatië, Bosnië en Kosovo, om ter plekke mensenrechtenschendingen in kaart te brengen zonder aanzien des persoons.
Geregeld wordt ze aangehouden of zelfs vastgezet, maar ze weet zichzelf er altijd uit te kletsen: ‘Ik ben toch maar een ongevaarlijke, kleine vrouw.’ Met een stuk of twintig internationale en nationale onderscheidingen op haar naam. Time noemde haar in 2003 en 2006 een Europese held.
Een valse verklaring
In 2002 was ze betrokken bij een rechtszaak tegen een paramilitair van de Scorpions, een berucht Servisch doodseskader dat actief was tijdens de verschillende Joegoslavische oorlogen in de jaren negentig. De paramilitair werd verdacht van de moord op negentien Albanese vrouwen en kinderen in Podujevo, Kosovo. Kandic kreeg de vijf overlevende kinderen zover om te komen getuigen. Via deze zaak kwam ze in contact met een ander oud-lid van de eenheid. Tot haar grote verbazing biechtte hij aan haar op een valse verklaring te hebben afgelegd om zijn kameraad vrij te pleiten. Nadat hij de verhalen van de overlevende kinderen in de krant had gelezen, was zijn geweten gaan knagen: ‘Ik kan nu niet anders dan de waarheid vertellen,’ zei hij tegen haar.
‘Zijn oude strijdmakkers zouden dat natuurlijk niet zomaar laten gebeuren,’ zegt Kandic. Pas drie weken later kon hij terecht bij de rechtbank om te getuigen en in de tussentijd was zijn leven in groot gevaar. ‘Waar moest hij heen? Hij kon niet meer naar huis terug.’
Daarop besloot Kandic de ex-Scorpion in huis te nemen. Onconventioneel, maar zijn oprechte berouw gaf haar het vertrouwen dat het goed zat. Bovendien kon ze niet riskeren dat hem iets zou overkomen in die drie weken: het was voor het eerst dat een Servische politieman toegaf dat er oorlogsmisdaden waren gepleegd én hij wilde getuigen voor de slachtoffers. Een unicum.

De lokale videotheek
In de weken dat hij bij Kandic logeerde, voerden de twee lange gesprekken over zijn drie jaar als paramilitair in respectievelijk Kroatië, Bosnië en Kosovo. Toen zijn eenheid in Bosnië was, in de buurt van wintersportgebied Jahorina, executeerden ze gevangenen. ‘We kregen de opdracht zes gevangengenomen jongemannen, een paar van hen nog tieners, mee te nemen en verderop te vermoorden.’ Dit hadden ze ook gefilmd. ‘Ikzelf heb de videoband niet meer, omdat de commandant ze allemaal heeft teruggevorderd,’ verontschuldigde hij zich. De videoband zou zelfs worden verhuurd door de lokale videotheek in het dorp Sid, vlakbij de Kroatische grens, waar de meeste ex-Scorpions inmiddels waren neergestreken. Kandic spitste haar oren. Juli 1995 in de buurt van Srebrenica…
‘Wie heeft de tape nog wel?’ vroeg Kandic.
Dit zou weleens hét bewijs kunnen zijn van de massa-executies van gevangengenomen moslims in en rondom Srebrenica: de oorlogsmisdaad die door Servië al jarenlang werd ontkend.
Al snel had Kandic het telefoonnummer achterhaald van een Scorpion-lid dat niet naar de commandant had geluisterd en zijn videoband had gehouden. ‘Zijn eerste reactie aan de telefoon was: “Die tape heb ik niet meer.” Toen herpakte hij zichzelf: “Ik weet niet waar je het over hebt.” Klik.’
Het duurde niet lang voor de man Kandic terugbelde. De originele videoband bleek inmiddels op een veilige plaats in Bosnië te liggen, zei de beller. ‘De aanklagers van Den Haag hebben ook al iets van de tape gezien,’ zei hij. ‘Ik wil een kopie aan hen geven en het origineel aan jou, maar je mag ’m pas gebruiken als ik het land uit ben.’
Zo gezegd, zo gedaan. Ondertussen nam Kandic contact op met de aanklagers van het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.
De brutaliteit van de beulen
Niet lang daarna kon Kandic met eigen ogen zien wat er was gebeurd in juli 1995.
Ze ziet hoe een Servisch-orthodoxe priester de Scorpions zegent voordat ze op hun missie gaan. Zes magere jongemannen liggen met hun handen op de rug geboeid achterin een legertruck. Een paramilitair schopt verveeld met zijn kisten tegen het hoofd van een van hen. ‘Kom op, uit de truck. Sneller sneller.’ ‘Schiet op schiet op!’ Een is blootsvoets, hun kleren zijn besmeurd. Als vanzelf gaan ze gebogen op hun knieën zitten: ‘Ga maar bidden zo, klootzakken. Buig voorover. Toen jullie Serviërs aan het vermoorden waren, wachtte je ook niet.’
Inmiddels liggen ze op hun buik aan de kant van de weg. ‘We vermoorden er twee en laten de andere vier gaan.’ Een van de gevangenen kijkt op. ‘Hou je hoofd naar beneden! Niet praten, stilte.’ ‘Geen water, fuck water. Gaven jullie Serviërs water toen jullie…’
‘Jij hebt ook nog niet geneukt? Wat heb je wel gedaan?’
‘We vermoorden er twee en laten de andere vier gaan.’
Dan vuurt een van de mannen met een bordeauxrode baret een geweersalvo boven hun hoofden af. Een schijnexecutie. ‘Wat is dit? Een Rolex?’
‘Kijk, deze is helemaal aan het trillen.’
Dan moeten de gevangenen opstaan en ergens anders heen. ‘Jala jala,’ roept een van de Scorpions denigrerend in het Arabisch, ‘hup hup hup’.
De volgende shots zijn in een weiland. Het zestal zit op hun knieën met de lopen van de geweren in beeld. Wanneer de geweersalvo’s klinken, vallen de mannen neer. Dan zegt de cameraman dat deze accu ook al bijna leeg is. Een van zijn kompanen vraagt bijna bezorgd: ‘Heb je het wel op tape?’
Het was de eerste keer dat je de gezichten van daders én slachtoffers kon zien, zegt Kandic. ‘De brutaliteit van de beulen versus hoe rustig de jongens voor hen uitliepen, terwijl ze op weg waren om afgeslacht te worden.’ Waarom wilden ze dergelijke oorlogsmisdaden filmen? ‘De commandant wou blijkbaar dat iedereen kon zien hoe zij, grote helden, de vijand uit de weg ruimden.’

Criminele groepering
In mei 2005 gaf het tribunaal de filmer de status van beschermde getuige en op 1 juni 2005 gebruikte een van de openbare aanklagers van het tribunaal een stuk van de band in de rechtszaak tegen Slobodan Milosevic. Toen kon Kandic de hele tape vrijgeven, zodat het grote publiek er kennis van kon nemen.
Servische media aan wie ze de tape aanbood, reageerden verschillend. Het progressieve B92 zei: ‘Jij bepaalt de datum en op die dag zenden wij het uit.’ De hoofdredacteur van staatsomroep RTS zei: ‘We willen het best uitzenden, maar dan willen we ook een tape waar Servische slachtoffers opstaan. En we tonen maar achttien seconden.’ Kinderachtig, vond Kandic.
Het was bijna tien jaar na de val van Srebrenica en voor het eerst voelden Serviërs empathie met slachtoffers van de andere kant. ‘De Servische publieke opinie was eensgezind: deze misdadigers moesten direct gearresteerd worden.’
Een paar dagen later ging ook RTS overstag. Hierna werden de namen van de slachtoffers bekend: Sidik Salkić (36), Smail Ibrahimović (35), Juso Delić (25), Dino Salihović (18), Safet Fejzić (17) en Azmir Alispahić (17).
Weliswaar was het de eerste keer dat wij meeleefden met niet-Servische slachtoffers, dat we zagen en wisten: wij hebben oorlogsmisdaden begaan.
Het werd een omslagpunt genoemd: eindelijk erkende Servië de eigen wandaden. Nee, zegt Kandic. ‘Weliswaar was het de eerste keer dat wij meeleefden met niet-Servische slachtoffers, dat we zagen en wisten: wij hebben oorlogsmisdaden begaan. Maar op politiek niveau was het andere koek.’
De Scorpions werden namelijk ineens een criminele groepering genoemd. Zij hadden zogenaamd niets met de Servische politiek van de jaren negentig van doen. Terwijl de organisatie overduidelijk door de Servische politie was gecreëerd en door de Servische staat werd aangestuurd. ‘Ik wachtte en wachtte tot er gezegd zou worden: ‘Ja, zij werden vanuit hier gezonden, dit waren de troepen van Milosevic, die in naam van de staat oorlogsmisdaden pleegden, en de verantwoordelijken moeten hiervoor worden gestraft,’ zegt Kandic, ‘maar niets van dat al.’
Alle namen
Journaals van over de hele wereld lieten fragmenten van de video zien, maar voor Kandic was het belangrijkste dat de massa-executies van Srebrenica in Servië niet meer ontkend konden worden. ‘Voordat dit gebeurde, kreeg ik alleen maar de kritiek dat ik tegen mijn eigen volk was. Daarna hoorde ik voor het eerst: “Dank u wel voor het laten zien.”’
Dat Kandic nu voor dit werk genomineerd is voor de Nobelprijs, noemt haar Humanitarian Law Centre een eer en aansporing om door te gaan. Tegelijkertijd liet Kandic zelf aan de Servische pers weten dat de nominatie haar verbaast, omdat de landen in het voormalige Joegoslavië nog steeds niet in het reine zijn gekomen met hun oorlogsverleden.
Daarom maakt ze zich hard voor RECOM, een regionale commissie die een definitieve lijst zal samenstellen met alle namen van vermoorde, vermiste, gevangengenomen en gemartelde mensen tijdens de oorlogen in voormalig Joegoslavië. ‘Zodat nationalisten en opruiende politici geen twijfel meer kunnen zaaien over het aantal slachtoffers van henzelf of de andere bevolkingsgroepen. Dat we toegang hebben tot het forensische bewijs en elke naam op die lijst klopt. Dat zijn we hen verschuldigd.’
Meer lezen over de Bosnische Oorlog? Lees hier het interview met Edwin Bergman, chauffeur van overste Karremans toen Srebrenica viel. ‘Het verstoppertje spelen heeft lang genoeg geduurd.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.