Guido Vanheeswijck schreef een cultuurgeschiedenis van Europa aan de hand van Odysseus’ vrouw Penelope. Dwarsliggers trekken hier net als zij altijd opnieuw de draden los.
Het laatste college dat de Franse filosoof Michel Foucault in 1984 gaf aan het Collège de France was getiteld De moed tot waarheid. Het ging over het Griekse begrip ‘parrèsia’, het beste te vertalen als ‘vrijmoedig spreken’. Het betekent je mond ergens over open doen en daarmee een zeker risico lopen. Je uit kritiek, je geeft je mening over een heikele kwestie, je zegt iets dat afwijkt van de meerderheid, je wordt er niet direct populair mee. Kortom, je steekt je nek uit en de uitkomst is ongewis. Dat moet dan maar, dit liever dan dat je je zelf niet meer in de spiegel kunt kijken.
De personificatie van parrèsia is Socrates. Hij werd veroordeeld tot het drinken van de gifbeker omdat hij de Atheense jeugd zou hebben bedorven met zijn vrijmoedigheid. Socrates nam niets terug van wat hij had gezegd. Hij wilde, zoals het heet, ‘in de waarheid blijven leven.’ Na Socrates kwamen er meer die hun hachje ondergeschikt maakten aan wat ze vonden, van Giordano Bruno tot Vaclav Havel en Malala Yousafzai. Misschien zou je Angela Merkel ook kunnen noemen met haar vasthouden aan ‘Wir schaffen das’. En iedereen die ooit zijn geweten heeft moeten aanspreken om te voorkomen dat hij zichzelf ging haten.
Vrijmoedig spreken en denken en de consequenties daarvan, daar gaat De draad van Penelope over van Guido Vanheeswijck. Het is een cultuurgeschiedenis van Europa, maar aan de hand van welk thema kan Vanheeswijck zelf niet met één woord zeggen: de waarheid, de lach, de ironie, de ziel? Ik denk dat het boek gaat over de rol die Vanheeswijck Penelope in de Europese cultuur laat spelen. Penelope moet twintig jaar op haar man Odysseus wachten. Ze gebruikt dat wachten om een lijkkleed voor haar schoonvader Laërtes te maken. Om te zorgen dat het nooit afkomt haalt ze het elke nacht weer uit.
Penelope en het uithalen van het kleed staan voor ‘het paradoxale samengaan in de Europese cultuur van continuïteit en discontinuïteit, voor gehechtheid aan traditie en behoefte aan kritiek, voor afbraak en opbouw. Het zijn de dwarsliggers, de rusteloze waarheidszoekers die haar telkens weer gestalte geven door de draden los te trekken.’
Denkers bedenken, terwijl ze in hun eigen waarheid geloven, de democratie, de dictatuur, het socialisme, het communisme, het liberalisme, het modernisme of de romantiek. Omdat sinds Socrates’ manier van vragen stellen kritiek en twijfel in het Europese denken zijn ingebakken, zijn al deze ideeën en ideologieën hun leven maar betrekkelijk zeker. Ze liggen permanent onder vuur omdat het vrijmoedige denken er steeds voor zorgt dat alles met andere ogen wordt gezien. Vanheeswijck noemt dat anders zien de traditie van de lach, of van het uitlachen. Alle zekerheden werden door Diogenes, Rabelais, Cervantes, Voltaire, Kierkegaard, Nietzsche en Bergson met een lach onthaald.
Maar ondertussen komt de behoefte aan ‘waarheid’, aan hoe het er écht voorstaat in de wereld, steeds weer terug. Ideeën, theorieën, utopieën, fantasieën blijven maar komen. Waarheid en ironie, de ernst en de lach, wisselen elkaar af, allebei met evenveel geloof in zichzelf. Het is niet verwonderlijk dat Vanheeswijck verstrikt raakt in deze labyrintische materie en er niet helemaal uitkomt. Hij waaiert te breed uit om de rode draad van het betoog vast te kunnen houden. Er komen zoveel soorten lach voorbij die een bepaalde rol moeten spelen dat je er geen wijs meer uit wordt. De slappe lach ligt op de loer.

Er valt ook vaak helemaal niet te lachen. Vanheeswijck heeft het ook over een andere draad in Griekse mythologie: de draad van Ariadne. Daarmee kon Ariadnes geliefde Theseus zonder veel moeite het labyrinth van de Minotaurus ontvluchten. Maar eenmaal buiten hield hij zich niet aan zijn belofte Ariadne op zijn boot mee te nemen naar Athene. Hij laat haar achter op Naxos. Zoiets zou Penelope nooit gedaan hebben. Penelope staat in de Europese cultuur juist voor trouw, voor de verdieping, voor de betekenis van een levensbeschouwing, voor de ethiek en de cultuur. De draad van Ariadne staat voor de economie, voor de vrije markt, voor de zakelijkheid en het niet zo nauw nemen van de moraal in de politiek.
Vanheeswijck is geen liefhebber van de draad van Ariadne, dat blijkt vooral uit de epiloog. Daarin gaat het over van alles, maar ook over wat hij ‘de zorg voor de ziel’ noemt, een begrip dat onder meer bij Michel Foucault voorkomt in het kader van zijn boeken over ‘de zorg voor het zelf.’ Ariadne is veel te zakelijk om goed voor de ziel te kunnen zorgen. Dat gaat Penelope veel beter af omdat ze voor het sociaal-humanitaire staat. (Voor Vanheeswijck is Angela Merkel een soort Penelope wanneer het gaat om de vluchtelingen). Ook al maakt Vanheeswijck zich wat te breed en komt er te veel aan de orde in De draad van Penelope, hij slaagt er wel in om je een zeker vertrouwen te geven in het mechaniek van de Europese vrijmoedigheid.
De draad van Penelope. Europa tussen ironie en waarheid door Guido Vanheeswijck is verschenen bij Uitgeverij Polis, Antwerpen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.