Ze noemt zichzelf het oliekanvrouwtje, dat de radertjes in werking zet. Toch wil de ambassadeur voor start-ups in Nederland absoluut geen salaris. Neelie Kroes heeft nog een half jaar voor haar missie, maar duwt en trekt onverminderd voort. 

Neelie Kroes is een opvallende verschijning in de hippe en dynamische wereld van de start-ups. Gekleed in een onberispelijk, beige gebreid mantelpakje stapt de 74-jarige oud-VVD-politica en -eurocommissaris het Amsterdamse kantorencomplex Spaces binnen. Hier hebben allerlei startende ondernemingen, maar ook meer gevestigde start-ups als Booking.com en Uber, hun intrek genomen. ‘Welcome home, oops, we meant welcome to work!’ staat op de glazen buitendeur van het voormalige bankgebouw. De grote hal beneden is ingericht met comfortabele zithoekjes, ruime leestafels en een koffiebarretje. Overal zitten groepjes jonge ondernemers met elkaar te praten en druk te bellen.

Kroes neemt de trap naar de eerste verdieping, naar haar werkkamer bij StartupDelta. Toen ze vorig jaar als ambassadeur begon aan haar taak om Nederland meer op de kaart te zetten als walhalla voor start-ups, streek ze in eerste instantie met haar team neer op het voormalige Marineterrein, achter het Amsterdamse Scheepvaartmuseum.

Dat onorthodoxe denken, die houding van alles op zijn kop willen zetten, vind ik fantastisch.

Het idee was de talloze gangen en kamers van het oude Poortgebouw om te toveren tot een bruisende broedplaats van nationale en buitenlandse start-ups. Maar dat plan bleek met alle nodige verbouwingen en vergunningsaanvragen te ambitieus. Kroes, aangekomen in haar werkkamer: ‘We voelden ons geïsoleerd van de buitenwereld. Het grootste aantal bezoekers dat ik daar heb gezien, was een groep van zestig ouderen achter een rollator.’ Hard lachend: ‘Zij kwamen duidelijk niet voor ons, maar voor een rondleiding over het kazerneterrein.’

Advertentie

Advertentie

Ze neemt een hap van de kerriesoep die haar persoonlijk assistent haar net heeft voorgezet. In haar nieuwe werkomgeving voelt ze zich veel meer senang, vertelt ze. ‘Mensen komen hier snel uit hun hokken en zijn heel geïnteresseerd om te joinen en sharen.’ Met glimmende oogjes: ‘Al dat onorthodoxe denken, die houding van alles op zijn kop willen zetten en zelf volop initiatieven nemen, vind ik fantastisch. Daar wil ik graag een zetje aan geven.’

Daarom wilde ze ook graag juryvoorzitter worden van de zoektocht naar Radicale Vernieuwers van het afgelopen jaar. ‘Voor mij is dit een uitgelezen kans om extra aandacht te vragen voor al die mooie start-ups die we in Nederland hebben.’

Wat vond u van de inzendingen?
‘Een aantal vond ik heel fascinerend, sommige zelfs baanbrekend. De winnares Marjan van Aubel is daar een goed voorbeeld van. Met haar initiatief Caventou integreert ze zonnecellen in meubelstukken en andere materialen in huis die zo via daglicht energie opwekken. Bij haar zie je het rebelse denken waar we als jury zo naar op zoek waren. En belangrijker: haar werk heeft echt impact op de samenleving. Ook was ik blij met de grote belangstelling. Hoewel ik ook geweldige start-ups ken die niet hebben ingezonden. Zo ontmoette ik laatst een onderneemster die in haar zelf opgezette laboratorium in Eindhoven een product van spinnenweb heeft ontwikkeld dat gebruikt kan worden voor transplantaties bij huidbeschadigingen zoals brandwonden (zie p. 48, red.) . Voor de duidelijkheid: ze doet het volstrekt wetenschappelijk verantwoord.’

Waarom hebben zij en andere start-ups die u kent niet ingezonden?
‘De Radicale Vernieuwers zijn best een nieuw fenomeen, dus de herkenbaarheid is nog niet zo groot. Dat zal de komende jaren denk ik vanzelf meer worden. En er mag ook wel wat meer over worden getamboereerd, vind ik. Hoe meer inzendingen, hoe beter.’

Niet iedereen was blij dat de keuze viel op u als juryvoorzitter. Iemand verwees op Facebook naar uw adviseursrol bij de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch en noemde u ‘overduidelijk juist een goed voorbeeld van iemand die het huidige systeem in stand houdt’.
Met cynische blik: ‘Goh, het valt me mee dat mijn leeftijd er niet bij gehaald wordt. Of mijn kleur ogen. Ik bedoel, dat heeft toch niets met elkaar te maken? Wie denkt dat ik met mijn ervaring geen onderscheid kan maken tussen de ene en de andere verantwoordelijkheid, kent me totaal niet.’

Maar met uw achtergrond als bewindspersoon en eurocommissaris wordt u toch gezien als iemand die afkomstig is uit de gevestigde orde, waar de wereld van de start-ups juist zo wars van is. Bovendien heeft u zelf nooit bij een start-up gewerkt.
‘Hoezo niet, StartupDelta is toch ook een start-up?’ Verontschuldigende glimlach: ‘Nee, dat is flauw. Maar je hoeft niet alles zelf meegemaakt en ervaren te hebben om er iets vanaf te weten. En ik werk samen met mijn team, ik krijg genoeg informatie en kan veel vragen stellen.’

Geen salaris

In eerste instantie bedankte Kroes voor de post bij StartupDelta toen minister Henk Kamp van Economische Zaken haar die vorig jaar aanbood. Ze had net tien tropenjaren achter de rug, met haar opeenvolgende eurocommissariaten Mededinging en Digitale Agenda. Kroes: ‘Ik had zelf andere gedachten over wat ik zou gaan doen na mijn tijd in Brussel. Ik wilde mijn kleinkinderen, die in Amerika wonen, vaker zien, boeken lezen en een heleboel andere leuke dingen doen.’

Toch ging ze na aandringen van Kamp overstag. ‘Als eurocommissaris Digitale Agenda was ik al veel met start-ups bezig. In landen met een hoge jeugdwerkloosheid, zoals Griekenland, Spanje, Italië en Portugal, zag ik dat de nieuwe generatie niet meer wachtte op politieke oplossingen, maar voor zichzelf begon. En in veel gevallen gebeurde dat met heel creatieve gedachten en een goed businessmodel. Ik ben er heilig van overtuigd dat de start-ups de economie een enorme boost geven en dat daar de banen voor de toekomst worden gecreëerd. Het leek me mooi daar een steentje aan te kunnen bijdragen.’

Wel stelde Kroes een aantal scherpe voorwaarden. Ze eiste dat er een directeur en een ondersteunend team benoemd zouden worden, dat ‘het karwei’ binnen anderhalf jaar afgerond zou zijn én dat ze geen salaris zou ontvangen voor haar functie.

Waarom wilde u niet betaald worden?
‘Dan zou ik aan het parlement moeten vertellen wat ik daar allemaal voor doe en daar had ik geen zin in. Nu ben ik veel minder gebonden.’

En waarom moet StartupDelta van u na anderhalf jaar worden opgeheven? U had ook kunnen zeggen dat u dan het stokje zou overdragen aan een opvolger.
‘Als iedereen die deadline voelt, is er veel meer stoom en kokend water om alles in beweging te krijgen. Dan heeft niemand een excuus om te zeggen “daar moeten we nog eens over nadenken” of “daar gaan we eerst een commissietje voor instellen”. En ik vind gewoon dat we de klus binnen die periode moeten kunnen klaren.’

Foto: Robin de Puy
Tripje naar Silicon Valley

Die ‘klus’ houdt in Nederland na Londen en Berlijn op de derde plaats te krijgen van Europese start-up-ecosystemen. Dat is geen sinecure. Tot het begin van StartupDelta liep Nederland hopeloos achter in de race en prijkte op geen enkel ranglijstje van vestigingsplaatsen van start-ups. Er was dus een lange weg te gaan. Maar: ‘Als je geen ambitie toont, kun je het verhaal sowieso vergeten’ luidt het motto van Kroes.

Om haar missie te behalen, reist Kroes veel naar het buitenland waar ze interessante start-ups bezoekt en grote investeerders verleidt om in zee te gaan met Nederlandse bedrijfjes. Zo is ze net terug van een tripje naar Silicon Valley, samen met premier Rutte. Kroes: ‘Mark en ik hebben twee dagen on the spot gesnoven en gekeken wat er allemaal gebeurt.’ Met een grijns: ‘Ik moest behoorlijk wat duw- en trekwerk verrichten in die agenda van hem, maar fantastisch dat hij daar tijd voor heeft vrijgemaakt!’

U was onlangs ook in Las Vegas voor de CES, ’s werelds grootste handelsbeurs voor consumententechnologie. De Franse minister van Economische Zaken had vertegenwoordigers van maar liefst honderdtwintig start-ups meegenomen, vanuit Nederland was er maar een handjevol start-up-ondernemers.
‘Dat klopt. Ik heb het daar gisteren nog met onze minister van Economische Zaken over gehad. Ik zei: “Henk, jij moet daar volgend jaar ook heen met een hele delegatie. Eigenlijk had je er dit jaar al moeten zijn.” Hij zei: “Point taken.”’

Het haasje

Haar immense politieke netwerk komt Kroes goed van pas in haar Brusselse en Haagse lobbywerk. Ze noemt zichzelf ook wel het ‘oliekanvrouwtje’ dat allerlei radartjes binnen de machtige bolwerken van de politiek en het traditionele bedrijfsleven in beweging probeert te krijgen.

Hoe pakt u dat aan?
‘Ik bel voortdurend, ga overal langs, duw en trek. Door mijn ervaring pretendeer ik te weten hoe de hazen lopen, dus dat gaat best goed. Zo zijn we druk bezig ministers en fractieleiders ervan te overtuigen het fiscale klimaat voor start-ups te verbeteren. Dat is namelijk bepaald niet wat je noemt tailor made. Sterker: in de plannen voor de belastingherziening van vorig jaar werd het woord start-ups niet één keer genoemd.’

De punten uit het fiscale pakket die ze voor haar achterban graag anders geregeld zou zien, kaartte Kroes aan in een brief aan alle fractievoorzitters. Zo pleitte ze voor een tijdelijke uitzondering van de zogenoemde gebruikelijkloonregeling, waarbij iedere ondernemer voor de belastingopgave verplicht is zichzelf 44.000 euro loon te geven. Kroes: ‘Ik heb nog geen start-up ontdekt die de eerste jaren genoeg verdient om dat te kunnen ophoesten.’

Ook wilde ze een lagere heffing voor optieregelingen bij werknemers van start-ups invoeren. ‘Een onderneming die hier voeten aan de grond krijgt en talent wil aantrekken, heeft geen geld voor salarissen. Dat talent neemt meestal ook wel genoegen met een optieregeling. Alleen ben je daarmee in Nederland het haasje, omdat je meer dan de helft van de waarde kwijt bent aan de fiscus.’

Verder vroeg Kroes om een gunstigere belastingregeling voor durfkapitaal, zodat het investeren in start-ups aantrekkelijker wordt.

Hoe is er op uw voorstellen gereageerd?
‘Al die punten staan nu op de kaart en de financiële consequenties ervan worden doorgerekend. Daar heb ik alle vertrouwen in. Het moet gek lopen, willen ze niet worden ingevoerd.’

Bloed, zweet en geen tranen

Successen heeft Kroes al geboekt. Zo heeft ze voor elkaar gekregen dat buitenlandse ondernemers die zich in ons land willen vestigen een start-upvisum voor een jaar kunnen krijgen. Haar argument: ‘Silicon Valley is ook groot geworden omdat immigranten daar de kans krijgen hun activiteiten te ontwikkelen.’ Ze is nu bezig de lidstaten warm te maken voor een Europese variant. Met trotse blik: ‘Ik heb al een aantal landen aan boord gekregen met mijn oliekannetje.’

In Nederland wil ze nog de faillissementswet op de schop nemen. ‘Als je als ondernemer hier failliet gaat, krijg je een stempel op je voorhoofd waar je nog lang aan vast zit. Dat komt nog voort uit het oubollige Hollandse idee dat je niet mag falen. Maar als je dat als iets negatiefs beschouwt, zie je het ook niet als een leermoment. Ik heb zelf in mijn leven meer fouten gemaakt dan successen behaald. De successen ervoer ik als vanzelfsprekend, maar bij de fouten dacht ik: zo doen we dat dus niet meer. Ik heb altijd gezegd: bloed, zweet en geen tranen.’

Wat voor fouten heeft u bijvoorbeeld gemaakt?
‘Ik wilde wel eens zaken snel doorvoeren, terwijl de tijd er nog niet helemaal rijp voor was. Zoals mijn plan als eurocomissaris om die enorme roamingtarieven die telecombedrijven hanteerden voor bellen en internetten in het buitenland af te schaffen. Ik was er zo van overtuigd dat niet alleen de consumenten daar belang bij hadden, maar dat de bedrijven zelf ook zouden begrijpen dat ze nu eindelijk eens flink moesten gaan innoveren. Maar dat bleek te makkelijk gedacht, zij wilden liever die roamingopbrengsten blijven binnenharken. Kennelijk zijn er soms meer argumenten nodig om iets voor elkaar te krijgen.’

Dat u graag snel wil handelen, kan ik niet echt als een fout zien.
Korte stilte. Dan: ‘Nou ja, ik heb ook andere fouten gemaakt, maar dan gaan we wel heel diep graven. Wat ik wil zeggen: je moet af en toe op je bek durven gaan. Daar leer je van.’

Win-winsituatie

Behalve met veel angst om te falen, vindt Kroes dat Nederlanders ook behept zijn met een te hoge dosis bescheidenheid. ‘Kijk maar naar al die tegeltjeswijsheden van ons, zoals “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” en “bescheidenheid siert de mens”. Afijn, ik kan een hele waslijst opsommen. Die houding valt me ook op bij mijn bezoeken aan de universiteiten. Ik zie heel goede research- en innovatieactiviteiten in Twente, Eindhoven en Wageningen. Maar die jonge ondernemers zijn o zo bescheiden. Ik zeg steeds tegen ze: “Waarom hoor ik dat allemaal nu pas, jongens? Gooi die deuren nou eens open!”’

53 procent van de startups in Nederland bestaat na vijf jaar nog. En dat is vrij uniek in de wereld.

Een beetje bescheidenheid lijkt me wel op zijn plaats. Uit wereldwijd onderzoek van adviesbureau Deloitte bleek onlangs dat maar één op de tweehonderd start-ups erin slaagt na vijf jaar een zogenaamde scale-up te worden: een goedlopend bedrijf met meer dan tien miljoen euro omzet. De meeste zijn tegen die tijd al ter ziele gegaan.
‘Dat bestrijd ik niet. Maar uit internationaal onderzoek van de OESO blijkt ook dat in Nederland 53 procent van de start-ups na vijf jaar nog bestaan. En dat is vrij uniek in de wereld. Ik stel dus met vreugde vast dat het bij ons niet om eendagsvliegen gaat.’

Toch een voordeel van onze meer risicomijdende cultuur misschien?
‘Dat zou kunnen. Kennelijk ligt er vaak een gedegen beslissing aan ten grondslag. En wat uitmaakt: wij kijken vooral naar technologische start-ups. Dus we hebben het niet over – met alle respect – de pizzabezorger.’

Wat wilt u bereikt hebben als u over een half jaar klaar bent met uw ambassadeurschap?
‘Dat is over vijf maanden.’

U houdt de tijd goed bij.
‘Ja. Maar voordat je denkt: ze zit zuchtend en steunend af te tellen, zo zit het dus niet. Nogmaals, het komt me juist goed uit bij het maken van afspraken. We hopen in juni een hele hoop afgevinkt te hebben, zoals de fiscale punten en het Europese start-upvisum. Maar een paar zaken moeten dan nog in de gaten gehouden worden, dus die dragen we over.’

U heeft Hans de Boer van de werkgeversorganisatie VNO-NCW gevraagd straks een sleutelrol te vervullen tussen de grote bedrijven en de start-ups. Bent u niet bang dat de multinationals zo te veel macht houden en daarmee de creativiteit van innovatieve starters beperken?
‘Nee, integendeel. Ik geloof heilig in een win-winsituatie.’

Maar de grote bedrijven voelen zich nu ook al bedreigd door het disruptieve karakter van clubs als Uber en Airbnb.
‘Dat klopt. Er moet dus een formule worden verzonnen die voor beide partijen werkt. Als corporates en start-ups goed met elkaar samenwerken, kunnen ze veel van elkaar leren. Sommige bedrijven zoals ASML en DSM zijn daar al mee bezig. Ze investeren en faciliteren in technologische start-ups en sponsoren competities.’

De strijd gaat verder

Onlangs werd bekend dat het kabinet ook een speciale ambassadeur wil aanstellen voor de financiële technologie. Juist in die sector zouden enorme kansen liggen voor Nederland om een internationale trekpleister te worden voor nieuwe initiatieven, is het idee. De succesvolle online betaaldienst Ayden is een goed voorbeeld, maar Nederland heeft nog veel inhaalwerk te doen.

Opnieuw een uitstekende positie voor Neelie Kroes, dacht minister Dijsselbloem van Financiën, die haar al polste. Maar deze keer heeft ze resoluut geweigerd. ‘Tot de zomer zet ik me nog volledig in voor StartupDelta, maar dan is het echt klaar.’

Tot nu toe is ze tevreden over het resultaat van haar missiewerk. ‘Toen we begonnen, kwamen we op geen enkele lijst voor, nu staan we meestal op plek vier of zelfs drie van de Europese ranglijsten. Maar de strijd gaat verder, in Londen en Berlijn zitten ze ook niet stil. Dus ik duw en trek nog even door.’