Vanavond debatteert de Tweede Kamer over de ‘lange arm van Eritrea’. Het is hoog tijd dat de Nederlandse regering zich ferm gaat opstellen tegen de dictatuur en haar vertegenwoordigers in Nederland, schrijft de Nederlandse journalist van Eritrese komaf Habtom Yohannes.

Nederlandse-Eritreeërs klagen al jaren steen en been over intimidaties en afpersingen door het Eritrese regime. Maar nadat de Nederlandse hoogleraar Mirjam van Reisen liet weten dat ze bedreigd werd door aanhangers van het regime hier in Nederland, was de maat vol voor de Kamerleden Attje Kuiken van de PvdA en Malik Azmani van de VVD. Zij eisten een Kamerdebat en een grondig onderzoek.

We zijn nu een half jaar verder – de molens van het parlement malen langzaam – maar vanavond is het dan eindelijk zo ver: de Kamer spreekt over de Eritrese invloedsfeer in Nederland. Sinds januari is er een hoop gebeurd. Meseret Bahlbi, oud-voorzitter en nog altijd prominent lid van de jongerenbeweging van het Eritrese regime YPFDJ, spande rechtszaken aan tegen Van Reisen en de Volkskrant wegens smaad. Hij verloor ze beiden. Dat gold ook voor zijn broer en zus die een rechtszaak aanspanden tegen de directeur van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). Alle drie werden ongeschikt gevonden om te tolken voor Eritrese asielzoekers wegens te nauwe banden met het Eritrese regime.

Priesters demonstreren in Genève tegen de bevindingen van de VN.

En dan is er ook nog een vernietigend rapport van een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties dat begin van deze maand in Genève werd gepresenteerd. Volgens de onderzoekers maakt Eritrea zich schuldig aan ‘misdaden tegen de menselijkheid’. In Genève demonstreerden Eritreeërs om het rapport te ondersteunen, maar ook het regime mobiliseerde haar aanhang. Uit heel Europa kwamen bussen vol demonstranten, ook uit Nederland.

Vrij Nederland publiceerde eind mei een verhaal over de lange arm van Eritrea, op grond van vertrouwelijke documenten die lieten zien hoe vanuit de ambassade feesten worden georganiseerd en media- en lobby-comités van aanhangers van het regime worden aangestuurd. Al eerder was bekend dat Eritreeërs in de diaspora, en dus ook in Nederland, twee procent van hun brutosalaris als belasting moeten afstaan, nog bovenop andere incidentele collectes.

Het is prijzenswaardig dat de Kamer nu in debat gaat, maar het is nog maar de vraag of er voor de Nederlandse-Eritreeërs die het regime niet ondersteunen wezenlijk verandering gaat komen in de bemoeienis uit Asmara. Het adagium van het huidige Nederlandse (en Europese beleid) lijkt in toenemende mate: realisme, realisme, realisme. VVD-fractievoorzitter Zijlstra moedigde Nederland en Europa al aan om met dictators te onderhandelen als we daarmee de toestroom van asielzoekers richting Europa kunnen indammen.

Eritrea krijgt, zonder dat het land erom heeft gevraagd, een bedrag van 200 miljoen euro van de Europese Commissie.

En ook in Europa lijkt die gedachte inmiddels ingang te hebben gevonden. Er zijn deals gesloten met autocraten als Erdogan en ze praten zelfs met de Soedanese dictator president Omar al-Bashir, die gezocht wordt door het Internationaal Strafhof. Eritrea krijgt, zonder dat het land erom heeft gevraagd, een bedrag van 200 miljoen euro van de Europese Commissie in de hoop dat de Eritrese dictator meewerkt om vluchtelingen thuis te houden. Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders heeft deze hulp aan Eritrea goedgekeurd, zonder dat er maar één voorwaarde is gesteld. De Eritrese dictator weigert zelfs ook maar één van de vele tienduizenden politiek gevangenen vrij te laten; zelfs niet de Eritrees-Zweedse journalist Dawit Isaac die al 15 jaar vast zit zonder contact met de buitenwereld.

Koenders kent de Eritrese dictator Afwerki en sprak met hem in 2008 als minister voor Ontwikkelingssamenwerking. In dat gesprek uitte Koenders zijn zorg over de toen al gaande exodus van Eritreeërs. Afwerki haalde zijn schouders op en zei tegen Koenders: ‘Laat ze maar gaan, zij komen toch terug’. Alleen een naïeveling gelooft dat vluchtelingen terug zullen gaan naar Eritrea nadat ze levensbedreigende risico’s hebben genomen om vrijheid te bereiken. Afwerki bedoelde met zijn opmerking nog iets anders, namelijk dat waarheen zijn onderdanen ook zouden vluchten, zijn lange arm zou hen volgen.

Alleen een naïeveling gelooft dat vluchtelingen terug zullen gaan nadat ze levensbedreigende risico’s hebben genomen om vrijheid te bereiken.

Niet alleen uit publicaties in de media maar ook uit rapporten van de Verenigde Naties, ambtsberichten van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken en verschillende publicaties van mensenrechtenorganisaties blijkt dat die lange arm een reëel probleem is. Toch heeft de Nederlandse overheid tot nu toe nooit ingegrepen. De voormalige ministers van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal en Frans Timmermans, beloofden onderzoek naar berichten over de verhalen van anonieme Eritreeers dat ze 2 procents van hun bruto salaris moeten afdragen, maar daarover is vervolgens niets meer vernomen. Vreemd, want uit onderzoek van de VN uit 2009 blijkt dat Eritrees geld naar de Somalische terreurbeweging is gegaan.

Een land als Canada heeft op basis hiervan reeds acties ondernomen tegen Eritrese vertegenwoordigers op zijn grondgebied. De formulieren die door het Eritrese regime in Canada werden gebruikt om geld in te zamelen zijn identiek aan die in Nederland. En ook Eritrese Nederlanders zijn naar de Nederlandse autoriteiten gestapt. Zij kregen te horen dat ze eerst moeten aantonen dat het geld dat het Eritrese regime hier in Nederland inzamelt, daadwerkelijk voor de aanschaf van wapens wordt gebruikt. En daar stopte het spoor. Want mensen zijn als de dood om aangifte te doen; niet alleen maar voor zichzelf maar ook voor familieleden in Eritrea.

Hopelijk vragen Kamerleden vanavond naar de resultaten van het onderzoek naar de gedwongen betalingen. Verder moet Nederland de bonafide van de malafide asielzoekers scheiden om zo het draagvlak voor echte vluchtelingen te vergroten. Er zijn genoeg mensen die hier asielaanvragen om vervolgens hand- en spandiensten te verrichten voor het regime. Ze vragen in Nederland asiel aan op grond van mensenrechtenschendingen in Eritrea en vervolgens ontkennen ze dat daar mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Nederland moet ook werk maken van het in kaart brengen van allerlei ‘culturele en maatschappelijke organisaties’ die in wezen verkapte organisaties zijn van het regime. Deze ‘maatschappelijke organisaties’ krijgen wel subsidies vanuit Nederland en de EU. Ook zou Nederland onafhankelijke Eritrese organisaties juist moeten steunen.

Het oplossen van het grensconflict zal de uitstroom van vluchtelingen aanzienlijk verminderen en de vrede in de regio bevorderen.

Wil de Nederlandse overheid werkelijk de uitstroom van Eritrese asielzoekers stoppen dan moet het een tweesporenbeleid voeren. Allereerst moeten Nederland en de EU hun verantwoordelijkheid nakomen wat betreft het nog altijd onopgeloste grensconflict tussen Eritrea en Ethiopië. Ethiopië weigert nog steeds de internationale uitspraak over de grens tussen beide landen te erkennen en zijn troepen terug te trekken van Eritrees grondgebied. De Eritrese regering gebruikt dit als excuus om min of meer de hele Eritrese samenleving onder de wapens te houden. Sommige mensen zitten al 10, 15 jaar in de loopgraven of verrichten als dienstplichtigen allerlei werkzaamheden voor het regime. En zij krijgen maar 8 euro per maand. Ethiopië moet onder gezonde druk gezet worden om zijn troepen terug te trekken voordat het te laat is. Twee weken geleden nog, braken hevige gevechten uit met honderden doden en duizenden gewonden aan zowel Ethiopische als Eritrese kant. Het oplossen van het grensconflict zal de uitstroom van vluchtelingen aanzienlijk verminderen en de vrede in de regio bevorderen. Meer dan 1000 Nederlandse mariniers hebben bijna twee jaar langs de grens tussen Ethiopië en Eritrea gezeten om daar vrede te brengen. Het kan niet zo zijn dat Nederland en Europa een struisvogelpolitiek blijven spelen wat dit probleem betreft om hun bondgenoot Ethiopië niet voor het hoofd te stoten.

Het andere spoor moet bestaan uit een serieuze dialoog met de Eritrese overheid. Nederland en Europa moeten niet zomaar geld geven, maar mensenrechten vooropstellen bij elke onderhandelingen die zij voeren. Eritrea moet alle gewetensgevangenen onvoorwaardelijk en onmiddellijk vrijlaten. Eritrea moet de democratische grondwet van 1997 implementeren en de weg effenen voor waarheidsvinding, gerechtigheid, vergeving en verzoening. Anders is het land een tikkende bom met alle gevolgen van dien voor de regio.