Heeft het dictatoriale regime in Eritrea een ijzeren greep op de diaspora of niet? Tot nu toe ontkennen aanhangers van de dictator hier in Nederland elke formele verhouding met het Eritrese regime. Maar vertrouwelijke documenten in handen van Vrij Nederland laten iets anders zien.

De Volkskrant, het maandblad OneWorld, Nieuwsuur, het radioprogramma Argos, NRC Handelsblad, en ook Vrij Nederland, allemaal publiceerden ze afgelopen maanden over de vermeende ‘lange arm van Asmara’. Terugkerende vraag is hoe stevig de greep van de dictatuur in het Oost-Afrikaanse land is op de Eritrese gemeenschap hier in Nederland.

Eerst wat achtergrond: President Isaiah Afewerki was ooit een vrijheidsstrijder, maar ontwikkelde zich na de onafhankelijkheid in 1994 tot een dictator. Hij is inmiddels 25 jaar lang onafgebroken aan de macht. Zijn wil is wet: geen democratie, geen verkiezingen, geen parlement, geen onafhankelijke rechtspraak, geen vrije pers en geen vrijheid van godsdienst.

Uit een vuistdik rapport van de Verenigde Naties dat in juni 2015 verscheen, rijst een gruwelijk beeld op van een land met geheime detentiecentra, slavenarbeid en gedwongen dienstplicht. De VN sprak van ‘systematische, wijdverspreide en grove schendingen van de mensenrechten’ en van ‘mogelijke misdaden tegen de menselijkheid’.

In Nederland willen critici van het Eritrese gemeenschap niet of nauwelijks on the record praten uit angst voor represailles. Er is sprake van een angstcultuur. Ook de bron van de stukken die we voor dit artikel gebruiken, wil anoniem blijven. Een groep aanhangers van het regime laat wel volop van zich horen. Zij manifesteerden zich voor de eerste keer in het voorjaar van 2014. Op dat moment zochten duizenden Eritrese asielzoekers in Nederland hun heil.

Een van de woordvoerders was Meseret Bahbli. Hij deed zich aanvankelijk voor als een neutrale vertegenwoordiger uit de Eritrese gemeenschap. Maar niet lang daarna schreef OneWorld dat Bahbli voorzitter was van de YPFDJ, de jongerenbeweging van de PFDJ, de enig toegestane politieke partij van Eritrea. Balhbi stelde dat de YPFDJ Nederland een onafhankelijke organisatie was die alleen ‘ideologisch verwant is’ aan de regeringspartij.

De afgelopen maanden spande Bahlbi rechtszaken aan tegen de Volkskrant en  hoogleraar Mirjam van Reisen wegens smaad. In die zaken kwam ook de relatie tussen de YPFDJ en de PFDJ aan de orde. Om aan te tonen dat er wel degelijk een relatie tussen beide bestaat, voerden de advocaten van Van Reisen en de Volkskrant  onder meer de volgende bewijzen aan:

1. Yemane Gebreab, de rechterhand van de president, omschreef de YPFDJ  als ‘deel van onze gemeenschap’ en stelde dat ‘zonder de steun en de richtlijnen van de ambassades’ en ‘nauwe samenwerking tussen al onze geledingen’ het niet mogelijk zou zijn geweest voor ‘De Beweging om te overleven en zo ver te komen’.

2. Op de zitting werden stukken getoond van een conferentie uit Noorwegen waaruit bleek dat de YPFDJ zich baseerde op de ‘kernwaarden van de PFDJ’.

3. Tegenstanders van het regime legden verklaringen af waarin zij de PFDJ en de YPFDJ op een lijn stelden.

In beide zaken wees de rechter de eisen van Bahlbi af. Sterker nog, de rechter stelde dat ‘de YPFDJ voorshands kan worden aangemerkt als een verlengstuk van het dictatoriale regime’ en ‘dat leden werkzaam zijn als informanten voor (de ambassades) van het regime in Eritrea’ en dat de organisatie ‘hetzelfde gedachtengoed’ als dat van de PFDJ ‘uitdraagt’.

De stukken die Vrij Nederland in handen heeft gekregen, onderstrepen de zeer nauwe banden tussen de YPFDJ en de PFDJ. Het eerste document is een inschrijfformulier van de YPFDJ. Wie lid wil worden wordt gevraagd zijn of haar partijnummer van de PFDJ op te geven: lidmaatschap van de partij lijkt dus te worden verondersteld. Voormalig voorzitter van de YPFDJ Meseret Bahlbi laat in een reactie weten dat het rode gedeelte op het inschrijfformulier volgens hem ‘is vervalst’. Verderop in zijn reactie schrijft hij: ‘Dit document werd in het beginfase van YPFDJ gebruikt om onze administratie te doen maar later hebben we eigen formulieren gemaakt.’ Over het invullen van het PDFJ partijnummer zegt hij: ‘Het deel met PFDJ nummer is niet voor degene die zich inschrijven maar voor de administratie. Dus aspirant-inschrijvers hoeven helemaal geen nummer in te vullen, dat blijft leeg.’

En dan nog iets: in een email uit 2009 is te lezen dat leden van de YPFDJ worden uitgenodigd om voorafgaand aan een congres in Italië een bijeenkomst te bezoeken op de ambassade in Den Haag. Ook dat onderstreept de nauwe banden die bestaan tussen partij en jongerenorganisatie. Bahlbi laat in een reactie weten dat als ‘de Eritrese gemeenschap gebruik wil maken van de faciliteiten van de ambassade dat kan’ en ‘daar was genoeg ruimte, dus waarom niet’. Hij blijft er bij dat de YPFDJ ‘zelf haar programma bepaalt’ en niet aangestuurd wordt door anderen.

Bahbi’s advocaat Querijn Meijnen stelt dat de vonnissen in de zaken die zijn cliënt heeft aangespannen voorlopige oordelen in kort geding procedures zijn. In de zaak tegen Mirjam van Reisen is inmiddels hoger beroep ingesteld, aldus Meijnen.

Lees het hele verhaal over de Lange arm van Asmara deze week in VN, of scroll even door.

Oud-voorzitter van de YPFDJ Meseret Bahlbi heeft bij Vrij Nederland bezwaren aangevoerd tegen mede-auteur Habtom Yohannes. Hij zou actief zijn binnen de Eritrese oppositie en zou onder meer een rol hebben gespeeld bij ‘sabotage-acties’ die leidden tot de annulering van het Eritrea-feest in 2012. Er zou volgens hem dan ook sprake zijn van belangenverstrengeling. De redactie van Vrij Nederland ziet geen reden aan de onafhankelijkheid en integriteit van Yohannes te twijfelen.