Natascha van Weezel zei vorige week bij Pauw dat ze geen problemen had met Syrische vluchtelingen in het overwegend Joodse Amstelveen. Nu kijkt ze terug op een week hatelijke commentaren op haar ‘salonfähige linkse meisjesoptreden.’
Ik ben een dom, onnozel en naïef kind, een gutmensch, een nep-journalist, een leugenaar, een opiniecrimineel, een ijdele narcist, een deugdjood, een moslimvriendje en een NSB’er. Althans, als ik de hatelijke commentaren mag geloven die ik afgelopen week na een optreden in Pauw naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen. Nog een aantal leuke opmerkingen afkomstig van mijn Twitter-tijdlijn: ‘Zielig dat je aan het messiascomplex lijdt’ en ‘Ik hoop dat iemand als jij nooit kinderen krijgt.’
Nu denkt u waarschijnlijk dat ik iets heel verschrikkelijks heb gedaan tijdens de uitzending. Ik begon dat zelf in elk geval wel te denken, dus keek ik Uitzending Gemist en kwam nogmaals tot de conclusie dat ik niets anders had gezegd dan dat ik vind dat er tóch een asielzoekerscentrum in Amstelveen moet komen, ondanks zorgen van het Centraal Joods Overleg. Ik ging hierover met studentenrabbijn Yanki Jacobs in discussie. Hij sprak zijn vrees uit dat er antisemitische incidenten zouden kunnen plaatsvinden als er vierhonderd Syrische en Irakese asielzoekers in de overwegend Joodse buurt worden gehuisvest.
Nu weet ik dat Assad niet bepaald een Jodenvriend is en Israël in de meeste Arabische landen ook al niet overmatig populair is, maar het lijkt me sterk dat vluchtelingen die huis en haard hebben verlaten de eerste de beste Jood in elkaar willen slaan. Ze hebben wel iets anders aan hun hoofd na een zwerftocht over meerdere continenten. Bovendien ken ik zelf een aantal Syrische vluchtelingen (als ‘fatsoensmens’ doe ik natuurlijk aan vrijwilligerswerk, dat is namelijk goed voor mijn status) en die hebben echt geen enkel probleem met mijn afkomst.
Columniste Annabel Nanninga nam zelfs de moeite een hele column aan mij te wijden op de opiniesite Jalta. Volgens haar lever ik (‘een grachtengordelkipje’) de Joodse gemeenschap uit aan een sociaal experiment. Ze hoopt dat ‘de toekomst het gelijk van Yanki Jacobs niet zal uitwijzen. Hoe mooi het ook zou zijn als Van Weezel door een aanslag of moord op de Joodse gemeenschap keihard van haar moraalpaard zou donderen.’ Daags na het programma zag ik tevens een berichtje op Facebook voorbijkomen: ‘Op veler verzoek start er binnenkort een intensieve media en public relations training voor studenten en jongeren die bereid zijn om zich in te zetten voor de Joodse gemeenschap en voor Israël.’ Het voelde alsof ze een ‘nieuwe Natascha’ wilden creëren, maar dan minder kritisch en eigenwijs.
Het zou niet eerlijk zijn te beweren dat deze uitingen me helemaal niet raakten. Het doet pijn als mensen de lelijkste dingen over je zeggen. Aan de andere kant weet ik dat ik voor honderd procent meen wat ik zeg en dat daar geen spoor vals sentiment bij zit. Ik ben kleinkind van twee vluchtelingen. Mijn opa en oma van moederskant vertrokken in 1938 vanuit Berlijn en Wenen naar Den Haag, omdat het niet langer veilig was voor Joden. Later zijn ze naar Zwitserland gevlucht, deels te voet. Van hen heb ik geleerd dat het belangrijker is dan wat dan ook om mensen in nood te helpen.
Afgelopen week werd er een inspraakavond over een mogelijk asielzoekerscentrum in het West-Brabantse Steenbergen verstoord door een grote groep mensen. Ze scandeerden dat de grenzen dicht moeten en dat de islamitische invasie gestopt moet worden, sommigen brachten een Hitler-achtige groet uit. Op andere plekken in Nederland doken spandoeken op met teksten als ‘Een asielzoeker met een volle zak pakt uw dochter met groot gemak’ en ‘Gelukszoekers weg ermee’. Ik ben blij dat mijn grootouders dit niet meer mee hoeven te maken, hoewel ik er vrij zeker van ben dat ze zich omdraaien in hun graf.
Gelukkig kreeg ik ook veel positieve reacties op mijn ‘salonfähige linkse meisjesoptreden.’ De ontroerendste kwam van mijn vriendin Maryam: ‘Laten we samen de asielzoekers verwelkomen in de joodse buurt,’ schreef ze. Maryam is een geweldige moeder en wereldverbeteraar. Daarnaast is ze toevallig ook moslima en draagt ze een hoofddoek. Onmiddellijk vergat ik alle commotie. Misschien hebben de mensen die mij ‘moslimsvriendje’ noemen wel gelijk, maar wat is daar zo verkeerd aan?
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.