Om drugsbaron Escobar te doden is alles geoorloofd, vindt Javier Peña, de narcotica-agent die in de serie Narcos zo charismatisch wordt vertolkt door de Chileens-Amerikaanse acteur Pedro Pascal. Daarmee maakt Peña deel uit van ‘the dark side’.

Google je ‘Javier Peña’, dan sta je direct oog in oog met hem: een kortgeknipte, grijze, brildragende man met een dunne snor. Een vlezige bullterriër. Geen sexy verschijning. Op die site biography.com wordt hij ‘Law Enforcement Consultant’ genoemd. We lezen daar in zijn summiere curriculum vitae dat hij geboren is in Kingsville, Zuid-Texas. Zijn opleiding: een bachelor in sociologie en politicologie aan de Texas A&M University. In 1984 ging hij bij de Drug Enforcement Administration (DEA). Vier jaar later zat hij in Bogota, Colombia. Nu is hij met pensioen.

Peña begon met wetshandhaving in 1977, als Deputy Sheriff in Laredo, Texas. Zeven jaar later werd hij Special Agent voor de DEA in Austin, Texas. Pas in 1988 kreeg hij de taak van zijn leven: samen met Steve Murphy moest hij in Bogota onderzoek doen naar het Medellin-kartel, ’s werelds grootste cocaïnedealer, en de leider Pablo Escobar.
Deze nuchtere bullterriër is de échte Javier Peña, degene die door de Chileens-Amerikaanse acteur Pedro Pascal charismatisch wordt vertolkt in de serie Narcos. De mannetjesputter die het Medellin-kartel op de knieën kreeg. En Pablo Escobar liet doden.

Ongrijpbare dubbelzinnigheid

Met die beeltenis van de échte Peña voor ogen is de manier waarop dit personage in Narcos meteen als ‘lul’ wordt geïntroduceerd, wél beter invoelbaar. In het begin zien we hoe een CIA-afluisterpost informatie binnenkrijgt over de verblijfplaats van een beruchte sicario die zich ‘Poison’ noemt. Deze huurmoordenaar werkt voor de baas van het Medellin-kartel: Pablo Escobar. Cruciale informatie die direct naar het DEA-team ter plaatse moet. Maar naar wie? Naar agent Peña? Nee, besluit de CIA-chef. Bel Peña’s collega Steve maar, want: ‘Javier Peña is een lul.’

Zo gebeurt. Steve Murphy (gespeeld door Boyd Holbrook) is met zijn vrouw net hun (geadopteerde Colombiaanse) baby aan het verzorgen, dus die avondlijke oproep komt niet echt goed uit. Geen tijd. Hij belt daarom de Colombiaanse politie, aldus de voice-over (in het eerste en tweede seizoen van Narcos door Murphy ingesproken). Tegenover de politieman die de telefoon opneemt, kolonel Carillo van het Search Bloc, een elite-eenheid die op de narcos jaagt, zit de ‘lul’: Javier Peña. In zijn vrije tijd is hij met Carillo aan het roken en drinken. Altijd on the job. Duidelijk geen gezinsman, Peña.
Even later zien we hoe hij gehuld in een kogelwerend vest deelneemt aan de liquidatie van Poison, diens vrienden en wat onschuldige burgers die zich óók in de dancing ophielden waar het feestje plaatsvond. Carillo’s Search Bloc waarschuwt niet eerst, maar schiet meteen – vandaar.

Die scène vindt chronologisch plaats halverwege de verhaallijn van Narcos, maar vanwege het actiegehalte opent de serie ermee. Het geweld is daarmee meteen een gegeven, maar de karaktertekening van Javier Peña als ‘lul’ berust dan alleen nog op een mening van een nevenpersonage.

Wat mij betreft: ook nadat ik de drie seizoenen van Narcos tweemaal heb bekeken, blijft dat negatieve, persoonlijke oordeel over Peña verstoken van algemene geldigheid. Ja, hij gaat de grens over als DEA-agent, hij schuwt geen middel om zijn doel te bereiken, maar een moreel oordeel daarover kan de CIA-chef zich niet veroorloven; op Colombiaans grondgebied gaat de CIA in die schemerzone een stuk verder dan Peña. In hem als ‘lul’ aanmerken, ligt eerder besloten dat hij lastig is, dat hij zijn eigen weg gaat, dat hij CIA-strategieën dwarsboomt die hogere, politieke belangen dienen dan de vangst van een drugsbaron. Zo bezien is het dus een compliment voor Peña om ‘lul’ te worden genoemd.

Had je de échte Peña gecast als zijn jongere zelf, dan was dit personage misschien eendimensionaal geportretteerd als een onbehouwen, triggerhappy Texaanse jager op drugsgrootwild, een latino-versie van Dirty Harry. Maar kies je voor die rol José Pedro Balmaceda Pascal (kortweg Pedro Pascal), dan teken je voor grotendeels ongrijpbare dubbelzinnigheid en mysterie. Zelfs over Pascals privéleven weten we nauwelijks iets. De man ís zijn (acteer)werk.

Vechtlustige prins

Pedro Pascal is op 2 april 1975 geboren in Santiago, Chili, in een pro-Allende-milieu. Na de staatsgreep door Pinochet kreeg het gezin asiel in Denemarken. Daarna groeide hij op in Californië en Texas. Hij stortte zich in die schooljaren eerst op wedstrijdzwemmen, maar daarmee stopte hij abrupt toen hij het schoolvak Drama kreeg. Toneel moest het voortaan zijn, alleen nog maar toneel. Hij heeft verder weinig over die tijd losgelaten. Ja, dat hij het op school zwaar had in Orange County, Californië. Hij was naar eigen zeggen een nerd, geobsedeerd door (buitenlandse) films en acteurs. Zijn vader nam het gezin almaar mee naar de bioscoop. Dát was wat Pedro van jongs af aan wilde: in die wereld terechtkomen, waarin je fantasieën werkelijkheid kunnen worden, waarin je zoveel anderen kunt zijn.

Vanaf 1996, toen hij in de korte film Burning Bridges speelde, werd die droom bewaarheid. Sindsdien acteert hij. Hij maakt deel uit van de LAByrinth Theater Company in New York, de stad waar hij al ruim twintig jaar woont (recent was hij daar nog te zien als Don John uit Much Ado About Nothing in het gratis culturele evenement Shakespeare in the Park).

Buiten het oordeel dat hij een ‘lul’ zou zijn, wordt er vrijwel niets over hem verteld.Verder speelde Pedro Pascal nogal weinig beklijvende bijrollen in series als The Good Wife en Homeland. De doorbraak kwam pas toen hij de seksueel promiscue, vechtlustige prins Oberyn Martell speelde in het vierde seizoen van Game of Thrones. Zijn (uiteindelijk) dragende rol als Peña in Narcos consolideerde dat succes. Tot die tijd had hij nog nooit iemand gespeeld die niet verzonnen was. Sinds zijn vertolkingen van Oberyn Martell en Javier Peña geldt hij ook opeens als uiterst sexy. Wat daarbij helpt, is dat hij een innige vriendschap onderhoudt met Lena Headley, koningin Cersei in Game of Thrones. Maar dat het meer dan vriendschap zou zijn met deze actrice, die zich per nieuwe verovering een bijpassende tatoeage op haar lichaam laat aanmeten, is nooit bevestigd. Misschien moeten we Pedro Pascals uitspraak dat zijn geheim is dat hij geen geheimen heeft, wel serieus nemen. Misschien is er simpelweg niet zoveel over zijn intieme leven te vertellen, net als bij Mark Rutte. Misschien spreekt hij alleen via zijn werk: zijn rol.

Thuis in de bordelen van Bogota

Nee, oogverblindend is Peña’s entree in Narcos bepaald niet. Hij draagt van die lullige korte-mouwenhemden, heeft vaak zo’n jaren-zeventigzonnebril op die je eerder associeert met vintage porno dan met glamour. En dan die sullige haarcoupe die zijn voorhoofd bedekt, nooit een teken van intelligentie. Maar die markante, scherpgesneden kop redt alles, die looks die zowel herinneren aan Clark Gable als aan zo’n broeierige acteur uit de stal van Fassbinder.

Buiten het oordeel dat hij een ‘lul’ zou zijn, wordt er vrijwel niets over hem verteld. Hij glimlacht alleen als een Colombiaanse official suggereert dat hij goed thuis is in de bordelen van Bogota. Heb je ‘ontmoetingen’ gehad, vraagt hij zijn collega Murphy, nadat de narcos achter diens huisadres zijn gekomen. ‘Ik ben getrouwd,’ antwoordt Murphy verontwaardigd. Tja, grimast de seksueel hyperactieve Peña.

Dat hij een ‘vrouwenman’ zou zijn, blijkt in de serie vooral uit het feit dat hij met zijn informantes slaapt, van escortgirl tot guerrillastrijdster. Cynisch pragmatisme is zijn modus. Als de kat van Steve en zijn vrouw bij wijze van waarschuwing door Escobars mannen is opgehangen in hun woning, ziet hij direct een kans tot lepe escalatie. Kom je aan een DEA-agent, dan zijn de rapen immers gaar. Waarom zou dat dan bij uitbreiding niet gelden voor een huisdier van een DEA-agent? ‘This cat is DEA.’

Maar onder dat cynisme is een zachte kant verborgen, zijn hart voor weerlozen, zwakkeren en onschuldige slachtoffers. Dat zien we voor het eerst als de missie van een informante – een escort – verkeerd loopt. Op last van Escobars psychopathische collega ‘The Mexican’ valt ze ten prooi aan een groepsverkrachting. Peña bestormt gewapenderhand de villa waar ze gevangen zit en hij draagt haar als een ridderlijke redder in zijn armen naar een ambulance.

Morele schemerzone

De redneck Murphy verhoudt zich contrapuntisch tot Peña. Die laatste neemt een besluit, bijvoorbeeld om alle middelen in te zetten tegen Escobar, en accepteert de consequenties. Murphy blijft worstelen met zijn geweten, en is daardoor in zijn gedrag veel labieler dan Peña. Wanneer een verdachte door kolonel Carillo gemarteld wordt met hete koffie, blijft Peña toekijken, terwijl Murphy wegloopt. Maar diezelfde Murphy is weer meedogenloos als hij openbaar maakt dat de voor de narcos werkende piloot Barry Seal een DEA-informant is. Daarmee tekent hij Seals doodsvonnis, iets wat Peña schokt.

Murphy wordt steeds meer cowboy in die Colombiaanse morele schemerzone. Bij een aanrijding door een taxi in Bogota bedreigt hij, tot ontsteltenis van zijn echtgenote, de chauffeur met een pistool. Tezelfdertijd informeert hij bezorgd of Peña naar bed gaat met een guerrilla-informante. ‘Slapen met een communiste? Dat zou heel on-Amerikaans zijn,’ antwoordt Peña in stijl.

We zijn in Narcos getuige van een hellend vlak. De oorlog tegen drugs in Colombia blijkt grenzeloos. De vraag is: hoe blijf je daartegen bestand? De onderkoelde Peña laat zijn persoonlijke motieven moeiteloos toe in die strijd. Vanuit een helikopter kan hij beslissen over het lot van de eerdergenoemde psychopaat ‘The Mexican’, die na een dolle achtervolging door zijn kogels heen is. Hij kan ’m arresteren of executeren. ‘Schiet hem overhoop,’ besluit Peña. Gaat het met je, vraagt kolonel Carillo hem daarna. Ik slaap vannacht, zegt Peña.

Bij Carillo en de zijnen kun je nog lange tijd zeggen: dat zijn wetshandhavers. Maar wat betekent dat in een vuile oorlog? Peña is erbij als Carillo Medellin-huurmoordenaars boven de jungle uit een helikopter gooit. Hij is erbij als Carillo een puber (die werkt voor Escobar) standrechtelijk afmaakt. Murphy kan dat niet aan, terwijl Peña accepteert dat slechte middelen een goed doel kunnen verwezenlijken. Murphy gaat kapot aan zijn geweten, belt zijn naar Miami uitgeweken vrouw op om steun, terwijl Peña met zijn vaste hoer in bed ligt; hij betaalt voor genegenheid.

Deernis

Peña krijgt het moreel moeilijker wanneer een extreemrechts doodseskader (‘Los Pepes’), gefinancierd door het Cali-kartel, in de straten van Medellin dodelijke ‘aanvallen vanuit de schaduw’ uitvoert op Escobars mannen. Niettemin voorziet hij deze vigilantes van informatie over de verblijfplaats van hun doelwitten. Hoe je dat ook wendt of keert of vergoelijkt: daarmee maakt Peña deel uit van the dark side. Zijn devies: ‘Het mag op elke manier, als Escobar maar doodgaat.’ De grens trekt hij nog steeds bij het vermoorden van onschuldige burgers.

Zijn doel wordt bereikt: Escobar sterft, al kan Peña niet voorkomen dat de smet op zijn blazoen hem blijft aankleven. Maar de geschiedenis toont zich mild voor winnaars. Geen Amerikaan heeft meer gedaan of gegeven voor het vangen van Escobar dan hij, krijgt Peña te horen. Zijn vader, een rancher, is trots op zijn zoon de held. Maar Javier Peña wijst dat heldendom af. Zijn onthaal staat in schril contrast met Pablo Escobars weerzien met zíjn vader, eveneens een boer. Die zegt tegen zijn zoon, die nergens anders meer terecht kan: ‘Ik schaam me voor jou. Ik denk dat je een moordenaar bent.’

Op de keper beschouwd is Peña natuurlijk óók een moordenaar. Natuurlijk liet hij niet, zoals Escobar, een passagiersvliegtuig opblazen, natuurlijk gaf hij niet, zoals Escobar, een liquidatie-opdracht voor een vrouw en haar baby. Maar de kracht van Narcos is dat deze serie karakters realistisch, dus niet zwart-wit maar juist in grijstinten toont. Als kijker ervaar je almaar wisselende loyaliteiten; ook Pablo Escobar in zijn laatste dagen roept deernis op. Steeds zien we de prijs die de personages moeten betalen voor hun keuzes.

Zo opent de derde reeks van Narcos met een bruiloft in Laredo, waar Peña als eregast van de partij is. Hij spreekt daar zijn ex Lorraine aan: ‘Ik heb over sommige zaken nagedacht en ik heb spijt.’ Zij: ‘Heb je daar tien jaar mee gewacht?’ Hij: ‘Ik zat verkeerd.’ Zij: ‘Ik heb je allang vergeven’ en: ‘Stel je voor dat we getrouwd waren.’ Zij heeft haar lot geaccepteerd en daarin haar geluk vermoedelijk gevonden, maar Peña kijkt niet vrolijk bij het zicht op Lorraine met haar kind en man. Een gemiste kans voor hem. Hij wordt daar nadrukkelijk van persoonlijk reliëf voorzien.

Naar bed met andere monsters

Waar Escobar het gezicht was van de eerste twee reeksen van Narcos, draagt de loner Peña het derde seizoen. De tumultueuze opkomst en ondergang van Escobar, de booming cocaïnehandel, het aantreden van de nieuwe koningen nadat de drugskoning dood is: al die veranderingen vragen om een bezonken, wilskrachtig karakter: Peña. De vier ‘Heren van Cali’, de nieuwe machthebbers ná Escobar, hebben te weinig persoonlijkheid om de serie smoel te geven. Peña heeft het wel. Hij is al geen personage dat veel praat, en juist hij moet in dit derde seizoen de voice-over doen. Dat wat we van hem weten – de mysterieuze ‘slechterik’ die aan de goede kant staat – is nu een vertrekpunt. Vermoedelijk daarom dreunt hij al in het begin via de voice-over op: ‘Om een monster te doden, moet je soms naar bed met andere monsters. Als dat je verbaast, pak dan eens een geschiedenisboek. Dit doen we nu eenmaal zo.’

Zijn personage Oberyn Martell is even seksueel dubbelzinnig als Peña paradoxaal is.Nog steeds bekommert hij zich om onschuldigen. Nadat hij gezien heeft hoe giftige gassen door illegaal gestort drugsafval kinderen in hun slaap gedood hebben, besluit hij niet langer afzijdig te blijven. Vanaf dat moment wil hij de loop van de wereld veranderen, er niet langer in berusten dat de schuldigen de dans ontspringen. Dat is iets waar zijn vader hem aan het begin van de derde reeks nog voor waarschuwde: als je de wereld wilt veranderen, verandert de wereld jou. Peña moet zich van zijn regering (inmiddels Bill Clinton) afzijdig houden, en dat verdomt hij. Hij gaat achter het Cali-kartel aan. Met alle gevolgen van dien.

Een wonder

Op dat moment in de serie, in de setting van Colombia als bakermat van het magisch-realisme, gebeurt er een wonder: Javier Peña en Pedro Pascal worden één. Zoals eerder gebeurde in Game of Thrones, dat net als Narcos een Shakespeareaans drama is over een historische machtsstrijd.

Pascal speelde daarin prins Oberyn Martell. Of liever: hij schiep dat personage, even seksueel dubbelzinnig als Peña paradoxaal is. Pascal deed niet wat voor de hand had gelegen bij een biseksueel personage als Oberyn; hij maakte hem niet geforceerd flamboyant, hij liet die innerlijke kant van Oberyn niet interfereren met zijn verschijning in de buitenwereld. In zijn vertolking is Oberyn juist een en al mannelijkheid. Pedro Pascal maakte van Oberyn een hetero met een openlijke begeerte naar andere mannen. Zoals hij van Javier Peña een afgrondelijke verliezer maakte die paradoxaal genoeg juist daardoor wint.

Javier Peña verliest – en hoe. De Heren van Cali trekken aan het langste eind; ze hebben de Colombiaanse president in hun zak. Accepteer je verlies, je was kansloos, hoort hij. Maar dan doet Peña iets wat alleen de nietsontziende Peña kan doen. Door nog meer te verliezen, door zich loopbaantechnisch totaal te vernietigen – niet privé want er is in zijn leven nauwelijks privé, maar professioneel – wint hij. Hij legt tegenover de pers een verklaring af waarin hij Colombia een narcostaat noemt onder een gekochte president en meldt dat de Verenigde Staten daarvan allang op de hoogte zijn.

En zie, hij wint. De schurken krijgen alsnog hun verdiende loon. Ook professioneel wint Peña. Een meerdere maakt zijn ontslag ongedaan, want er wacht een nieuwe klus: ‘Nu de echte vijand aanpakken in de oorlog tegen drugs. Mexico. Wat moet een man als jij anders?’

Nog niet uitgekeken?

Doorzoek onze 300 recensies of doe de Seriequiz op de Vrij Nederland Seriegids.