Reportage / Hoe een jazzmuzikant onderwijsvernieuwer werd
Maandagmorgen hebben zich zo’n vijftig jongens en vijf meisjes verzameld in het Total Music muzikantencentrum in een industriegebied van Schiedam. De grote zaal van het oefenruimtecomplex is nu schoollokaal van de opleiding Pop en Sounddesign van het Rotterdamse Albeda College. Het ziet eruit als een Tex-Mex-restaurant: houten stoelen in alle kleuren en aan de muur een schedel van een bok als jachttrofee.
Het is de eerste schooldag en de leerlingen doen een voorstelrondje. Om de beurt mompelen ze dat ze ‘beats’ maken, ‘rappen’ of ‘produceren’. De meisjes ‘zingen’. Er is een jongen met een Nirvana T-shirt, een met een gevleugelde Hell’s Angels doodskop, maar de meesten hebben een stijl die je urban zou kunnen noemen. Adidas-sneakers, afgezakte broek, een ring met Swarovski-kristallen, een groot horloge en een Sennheiser-koptelefoon op de schouders. ‘Ik hou van abstracte dingen,’ zegt een van de jongens. ‘Ik maak soundscapes. Maar ik gebruik geen drugs.’
Voor de groep staat Bart Suèr (41), een lange jongensachtige man. Hij heeft de jazzy motoriek van de Pink Panther. ‘Ik weet dat Dr. Dré jullie held is,’ zegt hij. ‘En ik weet dat jullie muziek willen maken als Dr. Dré, maar je moet je realiseren dat Dr. Dré waarschijnlijk zelf helemaal niet naar hiphop luistert. Hij haalt zijn inspiratie uit klassieke muziek of Afrikaanse muziek. Of neem Thelonious Monk. Jazzpianisten willen bebop spelen als Thelonious Monk. Maar Monk zelf interesseerde het niet of iets wel of geen bebop was.’
Suèr heeft een manier van praten die doet denken aan Marco van Basten, rustig en overdacht alsof alles voor zichzelf spreekt. ‘Kennen jullie Sonny Rollins? Dat was in de jaren vijftig een van de grootste saxofonisten, maar toen kwam de free jazz en was zijn muziek plotseling ouderwets. Plotseling was Sonny Rollins verdwenen. Na een paar jaar trad hij ineens weer op met een hele nieuwe stijl en superieure techniek. Hij was beter dan ooit tevoren. Wood shedding noemen jazzmuzikanten dat. Af en toe moet je een tijdje verdwenen zijn: houtjes gaan hakken en studeren, studeren en nog eens studeren. Het is net als bidden. Muziek maken is een religie.’
Calvinistisch katholiek milieu
Jazz is the teacher, Funk is the preacher and with Hiphop it won’t stop. Deze hiphopmantra past bij Suèr. Na zijn conservatoriumstudie maakte hij met zijn band Sfeq muziek die jazz, funk en de hiphopcultuur van samples en breaks met elkaar verbond. Maar Suèr is niet alleen de man van de ideeën, hij kent ook de wegen van de Nederlandse muziekwereld. Voor Sfeq regelde hij een beurs om in New York te studeren. Met hulp van een subsidieregeling richtte hij platenlabel Dox op, waarop nu acts als Benny Sings, Wouter Hamel en The New Cool Collective furore maken.
De altsaxofonist komt uit een ‘typisch Amsterdams calvinistisch katholiek milieu’. Op zondag gingen ze naar een kerk waar Huub Oosterhuis sprak. Als jongste van vijf kinderen heeft hij altijd een veilige paraplu boven zich gevoeld, zodat hij zich makkelijk ergens blind in stort. Zijn oudere broer Luc, geluidstechnicus bij de Fatal Flowers en later Sonic Youth, Beck en Sean Lennon, introduceerde hem soepeltjes in de muziekwereld. Zijn vader Henk was hoofd informatieve programma’s bij de NOS en maakte documentaires, waaronder een over het Willem Breuker Collectief.
Bij een concert met zijn Dox Orchestra in 2003 op de Amsterdamse Uitmarkt werd Suèr verrast door een optreden van straattalenten. De jongens en meisjes zongen en dansten voor Roots & Routes, een project voor, zo dicteert hij, ‘jeugd en talent dat de weg naar vakonderwijs, podia of beroepspraktijk niet kan vinden’. De muzikale jongens uit wijken als de Bijlmer of Hoograven, dus. ‘Er is duidelijk een nieuwe sociale onderlaag die de aansluiting mist met de oude traditie van instanties en cultuurgoed, bibliotheken, scholen, hoger onderwijs, conservatoria. En niet alleen door gebrek aan geld, maar ook omdat die onderlaag anders denkt en doet.’
Suèr praatte met Mira Kho, oprichtster van Roots & Routes, en niet lang daarna was hij hun nieuwe artistiek leider. ‘We geven open audities, auditeren twintig tot dertig leerlingen. Voorafgaand bellen we met festivals als de Uitmarkt, Dunya of Let’s Meet Africa. We vragen of ze een podium voor ons hebben. En als ze willen meewerken, vragen we wie de hoofdacts zijn. Dan vragen we zo’n topartiest of hij een dag eerder wil komen om een workshop te geven. Meestal lukt dat wel.’
Van dertig leerlingen worden drie bands geformeerd. De opdracht aan de straattalenten is om te ‘knallen’ op het festivalpodium. ‘Ze hebben gegarandeerd publiek en een professioneel podium met professionele geluidsmensen. Het resultaat is een groep jonge gastjes die supergemotiveerd zijn, want ze spelen op de Uitmarkt en ze krijgen les van levende legendes als George Clinton en De La Soul.’
Wat doen we fout
Roots & Routes is nu een geoliede machine die in acht Europese landen draait. Het project heeft undergroundstatus verworven. De straattalenten weten de weg naar de audities te vinden. Vooral dat laatste bleef niet onopgemerkt. Suèr: ‘De conservatoria komen als vliegen op de stront af om te vragen hoe wij die mensen bereiken. Rotterdam heeft een gigantische popscene en die is voor negentig procent zwart. Maar het Rotterdamse conservatorium is voor negentig procent wit.’
Wat doen we fout, vroegen ze zich bij de muziekopleidingen af, en ze klopten aan bij Roots & Routes. ‘Wij wezen de scholen erop dat het niet alleen gaat om het vinden van talent. Je moet ze ook vasthouden. We kunnen wel helpen met scouten en zorgen dat een muziekschool of conservatorium beter in de picture staat bij die nieuwe talenten. Maar als zij het lesaanbod niet veranderen, lopen de leerlingen net zo hard weer weg.’
Het Rotterdamse conservatorium organiseerde met Roots & Routes een summer school, waarin conservatorium- en straattalent samen een workshop volgden. Conservatoriumdocenten en docenten van de straat gaven om en om les. De samenwerking leidde tot een muziekonderwijslaboratorium. Het proces werd bekeken om ideeën te vinden om lesprogramma’s geschikt te maken voor het rauwe straattalent.
Het lesaanbod en de presentatie van het onderwijsmateriaal op een conservatorium blijkt leerlingen uit een niet-westerse cultuur niet aan te spreken. ‘Het is alsof je een doos blokken krijgt, maar je te horen krijgt dat je er geen kasteel van mag bouwen. Eerst moet je leren hoe je twee blokjes op elkaar stapelt. En dan pas mag je verder.’ Traditionele opleidingen zijn betuttelend. ‘Leraren zeggen: nee, jij bent geen beroeps, jij bent een amateurtje. Ik moet jou eerst van alles leren. Je krijgt allemaal boeken met kleine stukjes informatie. Aan het eind, als je voldoende informatie hebt gekregen, krijg je een diploma. En dan pas gaat je carrière beginnen.’
Het is niet zo dat Turkse of Marokkaanse jongeren niet willen leren zwemmen. Ze peinzen er gewoon niet over om eerst te gaan watertrappelen. Ze willen meteen het diepe in.
Toen het Albeda College in samenwerking met het conservatorium een mbo-muziekopleiding wilde beginnen, belde men Suèr met de vraag of hij deze vierjarige opleiding kon vormgeven. ‘Ik heb mezelf de vraag gesteld: wat is een beroepsmuzikant? Een beroepsmuzikant creëert muziek. Hij schrijft songs, neemt ze op en wil ze verkopen, dus hij gaat optreden om zijn muziek aan de man te brengen. Als ik liedjes schrijf en ik doe er verder niks mee, ben ik geen beroeps.’
Iedere beroepsmuzikant werkt volgens Suèr in die cyclus. ‘Een beroepsmuzikant maakt in vier jaar twee, hooguit drie albums. Met één album kun je nog denken: eendagsvlieg. Met twee albums moet je in de gaten gehouden worden. Met drie albums ben je voor mij beroeps. Dat is wat ik zeg tegen mijn leerlingen: “Okay, in vier jaar tijd drop jij drie albums. Je carrière begint al op de eerste dag van de opleiding. Je hebt auditie gedaan, je bent zijn goed genoeg.” Wij bieden een lesprogramma dat de leerlingen helpt hun doel te bereiken. Wij gaan ze niet vertellen wat goede of slechte muziek is. Als iemand commerciële Nederlandstalige hiphop wil maken: so be it. Als het maar professioneel gebeurt. Wij zeggen eigenlijk: jij vertelt ons wat je wil maken. En wij vertellen jou hoe je dat moet doen, zodat je je ontwikkelt tot een prof.’
Het ‘droppen van een album’ hoeft niet letterlijk genomen te worden. Een collectie mp3’s kan voldoende zijn, als de kwaliteit maar goed genoeg is. De school zal de cd’s niet zelf uitbrengen, maar zal de leerlingen wel leren hoe je met een demo een platenmaatschappij kan interesseren.
Improviserend schreef Suèr samen met Peter Maissan van Roots & Routes een plan. Pas toen het klaar was, legden ze het naast de reglementen voor een mbo-opleiding. ‘Die zijn heel strikt. Een mbo moet aan landelijke eisen voldoen. Een hbo of universiteit is veel vrijer. Bij mbo is uitvallers voorkomen belangrijk. Ook het opleiden van leerlingen tot “goede burgers” wordt serieus genomen.’ Alle mbo-eisen bleken makkelijk in verband te brengen met een opleiding tot beroepsmuzikant. ‘Als jij goed kunt musiceren, maar niet goed kunt communiceren, dan ben jij geen goede beroepsmuzikant.’ Een hiphopper die homo-onvriendelijke teksten rapt, wordt niet op de radio gedraaid.
Het Albeda College stond open voor de ideeën van Suèr. ‘Mien Prins, die daar de moeder van de kunstopleidingen is, zei: ik weet niks van muziek, maar dit ziet eruit als een goed plan.’ En sindsdien is Suèr schoolhoofd. ‘Ik vertelde dit verhaal tegen mensen van het Amsterdams conservatorium en toen zei iemand: weet je wat jíj moet lezen: Koop een auto bij de sloop van Alex van Emst.’
Die titel slaat op een opdracht aan leerlingen om een auto op de sloop te kopen, die op te knappen en via internet te verkopen. De beloning was een feest, gegeven met de opbrengsten van de verkoop. Bij zo’n concreet project zijn leerlingen geïnteresseerd en gemotiveerd, en dat komt het leren ten goede. Dat is de achterliggende gedachte.
‘Ik las dat boek en het vertelde precies wat ik al deed met mijn opleiding. Dus probeerde ik Van Emst te spreken te krijgen, maar dat is een grote meneer in het onderwijs. Ik kreeg zijn secretaresse, en niet veel later stond Van Emst bij ons voor de deur. Hij zei: “Dit is het helemaal. De aanpak bij deze muziekopleiding is precies wat ik bedoel.”’
Bizarre blue notes
Langzaam maakte de nieuwe opleiding naam in de onderwijswereld. ‘Ik werd uitgenodigd om lezingen te geven. En we werden steeds populairder bij de gevestigde instituten.’ Over het Nieuwe Leren wordt op alle scholen gepraat. Er zijn voorstanders en tegenstanders, succesverhalen en mislukkingen. Zeker is dat het niet makkelijk om bestaande lesprogramma’s om te vormen. Daar heeft Suèr geen last van. ‘Het mooie is dat de opleiding Pop en Sounddesign helemaal nieuw is. Als je een bestaande opleiding wilt omgooien, kost dat meer moeite en geeft dat meer weerstand dan als je bij nul begint. Wij gaan uit van de beginselen van het Nieuwe Leren, maar passen daarbij conventionele lesmethoden toe. Gewoon hard werken en examens maken.’ Als jazz: een combinatie van conventionele muziektheorie met bizarre blue notes en Afrikaanse ritmes.?De opleiding begint aan zijn tweede jaar. Uit 325 aanmeldingen werden 27 mensen gekozen. Er zitten nu zo’n 50 leerlingen. De meesten willen ‘beats maken’. Er zijn natuurlijk wel een paar ‘moeilijke jongens’, die weinig uitvoeren. Maar de uitval is tot nu toe klein. ‘Ze worden serieus genomen in hun liefde voor muziek. Die hiphopaanhang is niet georganiseerd; liefhebbers zijn heel individualistisch. En paps en mams stimuleren de liefde voor hiphop niet. Als jij de hele dag op je computer beats en raps maakt, wordt dat lacherig bekeken. Niemand die zegt: jij hebt talent, jij moet naar een muziekschool. Dit is de eerste serieuze vierjarige opleiding die geschikt is voor rappers en producers. En voor jongens die wel muzikaal zijn, maar geen conventioneel instrument bespelen.’
Een 50 Cent rip-off
In twee oefenruimten luisteren jongens op iMacs naar mp3-tjes. Ze zitten op het bureau en hangen over de beeldschermen. Dit is het domein van beatmakers. Op zoek naar een beat met heel veel Boooooom en een hele zanderige tek. Want dat is vet.
‘Ja, dit is een echte Rolex,’ zegt Valentino ‘Benny’ Vriesde (22), ‘luister maar, een nep-Rolex tikt niet.’ Harde hiphop beukt uit professionele studiospeakers.
‘Dat klinkt vals,’ zegt Albert Budhai (21).
‘Dat geeft toch niet,’ zegt Vriesde.
‘Het is een 50 Cent rip-off.’
‘Dat slaat nergens op, man. Het is een gewone hiphop-groove.’
‘Ik zou hem opnieuw doen. Lager. Er moet nog iets meer gangster vibe in.’
‘Dat kan je toch pitchen. Ik ga niet moeilijk doen, hoor. ’
Suèr is een typische jazzmuzikant die ooit platen met vogelgeluiden op zestien toeren afluisterde op zoek naar de natuurlijke structuren in melodieën. ‘Ik luister misschien anders dan een jongen van zestien. Maar het is volgens mij niet zo dat als je veel met muziek bezig bent, je stap voor stap omhoog gaat. Het is meer als een ballonnetje dat je opblaast en dan wegschiet. Het gaat alle kanten op. Je komt steeds weer op hetzelfde punt uit, maar dan vanuit een ander perspectief.’ Hij vindt het dan ook makkelijk om met al zijn conservatoriumbagage de producties van tieners en twintigers op waarde te schatten: ‘Als ik bij een auditie naar een zestienjarige rapper luister, die van niks weet, kunnen de tranen mij in de ogen springen. Dat sla ik tegenwoordig hoger aan dan wat ik ervaar bij het luisteren naar een interessant stuk van Messiaen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.