Wie D66 de afgelopen maanden in de gaten heeft gehouden, kan niet zijn ontgaan dat de partij onder leiding van Rob Jetten voorzichtig een nieuwe, sociale koers is ingeslagen. Al in één van zijn eerste interviews noemde Jetten – naast het klimaat – ‘de groeiende maatschappelijke tweedeling’ als het belangrijkste onderwerp voor D66. Niet lang daarna sprak aanstormend talent Felix Klos, persvoorlichter bij de Kamerfractie en kandidaat voor het Europarlement, in een campagnefilmpje over ‘solidariteit’ als één van de belangrijkste idealen waarop Europa is gebouwd en stelde hij dat de samenleving uiteen dreigt te vallen door ‘steeds groeiende ongelijkheid’ – waartegen hij dus wil strijden.

Twitter

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

Bij de aftrap van de campagne voor de Eerste Kamer noemde lijsttrekker Annelien Bredenoord op haar beurt ‘kansengelijkheid’ haar ‘grote drijfveer om campagne te voeren’. In december publiceerde Coen Brummer, directeur van de Hans van Mierlo Stichting, de denktank van de partij, een groot essay over het sociaalliberalisme, waarin hij de ‘steeds sterker wordende tweedeling in de samenleving’ beschrijft als de grote uitdaging van deze tijd. In vurige bewoordingen stelde Brummer aan de kaak dat er door de flexibilisering van de arbeidsmarkt een ‘leger aan flexwerkers’ is ontstaan die ‘armer, ongezonder en slechter verzekerd’ zijn dan mensen met een vast contract, en pleit hij voor een ‘agenda van radicale kansengelijkheid rond wonen, werk en onderwijs.’

Lees ookMacht op vrijdag: Gênant, hoe Den Haag vluchtelingen ruilde voor vruchten in Venezuela1 februari 2019
Stijlbreuk

Intussen werd oud-partijleider Jan Terlouw, die zich sinds zijn DWDD-interview over het ‘touwtje uit de brievenbus’ heeft ontpopt tot ’s lands sociaal geweten, op het schild gehesen als lijstduwer van D66 bij de Europese verkiezingen. In een duo-interview met Europarlementariër Sophie in ’t Veld stelde hij dat D66 ‘het neoliberalisme veel eerder had moeten bestrijden’ – hetgeen door In ’t Veld niet werd tegengesproken. Integendeel: ze begon zelf over het belang van ‘sociale rechtvaardigheid’.

Het zijn allemaal woorden die je eerder bij de SP of de PvdA zou verwachten, en die we de afgelopen jaar vertrokken partijleider Alexander Pechtold zelden hebben horen uitspreken.

‘Maatschappelijke tweedeling’, ‘solidariteit’, ‘groeiende ongelijkheid’, ‘een leger van flexwerkers’, ‘een agenda van radicale kansengelijkheid’, ‘de strijd tegen het neoliberalisme’: het zijn allemaal woorden die je eerder bij de SP of de PvdA zou verwachten, en die we de afgelopen jaar vertrokken partijleider Alexander Pechtold zelden of nooit hebben horen uitspreken. Sinds het aantreden van Pechtold in 2006 heeft de partij zich volgens vele critici in sociaaleconomisch opzicht juist naar rechts bewogen, doordat D66 zich sterk maakte voor de inmiddels verguisde flexibilisering van de arbeidsmarkt en hervorming van het sociale stelsel.

Sociaal karakter

Veelzeggend was het antwoord dat Pechtold gaf toen ik hem in zijn grote afscheidsinterview met die kritiek confronteerde. ‘Zodra je in dit land aan verworven rechten komt, word je rechts genoemd,’ zei hij. En: ‘Ik vind het óók een gruwel hoe mensen worden afgeknepen bij nieuwe bedrijven als Deliveroo, maar dat zijn excessen. We kunnen ook niet terug naar de tijd dat iedereen na veertig jaar bij de baas een gouden klokkie kreeg.’ En: ‘Ik snap dat mensen zich kwaad maken over de macht van het grootkapitaal, met Klaver en Asscher in hun kielzog. Maar langzamerhand is “multinational” een scheldwoord aan het worden. We moeten ook niet doorslaan.’

Lees ookHet grote afscheidsinterview met Alexander Pechtold: ‘Het is mooi geweest’6 oktober 2018

Onder Rob Jetten wordt de koers dus verlegd, al deed de jonge leider zelf zijn best de koerswijziging niet als breuk te presenteren: ‘D66 is lang een partij geweest van de economische hervormingen, de hardere onderwerpen,’ zei hij december in Trouw. ‘Nu wordt het tijd dat we ons weer wat meer laten gelden op ons sociale karakter.’

‘Nu wordt het tijd dat we ons weer wat meer laten gelden op ons sociale karakter.’

De vraag is nu wat D66 daarmee gaat dóen. Warme woorden over sociale gerechtigheid zijn makkelijk uitgesproken, maar wat kan D66 als kleine partner in een coalitie met VVD en CDA voor elkaar krijgen in de strijd tegen de groeiende ongelijkheid?

Een goed begin, schoot me van de week te binnen, is de onmiddellijke afschaffing van de zogeheten ‘Primark-premie’. Om de werkgelegenheid te stimuleren krijgen werkgevers tweeduizend euro subsidie als ze een werknemer voor het minimumloon in dienst nemen. Volgens de FNV leidt die goedbedoelde maatregel tot een perverse prikkel: zodra werkgevers het loon verhogen, raken ze de subsidie kwijt, zodat vele tienduizenden medewerkers van ketens als de Primark, McDonalds, H&M, Jumbo, Zara en de Bijenkorf worden afgescheept met 1600 euro bruto per maand, terwijl die bedrijven honderden miljoenen winst maken en nog belastingvoordeel opstrijken ook.

Een schone taak voor D66-minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees om daar iets aan te doen, en te laten zien dat het bij D66 niet bij mooie woorden blijft.