‘We zijn in Europa beter af dan waar ook ter wereld,’ zegt de Hongaarse György Konrád (1933). ‘Maar we realiseren ons te weinig wat we te verdedigen hebben. We moeten onze grenzen veel strenger gaan bewaken.’ Is dit de linkse humanist die in zijn boeken opkwam voor universele mensenrechten?

Het is moeilijk onbevangen naar Budapest te kijken als je net Geluk van György Konrád hebt gelezen. De zon schijnt, de Donau glinstert, maar door de opgeruimde stad schemert voortdurend dat monsterlijke Budapest waar de Joods-Hongaarse Konrád in ’44-’45 zijn toevlucht zocht. Nadat zijn ouders door de nazi’s waren afgevoerd, vluchtte hij als elfjarig jongetje met zijn zus en twee neefjes vanuit hun geboortedorp naar familie in de hoofdstad. Een dag na hun vertrek werden al hun schoolgenootjes op de trein naar Auschwitz gezet. Van de bijna tweehonderd kinderen kwamen er drie terug; een tweeling op wie in het kamp experimenten waren uitgevoerd en een veertienjarig nichtje dat...