Het titelverhaal van de nieuwe verhalenbundel van Merijn de Boer, De geur van miljoenen, telt maar elf pagina’s. De schrijver komt in de eerste zin direct bondig ter zake: ‘Edzard Maris, 32 jaar en al gepromoveerd chirurg, zat met zijn vrouw Anna in het vliegtuig naar Belgrado.’ We maken in die korte zin kennis met de hoofdpersoon, Edzard, die door de bijstelling achter zijn naam geportretteerd wordt als ambitieus, en in dezelfde adem, door het pas ná zijn beroep noemen van zijn partner – ‘zijn vrouw Anna’; haar achternaam is kennelijk in zijn perspectief niet belangrijk – gepresenteerd wordt als carrièreman en kostwinner met een volgzame vrouw, zoals in dat conventionele levenspatroon gebruikelijk is.
De plaats van handeling: een vliegtuigcabine. De man blijft rotsvast in zijn eigen wereld, hij verdiept zich ‘ter voorbereiding’ van zijn deelname aan een congres in een wetenschappelijk tijdschrift. Een paar zinnen daarvoor is verteld dat hij als hoofdspreker op dat congres is uitgenodigd, om het over het onderwerp van zijn proefschrift te hebben. Die ‘voorbereiding’ door een wetenschappelijk tijdschrift te lezen is dus feitelijk onnodig, maar iets dat bij zijn gewichtige rol hoort, zoals hij die kennelijk graag opvoert.
Een heerschap dat zichzelf als de maat der dingen neemt, weet de lezer zo, door die paar minieme, trefzekere pennenstreken van De Boer. De vrouw daarentegen is gericht op de buitenwereld, want zij stoot haar echtgenoot aan: ‘Ik geloof dat het Alexandre Molenaar is, daar.’ Iemand die ze kennen, begrijpen we. Iemand uit hun verleden, naar wie ze ooit ‘wekenlang’ op zoek zijn geweest. Wat te doen? ‘Wat mij betreft doen we niks,’ zegt Edzard. ‘We blijven rustig zitten en we vergeten dat hij daar ook zit.’ Anna is het daar niet mee eens: ‘Maar die man is een oplichter!’
Zo ontrolt het verhaal zich heel anders dan je door die openingszetten denkt. De schrijver weet precies wat hij doet en het behaagt hem niet als de lezer dat doorheeft, dus kiest hij een ander pad.

Op de schouders van anderen
Dat is vintage Merijn de Boer, kunnen we na zijn vier boeken zeggen. Hij debuteerde met de verhalenbundel Nestvlieders (2011), publiceerde daarna de romans De nacht (2014) en ’t Jagthuys (2016) en nu keert hij terug naar het verhalengenre met De geur van miljoenen. Zijn debuut was nog erg keurig, zeker stilistisch. Hij liet zich direct zien als een schrijver die eerst een lezer was. Dat is doorgaans een reden om de vlag uit te hangen tegenwoordig; De Boer durft anders dan veel generatiegenoten samengestelde zinnen aan, weet zijn palet te verbreden, heeft door dat hij niet alles hoeft te verklaren, waagt zich aan impliciet schrijven, schrikt niet terug voor zonderlinge personages met antisociaal en politiek incorrect gedrag.
Toch kan die ballast tijdens het schrijven ook een negatieve weerklank hebben. Zoals in Nestvlieders: wie met te veel besef van de erfenis van de literaire groten schrijft, dreigt te veel binnen de reeds gebaande paden te blijven. De vroege W.F. Hermans en de vroege Gerard Reve zijn geen slechte voorbeelden voor een beginnende schrijver – integendeel – maar je zult toch ook je eigen stem moeten vinden, want schrijf je zoals je verwanten uit eerdere tijden, dan lok je de vergelijking uit met die voorgangers – en die valt gegarandeerd negatief voor je uit.
Ik denk dat daarin ook mijn halfbewuste ongemak school met De Boers proza, reden waarom ik dat eerder ‘tijdloos’ en ‘ouwelijk’ noemde. Steeds moest ik denken aan andere schrijvers, bijvoorbeeld aan Ian McEwan (The Comfort of Strangers) bij De nacht, zijn roman over twee echtparen die akelig met elkaar opgescheept zitten op een eiland. Andere besprekers dachten weer aan heel andere auteurs bij lezing van De Boers proza. Prima. Het gaat om het besef dat zo’n schrijver voortbouwt op de schouders van anderen.
‘Als je genoeg van haar krijgt, of als je liever iets anders wil, een negerinnetje of zo, dan zeg je het, hè?’
Mijn interesse groeide door ’t Jagthuys. Het eerste deel van die roman is briljant: een gestoorde moeder werft voor haar autistische zoon Binnert, die ze al vijfendertig jaar binnenhoudt in een groezelige villa te Loenen aan de Vecht, de sekswerker Vera (specialiteit: geestelijk en lichamelijk gehandicapten).
Vera raakt verliefd op Binnert, die door zijn jarenlange zelfstudie en krachttraining ‘het verstand van een professor en het lichaam van een bouwvakker’ heeft. Dat benauwde gegeven op die bindende plaats van handeling (de villa) en de beladen en krankzinnige interactie tussen die drie beschadigde personages (elk met hun eigen vertelperspectief) is genoeg om de roman te dragen. Het verhaal had perfect kunnen eindigen op het moment dat Binnert plichtmatig zijn meisje Vera ‘verraadt’, door tijdens de door zijn moeder Neeltje geïnstigeerde evaluatie van de genoten omgang te zeggen dat het ‘puur voor de lichamelijke ontspanning’ is. ’t Jagthuys had het kunnen laten bij het huiveringwekkende antwoord van Neeltje: ‘Als je genoeg van haar krijgt, of als je liever iets anders wil, een negerinnetje of zo, dan zeg je het, hè?’
Maar we zijn dan iets over de helft van de roman, die minder geserreerd en allengs minder krachtig verhaalt van Vera’s ongemakkelijke introductie van Binnert in haar woonplaats Amsterdam. Jammer: in de begrenzing schuilt de meester.
Dierlijke aantrekkingskracht
Dat adagium indachtig componeerde De Boer zijn dertien verhalen in De geur van miljoenen. Neem dat titelverhaal, over Edzard en Anna die een kwalijke schim uit hun verleden in het vliegtuig herkennen. Dat verhaal heeft een bescheiden omvang waarin een gehele wereld wordt opgeroepen. We dalen psychologisch pijlsnel af in de twee hoofdpersonen; de verwachting dat er op actiegebied wat staat te gebeuren wordt gewekt; halverwege het verhaal wordt van perspectief gewisseld: van Edzard naar Anna.
In De geur van miljoenen leeft De Boer zijn verbeeldingskracht, humor en boosaardigheid ten volle uit.
Alles lijkt zo af te stevenen op een climax. In zekere zin volgt die ook, maar anders dan de lezer gedacht had. Namelijk op het beschaduwde drijfzandterrein van het diepste innerlijk van een van de twee personages: Anna weerstond verstandelijk de dierlijke aantrekkingskracht van hun huisgenoot Alexandre, een toenmalige keuze die schrijnend een gemis in haar huidige bestaan benadrukt. Wat we na lezing van die zorgvuldig geschreven schets in handen houden, als je de oogst al zo concreet wilt benoemen, is een blik achter de façade, als onherroepelijk resultaat van een eerder gemaakte levenskeuze. Zo bezien is ‘De geur van miljoenen’ een huwelijksverhaal, of liever (gezien het schetsmatige karakter) een alleszeggende scène uit een huwelijk.
Dat is maar één verhaal van de dertien waarin De Boer zijn verbeeldingskracht, humor, boosaardigheid en voorkeur voor onbetrouwbare, buitenissige vertellers ten volle uitleeft. Hij lijkt niet echt geïnteresseerd in een plot en ondergraaft bij voorkeur zijn eigen zekerheden, bij wijze van literaire strategie. De korte baan van het verhaal is daar ideaal voor. Waar het hem om gaat: uit een psychologisch vignet een onheelbare wereld laten verrijzen. Kenmerkende De Boer-motieven treden daarbij aan: of het nu gaat om gevaarlijke zonderlingen die gedijen bij hun maatschappelijke isolement, zoals (in ‘Kwieke buren’) de taxidermist Eduard die er niet voor terugschrikt bejaarden op te zetten, of om corpsmannen behept met een mistige seksualiteit, die (als in ‘Een acrobaat in Accra’) weigeren terug te denken aan minder conventionele, #MeToo-zijsprongen in hun eerdere bestaan. ‘Toen heb je Hanjo dingen laten doen waar hij zich tot op de dag van vandaag naar over voelt.’ Onder dat laagje beschavingsvernis voelt Merijn de Boer zich literair senang.
Ook mooi
In de biografie Stephen King leren we de grote suspenseschrijver kennen als een ultieme bangerik, die zijn oeverloze angsten bezweert door ze simpelweg op papier te zetten (Lisa Rogak, Stephen King, een biografie, Luitingh-Sijthoff).
In Becks laatste zomer, de direct imponerende debuutroman uit 2008 van succesauteur Benedict Wells, komt de ultieme verrassing tijdens een Oost-Europese roadtrip van leraar Robert Beck: Bob Dylan spreekt tot hem!
Merijn de Boer, De geur van Miljoenen, Querido, 208 p., € 18,99.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.