Filmfestival Rotterdam

Het had een perfect misdrijf kunnen zijn. Per toeval stuit hobbyjager Llewelyn (Josh Brolin) op de plek waar een mislukte drugsdeal heeft plaatsgevonden. Iedereen is dood of stervende. Het drugsgeld ligt voor het grijpen. Toch keert hij ’s avonds terug met een jerrycan water om een stervende man de dorst te lessen. Een compassievolle, maar niet bijster slimme daad waar hij die avond zijn lot mee bezegelt.

De bitterzoete ironie in No Country for Old Men is typerend voor de gebroeders Coen. Ogenschijnlijk eenvoudige handelingen hebben bij de broers onverwacht desastreuze gevolgen. Een simpele kidnapping, een simpele moord, een simpele diefstal. Llewelyns terugkeer naar de plaats van het delict brengt hem in het vizier van de professionele moordmachine: Anton Chigurh (Javier Bardem, de verlamde zeeman uit Mar Adentro). Een man zonder gevoel voor humor maar mét ‘principes’. Als hij belooft je te vermoorden, houdt hij woord. Zo weet je tenminste waar je aan toe bent. Chigurh is een filmslechterik pur sang: meedogenloos, onstuitbaar en – zoals het de psychopaat betaamt – enigszins sociaal gestoord. ‘Wat is het meeste dat je ooit hebt verloren bij een toss?’ vraagt hij – stengun in de aanslag – aan de benzinepomphouder die een praatje probeerde te maken over het weer.

Je begrijpt meteen waarom Joel en Ethan Coen – die meestal hun eigen originele scenario’s schrijven – zo gecharmeerd waren van het gelijknamige boek van Cormac McCarthy. De uitgebalanceerde combinatie van rauw geweld en droge humor doet vooral denken aan hun film Fargo, waarin een man twee criminelen inhuurt om zijn vrouw te ontvoeren. Maar het zijn vooral de dialogen die je direct in Coen-land brengen: de botte maar liefdevolle een-tweetjes tussen Llewelyn en zijn vrouw, de droge, scherpzinnige opmerkingen van sheriff Ed Tom Bell (Tommy Lee Jones) en de ijzingwekkend overtuigende logica van Chigurh.

De mooiste, meest Coen-achtige opmerking in het boek heeft om onbegrijpelijke redenen de film niet gehaald. Die willen we u niet onthouden: sheriff Bell onderzoekt een bloedbad in een hotel. Hulpsheriff tegen sheriff: ‘De nachtportier is dood. Een extreem geval van pech. Hij is geraakt door een verdwaalde kogel.’ ‘Waar?’ ‘Precies tussen de ogen.’